Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Berichten van 11 januari 2016 tot 17 januari 2016

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen (3)

Fragiliteit en vluchtigheid

In haar gedichten bereikt Lieve Thiebaut een fragiliteit en een vluchtigheid die ik associeer met oude Japanse dichtvormen, de tanka in het bijzonder. Inhoudelijk is het belangrijkste thema van deze dichtvormen de immanente melancholie van de natuur. Mono no aware is de Japanse term hiervoor, met zijn gelukkige associatie naar het Engelse homofoon aware = bewustzijn of bewustwording.

De immanente melancholie van de natuur is trouwens in de westerse letterkunde niet onbekend. De Romeinse dichter Vergilius* schreef reeds: Sunt lacrimae rerum - de dingen dragen tranen. De dichter merkt hoe de nevel condenseert aan het eindpunt van een boomtak of -blad en er als een traan afdruipt … dan weent de boom en dat beeld beantwoordt aan het gevoel van de mens in diverse situaties.


Lieve Thiebaut schrijft vrije verzen, zonder hoofdletters of rijmen en zonder leestekens, de hierboven genoemde tranen noemt zij sluiers, maar het resultaat is verwant:


zal ik dan opnieuw ervaren
de nevel ’s morgens
en de avond
die in sluiers uit de velden trekt
de kilte
die mij wapent
en de rayonnante pijn
die uitvalt met het doven
van lantarens
mij in volkomen duister bergt


Ook voor het volgende gedicht vraag ik de lezer terug te gaan in de (literaire) geschiedenis van Japan en de verzen te vergelijken met een tanka van ... Ono no Komachi (c. 825 – c. 900), een van de beroemdste tanka-dichteressen uit het middeleeuwse Japan:

als een koorddanser
en ietwat roekeloos
heb ik de sprong gewaagd
de ijlte rond mij
en het broze van een draad
liet mij uiteindelijk ademloos
en tot zoveel bereid

(LT)


Door passie verteerd
stapte ik in het frivool
wiebelend bootje
En geen dag ging voorbij
of ik werd ondergedompeld

(ONK)


kokoro kara
ukita fune ni
norisomete
hito hi mo nami ni
nurenu hi no naki

(Japanse versie)

Het aantal lettergrepen in Lieve Thiebauts gedicht klopt niet (voor een tanka moeten er plus of min 31 zijn). Inhoudelijk hebben deze gedichten echter eenzelfde uitgangspunt: beide dames wagen zich aan het leven. Lieve Thiebaut nog naïef en verwachtingsvol, Ono no Komachi is al ondergedompeld. Maar weer is de globale indruk erg oosters en associeer ik dit gedicht met de wonderlijke wereld van wabi-sabi, het Japanse schoonheidsideaal van eenvoud, terughoudendheid en elegantie. Ik wil hierbij een experimentje wagen: door een paar regels te schrappen gaat dit gedicht wel heel erg op een tanka lijken:


als een koorddanser
en ietwat roekeloos
heb ik de sprong gewaagd
de ijlte rond mij
liet mij uiteindelijk ademloos

Oeps! Hier heb ik heiligschennis gepleegd, want aan gedichten mag je niks veranderen zonder de expliciete toestemming van de auteur! Maar dat Lieve Thiebaut het tanka-gevoel in mij wakker maakt, is overduidelijk!

In volgende gedichten beschrijven Lieve Thiebaut en Ono no Komachi beiden het vergaan van de herfstkleuren. Dit proces wekt een zekere melancholie op. Lieve Thiebaut voegt echter het verlangen toe aan de wanhoop, daarom eindigt haar gedicht niet zo in-droevig.
Met een paar kunstgrepen maak ik van Lieve Thiebauts gedicht een of twee tanka’s, maar dat ga ik zeker niet doen. De witruimte tussen beide strofen duiden niet op een breuk, een nieuw gedicht, maar laat de lezer ruim de tijd om het verband tussen verandering en verlangen naar samensmelting zelf in te vullen.

Aan de lezer om te oordelen en te vergelijken:
 

alles verandert mettertijd
kleuren vergaan aan hun gevoelen
en vormen
wanneer zij afgebroken zijn
het mengsel
waarin zij meer ontroeren
dan toen
in hun verscheidenheid

er is iets deelzaams
iets verlangends
zoals zij mateloos overgaan
nog in zichzelf
vaag in het ander
geleidelijk in hun samengaan

(LT)

De bloementinten
zijn nu volledig vergaan
In deze wereld
is mijn leven puur verlies
als in een langdurige regenbui

(OnK)

Hana no iro wa
utsurinikeri na
itazura ni
waga mi yo ni furu
nagame seshi ma ni

(Japanse versie)


Tenslotte


In dit essay wilde ik een korte analyse maken van Lieve Thiebauts bundel Nazca en de literaire schakel ontdekken met het Verre Oosten. In Nazca liggen de kiemen van Lieve Thiebauts dichterschap. Zij wil de zin van het leven doorgronden, zoekt naar innerlijke en uiterlijke verruiming, is zich duidelijk bewust van het voortschrijden van de tijd. Ondanks haar melancholie verwoordt zij het verlangen naar inzicht in het menselijk bestaan. Zij verlangt naar een band met de andere, naar contact met lotgenoten.

Lieve Thiebauts poëzie is fijnbesnaard en bezit een gracieuze terughoudendheid die doet denken aan de klassieke oosterse poëzie. Zij schrijft haar verzen bij voorkeur ’s nachts. Als ze aan haar gedichten werkt, gaat ze door tot in de vroege uurtjes. Zij leest haar poëzie voor met zachte stem. Zo klinken haar woorden nog verrukkelijker, ijl, diepgaand en elegant tegelijk. Ik geloof niet in het toeval: dat Lieve Thiebaut een soort virtuele liefdesrelatie zou krijgen met het Verre Oosten, stond in de sterren geschreven.


1864013-5a2cd6be530c07a7b09e71fc22c9c5ae.jpg

Portrait of Ono-no-Komachi

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen (2)

Het smalle pad naar het innerlijk

Ik wil Lieve Thiebauts verzen op me laten afkomen en de gevoelens, associaties en gedachten die ze in mij opwekken neerpennen. Dit is geen echt wetenschappelijke werkwijze en het gevaar bestaat dat ik onbedoelde betekenissen vind. Toch verkies ik een intuïtieve lezing van de poëzie van Lieve Thiebaut. Ik noteer bij voorkeur het volledige gedicht: citaten vernietigen dikwijls de organische structuur van een tekst en doen afbreuk aan de bedoeling van de auteur.


1864011-1d6028caeca3de4d1887044fdb5ba99c.jpg

In de dichtbundel Nacza, die eigenlijk een weerslag zou moeten zijn van een reis naar Zuid-Amerika en bol zou moeten staan van verwijzingen naar bijvoorbeeld de schitterende Inca- en Maya-cultuur, vind ik in het gedicht maar naar Nazca keer ik eens terug (p. 22) sporen terug, die ontegensprekelijk wijzen op …. een oosterse ingesteldheid. De openingszin van The Narrow Road to the Deep North luidt als volgt (fragment): Days and months are travellers of eternity. So are the years that pass by... I myself have been tempted for a long time by the cloud-moving wind - filled with a strong desire to wander.* Vrij vertaald klinkt dit zo: Dagen en maanden zijn reizigers in de eeuwigheid. Zo ook de jaren die voorbijgaan... Ik heb me lange tijd laten leiden door de wolkenwind, vol van de begeerte om te zwerven.
Lieve Thiebaut schrijft:


maar naar Nazca keer ik eens terug
alleen en zonder haast
de vlakte zien
waar ooit een God
(om welke reden ook)
de sporen van mijn herkomst liet
mij uitzond met amper een herinnering

zelf weert hij jaren en getijden,
raakt in zijn hunker soms mijn ziel
maar laat mij - waarom die twijfel? -
wijl ik mij opmaak in zijn spiegeling

in lijnen, cirkels en gesteenten
wisselen tijden zonder haast
zo laat mij
wanneer ik zonder zichtbaar teken
de weg naar Nazca nemen ga


Lieve Thiebaut verlangt naar tijden zonder haast. Deze instelling is wellicht een voorformulering van ons modern begrip onthaasten. Zij wil de vlakte zien waar ooit een God de sporen van mijn herkomst liet en de weg naar Nacza nemen, wat duidt op een behoefte aan ruimte, aan zwerven, een verlangen en zoeken naar; zij wil een reis ondernemen … om zo inzicht te verwerven in zichzelf en tegelijk te ontdekken hoe de mens in de kosmos functioneert.


Allene vogels


Lieve Thiebaut vindt duidelijk haar inspiratie in de natuur. Veel van haar gedichten beginnen met een natuurbeeld en deinen verder uit naar melancholische notities over vergankelijkheid, eenzaamheid, stilte en het terugplooien op zichzelf. Opvallend is dat zij het in de bundel Nazca meerdere malen over vogels heeft, symbolen bij uitstek van vrijheid, vluchten, ruimte, reizen, een nest bouwen, de dood.

De dichteres is blijkbaar bang voor vogels, bang om de vlucht in de ruimte, want de vlucht, zowel als het leven, is een droom. Alles eindigt in stilte, weemoed en eenzaamheid:

en altijd zijn er de vogels buiten
de kruimeldieven
waarop de stilte wacht
de zwermen die ons ’s avonds overvliegen
onzeker beeld
wanneer de stad mee donkeren gaat
de spreeuwen
in verhaaste golven
op een vermoeden vluchten gaan

en ik weet niet waarheen

sinds de herfst heeft zich de stilte ingekleed
wijl niets herneemt
maar even dromeloos verderdrijft

vlucht ik de plaats die zo verlaten lijkt?

Een van de mooiste gedichten uit de bundel is tegelijk het meest weemoedige:

in dit huis van stilte
troon ik
als het geluidloos licht
al wat ik raak
hertekent zich
neemt vorm en aangezicht
in mijn gebaar

en toch
hoe donker is het hart
dat zoveel weemoed schiep



1864011-8c67eca2ce2dc7ce58a0bd6f50d26d82.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen (1)

Ergens heb ik gelezen dat mensen die niks posten op facebook, de interessantste levens hebben. Misschien is dat wel waar. Eigenlijk moeten facebookers gewoon veel tijd hebben en zich heel erg vervelen, om zo de hele tijd door met hun slimme phone te kunnen prutsen. Afgelopen jaar heb ik als experiment even meegeliked. Het resultaat was niet alleen ontluisterend, maar vooral ontgoochelend. De overdaad aan onnozele posts (tja, je laat een scheet en plaatst dit event op facebook) irriteerde me bovenmatig, Als er dan iets interessants gepubliceerd werd, hield ik me de hele tijd bezig met op het schermpje van mijn smartphone te tikken en te wrijven, want ik moest liken en nog eens liken. Besluit: wat een tijdverlies!

In 2015 heb ik desondanks toch heel wat 'posts' bijeengeschreven, niet op facebook, maar wel in tijdschriften, verzamelbundels, op mijn blogs... Ik schreef een 10-tal recensies (goed voor 5000 woorden), de inleiding bij een verzamelbundel over Gerrit Achterberg en een essay over de dichteres Lieve Thiebaut uit Sint-Pieters-Leeuw, dat uiteindelijk in december in WEL, tijdschrift van de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven, werd gepubliceerd.

De aanleiding voor dit essay was niet alleen mijn waardering voor dit kleine, pittige vrouwrje, dat 's nachts, in het geniep, haar gedichten schrijft, zonder daarmee naar buiten te komen - wat anders dan de gilletjes en schrikkelmoves die dichters tegenwoordig produceren!

In haar jeugdjaren had Lieve al een en ander gepubliceerd, oa een dichtbundel met de intrigerende titel NAZCA. De lijnen van Nazca zijn geogliefen, tekeningen in het zand van de pampa's van Jumana en Nazca in Peru. De tientallen figuren van dieren, honderden geometrische vormen en duizenden lijnen en lijnenspellen zijn in het woestijnzand van de hoogvlakte van Peru lang bewaard gebleven. De hoogvlakte is een van de droogste gebieden op aarde met een gemiddelde jaartemperatuur van 25 graden Celsius. Het is er bijna altijd windstil en er valt vrijwel geen regen, zodat de lijnen duizenden jaren bewaard bleven.

Maar de gedichten in NAZCA gaan niet alleen over geogiefen, integendeel: het zijn fragiele aantekeningen over...

Als u naar beneden scrolt, beste lezer, wordt uw nieuwsgieriheid bevredigd. Let wel: mijn essay zal ik verdelen over enkel posts op deze blog, want het is een lang werkstuk, het aantal woorden kan ik me nu niet onmiddelllijk herinneren.



1863806-7d1891dc8ce5f54dcf00a6c8d6e45012.jpg

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen
Essay over de poëzie van Lieve Thiebaut


Inleiding

Sommige dichters doen er alles aan om in de belangstelling te blijven en voortdurend op de voorpagina van literaire tijdschriften te worden vermeld. Andere auteurs werken jaren in stilte verder, alhoewel de kwaliteit van hun werk steeds beter wordt. Zo iemand is Lieve Thiebaut uit Sint-Pieters-Leeuw.
Zij debuteerde in 1978 met de bundel Allene vogels, uitgegeven bij Panther Paperback. In Kalender 81 publiceerde zij gedichten samen met Anna Malibran en Hildo Leroy. In 1979 kreeg zij de prijs van het tijdschrift Schuim; in 1982 kreeg zij een vermelding voor een cyclus van tien gedichten uit de bundel Nazca (eerste tweejaarlijkse prijs van De Bladen van de Poëzie), in datzelfde jaar uitgegeven bij de Leuvense Schrijversaktie, in de reeks Leuvense Cahiers. In 1992 kwam uiteindelijk De Steen van Rosette op de markt, haar meest gestroomlijnde uitgave. Een vierde bundel is ongeveer klaar, na twintig jaar zwijgen, of beter: na twintig jaar geen tijd te hebben gehad om met uitgeven bezig te zijn, want het gezin, het werk, het leven gingen voor.
Lieve Thiebaut bewondert Li Po en Du Fu, de klassieke Chinese dichters uit de Tang-dynastie (618 tot 908)*. In dit essay trek ik echter resoluut de lijn door naar het meesterwerk van de Japanse haiku-dichter Matsuo Bashō, Oku no Hosomichi 奥の細道, of おくのほそ道, vertaald in het Engels als The Narrow Road to the Deep North, in het Nederlands De smalle weg naar het verre noorden*. Matsuo Bashō werd beïnvloed door ….. jawel, de klassieke Chinese dichter Du Fu, die ook veel reisde en daaromtrent onsterfelijke poëzie schreef. Ik bespreek eerst de bundel Nazca*, daarna zoek ik naar Lieve Thiebauts verwantschap met het Verre Oosten.

De kosmos bestuderen en de wandeling van de maan in de pampa

Nazca is een bundel met sobere kaft en 40 fragiele, licht-melancholische gedichten over eenzaamheid, liefde en vergankelijkheid, met als belangrijkste kenmerken: eenvoudige formulering en intelligente woordgevoeligheid. Intrigerend toch, de titel van de bundel: Nazca. Na enige research kwam ik tot de ontdekking dat de lijnen van Nazca geogliefen zijn, tekeningen van dieren, geometrische vormen en duizenden lijnen en lijnenspellen, tussen 200 vóór en 600 na Chr. vervaardigd door de Nazca- en Paraca-indianen in het woestijnzand van de pampa's van Jumana en Nazca …. in Peru!
In de jaren ‘30 van de 20ste eeuw formuleerden wiskundigen Maria Reiche en Paul Kosok de hypothese als zouden de lijnen en figuren een gigantische astronomische kalender zijn. Maria Reiche schreef: wij kunnen op elke lijn iets ontdekken: het pad van de zon in het verleden, of het voorbijgaan van een verre ster, het verschijnen van een of andere constellatie of simpelweg de wandeling van de maan in de pampa. Ongeveer tweeduizend jaar geleden hebben de oude bewoners van Nasca hier een ruimtestation gemaakt om de kosmos te bestuderen. Help, wat had dichteres Lieve Thiebaut in ‘s hemelsnaam te maken met Peru? En met astronomie? Ik wou hier toch zoeken naar aanwijzingen betreffende een delicate oosterse verwantschap? Maar hoe meer ik me verdiepte in de mysteries van Nacza, hoe meer ik ontdekte dat levenshoudingen, godsdiensten, mythen en filosofieën in oude culturen op verschillende continenten meer verwantschap met elkaar vertoonden dan men op het eerste zicht zou denken. Dit essay is niet de geschikte plek om op dit item dieper in te gaan, daarvoor ontbreekt de ruimte en de tijd. Ook vraagt zo’n project wellicht jarenlange studie in domeinen die niet rechtstreeks met poëzie te maken hebben.




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten