CATACOMBEN

Een ontdekking in Passa Porta: het underground- en avant-gardetijdschrift Terras. Nr 12 is duidelijk UNDERGROUND.
Terras #12 gaat ondergronds, in de veronderstelling dat er in de krochten van de kunst meer valt te halen dan op de bel-etages met hun cleane salons. Onderaardse literatuur is raadselachtiger, onverwachter en zeker niet keurig.
Zie http://tijdschriftterras.nl/thema/12-catacomben/
De dames doen het goed in dit tijdschrift: bijdragen van Caroline Lamarche, Marguerite Young, Yoko Tawada, Maud Vanhouwaert enz...
Maar ik selecteerde de Duitse Sonja Vom Bracke. In onderstaand fragment houdt zij zich nog een beetje in:
Heelal zonder plattegrond
Vertaling: Ton Naaijkens
Liep de Auerstraße in, door bouwgebied en vergat na te gaan welke weg al achter me lag – geen draad, een binnenwringen en je binnenpraten tot de stad ophield te sjorren in fibers. Fever-, cyberland, afgewend, was amper bestemming, voor het bange vertoeven.
Een kerkhof, daarin het theater, de dametjes oud en mottig, in hun jassen gemuft. Hoeden van raven. Hun kibbelende conferentie die getal na getal rond het klimopgraf rankte. Maar hun gegoochel verstoof (ik geef toe gesnikt te hebben).
Flinke heisa. Daarna alleen nog een paar hoedenveren die geen veren waren en op de grafsteen dwarrelden die een grafsteen was, en zo voorts maar voor altijd, regelrecht in de rommeltuin van de afwezigheid waarin ik vervolgens opging.
De kliniek van fel licht buiten de muren een opkalken van nuchtere tijdstippen. Molm en bandendepots bepaalden de tocht, het autohuis, in de wand van een brug, bood koffie aan. ‘Ga maar zitten, haarscherp en flanken echt! Dit vel is slachtvee, goed gesorteerd, koepeldak naar believen en hier, die plastic knop temt, wat je zegt– zeg het maar! Wat krijgen we nou?! Begrepen? Geen spatjes; ga er maar gewoon vantussen.’


Over de auteur:
Sonja vom Brocke (1980) komt uit Hagen en studeerde filosofie, germanistiek en anglistiek in Keulen, Hamburg en Parijs. Ze publiceerde veel in tijdschriften en werkte vaak samen met kunstenaars en musici. In 2010 verscheen de kleine bundel Ohne Tiere, in 2015 Venice singt bij de toonaangevende uitgeverij kookbooks. Ze won er de GWK-Literaturpreis 2015 mee (een prijs van de Gesellschaft für Westfälische Kulturarbeit).
Over de vertaler:
Ton Naaijkens (1953) is vertaler, essayist, redacteur van de tijdschriften Filter en Terras en hoogleraar Duitse literatuur en vertalen aan de Universiteit Utrecht. Hij vertaalde werk van Robert Musil, Paul Celan en Ernst Meister. In 2016 verscheen zijn vertaling van de bundel Chicxulub Paem van Daniel Falb.



















































































































2 reacties op dit bericht
Avondlijke repliek
Goedenavond mevrouw Van Overstraeten,
Even rondneuzend in de blogs op Seniorennet kom ik bij u terecht. U wijkt af, jawel, toch van wat de meeste senioren op hun blogs posten onder noemers als poëzie of literatuur. Bij u ontdek ik inhoud en een zeker voor uw leeftijd een openstaan voor allerhande eigentijdse kunstuitingen, waarover u dan enthousiast verslag uitbrengt om anderen ervan te laten proeven.
Ik merk dat u nogal interesse heeft in andere culturen, met uw zijsprongen naar Japanse en Arabische dichtkunst en dichtvormen en een grote aandacht voor natuur, ook de menselijke.
Dus dit was een aangename kennismaking, om nu zelf over te gaan naar meer prozaïsche bezigheden als het schillen van aardappelen, want wellicht kan kunst de wereld veranderen, maar kan je er van overleven?
Met vriendelijke groet,
Frits Schetsken
Antwerpen.
Knap gedicht!
Het zinnetje over het snikken kwam het felst bij me binnen. Wat een gedicht!