Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
akke.beakke.be

Komt zoiets tegen

Ergste dag uit mijn leven

Een klein mannetje zit in een bar naar zijn glas te staren. Een half uur lang beweegt hij zich totaal niet. Er komt een grote stevige trucker binnen en deze gaat naast hem zitten. Hij pakt het glas van het mannetje en leegt het in een teug. De arme man barst in snikken uit. De trucker zegt: "Kom op man, het was maar een geintje hoor! Ik bestel wel even een nieuwe voor je."

"Nee", zegt de man, "dat is het niet. Vandaag is de ergste dag uit mijn leven. Ik heb me vanmorgen verslapen en was daardoor te laat voor een belangrijke vergadering. Mijn baas werd zo kwaad, dat hij me op staande voet heeft ontslagen. Toen ik naar mijn auto wilde gaan, bleek deze gestolen te zijn.  Ik nam dan maar een taxi. Nadat ik betaald had en de taxi was weggereden, merkte ik dat ik mijn portefeuille op de achterbank had laten liggen. Thuisgekomen trof ik mijn vrouw in bed aan met mijn beste vriend. Totaal in de put ben ik toen maar naar deze kroeg gekomen. Ik wilde zelfmoord  plegen maar jij komt binnen en drinkt mijn vergif op..."

Epergstepe dapag uipuit mijpijn lepevepen
Epen kleipein mapannepetjepe zipit ipin epe bapar naapaar zijpijn glapas tepe kijpijkepen.
Epen hapaalf uupuur lapang bepeweepeegt ijpij zipich topotapaal niepiet.
Eper kopomt epen gropootepe steepeevipigepe trupuckuper bipinnepen epen diepie gapaat napaast hepem zipittepen. Hijpij papakt hepet glapas vapan hepet mapannepetjepe epen dripinkt hepet uipuit ipin éépéén teupeug. Depe aparmepe mapan baparst ipin snipikepen uipuit. Depe trpuckuper zepegt: “Kopomopop mapan, hepet wapas mapaar epen geipeintjepe hoopoor! Ipik bepestepel wepel epen niepiewepe voopoor jepe.”

“Neepee” zepegt depe mapan, “dapat ipis epet niepiet; Vapandapaag ipis depe epergstepe dapag uipuit mijpijn leepeevepen. Ipik hepeb mepe vapanmoporgepen veperslapapepen epen wapas daapaardoopoor tepe lapaat voopoor epen bepelapangrijpijkepe vepergapadeperiping. Mijpijn baapaas weperd zopo kwapaad, dapat hijpij mepe opop stapaandepe voepoet heepeeft opontslapagepen. Toepoen ipik napaar mijpijn wapagepen wipildepe gapaan, bleepeek depezepe gepestopolepen tepe zijpijn. Ipik napam dapan mapaar epen tapaxipi. Napadapat ipik bepetapaald hapad epen depe tapaxipi wepeggeperepedepen wapas, meperktepe ipik dapat ipik mepen poportepefeuillepe opop depe apachteperbapank hapad lapatepen lipiggepen. Thuipuisgepekopomepen tropof ipik mijpijn vropouw ipin beped apaan mepet mijpijn bepestu vriepiend. Topotapaal ipin depe puput bepen ipik toepoen mapaar napaar depeezupu kroepoeg gepekopomepen. Ipik wipildepe zepelfmopoord plepegepen mapaar jijpij kopomt bipinnepen epen dripinkt mijpijn vepergipif opop."

 

Dokter op stage
Een dokter vroeg aan zijn stagiair om hem een voormiddag te vervangen.
Bij zijn terugkeer vroeg hij natuurlijk of alles goed verlopen was.
‘Ik denk het wel’ was het antwoord.
‘De eerste patiënt kwam binnen met verschrikkelijke hoofdpijn’.
‘En wat hebt ge gedaan’ vroeg de dokter?
‘Dafalgan voorgeschreven’ was het antwoord.
‘Uitstekend’ zei de dokter.
‘De tweede patiënt had last van maagzuur’.
‘En…?’ vroeg de dokter.
‘Ik heb Maalox voorgeschreven’.
‘Weer uitstekend’ zei de dokter.
‘Mijn derde patiënt was een hele mooie vrouw, zij kwam nogal hysterisch binnengelopen, kleedde zich volledig uit, ging op de tafel liggen’ en riep: ‘Help mij aub, dokter, het is al vijf maanden geleden dat ik nog een man heb gezien.’
Waarop de arts vroeg: ’en wat hebt ge daar mee gedaan’?
‘Oogdruppels voorgeschreven.’

Dokteur up staazju
U dokteur vroeg aän zu stazjhiïr om em u vornoeënu tu vurvangn.
Otn weeru kwam vroegtn nateurluk ot alus goeët vurloopn was.

Stazhiïr’: ‘kPijzunt wel! Du neeërstu pasijent kwam bin met u vursjhrikuluku kopienu’.
Dokteur: ‘E wadeju gudoön’
Stazhiïr: ‘Dafalgan vooörngusjhreevun’
Dokteur: ‘Uutsteekunt’
Stazhiïr: ‘Du twidu pasijent at last van maagzeur’
Dokteur: ‘En?’
Stazhiïr: ‘ken Maalox vooörngusjhreevun’
Dokteur: ‘Weeru uutsteekunt’
Stazhiïr: ‘u derdu pasijent was u geeël sjhooönu vrowu, zu kwam nogal giesteeries binguloopn; zu klidu eur voleedug uut
               en zu gienk up taaful gon ligun en zu rieëp: ‘Eëp mu osjublieëft, dokteur, tis al vuuf moöndun guleen dank nog u
               man guzieën en’

Dokteur: ‘E wadu ej doömee gudoön?’
Stazhiïr: ‘Oogdrupuls vooörngusjhreevun’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Twee moppen ... één in de P-taal … en één op zijn Westends … en een kleintje

Koponstapantepe snepelheipeid

Opopgapavepe
   -Jepe rijpijdt ipin epen aupautopo, mepet koponstapantepe snepelheipeid, mepet apaan jepe repechteper hapand epen
      apafgropond.

   -Lipinks vapan jepe rijpijdt epen brapandweepeerwapagepen, mepet depe zepelfdepe snepelheipeid, wapaarvapan hepet
      lijpijkt apalsopof hijpij jepe wipil ipinhapalepen

  -Voopoor jepe repent epen vaparkepen, nopog groopooteper dapan joupouw aupautopo, oopook mepet depe zepelfdepe
          snepelheipeid

  -Vlapak apachteper jepe vliepiegt epen hepelipikopopteper, vlapak bopovepen depe gropond, oopook weepeer mepet
        depe zepelfdepe snepelheipeid

Vrapaag: Hoepoe kupun jepe stopopupun, zopondeper dapat eper opongepelupukepen gepebeupeurepen?
Apantwopoord: Jepe vrapaagt apan depe mepeneepeer vapan depe drapaaimopolepen opof jepe eperupuit mapag.

Constante snelheid

Opgave:
- Je rijdt in een auto, met constante snelheid, met aan je rechterhand een afgrond.
- Links van je rijdt een brandweerwagen, met dezelfde constante snelheid, waarvan het lijkt alsof hij je wil inhalen.
- Voor je rent een varken, nog groter dan jouw auto, ook met dezelfde constante snelheid.
- Vlak achter je vliegt een helikopter, vlak boven de grond, ook weer met dezelfde constante snelheid.
Vraag: Hoe kan je stoppen, zonder dat er ongelukken gebeuren?
Antwoord: Je vraagt aan de meneer van de draaimolen of je eruit mag


U taksiesjofuür

U nIengulsjhu toeriest, die Vlams klapt (!), nimt u taksie om van du lugtaavun in Zaavuntem no zu notil in Brusul tu goön. Ze rieën vurbie tAtoomjum en du pasazjier vanagtur in du taksie wilt du sjofuür utwa vraagn oovur ut iemposant bowwerk. Nu tikt die vint eftjes up zu sjhoeëru voe zu naandagt tu trekn.
De taksiesjofuür gift u guweldiegu sjhreeëw e nu vurlieëst du magt oovur zu stieër.
Tvoeërtuug mist up u nartju u tram, ramt biekaans u nuus, vooör datn stilu komt te stoön tusjhun tieëntaln fotoografeerundu Japaneezun. Tis eftjes stilu in du taksie.
Du sjofuür: “Muneeëru, wil ju da nooöit mi doeën. Ken mu dooödvursjhootn.”
De pasazjier: "kwistn nie daju uzooö gienk sjhrikn van u kleeën tiksju up zu sjhoeëru."
Du bustierdur: ‘Tis joen sjhult nie, wi muneeëru, mo tis vandaagu mu neeërstu dag as taksiesjofuür. Ieërvooörn enk vuuvuntwientug joör me liekwaaguns gureen."

De taxichauffeur
Een Engelse toerist, die Vlaams spreekt (!), neemt een taxi om van de luchthaven in Zaventem naar z'n hotel in Brussel te gaan. Ze rijden voorbij het Atomium en de passagier achter in de taxi wil de chauffeur wat vragen over het imposante bouwwerk. Hij tikt de man even op z'n schouder om de aandacht te trekken.
De taxichauffeur geeft een geweldige schreeuw en verliest de macht over het stuur.
Het voertuig mist op een haartje na een tram, ramt bijna een huis, alvorens op het trottoir tussen tientallen driftig fotograferende Japanners tot stilstand te komen. Het is even stil in de taxi.
Dan zegt de chauffeur: "Meneer, wilt u dat nooit meer doen. Ik ben me doodgeschrokken."
De passagier zegt dat hij niet had geweten dat de chauffeur zo zou schrikken van een klein tikje op z'n schouder.
Waarop de bestuurder zegt: "Het is uw schuld niet hoor meneer, maar vandaag is mijn eerste dag als taxichauffeur.
Hiervoor heb ik 25 jaar met een lijkwagen gereden".

 

Adam en Eva
Adam e nEeva wanduln deur tparadies. Ineenuki vraagt Eeva: “Adam, oet ju nog vamu?
Worup dat Adam antwooört: Ja nateurluk, va wieën andurs?

Adam en Eva wandelen door het paradijs. Plots vraagt Eva: “Adam, hou je nog van mij?”, waarop Adam antwoordt: “Ja natuurlijk, van wie anders?”

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Mijn blog ‘Westends dialect’ valt schijnbaar niet in de smaak

Op 12.11.2018 heb ik naast mijn 12 jaar bestaande blog ‘Westendse blik op Middelkerke’ het initiatief genomen om een tweede blog op te starten. Als echte Westendenaar ben ik al jaren een vurig verdediger van ons erfgoed … zonder succes overigens want daarvan blijft zo goed als niets meer over, na het verdwijnen van mijn oude gemeenteschool, van het gemeentehuis en van een reeks gewone huizen die mij herinneren aan mijn jeugd maar zonder echte erfgoedwaarde.

Ik ben ook een overtuigd verdediger van ons dialect. Dat mag niet verdwijnen, vind ik …
Ik noteer al jaren specifieke woorden die ook elders in West-Vlaanderen of zelfs daarbuiten gebruikt worden maar die niet noodzakelijk op dezelfde manier uitgesproken worden.

Een fonetisch alfabet is een alfabet dat bedoeld is om de klanken uit de gesproken taal eenduidig in geschreven vorm vast te leggen. De symbolen van het alfabet corresponderen op een unieke manier met spraakklanken terwijl dit voor gewone geschreven taal vaak helemaal niet opgaat. In het Nederlands vertegenwoordigen bijvoorbeeld de drie e-s in "december" drie verschillende klanken.
Eigenlijk is fonetisch schrijven dus het schrijven zoals een woord uitgesproken wordt.

Ik heb dat letterlijk opgenomen en hoe ik dat gedaan heb, heb ik uitgelegd in mijn eerste artikels van 12 en 19.11.2018.

Drie en veertig keer, éénmaal per week, heb ik een woordenlijst opgesteld, elk daarvan met woorden die in verband staan met een bepaald milieu, met een bepaalde toestand, met bijzondere gebruiken, met het menselijk lichaam, met vrijetijdsbesteding (kermis, sport, toerisme, speelgoed), leger, verkeer (alle rijtuigen), gevoelens (relaties, gemoedstoestand), kunst (toneel, muziek), gebouwen, inrichting huis, politiek, criminaliteit (misdaad, diefstal, fraude), gezondheid, eten en drinken, godsdienst, taal, namen van personen en plaatsen, bloemen en gewassen,…

Later zal ik alles wel eens samenvoegen maar die aparte lijsten maakten het gemakkelijker om de specifieke woorden op te sporen.

Om beter te tonen hoe je met al die woorden zinnetjes kunt maken heb ik daar regelmatig een stuk tekst aan toegevoegd. Dat waren, in mijn ogen althans, leuke teksten, bijvoorbeeld ‘moppen op zijn Westends’ of ‘gesprekken tussen twee Westendenaars’. Die hadden tot doel de eentonigheid van het opsommen van woorden, wat te breken.
         Gesprekken tussen twee echte Westendenaars Bertn en Juultn: 28.1.19, 22.4.19, 17.6.19
         Drie Westendse moppen: 16.3.08, 3.1.2010, 19.8.19, 14.10.19
         Gewone teksten:
                 20.3.2011 ‘Kgieng uki gon wanguln’
                 12.3.2012 ‘Du gumeeëntu Midulkerku aalt jundur vuulugijt up’
                 10.3.2013 ‘Go ju mee u toertju gon doeën?’
                 3.3.2014 ‘Goju giedur soms nog no du kerumesu?’
                 2.3.2015 ‘In Lombartziedu enin Westendu, wufur diejalekt spreekn zu doö?’
                 23.1.2016 ‘Dialectweek’
                 10.10.2016 ‘Gubruukn zu in Lombartziedu tzeëfstu diejalekt lik in Westendu?
                 30.1.2017 ‘Even lachen: hebben jullie deze al gehoord?’
Alle teksten met datum vóór 11.11.20108 staan nog in de map ‘Dialect’ van mijn blog ‘Westendse blik op Middelkerke’.

Mijn opzet om bij meer inwoners van ons dorp de interesse of zelfs de liefde voor ons dialect op te wekken, vind ik persoonlijk zelf mislukt. Minder dan 10 bezoekers van mijn dialectblog per week kan men moeilijk een succes noemen.
Ik heb eigenlijk geen idee waarom mijn blog niet in de smaak valt.
Waar moet ik het zoeken?
1. Geven mijn lijsten soms niet juist het Westends dialect weer?
2. Is mijn schrijfwijze (‘zoals je het uitspreekt’) soms te ingewikkeld?
3. Ben je ouderwets als je vindt dat jouw dorpsdialect niet mag verloren gaan?
4. Vind jij misschien dat dit een taal is die geen toekomstmogelijkheden biedt?
5. Ontbreken er te veel Westendse woorden?
6. Vrezen de Westendenaars misschien dat ik daar munt zal uit slaan door dat 'woordenboek' uit te geven als boek
    of als handleiding? Ik heb nooit die bedoeling gehad en ik zal die ook nooit hebben.

Wat het ook mag zijn: er bestaat nu een soort digitaal woordenboek over ‘het Westends’. Ik zal het blijven koesteren, het waar nodig aanpassen en verbeteren. Ik zal verder op mijn blog een artikel, een mop of een tekst in mijn geliefd dialect blijven publiceren.


Ik zal zelfs verder gaan: ik zal op mijn blog eveneens proberen de P-taal te verspreiden.
De P-taal is een soort geheimtaal die kan worden gevormd door na elke klinker midden in een woord een p te zetten en daarna diezelfde klinker te herhalen.
Voorbeelden van woorden: zot-zopot, voetbal-voepoetbapal, Westende-Wepestependepe

En een zinnetje: ‘Ik wil een boterham met choco” wordt dan “Ipik wipil eepeen bopoteperhapam mepet chopocopo.”
We moeten er rekening mee houden dat klinkers soms elkaar opvolgen. Het woord “baas” mag niét worden omgezet naar “bapaapas”, maar moet “baapaas” worden.

Hierdoor ontstaan woorden en zinnen die zeer moeilijk te verstaan zijn voor mensen die hieraan niet gewend zijn. Na enige oefening is vloeiend p-taal spreken geen probleem en kan men ook anderen makkelijk verstaan.

Om p-taal te leren moet men vooral veel uitproberen en niet te veel nadenken tijdens het praten. Uiteindelijk kunnen er hele gesprekken in deze "geheimtaal" worden gehouden.

 

Vupurstopoö jupu giepiedupur dupu peepeetapaalupu?

Een jonge vrouw met een overdreven grote neus heeft een operatie ondergaan om er mooier uit te zien.  Als de dokter het verband wegneemt is zij razend enthousiast over het resultaat.
Ze zegt: “bedankt hoor dokter, zo mooi, nu kunnen wij eindelijk beginnen te denken aan kindjes’
De dokter is verrast: “hoezo, hebben jullie dat echt uitgesteld tot na de neusoperatie?
De vrouw: “wel ja, we wilden namelijk het risico niet lopen dat onze nakomelingen ook zo’n neus zouden hebben!”

U joenk vromeëns met u noovurdreevun grooötu neuzu et u nopuroösju oendurgoön voe dur sjhondur uut tu zieën. Ot du dokteur tvurbant wegnimt is zu roözunt entoeziejast oovur treezuultoöt.
Zu zegt: “budangt wi doktur, zo sjhooönu, nu kun mu ijnduluk bugin tu pijzun an kientjus.
Du dokteur is vurast: ‘oezooô, ej giedur dadegt uutgustelt toe agtur die jopuroösju?
Du vrowu: “we jaam, mu wildun naamuluk trieziekoo nie loopn daduuzu noökomulieng ook zooön neuzu zoen en!

Upu vropomepeëns epet upeur oopoovupudreepeevupun neupeuzu lopoötupun oporeepeerupun opom dupur sjhopondupur uupuut tu pu ziepieën. Opot dupu dopoktupeur uput vupurbapant wepegnipimt ipis zupu ropoözupunt epentoepoesiepiejapast oopoovupur uput reepeezuupuultopoöt
Zupu zepegt: “bupudapangt wipi, dopoktupeur, zopo sjhopooönupu, nuupuu kupun wiepiedupur ipijndupulupuk bupugipinupun tupu pipijzupun apan kiepientjupus.
Dupu dopoktupeur ipis vupurbopoöst: “oepoeeëwupu, epujupugiepiedupur dapadupu epegt uupuutgupustepelt toepoet apagtupur diepie oporoöpoösjupu?
Dupu vropowupu: “wepe japaam, mupu wipildupun niepie dapat uupuuzupu nopokopomupuliepiengupun oopook upu zopoön neupeuzupu zoepoen epen!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 10:33 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr44: Dieren Vissen Vogels Insekten Soorten Geluiden

Aagudisu: hagedis
Aapinu: apin
Aapunutjus: apennootjes
Akutesu: hagedis
Amstur: hamster
Aptju: aapje
Balkn: geluid van de ezel
Basn: blaffen, geluid van de hond
Beeësju: beestje
Beeëstu: beest 
Beeëtu: biet   groentu
Beër: beer
Beërn: beren, geluid van de neushoorn
Beetu: beet van ww bijten
Bieëju: bij (insect)
Bieën: bijen
Biekorf: bijenkorf
Bietn: bijten
Blaatun: geluid van het schaap
Blafn: geluid van de hond/zeehond
Bloeëdoent: bloedhond
Bloeëtzuugur: bloedzuiger
Boeërupeërt: boerenpaard
Brieësjhun: briesen, geluid van het hert/everzwijn
Brimstug zwien (u): een bronstig varken
Broeëtsiezoeën: broedseizoen
Broeën: broeden
Bromn: het geluid van een beer
Bruln: brullen, geluid van de aap, leeuw, tijger
Buk: bok
Busnufuln: besnuffelen
Dekengst: dekhengst
Dieëruntuun: dierentuin
Dolfien(u): dolfijn
Dromudoöries: drommedaris
Du beistu lag me zu pooötn omoogu: het dier was dood
Du beistu uutangn: zich zeer wild en onbetamelijk gedragen
Du noent bast: de hond blaft
Dundurbeistu: beestje, voorbode van onweer in de zomer
Duuvei: ei van een duif
Duuvu: duif
Duuvukot: duivenhok
Duuvumeëkur: duivenmelker
Eeëndu: eend
Eeëndubost: eendenborst
Eevurzwien: everzwijn
Eezul: ezel
Eezulinu: ezelin
Eezulinumeëk: ezelinnenmelk
Ekstur: ekster
Eldur: uier
Enu: kip
Ertu: hert
Fazantu: fazant
Freetn: vreten
Gaanzu: gans
Gaguln: gaggelen: geluid van de gans
Gakn: gakken, geluid van de gans
Geeëtu: geit
Geeëtubarutju: sik
Geeëtubuk: geitenbok
Ginikun: hinniken, geluid van een paard
Gitju: geitje
Goöj: gaai
Gromn: grommen, geluid van de beer
Guroktu noörienk: gerookte haring
Iesbeër: ijsbeer
Jankn: janken, geluid van de wolf
Kaakuln: kakelen, geluid van de hennen
Kalkoeënu: kalkoen
Katu: kat
Katujoenk: kattenjong
Katusteërt: staart van de kat
Keemul: kameel
Keun: konijn
Keunubuk: konijnenbok
Keunukot: konijnenhok
Keunumoeëru: konijnenmoer
Keunukutul: konijnenkeutel
Keunuleutu: het plezier van konijnen
Keunupuupu: konijnenpijp
Keunuteetn: eten voor de konijnen
Keunol: konijnenhol
Kieëkubost: kiekenborst
Kieëkukot: kippenhok
Kieëkun: kip, kieken
Kiern: kirren, geluid van de tortelduif
Klapn: klappen, geluid van de ekster
Klepurn: klepperen, geluid van de ooievaar
Klokn: klokken, geluid van de kalkoen
Knorn: knorren, geluid van het varken
Koöf: kalf
Kobunetu: spinnenweb
Koeërun: koeren, geluid van de duif
Koeëwu: koe
Koejubeeëstu: koebeest
Koejusteeërt: koeienstaart
Koekoek: koekoek
Kokurn: kokkeren, geluid van de fazant
Konoörieveugul: kanarievogel
Krabu: krab
Krabukaakn: kaken van krab
Krasun: krassen, geluid van de kraai

Kriesjhun: krijsen, geluid van de aap
Kriftu: kreeft
Kroöjn: kraaien, geluid van de haan
Kroöju: kraai
Kwaakn: kwaken, geluid van de puit, kikker
Kweëkn: geluid van de eend
Kweëkoönu: eend
Kwekn: kwekken, geluid van de ekster
Kweturn: kwetteren, geluid van de zwaluw
Lachn: lachen, geluid van de jakhals
Leeëw: leeuw
Lisu: halsband met draad of koord
Loejn: loeien, geluid van de koe
Maneizju: manège
Meëkkoeëwu: melkkoe
Meëkun: melken
Meërloöru: merel
Meërul: merel 
Meezu: mug

Mekurn: mekkeren, geluid van de geit
Mergpuupu: mergpijp
Mesoötu: mesthoop
Mestoop: mesthoop
Miejown: miauwen, geluid van de kat
Mieëru: mier
Mieërunest: mierennest
Mieëruvurgif: vergif tegen mieren
Moeënstur: monster
Moeëru: moer
Molujoenk: jong van de mol
Motubolu: mottenbol
Mugu: mug
Mugubeetu: muggenbeet
Muldru: meikever
Musjhu: mus
Musul: mossel
Musulsjheëpu: mosselschelp
Muuleezul: muilezel
Muulubant: muilenband
Muus: muis
Muuskuusratu: muskusrat
Muutn: haar verliezen (bij dieren)
Muuzunol: muizenhol
Muuzusteërt: muizenstaart
Muuzustroent: stoelgang van de muis
Muuzutraapu: muizenval                       F attraper = vangen
Muuzuvolu: muizenval
Naaldu: libel
Nagtuul: nachtuil

Neurjun: neuriën, geluid van de giraf       
Neuzooörn: neushoorn

Nijlpeërt: nijlpaard
Oöju: haai    => u noöju
Ooliefant: olifant

Oönu: haan => u noönu kroöjt: een haan kraait

Oös deëvn: aas delven = wormen om te vissen (op het strand)

Oözu: haas   => u noözu

Oeëngudiertu: ongedierte

Oeëstur: oester

Oeksjus legn: hoekjes leggen (op strand om vis te vangen bij vloed)
Oent: hond   =>  u noent: een hond

Oendukot: hondenkot

Oendusteërt: staart van de hond

Ofbietn: afbijten

Ofknaagn: afknagen

Ofrigtn: africhten
Oojuvoör: ooievaar
Paapugoöj: papegaai

Peërt: paard
Peërdukop: paardenkop
Peërdumeeëstru: dierenarts

Peërdusteërt: paardenstaart   
Pekn: pikken
Pieëpn: piepen, geluid van de muis
Piempa(l)joeëntju: lieve heerbeestje
Ploötu: pladijs
Pow: pauw

Puudubiln: kikvorsbillen
Puudukoptju: kikkervisje

Puudurek: kikkerdril
Puut: kikker
Ratu: rat

Ratuvurgif: rattengif
Roekoewun: roekoeën, geluid van de duif
Roepn: roepen, geluid van de koekoek

Rooöbosju: roodborstje
Roötuln: ratelen, geluid van de ratelslang
Roötulslangu: ratelslang
Ruldur: bij, wesp
Sisn: sissen, geluid van de slang
Sjhaap: schaap

Sjhaapukop: schaapskop

Sjhaapuvel: schaapsvel

Sjhaapuwulu: schaapswol
Sjhaptju: schaapje

Sjheëpu: schelp
Sjhelvis: schelvis
Sjhreeëwn: schreeuwen, geluid van de pauw
Sjhulu: schol

Sjilpn: sjilpen, geluid van de mus
Sjirpn: sjirpen, geluid van de krekel

Slaguus: slachthuis

Slangu: slang
Sleku: slak
Snaaturn: snateren, geluid van de papegaai/kalkoen
Spin: spinnen, geluid van de kat

Spinu: spin

Spreeëwu: spreeuw

Spriengkoönu: sprinkhaan

Stroötoent: straathond

Struusveugul: struisvogel

Teevu: teef, wijfjeshond
Tenuperk: de kippenren

Tetieng: wormen
Tetienk: worm

Tiegur: tijger
Tjokn: tjokken, geluid van de vink

Tolptju: kleine veldmuis
Tolpu: mol
Tortulduuvu: tortelduif

Traapu: val (muizen, ratten, …)
Trompn: trompen, geluid van de olifant
Trompeturn: trompetteren, geluid van de olifant
U keun zu vel ofdoeën: een konijn zijn vel afstropen
U kieëkn pluumn: een kieken pluimen
U koeë meëkn: een koe melken
U naap: een aap

U naptju: een aapje
U nenu: een kip
U nertu: een hert
U noönu: een haan
U zwien slagtun: een varken slachten

Uul: uil
Uuln: huilen, geluid van de uil/wolf/zeehond

Uusmuus: huismuis

Uutbroeën: uitbroeden

Vangstu: vangst

Veëzu: vaars

Veltmuus: veldmuis
Vetu: mest

Veugul: vogel

Veugulei: vogelei

Veugulnest: vogelnest

Veugulsjhrik: vogelschrik

Veugulupvang: vogelopvang

Veugulvangstu: vogelvangst
Vienku: vink

Vieërvoeëtur: viervoeter

Visgroötu: visgraat

Visofvol: visafval

Vleeësofvol: vleesafval

Vleermuus: vleermuis

Vlerku: vleugel
Vliegu: vlieg

Vlindru: vlinder

Vloojn: vlooien
Vlooju: vlo 

Vloojubeetu: vlooienbeet

Voeëdiengu: voeding

Voeëdrn: voederen

Voljiïru: kooi voor vogels   Fr volière

Vosunol: vossenhol

Vosusteërt: vossenstaart

Vulbloeët: volbloed
Walvis: walvis

Wietienk: wijting
Woöf: wolf

Wormu(s): worm(en)

Zalmu: zalm

Zeeëduuvul: zeeduivel

Zeeëjoent: zeehond
Ziengn: zingen, geluid van de walvis
Zjakals: jakhals
Zjierafu: giraf
Zoemn: zoemen, geluid van de bij
Zwaaluw: zwaluw

Zwien: varken
Zwienubeër: varkensbeer

Zwienubloözu: varkensblaas

Zwienumoeëru: zeug

Zwienustal: varkensstal

Zwienuvleeës: varkensvlees

Zwieëns: varkens

Zwoönu: zwaan

Zwoöpei: bebroed ei dat geen kuiken geeft

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 43 Rookwaren Genotmiddelen

Aartdrug: harde drug
Alkol: alcohol
Amfeetamien: amfetamines
Asjhubak: asbak
Bieër: bier
Blatju: sigarettenblaadje waarin de tabak gerold wordt
Boeksju blatjus: boekje blaadjes
Brieki of briekee: aansteker    Fr briquet
Drugs: verdovende middelen
Eeroowienu: heroïne
Foku: sigaret half opgerookt
Gasj: hasjiesj
Gudrogeert: gedrogeerd
Ienaleerun: inhaleren
Ientravuneus: in ader gespoten 
Ilisdee: lsd
Ju meugdieër nie smooörn: je mag hier niet roken
Ju puupu uutklopn: je pijp uitkloppen
Kafeejienu: cafeïne
Kafju: koffie
Kanabies: cannabis
Kokajienu: cocaïne
Loengkankur: longkanker
Marieguuwana: marihuana
Meesmooörun: meeroken, rook van iemand anders’ sigaret inademen
Morfienu: morfine
Niekotienu: nicotine
Oentweniengskeuru: ontwenningskuur
Oentweniengu: ontwenning
Ofkiekn: afkicken
Oopiejum: opium
Oovurdoozies: overdosis
Pafn: roken
Pruumutuubak: pruimtabak
Puupu: pijp
Puuputuubak: pijptabak
Roeës: roes
Roln: zelf sigaret rollen
Rook uutbloözn: rook uitblazen
Sandriejee: asbak                          GFR: cendrier
Siegaar: sigaar
Siegretju: sigaret, woord gebruikt door iemand die graag en veel rookt
Siegretu: sigaret
Siegretu droöjn: sigaret rollen
Sjieku: tabak om op te kauwen
Slappilu: slaappil
Slikn: slikken
Smooörn: roken
Snuuf: snuif
Snuufdoozu: snuifdoos
Snuuvun: snuiven
Softdrug: minder verslavende drug
Spuitn: spuiten
Stopn me smooörn: stoppen met roken
Suüfurdoozu: stekjesdood
Suüfurs: stekjes
Tee: thee
Treksju doeën a nu siegretju: een trekje doen aan een sigaret
Tuubak: tabak
U paksju daags: een pakje (sigaretten) per dag
Uutbloözn: uitblazen (de rook)
Vieër geevn: vuur geven om sigaret of sigaar aan te steken
Vurslaaft zien verslaafd zijn
Vurslaaviengu: verslaving
Zu puupu uutklopn: zijn pijp uitkloppen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 42 Sanitair Hygiëne

Antoekn: handdoeken
Bakteeries: bacteriën
Basing: waterbak
Batantoek: badhanddoek
Batkaamur: badkamer
Batkuupu: badkuip
Bustul: borstel
Doesju: stortbad
Doesjukabienu: douchecabine
Droogkasu: droogkast
Droogkuus: droogkuis
Du wastu doeën: de was doen
Dwil: dweil
Goön woö dat du keunienk tu voeëtu goöt: naar het toilet gaan
Groötu komisju: stoelgang
Ju naaguls knipn: je nagels knippen
Ju nan wasjhun: je handen wassen
Ju neuzu snuutn: je neus snuiten
Ju noör kam: je haar kammen
Ju noör wasjhun: je haar wassen
Ju tan wasjhun: je tanden wassen
Jukstu: jeuk
Kamtju: kleine kam
Kasju: korstje
Kastu: korst (op een wonde)
Kiesakurieë: vuilnis
Kiezug: vuil
Kleeënu komisju doeën: wateren
Korsupuustu: koortsblaas
Krooönu: kraan
Kuusjhn: kuisen
Lavaboo: lavabo
Ligbat: ligbad
Masjhur: masker
Moentmasjhur: mondmasker
Naagulsjhartju: nagelschaartje
Naagulsjhoöru: nagelschaar
Oendur du doesju goön of stoön: een stortbad nemen
Ofkuusjhun: afkuisen
Ofspoeëln: afspoelen
Ofvoeërpuupu: afvoerpijp
Ofvrievn: afwrijven
Ofwasjhun: afwassen
Oodjavil: eau de javel
Ooörsmeër: oorsmeer
Ooörwatjus: oorwatjes
Oörbustul: haarborstel
Piesienu: toilet voor mannen      Fr piscine
Pisun: wateren
Sjampwaaän: sjampoo    Fr shampoing
Sjas: WC-spoelbak
Sjhartun: krabben (bij jeuk)
Sjheëraparoöt: scheerapparaat
Sjheërbustul: scheerborstel
Sjheërn: scheren
Sjheërmesju: scheermesje
Sjheërzeeëpu: scheerzeep
Sjasn: WC doortrekken
Speegul: spiegel
Spoeënsu: spons
Sproejur: sproeier
Tandubustul: tandenborstel
Tandustookur: tandenstoker
Tondeuzu: scheerapparaat       Fr tondeuse
Tstof ofdoeën: afstoffen
U bat pakn: een bad nemen
U naagulknipurtju: een nagelknippertje
U wasju sloön: de was doen
Upkuusjhun: opkuisen
Uurienwaar: pisbak       Fr urinoir
Uutspoeëln: uitspoelen
Uutwasjhun: uitwassen
Voeëtbat: voetbad
Vurstopiengu: verstopping
Vurtrek: WC
Vurvuuliengu: vervuiling
Vurvuuln: vervuilen
Wasantju: washandje
Wasjhurieë: wasserij
Wasjhun: wassen
Waskuupu: waskuip
Wassluünsu: Wasdoek
Wasmasjienu: wasmachine
Wastu: was
Weeseebril: WC-bril
Zakneusdoek: zakdoek
Zeeëpu: zeep
Zipzop: zeepsop
Zuuvuriengu: zuivering
Zuuvurn: zuiveren

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Drie moppen in het Westends: de spits van Anderlecht, Je vrouw als begeleider, Verboden te vissen

De spits van Anderlecht
Een verkenner van voetbalclub Anderlecht vertelt de trainer dat hij een fantastische jonge Irakese spits aan het werk heeft gezien in Bagdad.
De trainer stapt onmiddellijk op het vliegtuig om een wedstrijd te gaan bekijken. Hij komt behoorlijk onder de indruk: de spits maakt drie mooie doelpunten. Hij laat de speler een contract ondertekenen en neemt hem mee naar Brussel.

Vijf weken later: Anderlecht staat 4-0 achter tegen Brugge.
Er zijn nog maar twintig minuten te spelen.
De trainer brengt de Irakees op het veld. Die scoort vier sensationele doelpunten en kopt in de allerlaatste minuut het winnende doelpunt binnen.
Onmiddellijk na de wedstrijd belt de kerel naar zijn moeder: 'Ik heb vandaag twintig minuten meegespeeld en heb al meteen vijf doelpunten gescoord' zegt hij enthousiast. 'De spelers en supporters dragen mij hier allemaal op handen.' 
'Tof', zegt zijn moeder. 'Maar ik zal je eens vertellen hoe mijn dag was. 
Je vader is op straat beschoten...
Je zus en ik zijn lastiggevallen en geslagen en je broer is lid geworden van een bende criminelen...
En dat allemaal terwijl jij de tijd van je leven hebt...'
De Irakees is onder de indruk: 'Ja, wat kan ik zeggen mama? Het spijt me...' 
'Het spijt je?!' zegt de moeder. 'Het is wel voor jou dat we naar Anderlecht verhuisd zijn, hè!'

 

Du spits va nAndurlegt
U vurkenur va nAndurlegt vurtelt an du trijnur datn u fantastiesjhu joengu Irakeesjhu spits ant werk guzieën et in Bagdat.

Du trijnur stapt subiet op tvlieëgtuug om u wetstriet tu goön bukiekn. Nu komt nogal oendur du nindruk: du spits makt drie sjhooönu goöls. Nu lat du speelur u kontrakt oendurteikn e nu nimt em mee no Brusul.
Vuuf weekn loötur: Andurlegt stoö  vieru – nul agtur teegun Brugu. Zu moeëtn nog twientug mienuutn speeln. Du trijnur briengt du nIerakees up tvelt. Nu makt vier oeënguloofluku goöls e nup du latstu mienuutu koptn du winundu goöl bin.

Dierikt agtur du matsj belt die keërul no zu moeëdur. 'Ken vandaagu twientug mienuutn meegudoön e ken al dierikt vuuf goöls gumakt', zegtn antoesjast. 'Du speelurs en du suuporturs draagn mier alumalu up undran.'

'Tof', zegt du moeëdur, 'mo kgonik nu uki vurteln oewu da mien dag was.
Ju voödur eënzu up stroötu busjhootn
Ju zustur e nik zien lastug guvoln eën gusleegun e ju broeëru is lit guwordn van u bendu kriemieneeln… En dadalumalu biïnst daj gie du tiet va ju leevn et.'
Du nIerakees is oendur du nindruk. 'Ja, wa kungkik zegn, mama? tSpiet mu…'

'tSpiet ju?', zegt du moeëdur. 'Tis we voe joen da mu nor Andurlegt guvruust zien, ee!'

 

De vrouw als begeleider
Een agent stopt een auto.
Agent: "Goedemiddag meneer, wij registreerden net een snelheid van 140 kilometers"
Bestuurder: "Maar dat kan niet, ik had de cruise-control aan op 110, misschien is uw radar niet accuraat"
Vrouw van de bestuurder (naast hem, kijkt zelfs niet op): "doe niet zo mal lieverd, je weet best dat deze auto geen cruise-control heeft ... "
Agent schrijft dus de bekeuring uit
Bestuurder (ondertussen, tussen zijn tanden): "kun jij niet gewoon eens een keertje je mond houden?"
Vrouw (glimlacht minzaam): "Wees blij dat je radarverklikker op tijd afging ..."
De agent schrijft een tweede bekeuring uit voor de illegale detector.
Bestuurder: (kijkt ondertussen zijn vrouw aan en gromt): "Verdomme mens, hou asjeblieft je kop dicht!"
De agent fronst zijn wenkbrauwen en merkt nu ook nog op dat de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet om heeft. Hij zegt dat ook.
Bestuurder: ‘ja maar, die heb ik losgemaakt, toen u mij tegenhield, om mijn rijbewijs uit mijn achterzak te kunnen halen.
Vrouw (onverstoorbaar): "Maar schat, je weet best dat je je gordel niet om had. Je doet hem toch nooit om als je rijdt?"
De agent schrijft de derde bekeuring uit
Bestuurder  (kijkt ondertussen woedend zijn vrouw aan en schreeuwt): "Wil je dan nu GODVERDEGODVER alsjeblieft             eens een keer JE MUIL HOUDEN !!!! ??"
Agent: (kijkt de vrouw aan en vraagt): "Praat uw man altijd zo tegen u mevrouw?"
Vrouw: "Ach welnee agent... alleen als hij gedronken heeft ..."

 

Ju vrowu as bugulijdur
U nazjent doedu noto stopn.

Agent: ‘Goejumidag muniïru, mu reezjiestreerdn juustu u snelijt van 140 kielomeeturs’.
Sjofuür: “Mo da ku nie, mu kroeës-kontrol stoent up 110, tis musjhieën jundur radaar die nie nowkeurug werkt?”

Vrowu van du sjofuür, (neevunstem, kiekt zeëfs nie up): ‘nie flow doeën ee sjhat; ju wit gie goeët gunoeg daduuzu noto
              nie uutgurust is medu kroeës-kontrol…

Du nazjent sjhrieft dus du bukeuriengu uut.
Sjofuür (oendurtusjhun, tusjhun zu tan): ‘ku ju gie nu guweunu voer eënu ki ju moent nie oedn?’
Vrowu (glimlagt minzaamu): ‘Ju meug bliedu zien da ju radaarvurklikur up tiet ofgienk…’
Du nazjent sjhrieft u twidu bukeuriengu uut voe du nieleegaalu deetiktoör

Sjofuür: (bukiekt oendurtusjhun zu vrowu en nu gromt): ‘Gotvur meëns, oedosjublieëft ju kop toe.’
Du nazjent froeënst zu wienkbrown en nu zieëtn ook nog dat du sjofuür zu vijlugijtsgordul nie
an et. E nu zegt dadook.
Sjofuür: ja mo, kaan du deen losgumakt up tmoment daj mu teegngoedn et, zodoönug dank mu riebuwies uut mu
           nagturzak kostn pakn.
Vrowu (oeënvurstooörboör): ‘Mo sjhat, ju wit best daju ju gordul nie an at. Ju doedem tog noojs an o ju riet?’
Du nazjent sjhrieft du derdu bukeuriengu uut

Sjofuür (kiekt oendertushun in u vroedu koleeru no zu vrowu en nu roept): ‘Wil ju nu GODVURDUGODVUR osjublieëft
            u ki ju MUULU OEDN !!!??
Azjent: (Kiekt no du vrowu en vraagt): ‘Sprikt joen vint asan u zoö teegn joen madam?’

Vrouw: ‘Mo be neën azjent, juustu mo otn gudroenkn et…’

 

Verboden te vissen
Op een morgen komt een man terug van een vistochtje. Terwijl hij een dutje doet, besluit zijn vrouw om zijn boot eens te gebruiken. Ze vaart een eindje het meer op, dat ze niet kent, gooit het anker uit, en leest een spannend boek. Plots komt de toezichter van het gebied, langs gevaren. Hij legt aan naast de boot van de vrouw. Het gesprek tussen die twee verloopt als volgt.

Man: 'Goede morgen mevrouw. Wat bent u aan het doen ?'
Vrouw:  'Een boek aan het lezen'
Man: 'U bent in een Verboden Te Vissen zone'.

Vrouw: 'Sorry vriend, maar ik ben niet aan het vissen , ik ben aan het lezen'
Man: 'Ja, maar u hebt al het visgereedschap bij en voor zover ik weet, kunt u er op elk ogenblik mee beginnen; ik moet u
          een bekeuring geven en uw materiaal in beslag nemen'.

Vrouw:  'Als u dat doet, zal ik u moeten aangeven voor seksuele intimidatie'
Man: 'Maar ik heb u zelfs nog niet aangeraakt'

Vrouw: 'Dat is waar, maar u hebt al het gereedschap ervoor bij u en voor zover ik weet, kunt u er op elk ogenblik mee
          beginnen '
Man: 'Nog een prettige dag verder mevrouw'

Vurboodun tu visjhun
Up u nugtunt komt ur u vint tuus van tu goön visjhun. Biïnst datn u dutju doet, busluut zu vrowu zien booöt u ki tu gubruukn. Zu voört u nentju tmeer up, da zu nie kent, smiet ut ankur uut e leest u spanunt boek. Ineeënuki komt du kontroluür vant gubieët, langs guvoörun. E nu legt an neevuns eur booöt. Tgusprek tusjhun die tweeë vurlopt azooö.

Man: ‘Goeju morgun, madam. Wa zie gie ant doeën?’
Vrouw: ‘U boek ant leezun’.
 Man: ‘Ju zit in u zoonu wo daju nie meug visjhun!’
Vrouw: ‘Sorie wi moöt, mo kzien ik nie ant visjhun, kzien ant leezun.’
Man: ‘Ja mo, jet aal ju visgurieëf mee en voe zoveru dank weetn, ku ju dur up iedur moment mee bugin. Kmoetn joen u
          bukeuriengu geevn e ju mateeriaal in buslag neemn.’

Vrouw: ‘Oj datoet, gongkik joen moeëtn aangeevn voe siksueelu intiemiedoösju.’
Man: ‘Mo keën zeëfs nog nie aju gukomn’
Vrouw: Dadis woö, mo jet aalt gurief dovoorn bieju en voe zoveru dankik weetn, ku ju dur up iedur moment mee bugin.
Man: ‘Nog u pretiegu dag, madam’

 

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 41 Tijdstippen Bijwoorden van tijd Datums Dagen

Aakn en Keuln zien nie up eeën dag gubowt: Aken en Keulen niet op een dag gebouwd (=niet alles is onmiddellijk klaar - even geduld)
Aalmeduki: almeteens, opeens
Aaltumets: soms
Aaltiet: altijd
Aavunt: avond
Agturnoeënu: namiddag
Agow: weldra, binnenkort
Akufietju: kort tijdstip, lastig werkje
Aligtu: binnenkort
Altumets: soms
An du dag legn: aan de dag leggen (vertonen)
An du ordu van du dag zien: niet vaak voorkomen
Antiedn: op tijd
Apupri: ongeveer
Asan: altijd
Biekaaäns: bijna
Biekan: bijna
Biena is veru van Sjiena: met ‘bijna’ zijn we er nog niet
Biïnst da mu du keur en: terwijl we de kans hebben
Biïnstuwielu: ondertussen
Binukort: binnenkort
Bloejmoönt: bloeimaand (mei)
Daaguroöt: dageraad
Dadit gin brooöt: dat is niet dringend
Daglugt: daglicht
Diesundag: dinsdag
Dikuls: dikwijls
Dimsturn: schemeren
Dojuustu: daarjuist
Driengunt: dringend
Du tiet: de tijd
Dundurdag: donderdag
Dur giïn gas loötn oovur groejn: niet uitstellen
Eeëst eerst
Efnan: effenaan
Eftjus: even
Endu: einde
Euru: uur
Feeëstdag: feestdag
Gistur(n): gisteren
In tjoör stilutjus: lang geleden
In u noöj en u droöj: in korte tijd
In du noedn tiet: in de tijd van vroeger
In du weërdieë van u poör mienuutn: in nauwelijks een paar minuten
In tjoör stilutjus: nooit
Ineeënuki: ineens
Ju norloozju lopt agtur: jouw horloge loopt achter
Ju norloozju lopt op soldoötuknoopn: uw uurwerk loopt niet altijd juist
Ju norloozju lopt vooërn: jouw horloge loopt voor
Juustoptiet: juist op tijd
Kloörundag of kloörlugtundag: klare dag
Loötu: laat
Loötur: later
Miju: mei
Mijmoönt: meimaand
Moönt: maand
Moöndag: maandag
Moönduluks: maandelijks
Moörtu: maart
Morgun komt ook alieër: het kan uitgesteld worden tot morgen
Naavunt: avond
Noöjt: nooit
Nugtunt: morgen
Oe lootu ist: hoe laat is het
Oe loötu zeg ju: hoe laat, zeg je
Oendur du noeënu: onder de middag
Oj tiet et: als je tijd hebt
Nie langu guleen: niet lang geleden
Oe loötu?: hoe laat?
Ojkitiedet: als je eens tijd hebt
Oöfoogst: half augustus
Oogdriengunt: hoogdringend
Oogtag: hoogdag (u noogtag)
Oopniengseurn: openingsuren
Oöstju zeeëru: haast je
Oovurgangsjoör: overgangsjaar
Orloozju: uurwerk
Osan: altijd
Ot tiet is: als de tijd gekomen is
Ot sjho weeris: als het mooi weer is
Poöjmentn: (iets doen) in verschillende keren

Poösjhun: Pasen
Purtangs: nochtans
Regtuut: onmiddellijk
Saavns: ’s avonds
Sienksjhun; Sinksen
Siezoeën: seizoen
Snoeëns: ‘s middags
Snugtuns: ’s morgens
Soms u ki: soms eens
Somtiets: soms
Subiet(s): direct daarachter
Sagturnoeëns: in de namiddag
Svornoeëns: in de voormiddag
Svriedags: op vrijdag
Tbluuft gudeurn: het blijft maar duren
Tgoenk zeëru: het ging rap
Tietperk: tijdperk
Tietreekniengu: tijdrekening
Tis nooöjs tu loötu: het is nooit te laat
Tis vurbie: het is voorbij, gedaan
Tnoöstu joöru: volgend jaar
Tnoöstu moöndu: volgende maand
Tnoöstu moönt: volgende maand
Tnoöstu weeku: volgende week
Tnoöstu zundag: komende zondag
Toe tonu: tot straks
Toe tnoöstu ki: tot de volgende keer
Tonu: dan, toen
Tu loötu komn: te laat komen
Tu pasu en tu noenpasu: te pas en te onpas
Tugoöruvoln: samenvallen
Tusjhn du soepu en du patatn: snel tijdens het middagmaal
U kart wagtn: een kwartier wachten
U ki: een keer

U neuru of vieëru guleen: een uur of vier geleden
U stik in du nagt: nacht vergevorderd
U tietju guleen: een tijdje geleden
Up tiet zien: op tijd zijn
Up vooöraaänsu: bij voorbaat
Ut krieëkn van du dag: de morgenstond
Uutkomn (tun): in de lente
Uutstel: uitstel
Uutzoendurlik: uitzonderlijk
Vanaavnt: deze avond
Vandaagu: vandaag
Vandagturnoeënu: deze namiddag
Vandujoöru: dit jaar
Vandumoöndu: deze maand
Vandunagt: deze nacht
Vandunagturnoeënu: deze namiddag
Vanduvooörnoeënu: deze voormiddag
Vanduweeku: deze week
Vanoeënu: deze middag
Vanugtunt: deze morgen
Vanuvors: vanaf nu
Vooöraavunt: vooravond
Vooörnoeënu: voormiddag
Vooörsiezoeën: voorseizoen
Vorloopug: voorlopig
Vornoenu: voormiddag
Vrats: plots, opeens (bijwoord van tijd)
Vriedag: vrijdag
Vurjoördag: verjaardag
Vuufdaagnweeku: vijfdagenweek
Vurbie: voorbij
Vurletn: tijd verliezen
Vurloötn: op een later tijdstip zetten
Vurvroegn: vervroegen
Waneeër: wanneer
Weër ju bitju: haast je wat
Weërdu of weërdieë van gin tiet (in du): korte tijd
Weeru: opnieuw
Weeku (u) anu stik: een week lang
Wientureuru: winteruur
Woeënsdag: woensdag
Zakorloozju: zakhorloge
Zeeëru: rap snel
Zoomureuru: zomeruur
Zoöturdag: zaterdag
Zundag: zondag
Zunsoendurgank: zonsondergang
Zunsupgank: zonsopgang

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 40 Dijk –Tijdverdrijf Bal Kermis Feesten Toeristen op het strand of in de duinen

Amuusument: amusement
Antwerk: handwerk
Atraksju: attractie
Bal popuuliïr: volksbal            Fr bal populaire
Balaanswaar: schommel, wipplank
Baletlesu: balletles
Baletsjhoeën: balletschoenen
Balzaalu: balzaal
Beezugoediengu: tijdverdrijf
Beezugoedn: bezighouden
Biengo: bingo
Bieër (ju) uutzweeëtn: je bier uitzweten
Biekienie: bikini
Bierolu: bijrol
Bilukaru: plezierwagen
Boksotoos: boksauto’s
Boloosmietoo: werpen met soort tennisballen naar opeengestapelde blikken
Boörn: golven
Boöru: golf
Brieslam: golfbreker            Fr brise-lames
Brik: pauze, onderbreking            Eng break
Bruungubrant: bruingebrand
Daaänsleeëroöru: dansleraar
Daaänsvloeër: dansvloer
Daaänszaalu: danszaal
Daaänsn: dansen
Diek: dijk
Dieskzjoki: disk jockey
Droöjmeuln: draaimolen
Duun: duinen
Duunu: duin
Duuvulieëfebur: duivenliefhebber
Duuvumeëkur: duivenmelker
Feeëstu: feest
Flosju: kwast (zoals op kermis)
Fooöru: kermis
Frietukraam: frietkraam
Goochuloöru: goochelaar
Godoögs: hotdogs
Iepnotiezuür: hypnotiseur
Iïnsmeërn: insmeren met olie tegen zonnenbrand
Jeun: amuseren
Ju tiet paseern: je bezighouden in afwachting van …
Juubielee: jubileum
Juutukakoo: schommel, wipplank
Kabienu: cabine
Kampieng: camping
Katiju: helling op de dijk
Katju duuk: verstoppertje
Kelu: waterplas op strand na hoogwater en terugtrekken
Kerumesu: kermis    = > u kerumesu is u geësuliengu weërt
Klugtju: mopje
Komiek: komisch persoon
Koönzjee: verlof
Krabu: krab
Krankutieë: hoogwater
Kwalu: kwal
Leeëg woötru: eb laag water
Leezn: lezen
Luunapark: lunapark
Meeëwu: meeuw
Mobieloom: mobilhome
Moputapur: moppentapper
Niewjoör: nieuwjaarsfeest
Ofvol: afval (achtergelaten vuilnis)
Oog woötru: vloed hoogwater
Oolieboöln: oliebollen
Orkest: orkest
Parasol: zonnescherm      Fr parasol
Pekln: bikkelen
Peuren: hengelen
Piekniekn: maaltijd in natuur
Potpoerie: allegaartje, mengsel van liedjes        Fr pot-pourri
Rampu: helling van de zeedijk
Ratukot: rattenkot
Redur: redder
Rupsu: kap over deelnemers wat op een rups gelijkt (op de kermis)
Sjhafuln van du koörtn: de kaarten schudden
Sjhamatuür: goochelaar
Sjheëpn: schelpen
Sjhieëtkraam: schietkraam
Sjhuutn: schuiten op kermis
Sliengurpies: slingers
Smoetbolu: oliebol
Stoeët: stoet
Strangu: strand
Strangubaar: strandbar
Strangubolu: strandbal
Strangukajuutn: plastiek sandaaltjes
Strangustoeël: strandzetel
Stranguveugul: strandvogel
Stuuvn: stuiven (van het zand)
Suukurspinu: suikerspin
Tomboola: tombola
Traagu vals: langzame wals
Tstrangu: het strand
Uumoriest: humorist
Uutgoön: uitgaan
Vakaaänsu: vakantie
Vakaänsuuzutju: vakantiehuisje
Vals: wals (dans)
Vieërwerk: vuurwerk
Vielootjus: fietscaroussel
Visvurguniengu: visvergunning
Voöksbal: volksbal
Voöksdaaäns: volksdans
Vrieju tiet: vrije tijd
Vurbrant zien: verbrand zijn
Vurdooln: verdwalen (van kinderen)
Vurlof: verlof
Vurlofgangur: verlofganger
Vurlofreegliengu: verlofregeling
Vurteliengsju: verhaaltje
Wientzil: windzeil
Woötur: water
Zeeëslufurs: rubberen spantoffels
Zeeëwoötru: zeewater
Zoet woötru: zout water
Zunusjherm: zonnescherm
Zunuslag: zonnesteek
Zwembroek: zwembroek

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 39: Vergelijken met iets anders

Aaltoopu: allemaal samen
Agturloop: moeite
Agturmukoör: na elkaar
Alumalu: allemaal
Bagtn du kasu guvoln: achter de kas gevallen
Beetur: beter

Beeturn: beteren
Biekaäns: bijna
Boovnzigtu: bovenzicht
Bridur: breder
Digtur: dichter
Doöbuutn: daarbuiten
Doöneevns: daarnaast
Doöragtru: daarachter
Doörin: daarin
Doöruut: daaruit
Doöteegn: daartegen
Doötusjhn: daartussen
Doövoörn: daarvoor

Dragtur: erachter
Drin: erin
Droendur: eronder
Drof: eraf
Droovur: erover
Drop: erop
Durboovn: erboven
Durnefu(n)s: ernaast
Durteegn: ertegen
Durtusjhn: ertussen
Durvooörn: ervoor
Eevungoeët: evengoed
Efnan: de één na de ander, het ene na het andere
Eëkovraaäns: elk op zijn beurt
Gin kloötun weërt: niets waard
Got sjho weeru komn? Vurzeekurs we!: Zal het mooi weer worden? Waarschijnlijk wel!
Gumakulik: gemakkelijk
Gliekug: gelijk
Grodur: groter
Groöt: graad
Guwentu: gewoonte
Ieërboovn: hierboven
Ieërnefuns: hiernaast
Ieëroendur: hieronder
Inuwoörs: naar binnen (van de straat weg)
Kart agtur du tweeën: kwart na twee
Kiefkief: gelijk, elk 50%
Klindur: kleiner
Koentukraafs: averechts
Kortur: korter
Langur: langer
Latstu: laatste
Leeëgur: lager
Lik van guwentu: zoals gewoonlijk
Meeër: meer
Meeërdureit: meerderheid
Meeërdurweërdu: meerderwaardig
Mindur: minder
Mindureit: minderheid
Mindurweërdug: minderwaardig
Moejlik: moeilijk
Moejluk: moeilijk
Nieëmundalu: niets
Novunant: volgens wat er gaat komen
Oendursjheit: onderscheid
Oendurstu: onderste
Oeënguliek: ongelijk
Omugudroöjt: omgedraaid
Omugukeeërt: omgekeerd
Oogur: hoger
Paroöduperutju: paradepaardje, het beste waarmee men kan pronken
Rijzu met: op gelijke hoogte van
Sligtur: slechter
Smalur: smaller
Stiksju: stukje
Suurtoe: vooral
Tseëfstu: hetzelfde
Tugliek: tegelijkertijd
Tureeku: achter elkaar
Tusjhn: tussen
Tweësdeuru: dwars doorheen
U sjheetu in u netzak: een storm in een glas water, een kleinigheid
Upkiekn: opkijken
Upziets: opzij
Vaaänsglieku: evenzeer
Van tieënu neegun: hoogstwaarschijnlijk
Veruut: veruit (de beste)
Vurbeetriengu: verbetering
Vurbie: voorbij
Vureuvurn: promoveren
Vurgliekiengu: vergelijking
Vurgliekn: vergelijken
Vurklinduriengu: verkleining
Vurklindurn: verkleinen
Vurklindurt: verkleind
Vurminduriengu: vermindering
Vuroogiengu: verhoging
Vurslapiengu: verslapping
Vursligtiengu: verslechting
Vurwiezn: verwijzen

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 38 Vragen en uitdrukkingen in dialogen Ja of Neen antwoorden in allerlei vormen

Agliek: toch
Aligowzeg: ’t is toch niet waar, hé

Alusiïns: in elk geval, ,alleszins
Amaj mu botn: amai, mijn knoken of benen
Apropoo: terloops gezegd
Bakndoeënieë: maar neen gij, dat doe ik niet
Bejaak gie: natuurlijk vind ik dat, doe ik dat
Benink: maar neen, ik niet
Benink gie: wat zeg jij nu, maar neen, ik niet
Betoeënieë: toch niet
Biena is veru vaän Sjiena: met 'bijna' ben jur niet
Da ku mu nie sjhiln: dat kan mij niet schelen
Da ku nie zien: dat kan niet
Da ku nie: dat kan niet
Da ku we zien: dat kan wel zijn
Da ku zien: dat kan zijn
Da kut: dat kan
Da doet nieët in: dat is gemakkelijk
Da ligt utwoösjun up mu zoldru of u twoörstn eldurs: dat ligt ergens op mijn zolder of ergens elders
Da niejee!: dat niet, hé!
Da toetur nie toe: dat geeft niet
Da werkt up mu zilmus: dat werkt op mijn znuwen
Dadis gin spek voe joen bek: dat is te hoog gegrepen voor jou
Dadis tjoenu: dat is van jou
Dadis va joen: dat is van jou
Dadis va mien: dat is van mij
Dadis va nundur: dat is van hen
Dadis va nuus: dat is van ons
Doe mo ju bestn: doe maar wat je kan
Doet dadu uki zeëvu: doe dat eens zelf (in plaats van iemand anders lastig te vallen)
Doödeuru: daardoor
Doömee: daarmee
Doörum: daarom
E kejal in gin eeëwu mi guzieën: en het is al een eeuw geleden dat ik je nog zag
E mo toeët gie: maar ja toch, gij
E we mirsie: bedankt, hoor!!
E worom dadu?: en waarom moet dat?
E worom nie(ë): en waarom niet
E wovooörn moeta dieën?: en waarvoor moet dat dienen?
Eëk weeërt em: iedereen doet zijn best
Eëk zu goestu: elk zijn goesting
Eëptuki: help eens
Esuzieda guzeit?: heeft zij dat gezegd?
Etnieda guzeit?: heeft hij dat gezegd?
Gartuki of gartjuki: ga eens uit de weg
Gie ziet u goejn: ji ben er mij één
Gloovu gie da?: geloof jij dat?
Gloovu gie da nie? Nink wi!: gelooft gij dan niet? Neen, hoor!
Go mu ki wedn da: willen we eens wedden dat
Godu kiruut du kant: ga eens uit de weg
Goeëtkomutuut utwa zegn: lukraak iets zeggen
Goj gie datoeën of ik(ke)?: doet gij dat of ik?
Goj u bitju zaagn joöju: ga je misschien een beetje zagen         
Gojmee: gaat ge mee
Got magt weetn: enkel God weet dat
Gotgoönjoöt: zal het gaan, ja
Guntur of ier?: ginder of hier?
Ik en u ki: ik heb eens
Is da woö?: bejoöt gie    is dat waar?: maar ja, gij
Is dadeur gelt, of tzienu, of tjoenu of tmienu: is dat haar geld, of het zijne, of het uwe of het mijne
Jaak: Ja ik
Jaam: ja wij
Jakundoeënie: nee, dat doe ik niet
Jatoeët: toch wel
Jatundoeët: toch niet
Jedoeëngliek: je hebt ongelijk
Jegliek: je hebt gelijk
Jet doö zeekr nie langu gubleevn: je bent daar zeker niet lang gebleven
Joög: ja gij
Joön: ja hij
Joöns: ja zij (mv)
Joös: ja zij
Ju guneërn: je amuseren
Ju ku nie misn: je kunt niets verkeerd doen
Ju meug gie da nie zegn, ju wit gie da nie: jij mag dat niet zeggen, jij weet dat niet
Ju meugtur preus op zien: je mag er fier op zijn
Ju moe ju muuloedn: je moet zwijgen
Ju stoöt in du weg: je staat in de weg
Ju wit noois: je kunt nooit weten
Juziegiezeekurzot: jij bent zeker zot
Juzieëtdavanieër: dat denk je wel
Kaan da nie gupeist: dat had ik niet gedacht
Kaan ju nie verkent: ik had je niet herkend
Ken da nieëvraans guvoeng: ik heb dat nergens gevonden
Kenik da mor apoef guzijt: ik heb dat zo maar gezegd
Kent get: ik heb het gehad
Kgloovn dank goön sjaansen: ik denk dat ik geluk zal hebben
Kgon ukir utwa zegn: ik zal eens iets zeggen
Kgont u ki toogn: ik zal het eens laten zien
Kiektuki: kijk eens    => No wadu? Naar wat?
Kontroörju: in tegendeel
Kpeizn van nie: ik denk het niet
Kuj gie da(du): kunt gij dat
Kwitzoendur: ik vraag me af
Kzien doö nie grust in: ik ben daar niet gerust in
Kzien tuus: ik ben thuis
Kzijn teegn em/eur: ik zei tegen hem/haar
Lat mo gletsn: laat maar glijden/gaan
Let morup: let maar op
Let up wienu daj zegt: let op wat je zegt
Luusturdu kirieër: luister eens
Mag ju gie da(du) -> nink, kmeugn da nie: Lust jij dat -> Neen, ik lust dat niet
Mag ju gie da? -> Jaak, keetn da geërn: Lust jij dat? -> Jaak, keetn da geërn
Mak ju nie vuul: maak je niet vuil
Makt daj weg ziet: ga maar vlug weg
Meedoeën voe spek en booön: zonder veel verwachtingen
Mein ju dadu?: je meent dat toch zeker niet?
Meugjugieda?: lust je dat?
Misan ut nie?: geeft het niet?
Mo bejoöt: toch wel, maar ja
Mo benint: maar neen, toch
Mo gie nie wi veugul: maar jij niet hoor, vogel
Mo gow zeg: maar komaan
Mo meëns tog: maar mens toch
Moe jiïn teegn ju muulu en: wil je dat ik op je muil sla
Moraligie: maar allez gij
Mu zien vors: we gaan weg
Mukoör: elkaar
Muzieëlugots: waarempel
Nateurluk: natuurlijk
Neeëg: neen gij
Neeën: neen hij
Ne, wieën da mu doör en: na, wie we daar hebben
Nie woöru dank nie moögun ee: ware het niet dat ik niet mag
Niïns: neen zij
Niju: neen, gij niet
Nink: neen, ik niet
Nis bluuvn plakn: hij is blijven hangen op café
Nooöit van zu leevn: nooit van zijn leven
Ochotuneeëru: och god de heer
Oedu u ki ju muulu: houd eens je mond
Oeë goöt ut me ju: hoe gaat het met je?      E me joen?: en met jou  Sava, dat gaat    Ot u bitju goöt: als het een beetje gaat
Oeëda? of Oëedadu?: hoe
Oedoejda: hoe doe je dat
Oedjan tgas: hou je vast/kloek
Oewu doej gie dadu: hoe doet gij dat
Oewu kata zien: hoe kan dat nu
Oewu zoeta komn: hoe zou dat komen?
Oeweeëtugie: hoe heet jij
Oewist meju: hoe gaat het met je    => goeët e mejoen?: goed en met jou
                                                        => goeët, maagur en toöj en geërn in du droöj
Oju gie da beetur wit: als gij dat beter weet
Oj gie peist dangkik: als jij denkt dat ik
Oju: als je
Ojmoginambrazet: als je maar geen moeilijkheden krijgt
Ojmogindustet: als je maar geen dorst hebt
Ojmoginmoejtet: als je maar geen moeite hebt
Ojmogoestet: als je maar goesting hebt
Ojmoleutet: als je maar plezier hebt
Ojmoroppast: als je maar oplet
Ojmoroptietrustet: als je maar op tijd rust
Ojmosjaaänset: als je maar geluk hebt
Ojtmowit: als je het maar weet
Omu wiedur da kun: als wij dat kunnen
Onkut goeët vooörn en: als ik het bij het rechte eind heb
Onzu ziedur da nie weetn: als zij dat niet weten
Ortu kirieër: luister hier eens
Ot da nie stom is: als dat niet dom is
Otmogoeëdis: als het maar goed is
Otmojuustis: als het maar juist is
Otmowoöris: als het maar waar is
Otn ie da zegt: als hij dat zegt
Pas op of keën ju vastu: pas op of ik geef je ervan langs
Pijsju gie dadu: denk jij dat
Pijsju giedur musjhieën: denken jullie misschien
Purtanks du woöreit: nochtans de waarheid
Sava: gaat het? Ça va?     Ot u bitju goöt!: als het een beetje gaat
Sjheur ju klootn: trap het af
Sjheur ju puustu: ga weg
Sjhuuft ukirup: schuif eens op
Stikt dadu ki weg: steek dat eens weg
Stopt uki me zaagun: houd eens op met zagen
Tgo nog nie zien: natuurlijk is het zo
Tienktmien da: me dunkt, ik denk dat
Tis a joen: het is jouw beurt
Tis a jundur: het is jullie beurt
Tis anem: het is zijn beurt
Tis aneur: het is haar beurt
Tis a nundur: het is hun beurt
Tis a nuus: het is onze beurt
Tis aal gin oör snieën: het is niet allemaal gemakkelijk
Tis agliek woö: het is toch waar
Tis giïn vetn: het is niet veel soeps
Tis ieëvraans roent Gent: het is ergens rond Gent
Tis lik of dankutik zegn: het is zoals ik het zeg
Tis meugluk: het is mogelijk
Tis mo dajt wit: opdat je het zou weten
Tis mor u weetu: je moet het maar weten
Tis nie aleeënu em: hij is het niet alleen
Tis purtangs/purtank woö: het is nochtans waar
Tis spietug: ’t is spijtig
Tis tjoenu: het is van jou
Tis undur gudagt teegn tuuzu: het is hun gedacht tegen het onze
Tis voe van omveru tu voln: zo verrast dat je ervan omver zou kunnen vallen
Tis weëlbustit: zoveel te beter, hij of zij heeft het zelf gezocht
Tis zoveru: het is zover
Tku beetur: het kan beter
Toetnoöstu ki: tot de volgende keer
Toetoeët: toch wel
Togt mien da: me dunkt, ik dacht dat
Toogn: tonen
Toogt dadukirieër: toon dat eens
Tspek a ju beeën en: problemen hebben
Tu woöru da: tenware dat
Va woör aalu gie da: waar hebt gij dat gehoord of gezien
Vaanzuneigun: vanzelfsprekend
Vala zi: ziedaar
Vaneiguns dadu: natuurlijk
Vantieënuneegn: negen keer op de tien
Vieng ju gie da nie: vind jij dat niet
Voeël juju nie goeët musjhieën: voel je je niet goed misschien?
Vurgit da mo: vergeet dat maar
Voewa of voewadu: waarom
Vurtelt da mo nie vors: vertel dat maar niet verder
Wadeju gie gufoeëlt oju da zag?: Nieëtunt!: Wat heb jij gevoeld toen je dat zag? Niets!
Wadeju gie gukogt? Niemundalu!: Wat heb jij gekocht? Niets!
Wa distur meju: scheelt er iets met je?
Wa moe jen: wat wil je
Wa peis ju gie dovan?: wat denk jij daarvan?
Wa stiku gie doö weg: wat verberg jij daar
Wa zeg ju?: Kuurjeusneuzen en vraagsteërtun: wat zeg je? kurieusneuzen en vraagstaarten
Wadej gie doö guroopn? Iku? Nieëtunt!: wat riep jij daar? Ik? Niets!
Watoej vandaagu? : wat doe je vandaag      Ijguntlik nieks: eigentlijk niets
Wa ziejantdoeën: wat ben je aan het doen
Wasoeënzu: wat zouden ze
Wasoek: wat zou ik
Wasoemu: wat zouden wij
Wasoetn: wat zou hij
Wat daj nu zegt: wat je nu zegt
Watoejgienu: wat doe jij nou
Wieën etur da meegubrogt?: wie heeft er dat meegebracht?
Wieën etur joen da guzijt of guvraagt: wie heeft er jou dat gezegd of gevraagd
Wieën zegtda: wie zegt dat
Wienu ej gie guzijt? Iku, nieëtunt!
Wienu zeg ju: wat zeg je
Wienu zegn zu?: wat zeggen ze?
Wienu zegtn: wat zegt hij
Wienu ziejantoeën te?: wat ben je aan het doen
Wienuzoenk: wat zou ik
Wil ju ki goön, joöju: wil je eens maken dat je weg komt, ja
Wodeuru komt da?: waardoor komt dat?
Womee kunk jeëpn?: waarmee kan ik je helpen?
Woö goj nortoe?: Waar ga je heen?     Nowurs: nergens
Woör ej gie da gaalt?: waar heb jij dat gehaald?
Woöristnoörtoeë: waar is hij naartoe?
Woöriszunoörtoeë: waar is zij naartoe?
Woörom vraag ju dadu? Waarom vraag je dat?    Azoomo: zo maar
Woözieënzunoörtoeë: waar zijn zij naartoe?
Wovooörn ejda nooödug?: waarvoor heb je dat nodig?
Woweunjugie: waar woont gij
Zeg ut em/eur mo: zeg het hem/haar maar
Zegduki: zeg eens
Ziej gie doör utwa mee?: kan dat nuttig zijn voor jou?
Zoej da gloovn: zou je dat geloven
Zoendur fowtu: zonder fout
Zoet da woö zien?: zou dat waar zijn?
Zot zien doe gin zeeër: zot zijn doet geen pijn

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 37 Vervoeging van werkwoorden

Hulpwerkwoorden (hulp bij het hoofdwerkwoord)

Blijven
Mu bluuvn guloovn: we blijven geloven
Nu/Zu bluuft ie/zie mo babuln: Hij/Zij blijft maar babbelen

Doen
Gudoön: gedaan

Je gie da gudoön: jij hebt dat gedaan
Kdijn: ik deed
Mu gon da nie doeën: we zullen dat niet doen
Nu deidie: hij deed
Zu deiszie: zij deed

Hebben
Eënzu of Eënzu ziedur: hebben ze
Eju: heb je
Ejundur: hebben jullie
Emu wiedur: hebben wij
En: hebben
Enkik of Enkiku: heb ik
Eënzuziedur: hebben zij
Emu: hebben we
Esu: heeft ze
Etn: heeft hij
Get: gehad
Jetrasan: je hebt er altijd
Ken da guzeit: ik heb dat gezegd
Kent get: ik heb het gehad
Meën wiedur: wij hebben
Net: hij heeft
Wemu wiedur: wij hebben
Wen da guzieën: wij hebben dat gezien
Zeën ziedur: zij hebben
Zet: zij heeft

Kunnen
Kuj gie of Kuju: kan je
Kuj gie da(du): kan jij dat
Kostun: ik kon
Kumuwiedur: kunnen wij
Kutnie daaänsun: kan hij dansen
Kuünzuziedur: kunnen zij
Kusuzie zieng: kan zij zingen?
Mu kostn wiedur da zieën van veru: wij konden dat zien van ver
Nu kostie nie voögn: hij kon niet volgen
Zu kostu zie nie zwiegun: zij kon niet zwijgen

Laten
Loötn gubeurun: laten gebeuren
Nu/Zu lat ie/zie nie van smooörn: hij laat het roken niet

Mogen
Gumeugn: gemogen
Ju magta gloovn: je mag dat geloven
Kmeugn up rijzu goön: ik mag op reis gaan
Meugn: mogen
Meukut zegn: mag ik het zeggen
Mu meugn anneemn: we mogen aannemen
Nu mag meedoeën: hij mag meedoen
Zu meugn binkomn: ze mogen binnenkomen

Schijnen
Nu/Zu sjhient tu gloovn: Hij/zij schijnt te geloven

Willen
Mu wiln zo loötu nie eetn: we willen zo laat niet eten
Nu wilt nie gloovn: hij wil het niet geloven
Zu wiln nie upstoön: ze willen niet opstaan
Zu wilt nie wakur wordn: ze wil niet wakker worden

Zijn
Guwist: geweest
Istun: is hij
Kziendur: ik ben er
Muziendur: we zijn er
Nis: hij is
Nistur: hij is er
Tziendrasan: er zijn er altijd
Zieënzu: zijn ze
Zieju: ben je
Ziejundur: zijn jullie
Ziemu: zijn we
Ziemur: zijn we er
Zien: zijn
Zienkik: ben ik
Zis of Zis zie: zij is
Zistur: ze is er
Zuziendur: ze zijn er
Zu zien ziedur nie tuus: ze zijn niet thuis

Zullen
Ju go gie tog we komn ee?: jij gaat toch wel komen, hé?
Ksoenik weggoön: ik zou weggaan
Nu/Zu go weerukomn: hij/ze zal terugkeren
Nu godie win: hij zal winnen
Tgo noojt gunoeg zien: het zal nooit genoeg zijn
Wa gotur gubeurn: wat zal er gebeuren
Zu gon dur zien: ze zullen er zijn
Zu goön ziedur da butaaln: zij zullen dat betalen
Zu gosie lijdn: zij zal leiden
Zu zoesie bleëtn: zij zou wenen

 

Vervoeging van hoofdwerkwoorden    ‘horen’   ‘houden’ ‘vinden’  ‘zeggen’     ‘zien’    

Horen
Gooört: gehoord
Jooört: je hoort
Kooörn: ik hoor
Mooörn: we horen
Nooört: hij hoort

Ooörn: horen
Ooörn kik: hoor ik
Zooörn: ze horen 

Vinden
Da vienk goeët: dat vind ik goed
Guvoeng: gevonden
Viendn ziedur da tbestu?: vinden zij dat het beste?
Viengu gie dadu?: vind gij dat?Vient zu zie da goeët?: vind zij dat goed?
Vient zu zie dadu?: vind zij dat?
Vientnie da sligt?: vind hij dat slecht?

Zeggen
Guzeit: gezegd
Kseinik: ik zei
Zeinkik: zei ik
Zeisuzie: zei zij
Zeitnie: zei hij

Zien
Guzieën: gezien
Zieënkik: zie ik
Zieënmuwiedur: zien wij
Zieënzuziedur: zien zij
Zieësuzie: ziet zij
Zieëtnie: ziet hij

Andere
Droej: draaide

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 36 Voornamen van personen en Plaatsnamen

Personen

Ajis: Agnes
Arie: Henri
Ben: Benjamin
Bertn: Albert of Robert
Boetn: Boudewijn
Dies: Désiré
Doöf: Adolf
Dooör: Isidoor
Dree(tun): André
Endriek: Hendrik
Erman: Armand of Herman
Fienu: Adolphine of Josephine
Fikn: Victor
Firu: Ferdinand of Freddy
Flupu: Philippe of Filip
Foeëns: Alfons
Fretn: Alfred
Gastong: Gaston
Guustn: August
Jisju: Agnes
Koörul: Karel of Charles
Kries: Chris, Christiaan
Leena of Lijnie: Helena of Hélène
Lieëvu: Godelieve
Liezaa: Elisabeth of Eliza
Liks: Alexander
Long: Leon
Loru: Laurent
Lotu: Charlotte
Lowie: Louis of Lodewijk
Luusu: Lucien
Magrietu: Margareta, Margriet
Maaänsu: Emmerence of Florence
Marie of Mietu: Maria
Miel: Kamiel of Emiel
Miestn: Maurice of Maurits
Mirtn: Omer
Mong: Raymond
Neetn: René
Nitu: Antoinette
Pieër: Pierre of Petrus
Raf: Rafaël
Reinu: Irène
Riek: Hendrik
Roel: Raoul
Rolu: Roland
Satn: Charles
Serfien: Serafien
Siesn: Frans
Sjeëntn: Lucien
Sjoörul: Charles of Karel
Staf: Gustaaf, Octaaf
Stantn: Constant
Stef: Stefaan
Sting: Stijn
Suus: François
Tei(fiel): Theo(phile)
Teur: Arthur
Tij: Theofiel
Tjepn: Joseph of Jozef
Tjinu: Etienne
Tom: Thomas
Tooönu: Antoine of Antoon
Treezu: Marie-Thérèse of Thérèse
Turtn of Teur: Arthur
Vonu: Yvonne
Wartn: Edward
Wiestn: Aloïs
Wiezu: Louise of Marie-Louise
Zinubie: Zénobie
Zjeetn: Roger
Zjielu: Gilbert
Zjuultn: Jules

 

Plaatsen
Antzaamu: Handzame
Baaltju: Sin-Idebaldes
Bagtn du Kuupu: gebied tussen de IJzer, de kust en de Franse grens  
Beëst: Beerst
Bings (du): westende bad
Binustat: binnenstad
Blanknbergu: Blankenberge
Breeëniengu: Bredene
Bruslu: Brussel
Dunoönu: De Haan
Diksmuudu: Diksmuide
Doö: daar
Doöbie: daarbij
Du Panu: De Panne
Duungkerku: Duinkerke
Eeërnugem: Eernegem
Eist: Heist
Gistlu: Gistel
Guburtu: buurt
Ieëvuraaäns: ergens
Kleeën Westendu: Klein Westende
Knoku: Knokke
Koksiedu: Koksijde
Kookuloöru: Koekelare
Koöskerku: Kaaskerke
Krokodielu: Crocodile
Leeku: Leke
Lefiengu: Leffinge
Lombartsiedu of Lombardieë: Lombardsijde
Manutjusfeeru: Mannekensvere
Marjakerku: Mariakerke
Milukerku: Middelkerke
Niepooört: Nieuwpoort
Nowurs: nergens
Oedunburg: Oudenburg
Oödiengkerku: Adinkerke
Osduunkerku: Oostduinkerke
Ostendu: Oostende
Proviïnsju: provincie
Purviezju: Pervijze
Ramskapul: Ramskapelle
Ratuvolu: Rattevalle
Raavusiedu: Raversijde
Sintjoories: Sint-Joris
Sintpieëturskapelu: Sint-Pieterskapelle
Sjhooöru: Schore
Sjhorbaku: Schoorbakke
Sliepu: Slijpe
Snoöskerku: Snaaskerke
Spirmaalie: Spermalie
Steeënu: Stene
Toe tjundurs: bij jullie thuis
Toe tundurs: bij hen thuis
Toe tuuzunt; bij ons thuis
Toeroet: Torhout
Utwoösjhun: ergens
Vladjeeëlu: Vladslo
Wenduunu: Wenduine
Westeëns: westends
Westendu: Westende
Wilskerku: Wilskerke
Wolpijieë: Wallonië
Wuüpn: Wulpen
Woöbie: waarbij
Zarn: Zarren
Zeeëbrugu: Zeebrugge
Zuunkerku: Zuinkerke

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 35: Muziek Instrumenten Kunst Film Toneel Show

Aänsaamblu: gezelschap     Fr ensemble
Akordeejong: trekharmonica             Fr accordéon
Aktuür: acteur
Arpu: harp
Bandupneemur: bandopnemer
Banjo: banjoo
Baritong: bariton

Barokkuünstu: barokkunst
Batrieë: slagwerk                                   Fr  batterie
Beeltowur: beeldhouwer
Beeltowwerk: beeldhouwwerk
Bierolu: bijrol
Bijoört: beiaard
Blokfluutu: blokfluit
Bloöskapelu: blaaskapel
Bombardong: bombardon
Bugleidiengsmuuziek: begeleidingsmuziek
Daaänsmuuziek: dansmuziek
Deekoör: toneelomlijsting                Fr   décor
Dieskzjoki: diskjockey
Djoeboks: jukebox
Doeëdulzak: doedelzak
Dokuumentiïru: (niet) gespeelde film over ware gebeurtenissen    Fr documentaire
Drama: drama
Droöjorgul: draaiorgel
Fielmu: film
Fluutu: fluit
Garduroöbu: kleedkamer    Fr garderobe
Guzelsjhap: gezelschap
Gietaar: guitaar
Gietariest: guitaarspeler
Kastanjitn: castagnettes
Klarienetu: klarinet
Klaroeën: klaroen
Klugt: klucht
Koeliesu: beweegbaar toneelscherm         Fr coulisse
Komeedju: komedie
Kontrabas: kontrabas
Koönseër: muzikale voordracht                    Fr concert
Ksieloofoon: xylofoon
Kuünstsjhildur: kunstschilder
Loozju: schouwburgplaats      Fr loge
Luudur zetn: luider zetten
Mandolienu: mandoline
Marsjmuuziek: marsmuziek
Moentarmoonieka: mondharmonica
Moentmuuziek: mondharmonica
Muuziekfistieval: muziekfestival
Muuzieknootu: muzieknoot
Neurjun: neuriën
Ofspeeln: afspelen
Ofzetn: afzetten
Ooftrolu: hoofdrol
Ooörspel: hoorspel
Oopura: opera
Oopuretu: operette
Orgul: orgel
Orkest: orkest
Piejaanoo: piano
Pïrsonaazju: figuur                    Fr personnage
Potpoerie: potpourri
Prumjiïru: eerste opvoering   Fr première
Reezjiesuür: toneelmeester, filmleider      Fr   régisseur
Riputiesju: herhaling, oefening    Fr répétition
Rufring: refrein
Saksofong: saxofoon
Siemfonie: strijkconcert           Fr  symphonie
Sienuma: cinema
Sjhildurieë: schilderij
Sjhuufletu: fluit
Sjhuuftrompetu: schuiftrompet
Sjow: show
Soefluür: souffleur
Sopraan: sopraan
Stiksju speeln (in u): toneel spelen
Stildur zetn: stiller zetn
Teenoör: tenor
Toneeël: toneel
Toneeël speeln: toneel speeln
Toneeëlsjhoolu: toneelschool
Toneeëlsjhrievur: toneelschrijver
Toneeëlstik: toneelstuk
Trageedie: treurspel    Fr tragédie
Trekorgul: accordeon
Trekzak: accordeon
Triejangul: triangel
Tromul: trommel
Tromuln: trommelen
Trompetu: trompet
Upvoeëriengu: opvoering
Viedjo-iïnstaloösju: video-installatie
Viedjoteeku: videotheek
Viejoolsnoöru: vioolsnaar
Viejoolu: viool
Virniesaazju: opening van een kunsttentoonstelling    Fr vernissage
Vols zieng: vals zingen
Vooörsteliengu: voorstelling
Vriekartju: vrijkaartje
Vurtoökiengu: vertolking
Vurtooöniengu: vertoning
Zanglesu: zangles
Zangur
Zanguresu: zangeres
Zieng: zingen
Zoomurkoönseër: zomerconcert

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 18:21 Reageer op dit bericht

Enkele moppen op zijn Westends

Alles is weer in orde gekomen. Bertn is bekomen van de mokerslag op 14 oktober 2018 en hij gaat weer samen met zijn vriend Juultn een pintje drinken. Er is weinig nieuws, vooral omdat de politieke gesprekken zoveel mogelijk vermeden worden. Er is enkel het verdwijnen van de tram die op 16 mei 2019 voor het laatst hun geliefd dorp aandeed. Maar dat is geen mop! Ziehier drie Westendse moppen:

Biekan oendurtjoör
Up tendu van du mesu vraagt du pastur:
“Oeveelu van jundur endur undur vijandn vurgifunisu gusjhoenkn?”
Tachuntug pursent stikt zu nant up.
De pastur driengt an.
“Oeveelu van jundur endur undur vijandn vurgifunisu gusjhoenkn?”
Iedreeën stikt zu nant up uutgunoomn u noet vintju up deeërstu reeku.
Du pastur vraagt em worom datn zu vijandn nie vurgift.
Worop dadut kroönug manutju antwooört: “Ken ik gin vijandn”
Du pastur gulooft zu nooörn nie en vraagt ‘oewoet ziej gie?’
“Kzien ik 99 joör en eëf moöndn”
Al du kerkgangurs klakn in undru andn en wensjhun em profiesjat.
Mo du pastur zet deuru:
“Da kan tog gin woö zien, zowoet en egt gin vijandn?
”Worop du griezoört met u lagsju roent zu moent, antwooört: “Zu zien alumalu dooöt”

Vertaling: Bijna honderd jaar oud
Aan het eind van de mis vraagt de priester:

"Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?"
80 % steekt een hand op.
De priester herhaalt zijn vraag met aandrang :
"Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?"
Iedereen steekt een hand op, behalve een oud mannetje op de eerste rij.
De priester vraagt hem waarom hij zijn vijanden niet vergeeft.
Waarop het kranig kereltje antwoordt : "Ik heb geen vijanden".
De priester gelooft zijn oren niet en vraagt ‘hoe oud ben jij?
"Ik ben 99 jaar en 11 maand".
Alle kerkgangers klappen in hun handen en prevelen "Proficiat".
Maar de priester zet door:
"Dat kan toch niet waar zijn, zo oud en echt GEEN vijanden ?"
Waarop de grijsaard met een glimlach om de mond antwoordt: "Ze zijn allemaal dood !"

Rieku en fieër
U rieku en stief deftug uutzieëndu madam komt bie du dokteur. Zaa naamuluk gustookn guwist deur u wespu.
Dokteur: ‘Woö juustu e ju gustookn guwist, madam?’
Madam:  ‘Oo, doktur, da kanukik joen nie zegn want kzien dur veel tu busjhaamt oovur.’
Dokteur: ‘Mo madam, kmoeëtn da wel weetn ee, andurs kunkju nie eëpn’
Madam: ‘Neeën doktur, ot ur dadeeën meëns moestu weetn, wordunk uutgulachun en kzoen mu dooöd sjhaamn.”
Dokteur: ‘Luusturt u ki, madam, ken ik u zwiegpligt en kgon ik egt teegn nieëmant zegn woö daju gustookn ziet’
Madam: Oke tonu, … twas onk uut du naldi kwaamn

Vertaling: Rijk en Fier
Een rijke zeer deftig uitziende madam komt bij de dokter. Ze werd namelijk gestoken door een wesp.

Dokter: "Waar juist bent u gestoken mevrouw?"
Vrouw: "Oh dokter, dat kan ik u niet zeggen, want ik ben er veel te beschaamd voor."
Dokter: "Maar mevrouw, ik moet het toch echt weten hoor, anders kan ik u niet helpen."
Vrouw: "Nee dokter, moest er dat één mens weten, dan word ik uitgelachen en ik zou me doodschamen.
Dokter: "Luister eens mevrouw, ik heb een geheimhoudingsplicht, dus zal ik echt tegen niemand zeggen waar u gestoken
               bent."

Vrouw: "Oke dan, ... het was bij het verlaten van de Aldi.

 

Ju kient u naamu geevn
U vint wilt zu pasguboorn derdu zeunu insjhrievun bie du buvoegdu dieënstn vaan uuzu weunplatsu.
Du namtunoöru vraagt em oewu da zu kient got eeëtn.
“Euro” zegt du vint.

Du namtunoöru pakt zu grooöt boek met du toeguloötn naamun. ‘Tspiet mu, muneëru, zegtn, mo ‘Euro’ kunk nie aaänveërdun.
Doörup zegt du voödur: “Worom nie? Dadis straf. Bie mu neeërstu zeunu Mark en bie mu twidu zeunu Frank, woörun dur we gin probleemn…”   

Vertaling: Jouw kind een naam geven
Een man komt zijn pasgeboren derde zoon inschrijven bij de bevoegde diensten van onze woonplaats. De ambtenaar vraagt hem hoe zijn kind zal heten. "Euro", zegt de man. De ambtenaar neemt zijn groot boek met de aanvaardbare namen. "Het spijt me meneer", zegt hij, "maar Euro kan ik niet aanvaarden." Waarop de vader antwoordt: "Waarom niet?Dat is straf. Bij mijn eerste zoon Mark en mijn tweede zoon Frank, waren er wel geen problemen..."

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 34 Houdingen fysisch en karakterieel

Aaänveërdunt: aanvaardend
Agtroovurvoln: achterovervallen
Anoedun(t): volhouden(d)
Art zien: hard zijn
Boös maakn: baas spelen
Boösmaakur: iemand die die zich opdringt als baas
Brosun: spijbelen
Bukn: bukken of koppig zijn
Buslisunt: beslissend
Buugiengu: buiging
Dankboörijt: dankbaarheid
Deurubuugn: doorbuigen 
Du bendu vaan smeërup: bende van gemene mensen
Du grooötn ofgeevn: zich hoogmoedig gedragen
Du grooötn uutang: de grote Jan uithangen
Eeërbieëdug: eerbiedig
Eetiekitu: etikette
Eevunwigtu: evenwicht
Fliksieëbul: flexibel
Frikln: onrustig bewegen
Gasreert: stoutmoedig      Fr assuré
Grots: hoogmoedig
Gudroeng: gedrongen
Guslootn: gesloten
Guvoln: gevallen
In plang loötn: in steek laten
Ju booöntjus drop te weeëkn legn: erop rekenen
Ju mindurweërdug voeln: je minderwaardig voelen
Ju regtoedn: je rechthouden
Ju rik regtun: je rug rechten
Ju va nieks antrekn: je nergens van aantrekken
Karotrekurieë: plantrekkerij
Kloör voe teëpn: klaarstaan om te helpen
Knieëln: knielen
Koentukraafs: juist omgekeerd
Kraafs: averechts
Kruupn: kruipen
Kstoengdoö: ik stond daar
Me zu klaku durnoö smietn: met zijn pet ernaar gooien, niet zijn uiterste best doen
Me zu pies in du wient: dikke nek
Meewerkunt: meewerkend
Mildu: mild, genereus
Mukn: koppig in een hoekje zitten en op niets willen reageren
Muulupeëru: valpartij
Ne gin klop gudoön: hij heeft niet gedaan, hij is nalatig of lui geweest
Needurug: nederig
Neeruligun: neerliggen
Nie gintriseert: niet geïnteresseerd
Nie zinduluk zien: niet kieskeurig zijn
Nu of zu stoentdoö: hij of zij stond daar
Oenafankuluk: onafhankelijk
Oenandug: onhandig
Oendurstuboovn: onderste boven
Oetjantgas: zet je schrap

Omuvoln: omvallen
Omoogoedn: omhooghouden
Oopn: open, bereid om te luisteren
Oörminoörmu: gearmd
Optiemiesmu: optimisme
Ovrendu: overeind
Pisiemiesmu: pessimisme
Plat up ju buuk: plat op je buik
Poerun: gebaren, doen alsof
Preus lik veeërtug: zeer fier
Reejaliesties: realistisch
Regtoedn: rechthouden
Regtukruupn: rechtkruipen
Regtustoön: rechtstaan
Riesjhieërn: riskeren
Sarkasmu: sarcasme
Sarkast; sarcast
Sjhaveiln: regelen, in orde brengen
Sjheërulduwiet: wijd opengespreid, schrijlings
Slabakn: iets traag uitvoeren, uitstellen
Smeërlapurieë: smeerlapperij
Steërling kiekn: strak kijken
Stief: stijf
Stilulign: stilliggen
Stilustoön: stilstaan
Stoön: staan
Struukuln: struikelen
Stuupn: bukken
Tis va wiln en kunieë: willen maar niet kunnen
Toegeevun an utwieën: toegeven aan iemand
Truntun: aarzelen
Tuumuletu: tuimeling
U neegatievu oediengu: een negatieve houding
U neutraalu oediengu: een neutrale houding
U posietievu oediengu: een positieve houding
U tuksju doeën: een tukje doen
Up ju buuk ligun: op je buik liggen
Up ju/zu gat zitn: op je achterste zitten
Up ju/zu kop stoön: op je hoofd staan
Up ju/zu nan stoön: handenstand
Up ju/zu nuk zitn: gehurkt zitten
Up ju/zu rik lign: op je rug liggen
Up ju weeroedn zien: je niet laten verrassen
Up ju/zu ziedu lign: op je zij liggen
Vantweëstun: dwars
Vastbuslootn: vastbesloten
Veelu tralala maakun: veel spel maken
Vijandug: vijandig
Vorzigtug: voorzichtig
Vrieënduluk zien: vriendelijk zijn
Vul vurtrown: vol vertrouwen
Vuloedn: volhouden
Vurantwooörduluk: verantwoordelijk
Vurdraagzaam; verdraagzaam
Vurtrown: vertrouwen
Voln: vallen
Vroenk: wrong
Zjaloezieë: jaloersheid

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 33: Water en vuur, vliegen, sporen, wegen, fiets

Water
Ankur: anker
Ankur (t) uutsmietn: het anker uitgooien
Bakbooört: bakboord
Bareeëlu: bareel, spoorwegoverweg
Basing: waterbekken    Fr bassin
Bediengu: bedding
Benu vis: mand vis
Binvoörn: binnenvaren (in de haven)
Blusjhn: blussen
Boovn woötur komn: boven water komen, tevoorschijn komen
Brandoet: brandhout
Brantsjhaa: brandschade
Brantstigtiengu: brandstichting
Brantvrie: brandvrij
Brantvurzeekriengu: brandverzekering
Brugu: brug
Bumaniengu: bemanning (van schip)
Buspujtn: bespuiten
Buutnbooörtmotuür: buitenboordmotor
Buuzu van u vieloo: buis van een (mannen)fiets
Buvloejiengu: bevloeing
Buvogtugiengu: bevochtiging
Da folt int woötur: dat valt in het water, dat mislukt
Dek: dek (van een schip)
Distakoödun: staketsel
Doom: damp
Drievun: drijven
Du kastanjus uut vieër aaln: de kastanjes uit het vuur halen, gevaarlijke toestand oplossen
Du kruuku go zo langu tu woötur toeta zu bast: de kruik gaat zo lang te water tot ze barst, bij verdere risico’s gaat het ooit wel mis
Eeët woötur: heet water
Eërdu: aarde
Eluvieër: hellevuur
Gin rook zoendur vieër: geen rook zonder vuur
Golvn: golven
Goözuvieër: gasvuur
In brandu sjhieëtn: vuur vatten
In brandu stoön: in brand staan
Kampvieër: kampvuur
Kanongusjhut: kanonvuur
Koet woötur: koud water
Kooltju vier: stuk brandende kool
Koturn: rakelen (in een vuur)
Leeëgwoötur: laagwater
Leevn lik u vis in twoötur: leven als een vis in het water, onbezorgd leven
Lik u paalu boovn twoötur stoön: als een paal boven water staan, niet aan twijfel onderhevig
Low woötur: lauw water
Maalboot: mailboot
Me vieër speeln: met vuur spelen, gevaarlijk spel, risico’s nemen
Moendiengu: monding (van een rivier)
Oendurgoön: ondergaan (in water)
Oentplofiengu: ontploffing
Oetvieër: houtvuur
Ofvloejn: afvloeien
Ofvoeërn: afvoeren
Oogwoötur: hoog water
Oolie up tvieër gieëtn: olie op het vuur gieten, verergeren, ophitsen
Oörtvieër: haardvuur
Oovurstroomiengu: overstroming
Up mukoör guliekun lik twi drupuls woötur: op elkaar gelijken als twee druppels water
Reegnwoötru: regenwater
Reeliengu: reling
Sasun: sassen
Sietukaru: motor met zijspan       Eng: sidecar
Sjhipvoört: scheepvaart
Sjhoepurn: licht verbranden
Slipbooöt: sleepboot
Sluuzn: sluizen
Sluuzu: sluis
Spervieër: spervuur
Stilu woöturs, dieëpu groendn: stille waters, diepe gronden
Stoöntje va ju vieloo: inrichting vooraan of achteraan om bagage of kind te vervoeren
Stroojviertju: een strovuurtje
Stroomiengu: stroming
Stuurbooört of stieërbooört: stuurboord
Tooft boovn twoötur oedun: het hoofd boven water houden, financieel juist rondkomen
Troebul woöter: troebel, onzuiver water
Tvieër an du sjheen legn: het vuur aan de schenen leggen, onder druk zetten
Tvieër veust nog: het vuur smeult nog
Twarm woötur eruutvieng: het warm water heruitvinden, iets wat al langer bestaat voorstellen   als origineel
Twoötur komt an du lipn: het water komt aan de lippen, er bestaat groot gevaar
Twoötur lopt altiet no du zeeë: het water loopt altijd naar de zee, zij die al het meeste hebben krijgen nog het meeste
U doovunt viertju: een dovend vuurtje
U loopnt viertju: een lopend vuurtje, snel verspreidend nieuws
U steeku oendur woötur geevn: een steek onder water geven
U stormu in u glas woötur: een storm in een glas water, je druk maken om niets
Uutmoendn: uitmonden
Vaaguvieër: vagevuur
Varutju: vaart
Vieër: vuur
Viertju stookn: vuurtje stoken, ophitsen
Vievur: vijver
Visjhursaavn: vissershaven
Vispersu: vispers
Visvievur: visvijver
Vlamu: vlam
Vloeët: vloed
Vloeiboör: vloeibaar
Vloeistofu: vloeistof
Voenku: vonk
Voörn: varen
Voört: vaart
Vreugduvieër: vreugdevuur
Vurbievoörn: voorbijvaren
Vurbran: verbranden
Vurdrienkn: verdrinken
Vurdroenkn: verdronken
Vursjhoepurn: verschroeien
Vursmooörn: verdrinken
Vurzuupn: verdrinken
Warm woötur: warm water
Woö datur rook is, istur vieër: waar er rook is, is er vuur
Woötru of woötur: water
Woötur en vieër zien: tegenstellingen
Zeeë: zee
Zeeëgat: haven, zeegat
Zeeëwoötru: zeewater
Zo rooöt of vieër: vuurrood

 

Wegen, spoorlijnen, luchtwegen

Vliegen

Bagaazjuruumtu: bagageruimte
Balong: ballon
Balongvoört: ballonvaart
Boejieng: boeing
Bumaniengu: bemanning (vliegtuig)
Eeërstu klasu: eerste klasse
Eeliekoptur: hefschroefvliegtuig            Fr hélicoptère
Jagtvlieëgtuug: jachtvliegtuig
Kokpiet: cockpit
Landiengsbonu: landingsbaan
Landiengsgustel: landingsgestel
Landiengu: landing
Lugtaavun: luchthaven
Lugtvoört: luchtvaart
Lugtvurkeeërslijdiengu: luchtverkeersleiding
Lugtvurkeeërslijdur: luchtverkeersleider
Lugtzak: luchtzak
Nooötlandiengu: noodlanding
Oriezon(g): horizon
Otomoötiesjhu pieloot: automatische piloot
Radaar: radar
Ruumtuvoört: ruimtevaart
Sjartur: charter
Sportvlieëgtuug: sportvliegtuig
Startboönu: startbaan
Straalvlieëgtuug: straalvliegtuig
Toeriestuklasu: toeristenklasse
Vijlugijtsgordul: veiligheidsgordul
Vlieëgbaazies: vliegbasis
Vlieëgn: vliegen
Vlieëgmasjien: vliegmachine
Vlieëgoogtu: vlieghoogte
Vlieëgpling: vliegplein
Vlieëgtuug: vliegtuig
Vlieëgtuugoeënguluk: vliegtuigongeluk
Vlieëgtuugrampu: vliegtuigramp
Vlieëgvelt: vliegveld
Vurbievlieëgn: voorbijvliegen
Vurkeeërstoorn: verkeerstoren
Zweefvlieëgtuug: zweefvliegtuig

Sporen

Boemultring: boemeltrein
Boovunlijdiengu: bovenleiding (voedt elektrische spanning)
Dendurn: denderen, geluid van de trein op de sporen
Dieënstreegliengu: dienstregeling
Dubuldektring: dubbeldekstrein
Iezurweg: spoorweg
Intursietie: intercity (stopt in alle grote steden)
Koesjitu: liplaats op trein      Fr couchette
Kompartiement: treincoupé    Fr compartiment
Lokoomotief: locomotief
Midungank: middengang tussen de zitplaatsen
Nagttring: nachttrein
Oendurgroeënsjhu: ondergrondse
Pirong: bordes, stoep     Fr perron
Rils: spoorstaven     Eng rails
Rilu: rail
Slaptring: slaaptrein
Sneltring: sneltrein
Spooörlienu: spoorlijn
Stoösju: station
Stoptring: stoptrein, die in alle stations stopt
Traveër: overweg        Fr travers (dwars oversteken)
Tring: trein
Tringrampu: treinramp
Tringroetu: spoorbaan
Tringstaakiengu: treinstaking
Tringstel: treinstel
Tringstoösju: treinstation
Wagong: treinwagen      Fr wagon

Wegen

Binuboönu: binnenbaan
Boönvak: baanvak
Boeëruslag: landweg
Boelvaar: hoofdweg     Fr boulevard
Bordeuru: stoeprand            Fr bordure
Bugoönboör: begaanbaar
Dorpskomu: dorpskom
Dorpspling: dorpsplein
Dorpstroötu: dorpsstraat
Groötu bonu: 
Indurnisu: hindernis
Kapoo: motorkap (van een auto)
Kasieë: kassei
Makadamboönu: asfaltweg
Omutoeër: omweg
Ooftbonu: hoofdbaan
Otostraadu: autobaan, autostrade
Platsu: dorpplaats
Pling: plein
Plingsju: pleintje
Riebonu: rijbaan
Rieën: rijden
Rooö lugt: rood licht      => tis rooöt of oranju of groeënu
Smeërn: smeren (auto)
Startbonu: startbaan
Stoötsbonu: staatsbaan
Stroötu (uuzu stroötu): straat (onze straat)
Suugistiestrooku: suggestiestrook voor fietsers
Terumak: asfalt       Fr  tarmac
Tvooörlant of trotwaar: voetpad                 Fr trottoir
Varutju: vaart
Voeëtpat: voetpad
Vooörrank en: voorrang hebben
Vooörranksbort: voorrangsbord
Vooörranksweg: voorrangsweg
Vurbridiengu: verbreding
Vurkeeër: verkeervursmaliengu: versmalling
Ziestroötu: zijstraat

Fiets

Banduspaniengu: bandenspanning
Bantbreukn: bandbreuken
Bantbreuku: bandbreuk
Belu: bel
Binubant: binnenband
Buutubant: buitenband
Buuzu: buis
Dirajuür: versnellingsapparaat van fiets                  Fr dérailleur
Foersju: vork                           Fr fourche
Fringn: remmen werkwoord     Fr freiner
Frings: remmen        Fr freins
Garduboe: spatbord                   Fr garde-boue
Giedong: stuur                       Fr guidon
Keetn: ketting
Rijongs: spaken                      Fr rayon
Ruustienutju: klever om een gat in een fietsband te dichten
Sjiekuplat: helemaal plat (een band bvb)
Soepapu: ventiel                     Fr soupape
Stoöntju: pakjesdrager
Trontinitu: step                   Fr trottinette
Vieloo: fiets
Vieloobonu: fietsbaan
Vieloopompu: pomp om banden te vullen met lucht
Vieloorek: fietsrek
Vielooroetu: fietspad
Vieloospelu: fietsspeld
Vieloostoön(tju): bagagedrager op de fiets
Vietisn: versnellingsapparaat aan fiets of auto      Fr vitesse
Vooörwieël: voorwiel
Zantu: velg
Zoötu: zadel

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 32 Geluid produceren door mensen Taal

Agturzegn: nazeggen
Aksent: accent
Art deur mukoör klapn: luid door elkaar praten
Babuliengsju: babbeltje
Babuliengu: gepraat, gebabbel
Babuln: praten
Babultju sloön: babbeltje slaan
Bieguluut: bijgeluid
Biejeeënroepn: bijeenroepen
Bijbie die bleët: huilende baby
Bijbie die sjhreeëmt: huilende baby
Bloözn: blazen
Boekubong: boekenbon
Boekulieëfebur: boekenliefhebber
Boekupries: boekenprijs
Boekuvurzaamuloöru: boekenverzamelaar
Boenkn: bonken op een deur bvb
Brieësjhn: luid zijn woede uiten
Broebuln: zeveren
Bruln: brullen
Bruusjhn: geluid van lopend water
Buuk ramult: buik rammelt
Buruln: brullen, luid roepen
Busjhaadugdu ooörn: beschadigde oren
Buusjhn: hard kloppen (op tafel of op deur)
Deesiebil: decibel, eenheid voor geluidsterkte
Dieskuuteern: discuteren
Druk vurkeeër: druk verkeer
Drupuln: het geluid van neervallende waterdruppels
Duuts: Duits
Fluusturn: stilletjes spreken
Fraäns medoör up: Frans met haar op, slecht Frans
Gaapn (luudu): luid gapen
Gieërundu ban van u noto die fringt: gierende banden van remmende auto
Grugtu: geluid, lawaai
Grugtu maakn: lawaai produceren
Guluut: lawaai
Guramul me sjhutuls: gerammel met afwas
Guroeëzumoeës up u rusepsju: geroezemoes op een receptie
Ienguls: Engels
Iezoomoo die krakt: krakende piepschuim
Ietaljoöns: Italiaans
Kient die kriest: kind dat weent
Klakubusu: toestel om geluid te maken
Klakn: applaudisseren
Klapn: spreken
Klapn en brijn: als je aan ‘t werken bent, dan mag je wel spreken maar je moet ondertussen verderwerken
Klapn zoendur vel up ju buuk: zeveren
Kloöru taalu spreekn: klare taal spreken
Klopn up meetaal: kloppen op metaal
Knapurugu tjieps: knapperige chips
Koetunaänsju: dialoog
Koetparlee: lange uitleg  Fr coup de parler
Kowgom known: kowgum knauwen
Kriesjhundu kiendurs: krijsende, wenende kinderen
Kuchun: kuchen
Lachun: lachen
Leevn: lawaai
Leevn maakn: geluid voortbrengen
Luudn of luujn: luiden (klok bvb)
Luudu klapn: luid praten
Luudu muuziek: luide muziek
Luutrugtug: luidruchtig
Meespreekn: meespreken
Misklapn: verspreken
Moeëdurtaalu: moedertaal
Moendulienk: mondeling
Moentvul: mondvol
Mooruln: schreeuwen als vermoord
Needurlaäns: Nederlands
Neuzu upaaln: neus ophalen
Oeëstun: hoesten
Oet zaagun: hout zagen
Ofroepn: afroepen
Omuroepn: omroepen
Oorn gutuut: gevoel als men over jou spreekt
Oovurdundurn: overdonderen
Oovurlast van du grugtu: geluidsoverlast
Parlasantn: rond de pot draaien, niet rechtdoor gaan
Plat vlams: dialect
Plat Westeëns: dialect van Westende
Ritsuln me papieër: ritselen met papier
Sieriïnu van du poliesju of van u nambuulaaänsu: sirene van de politie of van een ambulance
Sjheëfurn: schril geluid maken
Sjheetu: wind
Sjhuufletu: fluitje
Sjhuufuln: fluiten
Sjhruuwul: schreeuw
Sjhruuwuln: schreeuwen
Sleepunt guluut van slufurs oovr du groent: pantoffels die slepen over de grond
Slurpun: slurpen
Snikun: snikken
Snurkun: snurken
Speelundu luutrugtugu kiendurs: spelende luidruchtige kinderen
Spoöns: Spaans
Staamurn: stamelen
Stormwient: stormwind die huilt
Taalu nog teeëkn van utwieën vurneemn: taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
Teegnprutuln: tegenspreken
Tieërun: tieren
Tikn me ju viengurs up taaful: tikken met de vingers op tafel
Toeëturundu otoo(s): toeterende auto
Triliengu: trilling met snerpend geluid
Tromulvlieës: trommelvlies
U deuru art toesmietn: een deur hard dichtklappen
U loopundu kroönu: een lopende kraan (vooral druppel per druppel)
U potju klapn: een gesprek voeren, een beetje pratenU zaagsju span: zagen
Upgufoktu bromur: opgefokte brommer
Uutlangn: verklappen
Va ju latu geevn: snel en luid spreken
Van u sjheetu u dundurslag maakn: van een mug een olifant maken
Vieërwerk: vuurwerk
Viengurnaagul of stuk krijt die krasun up u bord: vingernagel of stuk krijt die krassen op een bord
Vlams klapn: Vlaams spreken
Vloekn en keturn: luid en hevig protesteren
Voeërtaalu: voertaal
Vurkloörn: verklaren
Vurstoönboör: verstaanbaar
Vurtelument: verhaal, vertelling
Vurteliengu: vertellingVurzwiegn: verzwijgen
Wient loötn: wind laten vliegen
Zwiegn: zwijgen
Zwoör oösumn: zwaar ademen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 31: Geschriften Berichten Mededelingen

Aaänmoöniengu: aanmaning
Aaänslagbieljet: aanslagbiljet
Aaänvraagu: aanvraag
Aaänvuliengu: aanvulling
Aänvlopu: envelop, omslag
Agenda: agenda
Aktu: akte
Antboek: handboek
Antlijdiengu: handleiding
Antsjhriftu: handschrift
Anteeëkuniengu: handtekening
Arsjief: archief
Atmieniestroösju: administratie
Atvurteënsju: advertentie
Bekup: veiligheidsafschrift      Eng: backup
Biedraagu: bijdrage (tekst aan krant of boek)
Biedrukn: bijdrukken
Bielaagu: bijlage
Blatvuliengu: bladvulling
Blatwiezur: bladwijzer
Blatziedu: bladzijde
Blindusjhrift: blindenschrift
Booötsjhap; boodschap
Brieëf: brief        =>    u brieëf sjhrievn: een brief schrijven
Brieëfpapieër: briefpapier
Brieëfwisuliengu: briefwisseling
Brosjeuru: brochure
Bustant: bestand
Bustek: bestek
Bustelbong: bestelbon
Buzwoörsjhriftu: bezwaarschrift
Calpingsju of Kalupingsju: zakboekje, notaboekje      Fr calepin
Dagboek: dagboek
Dagvoördiengu: dagvaarding
Databank: gegevensbank
Dateeriengu: datum op plaatsen
Deeveedee: DVD
Deurbloörn: doorbladeren
Deurslag: dubbel
Deurstreepn: doorstrepen
Diegietaal: digitaal
Dieja: diapositief beeld
Digtn zoendur ju gat up tu ligtn: iets zeggen wat op zich wel juist is, maar waar de ander niets aan heeft
Digtur: dichter, poëet
Dokuument: document
Dooöbrieëf: rouwbericht
Dosieër: dossier
Drukfowtn: drukfouten
Dubul: dubbel
Eetiekitu: etikette
Fakteuru: factuur
Fiïrpaar: aankondiging                    Fr faire-part
Foldur: folder
Formoöt: formaat
Formulieër: formulier
Gazetu: gazet, dagblad
Grafiek: grafiek
Iedentiefiekoösju: identificatie
Iemeel: e-mailbericht
Iïnformoötieka: informatica
Iïnformoösju: informatie
Iïnsjhrieviengu: inschrijving
Iïnsjhrievun: inschrijven
Iïnspeksju: inspectie
Iïnspriengn: inspringen
Iïnstruuksju: instructie
Iïnventoöries: inventaris
Inbuwoöriengeevieng: inbewaringgeving
Indiks: index
Inoet: inhoud
Joörvurslag: jaarverslag
Kalk: aftreksel       Fr calque
Karbongpapieër: doorschrijfpapier
Kartong: karton
Katalooguus: catalogus
Kestkartju: kerstkaartje
Kestkoörtu: kerstkaart
Klapur: klapper, inhoudstafel
Klat: klad
Klatpapieër: kladpapier
Koleksju: verzameling               Fr collection
Koörtsiestiïm: kaartsysteem
Koörtu: kaart
Kopie: copie
Krabuln: haastig noteren
Krijong: potlood
Leeziengu: lezing
Liestu: lijst
Lijowt: layout
Loötn weetn da: laten weten dat
Marzju: marge
Meeltju: kort e-mailbericht
Meldiengu: melding
Model: model
Naamkartju: naamkaartje
Naamliestu: naamlijst
Nuumuriengu: nummering
Oendurteeëkn: ondertekenen
Oendurteeëkniengu: ondertekening
Oendurzoek: onderzoek
Oenderzoekn: onderzoeken
Ofdruk: afdruk
Ofkortiengu: afkorting
Ofleevrieng: afleveringen
Ofleevriengu: aflevering
Ofsjhriftu: afschrift
Omslag: omslag
Ootuür: dader, schrijver                     Fr auteur
Papieër: papier
Paraf: paraaf
Parafeern: paraferen
Parlasanten: niet noodzakelijke, onnutige mededelingen
Paspoör: paspoort
Penutrek: pennetrek
Pisjudraagur: bode die berichten aan huis brengt/bracht      Fr dépêche
Plang: plan
Plangs: plannen
Poolies: polis
Post: post
Profiel: profiel
Program: programma
Projikt: project
Proseeduuru: procedure
Prosesvirbaal: proces-verbaal
Protukol: protocol
Puubliekoösju: publicatie
Pursooönsgugeevuns: persoonsgegevens
Pursooönsliestu: persoonslijst
Putiesju: verzoekschrift, petitie
Raamiengu: raming
Raport: rapport
Reekniengu: rekening
Riebuwies: rijbewijs
Riglument: reglement
Romang: roman
Roötpleegiengu: raadpleging
Roötpleegn: raadplegen
Rugiestur: register
Rukomandee: aangetekende brief        Fr recommandé
Ruproduuksju: reproductie
Ruubriek: rubriek
Sierkuuliïru: circulaire
Sirtiefiekoöt: certificaat    Fr certificat
Sjheema: schema
Sjhriefpapieër: schrijfpapier
Sjhrievn: schrijven
Sjhriftuluk: schriftelijk
Skan: scan
Speliengu: spelling
Statuut: statuut
Stempul: stempel
Stik: stuk (document)
Stoöt: staat (document)
Suleksju: selectie
Surieë: serie
Taalu: taal
Tabel: tabel
Teeëkniengu: tekening
Tembur: postzegel        Fr timbre
Tiepfowtu: tikfout
Tietsjhriftu: tijdschrift
Tietul: titel
Tilufong: telefoon
Tilugram: telegram
Tistament: testament
Upsjhriftu: opschrift
Uutdrukiengu: uitdrukking
Uutgeevurieë: uitgeverij
Uutsjhrievn: uitschrijven
Uuttreksul: uittreksel
Uutvuln: uitvullen
Versju: versie
Volshijt in gusjhriftu: valsheid in geschrift
Vormu: vorm
Vulmagt: volmacht
Vulsjhrievn: volschrijven
Vurguniengu: vergunning
Vurjoördagskartju: verjaardagskaartje
Vurjoördagskoörtu: verjaardagskaart
Vurkloöriengu: verklaring
Vurmeldiengu: vermelding
Vurslag: verslag
Vurslaggeeviengu: verslaggeving
Vurtaaliengu: vertaling
Vurzeeguliengu: verzegeling
Vurzeekriengu: verzekering
Vurzen: verzenden
Vurzoeksjhrift: verzoekschrif
Wagtliestu: wachtlijst
Wareern: de ronde doen (een bericht, een ziekte)
Weëns: wens
Weënsjun: wensen
Wepsaajt: website
Wooört: woord
Woöturmerk: watermerk
Zakboeksju: zakboekje
Zantju: prentje
Zinu: zin

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 30: Geestesgesteldheid Verstand

Agturluk: geestelijk gehandicapt
Beeltvormiengu: beeldvorming
Biebliejooteeku: bibliotheek
Bieleeërn: bijleren
Bloemleeziengu: bloemlezing
Boeëruvurstant: zonder scholing toch slim zijn
Boovunkaamur: bovenkamer, hersenen
Brijn: brein
Bugriepuluk: begrijpelijk
Bugriepn: begrijpen
Bukwaamijt: bekwaamheid
Bukwaamu: bekwaam
Bunul: benul
Busef: besef
Busiefurn: becijferen
Busjhaaft: beschaafd
Busjhaaviengu: beschaving
Busjhrieviengu: beschrijving
Busjhrievn: beschrijven
Buslisiengu: beslissing
Busluutn: besluiten
Buspreekiengu: bespreking
Bustuudeern: bestuderen
Buteeëkunisu: betekenis
Butuugiengu: betuiging
Butwiefuln: betwijfelen
Butwistboör: betwistbaar
Buvestugiengu: bevestiging
Buvlieëgiengu: bevlieging
Buwies: bewijs
Buwiesvoeëriengu: bewijsvoering
Buwiezn: bewijzen
Buwustzien: bewustzijn
Buzieëliengu: bezieling
Buzienkn: bezinken
Dooötdoeëndur: dooddoener, argument van weinig waarde
Du nuul van tspil zien: de dupe zijn
Du slimn uutang: de slimste willen zijn
Duur du komprunuur: lang nodig hebben om iets te verstaan
Dwaaliengu: dwaling
Eësuns: hersenen
Ervoöriengu: ervaring
Fraäns klapn medoör up: slecht Frans spreken
Geeëst: geest
Goeët pijzun: diep nadenken
Guvroeng zitn met utwa: geen oplossing vinden voor een probleem
Kenesu: kennis
Koönfureënsju: conferentie         Fr  conférence
Koöngres: congres
Koönsentroösju: concentratie
Meeëniengu: menin
Meënsjhukenesu: mensenkennis
Misu: vergissing
Nes/zes zu nie alumalu mi: hij/zij is niet meer bij zijn/haar volle verstand
Net/zet u meemoorie van u gernoöru: slecht geheugen
Net u slag van du meuln get: hij kreeg een slag van de molen, hij is zijn verstand kwijt
Net u viezu los: hij heeft niet al zijn zinnen
Net ur gin koös van geetn: hij heeft er geen kaas van gegeten, hij kent er niets of niet veel van
Nis gin klooötn weërt: hij is niets waard
Nis gin sjieku tuubak weërt: hij is niets waard
Nis/zis zo dom lik tagturstu van u koeë: hij/zij is zeer dom
Oenbugriepuluk onbegrijpelijk
Oendurviendiengu: ondervinding
Oendurzoek: onderzoek
Oentleediengu: ontleding
Oovurleg: overleg
Oovurpeizn: overpeinzen
Raamiengu: raming
Ratsul: raadsel
Reeduvoeëriengu: redevoering
Roendu: dom
Roön: raden
Rudunoösju: redenering
Spreuku: spreuk
Steliengu: thesis, bewering
Suleksju: selectie
Tis u stievu slimn: het is een zeer slimme
Toogu wooört voeërn: het hoge woord voeren
Tu dom voer ooi teetn: zeer dom
Tvurstant komt met du joörn: het verstand komt met de jaren
Twieful: twijfel
Twiefuln: twijfelen
Upfrisjhiengu: opfrissing
Uplosiengu: oplossing
Upvatiengu: opvatting
Upzoekiengu: opzoeking
Uutreekn: uitrekenen
Uutvien(g): uitvinden
U grooötu lanteërn met u kleeën lugtju: een grote lantaarn met een klein lichtje
U keeml sjhieëtn: een vergissing begaan
U misu bugoön: een vergissing begaan
U slag van sliengurs meuln en: niet goed bij zijn verstand zijn
Utwadu an utwieën zu vurstand brieng: iets aan iemand zijn verstand brngen
Utwoö vurstant van en: ergens verstand van hebben
Van lotju gutikt zien: van lotje getikt zijn, gek zijn
Van toetn nog bloözun weetn: van toeten noch blazen weten
Van utwa vurstant en: verstand hebben van iets
Veijlugeitsoovurweegieng: veiligheidsoverwegingen
Vieërtaalug: viertalig
Vooörbureidieng: voorbereidingen
Vooörgusjhieëdunisu: voorgeschiedenis
Vooörnleezn: voorlezen
Vooöroentwerp: voorontwerp
Vooörnzegn: voorzeggen
Vooörstudie: voorstudie
Vooörwoördu: voorwaarde
Voruutkiekn: vooruitkijken
Voruutzieëndu: vooruitziende
Voruutzigtu: vooruitzicht
Vorzieën: voorzien
Vraagteeëkn: vraagteken
Vurmiedn: vermijden
Vurvoegiengu: vervoeging
Wiesijt: wijsheid
Zjeenie: genie
Zu vurstant gubruukn: zijn verstand gebruiken

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten