Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Berichten van 10 oktober 2011 tot 16 oktober 2011

dat was even schrikken

















toen ik nog niet zo lang geleden uitgenodigd werd om mee te doen aan het project hommage aan willie cools, een kunstschilder uit duffel, die overleed op 4 juli 2011, was het voor mij even schrikken: eigenlijk kende ik willie cools niet echt. ik bezat alleen maar een prachtige monografie, de sprong in de ruimte*, met een uitzonderlijke selectie schilderijen.

wat moest ik doen? ik verzamelde zoveel mogelijk commentaren op internet. ik keek en keek en keek naar de afbeeldingen in de monografie. oeps! ik voelde me een beetje overweldigd door zoveel 'drukte', haha, ik bedoel dit niet negatief, maar de dames op de schilderijen en tekeningen van willie cools zijn wel heel erg beweeglijk en kleurrijk, net of ze een woeste oerritus uitvoeren op doek. daarbij zijn ze allemaal naakt.

hoe voelt een vrouw zich bij het kijken naar deze schilderijen? ik denk in eerste instantie toch een beetje ongemakkelijk, in tweede instantie wat opgelaten. haha, ziet de kunstenaar ons nu echt zo (ik plaats mijn handen in mijn zij, borstjes vooruit, billen samengeknepen) en moeten we dan zo (ik wiebel en ik wemel, ik beweeg) dansen? ik werp mijn linkerbeen de lucht in, dan het rechterbeen, ik beweeg mijn heupen, schokschokschouder en gooi mijn hoofd naar achteren... hoho, oppassen, ik wil hier niet oneerbiedig zijn. toch moet ik bekennen dat ik, een beetje lacherig, bovenstaande dansbewegingen stiekem op mijn kamer uitprobeerde.

indruk maakten deze schilderijen dus wel op mij. bij nadere observatie werd ik me bewust van het pure vakmanschap van willie cools: door zijn teken- en schilderkunst worden deze naakten ontdaan van alle vulgariteit. eigenlijk gaat het willie cools niet om het naakte, zelfs niet om de vrouw, maar om het beleven en tot expressie brengen van een schildersdynamiek: het gaat om vorm, kleur en ritme.

erotiek wordt ontluisterende kunst.

 

.

 

aan dit project werkten 19 dichters mee, 6 vrouwen en 13 mannen. ik wil in dit blogbericht focussen op de reacties van de dames–dichteressen: hoe werkten zij hun hommage uit, wat zagen zij in de schilderijen van cools, wat voelden zij? niet dat ik hier absoluut een manonvriendelijk bericht wil neertokkelen - de gedichten van mijn mannelijke collega’s zijn super!

 

maar ik was een tikkeltje nieuwsgierig: zouden de dames, onder de indruk van al dat vrouwelijk geweld in cools’ schilderijen, een specifiek erotisch uitgangspunt hebben aangenomen voor dit project? zouden zij gedichten hebben geschreven met een vleugje wellust, of zou dit poëtisch eerbetoon een soort sublimatie van pijn en verdriet worden om het afscheid, vooral voor wie willie cools bij leven heeft gekend? 

 

.

 

een vriendin van willie, de dichteres begga mariën, mailde me:

 

‘ik kan me niet precies herinneren wanneer willie me gevraagd had om aan een nieuwe uitgave mee te werken, maar zijn bedoeling was van verschillende dichters (ik weet niet precies wie) bij zijn werk te betrekken en in die zin iets nieuws te brengen met zijn (nieuw?) werk. daarop heb ik toen mijn positieve medewerking beloofd.

...

 

iedereen die willie kent weet dat zijn opzet was van mensen, kunstenaars, met elkaar in contact te brengen’

 

eigenlijk was dit project dus een idee van willie cools zelf, dat na zijn dood verder werd uitgewerkt. geheel volgens zijn opvattingen: laten we de kunst en het leven eren en omarmen, laten we samen, geïnspireerd door mijn schilderijen, in alle vriendschap, iets nieuws uitproberen...

 

.

 

de schrijfster en dichteres suzanne binnemans uit lier verbaasde me door de fijnmazige, ietwat melancholisch- sensuele toon in haar gedicht. niets naakte oervrouw dus, maar wel een schroomvolle, bijna onderworpen minnares, die zich schikt in de krijtlijnen die voor haar zijn opgezet. waarom denk ik plots aan gustav klimt, en zijn mooie zinssnede: "… want ik vrees en respecteer echte liefde."

 

suzanne binnemans’ vrouwelijke figuur geeft zich gewillig over aan de strelingen van haar minnaar, de dichteres vertolkt op verukkelijke wijze het versluierde verlangen naar liefde en geborgenheid, de fragiele droom van elke vrouw...


suzanne binnemans


     
‘Door het gaas van mannenwimpers 
        worden vrouwen dag en nacht bespied’
        (Johan Anthierens)


       eerst verborg je nog mijn gezicht
       liet je mijn armen en handen dwalen 
       mijn benen en tenen spelen
       over een maagdelijk blank vel

       mijn lot lag in jouw handen

       je deed me bewegen tussen grenzen
       binnen de krijtlijnen voor mij uitgezet
       zelf mocht ik niet kiezen
       strelend creëerden jouw vingers

       ik wentelde me in jouw kleuren

       bedachtzaam leunde je over mij heen
       ik voelde jouw hete adem
       wanneer je mijn naakte lichaam
       zorgzaam toedekte met witte sluiers

       angstvallig volgde ik jou

       je dwong me te kijken
       schroomvol vouwde ik me dicht
       plooide toen weer open
       ik gluurde naar wie mijn hoeder was

       getrouw werd ik de jouwe

 

 

.

 

oeps, mijn gedicht. totaal anders. ik besloot, na het schokeffect dat door het door mij gekozen schilderij een nieuwe zomer had teweeggebracht (het vrouweljk naakt zinderde werkelijk van op het doek, ik werd als het ware overrompeld door al dat oranje en roze en vermiljoen) de sterke vrouwenfiguur op het schilderij zelf aan het woord te laten. zij schijnt met haar linkerhand vriendelijk uit te nodigen tot de dans, daarom laat ik dit op het einde ook gebeuren.  

 

 

nicole van overstraeten

     
een nieuwe zomer

      omtrent mijn zogenaamde woestheid 
      wil ik echt geen woorden kwijt, ik weiger pertinent.
      ik zeg: dit zomerrood is vuur. ik presenteer 
      de weerbaarheid van vlees, het wachten 
      op het zachte – maar ook het dieproze vertoeven. 
      ondanks mijn tintelende opening, mijn huichelen,
      mijn dijen zogenaamd, spijt het mij zeer.
      dat jokkend reflecteren van jouw licht -

      niets anders dan een droom, een land van zand.

      jij mag mij desondanks wel welig koesteren,
    dat sta ik teder toe. genieten van mijn eigen veinzen. 
      ik weet, mijn schacht is hoog, mijn buik is zoet,
      een hemelvaart van honing. ik wiebel in oranje, 
      ik wemel karmozijn, ik zinder en hou dapper stand.
      ik feliciteer en zeg: dans, dans, dans nu met mij,
      reik mij de hand. in deze nieuwe zomer 
      schuim ik ronduit vermiljoen.

 

 

ik kan niet vragen aan willie cools wat hij van mijn gedicht vindt, maar ik heb toch vaag de indruk dat hij het soort vrouw dat ik beschrijf echt wou tekenen. mannen die van vrouwen houden, laten ze bestaan in al hun kracht en sensualiteit. zij onderwerpen ze niet, zij mogen in alle vrijheid dansen...

aanvulling: hieronder een superleuk fulmpje, mij toegestuurd door enkele geheimzinnige bewonderaars, de gekke dans dus van HH Marat Joy Tchundyk anda his bastardbrotha Marat Tchundyk Gundo.



 

.

 

rose vandewalle introduceert een vrouwenfiguur die wankelt, valt en terechtkomt in een kolkende spiraal. haha, sommige schilderijen van willie cools met wervelende vrouwenfiguren hebben dus dit effect: dat je van het dansen draaierig wordt als een derwisj, dat het uiteindelijk allemaal eindigt in een val.


maar wie dit gedicht subtiel leest merkt op dat de wankelende (dansende?) vrouw eigenlijk wanhopig en angstig op zoek is naar houvast, het zijn de muren van de kamer die bewegen, de dans eindigt in een huiveringwekkende tuimel. ik durf het bijna niet zeggen, maar ik vermoed dat rose hier in enkele penseeltrekken, in enkele verzen, het levenseinde beschrijft. een passend gedicht in deze hommagebundel, vind ik.



rose vandewalle

de kamer
plots kantelt en keert
vangt me op
in haar grijpgrage armen
haar handen zo fel van het willen
bewerkt me
met elk van haar vurige tongen
omsluit me beneemt me

de kamer hitsige adem 
kolk en spiraal
de kamer 
o ze wentelt en wankelt
weldra in versnelling
sleurt me mee in haar val
komt tot een tuimel
tot een huivering wekkende tuimel

 

 

.

 

hannie rouweler heeft ook een schilderij uitgepikt, waarrond ze een gedicht schrijft. ha, die hannie! virtuoos als ze is, schrijft ze een verrukkeljk lang gedicht met een waaier aan ervaringen, die dan nog in een grotere waaier van interpretaties kunnen worden opgevangen. haar verzen zijn zwierig, mededeelzaam. haar zinnen zijn bijwijlen intens, maar soms ook zacht als velours.


geen briesje dus, maar een felle wind zet ze gewind op papier.


passie, erotiek, een spreekwoord, beelden uit haar jeugd, psychologie, vervreemding, humor  - dit alles passeert het oog van de lezer. strofe drie intrigeert me danig: ‘de metamorfose van de tijd buiten het gewricht/ de anonimiteit die in het geel verdwijnt/ granenveld’.

 

een sleutelvers, vind ik. want dit is wat hannie doet: elementen die deel uitmaken van het schilderij, maar ook haar eigen denken en voelen plaatst ze buiten de tijd, ze worden eeuwige abstractie. heel mooi is het einde: alleen het woord granenveld staat daar, als representatie van haar gedachtenvlucht. het beeld van de weidse graanvelden katapulteert de gele fetisj en de poëzie van hannie naar de ruimte, naar de oneindigheid.

 

  

hannie rouweler

      
DE SCHILDER EN HET MODEL
       (Willie Cools, Gele Fetisj)

       Dat de passie spreekt – in Gele Fetisj
       dat is duidelijk. De schilder en het model
       voelen zich er blijkbaar beiden niet ontspannen bij:
       zij toont haar kut – maar aan wie of wat?
       Aan hem, aan haar, de kijker, een vreemdeling,
       haar ogen staren in het niets. De droom, suggestie.

       Ik denk aan het boerenland van mijn oom, regen
       en zon, groei en verval, geluk en dikke pech.
       ‘Als de vos de passie preekt
       boer, let op je kippen’!

       Dit zal niet helpen. Het onbedwingbare in de lust,
       de lijnen die het beeld doorkruisen –
       de vrouw zit niet stil, ze verplaatst zich voortdurend.
       De metamorfose van de tijd buiten het gewricht,
       de anonimiteit die in het geel verdwijnt. Granenveld.

       In juni is het vaderdag. Ik geef mijn vader Jan
       postuum een van deze schilderijen op zijn 90e.
       Als meisje waarschuwde hij me al dikwijls
       als ik me stond op te maken voor de spiegel
       aan de binnenkant van een deur, in de woonkamer:
       ‘Hannie, je draagt te korte rokken’.
       Kunstenaars en dichters. Pas daar maar voor op.

 

.


begga mariën en marije kos schreven de meest abstracte gedichten. zij interpreteren totaal, de beelden staan verder af van de concrete schilderijen. ze inspireren zich nog wel op een doek, maar hun gedicht neemt een meer naar binnen gerichte en tegelijk hogere en verdere vlucht.

toch vind ik beide gedichten (alhoewel ze natuurlijk een eigen profiel hebben) heel romantisch. zij lijken in een droom te zijn geschreven, of op het moment van het ontwaken uit die droom.

de nobelprijswinnaar tomas tranströmer omschrijft trouwens dit moment als ‘een parachutesprong, een bevrijding uit de verstikkende omstuimigheid’...

Waking up is a parachute jump from dreams.
Free of the suffocating turbulence the traveller
sinks toward the green zone of morning.

begga laat een vrouw spreken met een zwarte ziel (wow!) die in haar wezen een zee van klapwiekende meeuwen ervaart (wat een mooi beeld) en ook hier symboliseert het lopende zand de voorbijvliedende tijd.

marije kos’ gedicht vind ik nog geheimzinniger: een herinnering maakt zich los uit het blauw (prachtig beeld)...  maar welke herinnering? en wie is die schim, van wie zijn die ogen, die warme hand, wie ervaart pijn en venijn, wiens zicht wordt belemmerd, wie wordt uiteindelijk gered van de ondergang? gaat het om de schilder, zijn model of gaat het om de dichteres?  marije kos’ gedicht roept bij mij blijkbaar heel indringende vragen op.

maar in deze laatste gedichten eren ook deze dichteressen een kunstenaar die desondanks – en dit is misschien een troostende gedachte, de verstikkende omstuimigheid van het leven heeft ingeruild voor – ik interpreteer en fantaseer nu zelf-  de groene zone van de oneindigheid.

 

begga mariën

       
INNERLIJKE WAARHEID

        Hoe helder moet de nacht zijn
        om mijn zwarte ziel te verblinden
        die tussen wier en algen wordt verzwolgen?
        
        - Een zee van meeuwen
        klapwiekt in mijn wezen -
        
        Hier zijn geen kruimels
        voor een weg terug.
        De dwaalster bevleugelt het vuur;
        luide rook wordt zachter
        en balsemt lenig
        het zand dat loopt.

 marije kos

        Bij het schilderij De Ondergang.

        De ondergang

        een schim uit het verleden
        maakt zich los uit het blauw
        herinnering dringt zich op
        glooiende vorm gloeiende kleur
        strelen zijn ogen

        een lach klinkt
        een warme hand raakt
        maar het is maar even

        zweet parelt en adem stokt
         zoetgevooisd klinkt anders nu            
        zacht en rond wordt scherpgetand

        prangend fel en giftig
        zijn napijn en venijn

        de hersenschim vervaagt
        ragfijne spinnenwebben
        en donkere stofdraden
        belemmeren het zicht

        net op tijd gered
          
        van de ondergang

 

 

 

 


Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten