wintergedichten
als je goed kijkt, zie je pipo in de tuin
een zalige kerst
en een gelukkig nieuwjaar 2010!
de eerste sneeuw is reeds verdwenen, de korte maar heftige winterprik van een paar dagen voor kerst behoort al tot de verleden tijd. maar ik vond het heerlijk bij mijn ronkend kacheltje te zitten en dromend naar al dat wit buiten te staren....
ondertussen heb ik mijn oude dichtbundels overgetypt en ik plaats ze bij deze op mijn blog. foei! in mijn eerste bundel zette ik nog een punt na elke titel... ach, in mijn vroegere gedichten was ik zeker niet consequent bij het gebruiken van leestekens... maar geen nood: nu heb ik de gedichten altijd bij me. vond het wel een vreemde ervaring mijn vroeger werk over te typen..
blij ben ik dat ik me dit jaar heel bewust bevrijd heb van wat ik 'invloeden' (maatschappelijke, literaire, spirituele, ideologische...) noem. ik wou me losmaken van de zienswijzen door anderen opgedrongen en opnieuw op zoek gaan naar mezelf.
ik zeg tegen iedereen dat ik in niets meer geloof. alhoewel deze attitude misschien bij sommigen als beangstigend overkomt, voel ik mij heel licht...
hieronder drie wintergedichten, 1 uit elk van mijn bundels.
3 november
het is ijskoud in deze kamer.
ik ga een eindje
in de mist wandelen.
mijn gevoelens van ongenoegen
doen verdwijnen door twee sneetjes brood te eten
van het merk wonder.
wat gouda kaas, een potje fruit,
en een hap hollandse verkade chocola
met vulling van hazelnoten, rozijnen en amandelen.
een gedicht maken.
ontdekken: het voorzichtige leven
hou oud te worden met deze twee
konijnzachte knieën.
SNEEUW
1
weerkaatsing van witte landschappen
schittering van ijskristal in azuurblauwe zon
een traag vermoeden van vuur in grotten
de dampende geur van ademend wild
ijzige herinneringen
2
het langzaam neerdwarrelen van koele vlokjes
motsneeuw in de wijdte van wintermouwen
verkrimping die niets anders is dan vriendelijk
toedekken van wat zich nors en korzelig
verbergt in koele woestijnen van winter
de zachte, behoedzame belofte
aan nabuurschap
BLAUW VAN DE KOU
(of: de vaart in de winter)
hier moet je staan om het blauw
van de kou te zien, krokant laagje sneeuw
op het dek op de daken. traagzame traagheid
van water, het gedrein van een trein
in de witheid van ijs. dit landschap
is blauwer dan blauw, het licht kruipt
over de schalies over de schotsen scheef.
het niest en het niest in de neus
van de trein en het kikkert koud rond
het schip. het rent en het rent naar
de punt van de reling, raakt rakelings
de boeg. toch is alles in deze ruimte rond.
ik gooi het blauw als anker uit,
het komt blauw van de kou terug.
ik snel en ik spring, ik duizel van ijs,
ik kaats en weerkaats op de rand.
- de dagen van de winter.doc (178.5 KB)
- JAGEN.doc (134.5 KB)
- SAPKRACHT.doc (110.5 KB)

