Naar de inhoud

Jensen onder de mensen

akke.beakke.be

Archief

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (6)

Ernst Schneider, de man achter Davidoff

Wat weinigen weten, is dat Zino Davidoff niet eens de eigenaar van zijn sigarenmerk was. Dat werd in 1970 opgekocht door de firma Max Oettinger. De man die er vier miljoen Zwitserse franken voor op tafel legde, is Dr. jur. Ernst Schneider. Tot op vandaag staat hij aan het hoofd van de groep Oettinger-Davidoff.

“Ik heb in mijn leven drie belangrijke beslissingen genomen. De eerste: met mijn vrouw te trouwen. De tweede: de zaak van Davidoff over te nemen in 1970. En de derde: de productie uit Cuba weg te halen en ze naar Santo Domingo over te brengen. Toen zei iedereen: dat wordt een flop.”

“De goede relaties met Fidel Castro duurden maar tot Davidoff – terecht overigens – een paar opmerkingen op papier zette. Dat pikte de Cubaanse regering niet. Men mag ze niet beledigen en zeker niet schriftelijk. Vanaf die dag was Davidoff persona non grata. Hij mocht Cuba niet meer binnen. Ik heb dan geprobeerd de plooien glad te strijken. Maar al gauw bleek dat de Cubanen niet te vertrouwen waren. Ze wilden met mij een joint venture aangaan. Ik mocht 49 procent van het bedrijf in handen houden en zou 51 procent moeten afstaan om de havannas verder te mogen verdelen. Daar moest ik eens hartelijk om lachen, met het gevolg dat ik ook op de zwarte lijst werd gezet. Ik heb tegen de Cubanen gezegd: jullie gaan jullie weg, wij de onze. Ze hebben nog een proces aangespannen. Ze gingen ervan uit dat ze als fabrikant ook eigenaar van het merk waren. Maar uiteindelijk hebben wij het proces gewonnen.”

“Mijn schoonzoons vonden dat ik een veel te groot risico nam. Maar goed, dat beweerde iedereen wel. Ze voorspelden allemaal dat het een flop zou worden. Twee jaar na de breuk met Cuba heb ik de beide heren bij mij thuis uitgenodigd en heb ik voorgesteld om samen nog eens een havanna te roken uit de réserve du patron. Nadien was hun reactie: “Er gaat toch niets boven een havanna.” Waarop ik repliceerde: “Jullie hebben daarnet wel sigaren uit Santo Domingo gerookt!” Sedert die dag hoor ik geen opmerkingen meer.”

“Zino Davidoff was onze beste ambassadeur. Hij had humor, hij reageerde goed, hij straalde een persoonlijkheid uit die werd aanvaard. Volgens zijn contract moest hij drie jaar bij ons blijven werken, maar hij is zijn leven lang gebleven. Ik heb hem alle eer gelaten, waardoor hij een soort mythe kon worden. Iedereen dacht dat de zaak van hem was. Ik bleef heel bewust de grijze eminentie op de achtergrond. Toen hij stierf, kwamen er mensen naar mij: “Wat gaat er nu met het bedrijf gebeuren?” Waarop ik zei: “Ik heb 25 jaar geoefend, nu zal ik het wel kunnen, zeker?”

“Een sigarenroker is iemand die kan genieten. Een sigarettenroker is iemand die nerveus en opgejaagd is, zoals de huidige tijd. Het zou niet slecht zijn voor de volksgezondheid als de dokters iedere gejaagde, nerveuze mens twee Davidoffsigaren per week zouden voorschrijven. Dan zou hij tenminste twee uren per week op verhaal kunnen komen, rustig nadenken en dan beslissingen nemen. En bovenal: genieten. Hij zou minder pillen moeten slikken en veel gezonder zijn.”

“Ik blijf werken tot ik honderd ben. En daarna geniet ik nog twintig jaar. Maar zoals u ziet: de eerste tachtig jaren zijn de moeilijkste. Toen het bedrijf 125 jaar bestond, heb ik iedereen uitgenodigd voor het jubileum van 150 jaar. Ik heb er aan toegevoegd: “Ik hoop dat u er dan nog allemaal bent!”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (5)

Iwan, voor eeuwig in rouw

Necropolis de Colon is de begraafplaats van Havana. Je komt er alleen binnen als je dood bent of een toegangsticket koopt. Typisch Cubaans: overal probeert men munt uit te slaan en de overledenen spelen willens nillens het spelletje mee.

Een jonge kerel in een officieel aandoend uniform komt op mij toegestapt en stelt zich voor als Iwan. Met zijn open gezicht en netjes gekamd haar ziet hij er de kwaadste niet uit, dus laat ik mij gewillig door hem op sleeptouw nemen tussen de monumentale zerken, die elk hun verhaal meedragen. Zoals het graf van La Milagrosa, omringd door diepgelovige vrouwen die ingetogen staan te bidden, heftige kruistekens slaan en het beeld meermaals aanraken om heil af te smeken. Volgens de legende ligt hier Amelia Goyri de la Hoz. Zij stierf in het kraambed en werd begraven met haar doodgeboren dochtertje aan haar voeten. Toen de tombe later werd geopend, bleek het kind in haar armen te liggen.

Plots blijft Iwan staan bij een heel ander graf, dat van een kind. Het is bedekt met bloemen en gedenktekens. “Hier ligt Ana Laura Mederos, het eerste Cubaanse meisje dat ooit aan meningitis stierf. Ze was amper vier. Haar moeder komt nog elke dag bloemen op haar graf leggen. Ze is ontroostbaar.”

Dan grijpt hij naar zijn portefeuille en haalt er een fotootje uit: een zwartharig kind dat met pientere ogen in de lens kijkt en vertederend lacht. Het is hetzelfde meisje dat op het graf staat. Er gaat mij een licht op: “Ben jij dan de vader?” Stilletjes knikt hij. “Haar moeder en ik waren gescheiden.” Nu valt mij op waarom de gedenkplaten enkel ondertekend zijn door mama en de broertjes. “Toen Ana Laura stervende was, heeft men nog geprobeerd mij te verwittigen, maar het is allemaal te snel gegaan.” En zo staat de man die de kans niet kreeg om afscheid te nemen, noodgedwongen elke dag oog in oog met het graf van zijn dochtertje.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (4)

Fons Oerlemans, de Vlaamse globetrotter

In 1975 werd Fons Oerlemans in één klap de lieveling van de media toen hij met een vlot de Atlantische Oceaan overstak. Later deed hij het nog eens over in een stoomketel, in een drijvende truck, in een gigantische fles. Een satelliettelefoon gebruikt hij niet, gps vindt hij overbodig, want die spullen kunnen allemaal kapotgaan.

"Sommigen zeggen dat de dingen die ik realiseer kunst zijn. Dat is wel zo, maar ze wérken ook nog. Panamarenko maakt creaties die niet hoeven te functioneren. Als hij geen zin meer heeft – wat bij kunstenaars nogal eens gebeurt – kan hij zeggen: het is af. Maar ik ben een technicus die zijn leven moet toevertrouwen aan zijn creatie. Dan mag je dat absoluut niet doen. Ik moet de fundamentele natuurwetten volgen.”

“Als je maandenlang op een paar buizen zit, zonder koelkast, met ’s morgens en ’s middags en ’s avonds vis, dan ga je relativeren. Iedere dag vecht je voor je bestaan: die buizen moeten blijven drijven, je mag er niet afwaaien, je mag niet omkomen van honger of dorst. Als je dan terugkomt, zie dat mensen bepaalde dingen uitzonderlijk belangrijk vinden. Terwijl jij weet dat ze helemààl geen belang hebben. Dat is even aanpassen.”

“Wij zijn allemaal een product van het toeval. Zo’n 60 miljoen jaar geleden was onze aarde bedekt met reusachtige planten en werd ze beheerst door dinosaurussen. Toen kwam er – een vreselijk toeval of gestuurd – uit het heelal een asteroïde met een diameter van tien kilometer, die insloeg in de Golf van Mexico. De zon werd geblokkeerd door een stofwolk rond de aarde. Alle planten stierven, de planteneters gingen dood. De vleesetende dinosaurussen gingen ook dood, want ze hadden geen eten meer. Toen kregen de kleinere diersoorten een kans. Door evolutie is daaruit de mens gegroeid. Was die asteroïde niet ingeslagen, dan waren er geen mensen geweest.”

“Als ik terugblik, heb ik nooit een penopauze gehad. Er zijn mannen die op hun veertigste op een stoel gaan zitten en zeggen: “Beantwoordt mijn leven en streven aan wat ik werkelijk wil?” Bij velen is de conclusie: nee. Dat is mij allemaal voorbijgegaan. Ik was zo druk bezig met een andere wereld, dat mijn eerste huwelijk daardoor is misgegaan. Agaat was een hele goede vrouw, maar zij kon niet volgen. Zij wou veel rustiger leven. Dat kon ik niet. Gelukkig zijn we in harmonie uit elkaar gegaan. Nu nog belt ze me geregeld op om te zien hoe het met me gaat. En andersom.”

“Ik heb in mijn leven zoveel mogelijk willen doen, maar ik was een family man. Ik wou een gezinsleven. Een kenmerk van iemand met de Ulyssusfactor is volgens Anderson dat hij nergens naar kijkt. Vrouwen en kinderen maken hem allemaal niks uit, hij doet gewoon wat er in hem opkomt. Dat heb ik een beetje afgevlakt, anders komt een deel van je andere leven niet aan bod. Jan Van Rompaey schreef dat ik een jongen ben die zijn jeugddromen wil waarmaken, die daarin slaagt en die heel zijn leven doet wat hij zelf wil – wat niet veel mensen kunnen zeggen. Dat vind ik wat makkelijk uitgedrukt. Ik heb mijn jeugddromen waargemaakt, maar ik heb niet altijd gedaan wat ik wou. Ik ben ook in dienst geweest. Dan ben je gebonden aan regels. Maar zulke mensen bestaan. Op een morgen kom ik aan de Amsterdamse grachten twee mannen tegen. De ene zegt tegen de andere: “Wat zouden we vandaag gaan doen?” Waarop die ander: “Weet je wat? Laten we eerst maar eens een pilsje gaan drinken.” Dié deden precies wat in hen opkwam.”

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (3)

Jack, de krasse ranger

Overal ter wereld is water een bron van leven, van genezing, van zegening. Dat is zo bij de Ganges in India, bij de Grot van Lourdes in Frankrijk, of hier, bij Montezuma Well in Arizona. Een bordje herinnert eraan dat dit een heilige plaats is: "Take time to see the sky / Find shapes in the clouds / Hear the murmur of the wind / And touch the cool water. / Walk softly - / We are the intruders / Tolerated briefly / In an infinite universe." (Neem tijd om de lucht te bekijken, vind vormen in de wolken, hoor het murmelen van de wind en raak het koele water aan. Loop zachtjes, want wij zijn de indringers die even worden getolereerd in een oneindig universum.)

Op een rots onder een plataan zit ranger Jack bij de bron van Montezuma, keurig in uniform. Eigenaardig dat zo'n heilige plaats niet wordt bewaakt door een wijze indiaan, maar door een ranger met zilveren haren. "Een paar dagen geleden was hier een Hopi-indiaan,” vertelt hij. “Hij nam vier kannetjes water mee en bleef een poosje bidden. Ik stelde geen vragen. Hun religie is heel persoonlijk."

En dan, peinzend: "Mijn vrouw stierf toen ze 80 was. Ze was leraar. Ze leerde me een heleboel dingen, zoals zingen." Duidelijk geëmotioneerd, maar toonvast, zet hij in: "I'll be seeing you, in all those old familiar places, that this heart of mine embraces, all day through." Een onverbloemde ode aan de liefde. Het is muisstil geworden.

Als zijn liedje gedaan is, applaudisseert niemand van de toehoorders, maar hier en daar hoor je iemand zijn neus snuiten. "Hoe laat is het? Tien na vijf? Tja, het steekt niet zo nauw wanneer ik thuis kom. Ik ben 91," zegt hij opgewekt. Dan pakt hij zijn wandelstok en stapt met geheven hoofd naar zijn auto. Traag, maar zeker.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (2)

Scott Martin: hoeder van Apache-tradities

Flagstaff in Arizona is geëvolueerd van een stopplaats langs de legendarische Route 66 tot een bloeiende toeristische bestemming. Als je de winkelstraten doorkruist, zie je onmiddellijk dat je hier vlakbij de indianenreservaten zit. In één van die winkels ontmoet ik Scott Martin, een Apache, leraar en kunstenaar.

“Voor de Apachen is zwart één van de heilige kleuren. Misschien wel de meest heilige, omdat er ’s nachts van alles gebeurt. Wij geloven ook dat de libel een boodschapper van God is, omdat je ze ziet maar niet altijd hoort. Als je heel stil bent, praat ze misschien tegen je. Ze geeft je informatie over water, dat voor de Apachen kostbaarder is dan bloed, want zonder water is er geen bloed. Op een mooie dag zien de Apachen mannen in het zwart komen, die een symbool in de vorm van een libel hebben aanhangen en die vertellen dat ze gestuurd zijn door de Grote Man in Spanje, de koning. Ze dragen wapens die vuur spuwen en die op grote afstand kunnen doden en rijden op vierpotige dieren die we nog nooit hadden gezien. Als die zeggen dat ze van God komen, lieve hemel, dan komen ze van God! In de mondelinge overlevering van de Apachen is er één God, die het heelal heeft geschapen. Er is een eerste man en een eerste vrouw. Wat is dan het verschil met dat wat in de bijbel staat? Dus hebben sommigen zich bekeerd. Maar tegen het einde van de 17de eeuw begon de Inquisitie in Mexico. Vrouwen en kinderen werden gefolterd om ze te bekeren tot het katholicisme. Hoe kun je een kind doden in de naam van de Schepper?”

“In onze cultuur komt er een dag waarop je moet zeggen: “Bedankt, moeder, omdat je me zo’n goede start gaf. Nu is het mijn beurt.” En dan ga je je eigen weg. Toen mijn grootvader mij leerde jagen, toonde hij me hoe ik pijl en boog moest gebruiken, een pistool, een geweer. Dan gaf hij mij mijn eerste mes en stuurde me op jacht. Met een geweer van op honderd meter schieten is gemakkelijk, maar er is durf voor nodig om op een hert toe te stappen. Daar heb ik vier maanden over gedaan. Ik hield de kop van het dier enkele minuten in mijn handen, bad ervoor en dankte mijn Schepper voor alles wat hij mij had geleerd en voor de kans die hij me gaf om dicht genoeg bij het hert te komen.”

“Weet je waarom Indianen hun haar lang dragen? Iedere dag dat we leven, groeien er nieuwe cellen. Wij geloven dat ons verleden in die cellen steekt, in elk deel van ons. Ik heb dus een archief in de lengte van mijn haar, dat mij vertelt hoe goed en eerzaam ik ben. Ik doe niets om dat archief te veranderen. Als een familielid sterft, snij ik een stuk van mijn haar uit eerbetoon voor zijn of haar overlijden, zodat ik dat stukje herinnering kan loslaten. En ik rouw, maar voor een korte tijd.”

“Ik ben gescheiden van mijn vrouw, een Zweedse met vier kinderen. Zij had een drankprobleem. Zo kon ik niet meer leven. Ik was mijn spiritualiteit en mijn kunstzinnigheid aan het verliezen. Ik sneed mijn paardenstaart af en stuurde hem naar haar, om aan te tonen dat er een scheiding moest komen. Ik ging van haar weg en begon helemaal opnieuw. Ik ging in zaken met een jonge kerel uit Californië. We werkten negen maanden samen. Alles liep goed, maar hij was ontrouw aan zijn vrouw, bedroog mensen en zat aan de drugs. Door met hem om te gaan, voelde ik me medeplichtig. Ik liet al mijn gereedschap in zijn winkel achter en ging weg. Zonder woede, zonder wrok. Het was voorbij.”

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

TUSSEN NEUS EN LIPPEN (1)

Tom Mulhall: niets in de zakken

Godiva draagt geen kleren. Niet als ze in de zon ligt te soezen, niet als ze het kantoor binnenslentert, niet als ze bezoekers verwelkomt. Niemand neemt daar aanstoot aan, want Godiva is een hond. Haar baasje Tom draagt evenmin kleren. Niet als hij op kantoor zit, niet als hij gasten begroet, niet als hij met hapjes rondkomt. Maar ook hij wordt niet vies bekeken, want hij is de eigenaar van The Terra Cotta Inn, een hotel voor naturisten in Palm Springs, Californië.

“Mary Clare en ik woonden in Chicago. Toen het bedrijf waar mijn vrouw werkte op vijf jaar tijd een verlies van 1,3 miljard dollar opstapelde, raakte ze samen met vierduizend collega’s haar job kwijt. We waren allebei veertig en vroegen ons af: wat doen we met de rest van ons leven? In Palm Springs vonden we net wat we zochten: ruime kamers, privacy, een schitterend zicht op de bergen. Dat het hotel vroeger een pleisterplaats voor beroemdheden was, was mooi meegenomen.”

“Kamer 34 had – en heeft nog steeds - een aparte ingang, zodat de andere gasten niet konden zien wie er binnen- of buitenging. Af en toe stopte daar vroeger een wagen van de Geheime Dienst om president Kennedy af te zetten, vaak met zijn broer Bobby en acteur Peter Lawford, met in hun kielzog de meisjes die ze in de stad hadden opgescharreld. Maar ook The Beatles en hun crew waren hier te gast, Spencer Tracy, Lucille Ball, Desi Arnaz.”

“Natuurlijk is dit niet het enige hotel waar Kennedy ooit geslapen heeft. Een veelgehoorde grap is: waar heeft Kennedy niét geslapen? Vraag het maar aan de oldtimers in Palm Springs: er waren er velen die zich officieel inschreven in The Racquet Club, maar die officieus naar hier kwamen. Dit hotel is zo discreet ingeplant in een residentiële wijk, dat de gasten hier zonder kleren kunnen rondlopen, ook al is onze naaste buur een kinderdagverblijf. Weet je, het zijn mensen zoals jij en ik: als ze hun broek uittrekken, doen ze dat met één pijp tegelijk.”

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

BABBELEN MET BV'S (deel 3)

Will Jensen sprak met...

VICKY VERSAVEL
“Vroeger zei mijn tandarts: jij bent de witte raaf van de familie, want jij bent een open boek en kunt als enige over jouw gevoelens praten. Dat heb ik als kind wel gemist. Ik praat er wel met andere mensen over, maar thuis kon ik dat niet. Dat was niet omdat mijn ouders er niet voor openstonden, omdat ze geen oog voor mij hadden, omdat ze geen interesse hadden voor wat er binnen in mij leefde, maar omdat zij het niet hadden geleerd van thuis uit. Ik wil erop toezien dat mijn kindjes altijd bij mij terecht kunnen. Ook als ze niet willen praten, wil ik er voor hen zijn.”

LIEVEN SCHEIRE
“In Vlaanderen moet je om half negen binnen zijn, om vier uur mag je buiten, er staan muren rond de school, in vele gevallen zelfs met pinnen. Als wij op de speelplaats op de grond zaten, kwam men ons aanmanen dat we op de bankjes moesten zitten. Als je een blaadje uit de plantenbak trok, kreeg je onder je voeten omdat je de planten vernielde. Tot juni van het jaar waarin je achttien wordt, ben je een kleuter. Je mag niks, je kunt niks, ze moeten je altijd in de gaten houden, ze moeten je zeggen wanneer je op de grond moet zitten en wanneer niet. Drie maand later ga je naar de unief: je woont alleen, je kookt alleen, je doet je was, je bepaalt zelf of je naar de lessen gaat. Op drie maanden tijd word je dus van een kleuter een volwassene.”

UDO
“Een bepaald blad interviewde mij gedurende een kwartier op een evenement waar ik had gezongen en sloot af met: “En, kindjes?” Ik lachte die vraag weg, maar de journalist suggereerde: “Je hebt daar zeker geen tijd voor?” Het antwoord werd meteen de titel van het artikel: “Dit jaar heb ik absoluut geen tijd voor kinderen.” Het is niet leuk als mensen je daar nadien over aanspreken, terwijl het nooit mijn bedoeling was om daarover te praten. Dat is jammer. Een kwartier na de finale van ‘Zo is er maar één’, vroeg een journalist mij: “Denk je dat je hebt gewonnen omdat je mama is gestorven?” Ik heb hem op een vriendelijke manier geantwoord, maar de volgende keer hoeft hij zelfs geen vraag meer te stellen. Dat vind ik erover.”

PAUL D’HOORE
“Jaarvergaderingen van bedrijven worden meestal overdag gehouden. Dat is de reden waarom je daar voornamelijk gepensioneerden ziet. Er zijn mensen die om diverse redenen naar veel vergaderingen gaan. Sommigen gaan om eens goed te eten en te drinken op de kosten van het bedrijf - wat uiteindelijk op hun eigen kosten is, want ze zijn aandeelhouder -, anderen gaan omdat ze allerlei cadeautjes krijgen. Zo lokt de jaarvergadering van Duvel-Moortgat altijd veel volk, omdat je dan een setje bier meekrijgt. Maar het best word je gesoigneerd op de algemene vergadering van chemiegroep Tessenderlo. Er staat altijd een diner op het programma. Er zijn mensen die één aandeel kopen - dat kost ongeveer 40 euro - met de bedoeling elk jaar eens goed te gaan eten. En dat voor de rest van hun leven!”

De volledige interviews vind je in het blad Exclusief van juni/juli/september 2007.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

BABBELEN MET BV'S (deel 2)

Een BV, ik? Het antwoord is negatief, tenzij je die keer meetelt dat ik op de cover van Playboy stond. Dat kwam zo.

In een vlaag van opruimwoede had ik mij voorgenomen om mijn uitpuilende verzameling knipsels, tijdschriften en boeken eens uit te mesten. Toen ik een torenhoge stapel maandbladen uit de kast te haalde, ging het hele zootje aan het wankelen en donderde finaal tegen de vlakte. Zonder te kijken deed ik een stap achteruit en voelde iets onder mijn voeten. Ik stond bovenop de cover van een beduimelde Playboy.

Met de échte BV’s heb ik vele uren gepraat in hun chique loft of sober rijhuis, in een koele hotellobby of op een zweterige terrasje, in een Spartaanse vergaderzaal of tussen werkloze toneeldecors. Met mijn recordertje in aanslag om maar niets te missen van de soms ontroerende, soms hilarische, soms filosofische verhalen die ze opdisten.

Er wordt wel eens beweerd dat een interview geven een vorm van acteren is, en in een aantal gevallen is dat ongetwijfeld juist. Een BV is ook maar een radertje dat moet meedraaien in de promotiemolen voor zijn of haar laatste film, cd of tv-serie. Maar soms nam mijn gesprekspartner mij onverwachts in vertrouwen en ging hij dieper in op onderwerpen die hem na aan het hart lagen.

Ik wil ze allemaal bedanken voor de bereidwilligheid waarmee ze een deel van hun ongetwijfeld kostbare tijd voor mij vrijmaakten: mannen en vrouwen, homo’s en lesbiennes. En twijfelaars. Zo, niemand vergeten?

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

TEKSTUELE OBSESSIE

Mensen die mij kennen, of toch zij die mij heel goed kennen, weten dat ik een afwijking heb. Ik ben namelijk tekstueel geobsedeerd. Als ik op een internetforum lees ‘Nog gevelisiteert met julie verjardag’, dan krullen mijn tenen. Als ik iemand op tv hoor zeggen dat hij een stuk maatregelen gaat nemen naar de mensen toe, dan grijp ik naar mijn kotszak. Als ik daarentegen een pakkend verhaal lees dat aangenaam verwoord is, dan kwijl ik van puur genoegen.

Het overkwam mij enkele dagen geleden, toen ik een reactie kreeg op mijn blog. Dat gebeurt wel meer, maar meestal is het een verkapte vorm van promotie voor het dagboek van de afzender. Niet deze keer. “Ik heb al heel wat rond gesurft, maar een blog als het jouwe slaat alles,” schrijft de dame in kwestie. Voor zoveel vleierij gaat zelfs een zeebonk door de knieën. Alleen waar ze mij ‘ad rem’ noemt, moet ik haar terechtwijzen: ik beschouw mezelf als ‘ad schijfrem’, wat nog een klasse hoger is.

Uit nieuwsgierigheid ging ik op mijn beurt eens kijken naar haar blog. En wat bleek? Het gaat om een dame die een paar jaar geleden blind is geworden en sindsdien het leven door een roze bril bekijkt. Ik verzin het niet, het staat er letterlijk. Toen ik de inhoud van haar blogs begon te lezen, was ik direct gecharmeerd. Herkenbare en minder herkenbare verhalen in een helder, vinnig Nederlands. Ik maak zeker nog eens tijd om ze allemaal te lezen, want er zitten echte pareltjes tussen.

Nu moet ik stoppen, want er ligt nog een massa werk te wachten. En zoals bekend is werken de gesel van de drinkende klasse.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

BABBELEN MET BV'S (deel 1)

Will Jensen sprak met...

LAURA LYNN
“Ik ben katholiek opgevoed, maar dat wil niet zeggen dat ik iedere week naar de kerk ga. Ik ben wel bezig met het geloof. Ik heb er veel uit geleerd. Bij mijn grootouders was het normaal dat je een gebedje deed of een kruisje kreeg. Ik schaam mij er helemaal niet voor dat ik wel vaker een gebedje opzeg omdat ik mij daar goed bij voel. Ook omdat ik er troost in vind, zoals toen mijn grootvader drie jaar geleden stierf. Het deed mij deugd dat ik steun van hierboven kreeg om mijn verdriet te verwerken. Als het mij even een beetje tegenzit, zeg ik een gebedje op en voel ik dat mijn grootvader er nog is. Dat geeft me kracht.”

BIRGIT VAN MOL
“Ik was ooit een valse kat aan het aaien en ze haalde mijn handpalm open. Toen ben ik jarenlang afkerig geweest van katten. Ik heb wel tijdens een wandeling met mijn honden eens een wanhopig, achtergelaten katje gevonden. Ik kon het echt niet aan zijn lot overlaten en heb het in mijn jaszak gestoken om het warm te houden. Onderweg kwam ik een kapsalon tegen en daar ben ik binnengestapt om het weg te geven aan iemand die ervoor zou kunnen zorgen. Die dag is er dus een vrouw thuisgekomen met een permanent én een katje.”

ERIC MELAERTS
“Mijn allereerste elektrische gitaar kreeg ik via Concordia Mail, een postorderbedrijf dat nu niet meer bestaat. Daar kon je een rood of een wit model kopen. Op de schaal van waarden was het nihil, behalve dat het mijn eerste instrument was. Akoestisch speelde ik altijd met mijn duim in plaats van met een plectrum. Ik deed er gewoon plakband rond om de blaren tegen te gaan. Drummen op Dixan-dozen, twee uur samen zitten om in een Engels woordenboek een goede naam te vinden voor het groepje – we hebben het allemaal gedaan. We waren jong en onbezonnen.
Ik ben heel lang gitaarloos geweest. Tot mijn achttien, negentien had ik geen eigen instrument. Toen moest ik overal gaan lenen. Bij wijze van compensatie heb ik nadien veel gitaren gekocht. Als ik mij er goed bij voelde en ik kon het financieel aan, nam ik ze mee – nogal impulsief. Dat leidde tot een verzameling waar een paar echte kleinoden tussenzitten, maar ook gewone werkpaarden.”

IANKA FLEERACKERS
“Mijn grootmoeder was eind zeventig. Zij heeft een mooi leven gehad. Als zo iemand sterft, verdwijnt er een hele hap uit je leven. Maar de volgende dag sta je op, maakt je boterhammen klaar en doet gewoon verder. Dat is niks om je voor te schamen. Ik denk dat vele mensen een probleem maken van het schuldgevoel dat ze hebben als hun partner of hun moeder of hun kind is overleden en ze zich de dag nadien erop betrappen dat ze lachen met een mop. Waarom zou je dat niet meer mogen doen?”

SANDRINE ANDRE
“Ik heb gewoon heel veel geluk in mijn leven. Hoe komt dat? Omdat ik op een goede manier naar het leven kijk, maar ook omdat er iets is dat mij kansen geeft, dat mij er weer uittrekt als het met mij niet goed gaat. Ik word vanzelf wel weer gelukkig. Er zit dus blijkbaar iets op mijn schouder. Mijn vriend heeft dat ook. We zeggen vaak: “Onze engeltjes hebben elkaar gevonden. We zullen ze nog eens bedanken.” Vroeger kon ik me kwaad maken in mensen die niet positief in het leven stonden. Maar je moet ook het geluk hebben dat het geluk achter je staat. Een vriendin van mij heeft gruwelijke dingen meegemaakt. Als je het allemaal zou weten, zou je zeggen: “Zo iemand moet toch doodongelukkig zijn?” Maar ze is zo sterk als wat en kan alles aan. Ze heeft de kracht om toch door te gaan. Blijkbaar heeft ze dus een engeltje.”

De volledige interviews vind je in het blad Exclusief van maart/april/mei 2007.
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Jensen onder de mensen

↑ Terug naar de berichten