Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Berichten van 6 augustus 2018 tot 12 augustus 2018

Laatste bericht over Taz 2018 :Simone Atangana Bekono

Simone Atangana Bekono wint Poëziedebuutprijs aan Zee, Taz 2018

Zaterdag 4 augustus ontving ze deze prijs voor haar dichtbundel hoe de eerste vonken zichtbaar waren. De prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar werd uitgereikt tijdens Theater aan Zee. De Poëziedebuutprijs aan Zee is een initiatief van het Poëziecentrum en de Auteurs, in samenwerking met Theater aan Zee. Aan de prijs is een geldbedrag van €1.500 verbonden.

De prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een jonge dichter met een bijzonder poëziedebuut. In het juryrapport is te lezen waarom de jury koos voor Simone Atangana Bekono.

(Fragment uit Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, gepubliceerd in Meander Poëzie, een recensie van Ernst Jan Peters)

VII.
Dat ik uit jagen ging, en dat ik geschikte laarzen kocht en een warme jas
en dat ik geen tent meenam maar een stuk zeil dat ik opgerold op mijn rug droeg
en dat ik in de voetstappen van de beer door de regen liep
En dat het bos zich bewust was van mijn geur
en dat mijn lichaam zich bewust was van het bos
en dat de vogels besloten zich eerbiedig te gedragen en hun snavels dichthielden
en dat de beer zich bezighield met de vis in de rivier, het schoonspoelen van zijn poten
waar bloed en poep en mos aan kleefden
Dat de ree die voor mij uit sprong zich niet bedreigd voelde
maar haar vacht tegen de boomschors aan wreef zodat ik in de buurt kon blijven
en de bomen precies genoeg zonlicht toestonden
en de zon net warm genoeg scheen om het ijswater van de takken
naar beneden te doen druppen, het kraken van het stuk zeil op mijn rug te maskeren
Dat ik tegen het vallen van de avond
met toegeknepen ogen
het licht op de snuit van de ree zag schijnen
en dat de ree stilstond en van de laatste zon leek te genieten
dat ik beefde van vermoeidheid en dat mijn geweer beefde
en dat het leek alsof er tussen dit moment
en het moment dat nog moest komen
In de afstand die tussen ons lag, enkele tientallen meters
de zandkorrels die opstoven, de druppels ijswater die drupten
de zo langzaam mogelijk uitgeblazen wolkjes adem en de beer die
zich niet veel verderop bezighield met de vis in de rivier
en de ree die misschien niet genoot maar wel leek te wachten
ik herinnerde het badwater dat naar eucalyptus rook
de man die een meer in wandelde
en zei dat hij zowel hier als nergens was


(…)
Ik zette na de jacht mijn geweer op de grond, met het handvat op het parket
en de loop naar de lucht gericht, het zeil waarin ik geslapen had opgerold tegen de muur
stinkend naar bloed en poep en mos
en de ree met wie ik niemand en nergens was stond in mijn verbeelding nog steeds
met haar kop naar de oranjerode zon gericht, haar geur aan de bomen gesmeerd
mijn aanwezigheid voor haar verborgen door de afdrukken van de berenpoten waarin ik
mij had bewogen terwijl het bos zich bezighield met het dreigende donker
de ree en ik, wij maakten in de stilte van het bos een afspraak
zoals ik die maakte met de zeemeeuwen, de kustwacht, de partyboot,
het opblaasdier en de miljoenen vissen
in de meters tussen de loop van mijn geweer en haar slaap, naar mij toegekeerd
zowel uitnodiging als uitdaging, met alle miljarden dingen die in de ruimte
tussen ons in gebeurden, die ons deden samensmelten
die het moment van ontsteking aankondigden
voordat de eerste vonken
zichtbaar waren

 

Simone beschrijft hier, laat ik het zo noemen, een voor een jonge vrouw ongewone aangelegenhied, namelijk een jachtscène in een bos, niet in Afrika zoals men misschien zou verwachten, maar blijkbaar in een bos van bij ons, want 'het ijswater druipt van de takken'.

Waar ik van hou (en waar in poëzie mijn voorkeur naar uitgaat) zijn de lange, wijde verzen die haar tekst op een verhaal doen lijken, ze schrijft met lange uithalen, als in lange litanieën, zangerige hymneachtige verzen, een ode aan de natuur, zij is er een onderdeel van, zij vereenzelvigt zich met de ree die zij neerschiet, heeft een intens respect voor dit wezen.

Simone Atangana Bekono zingt, zij sleept ons mee in een wereld waar wij mijlenver vandaan zijn geraakt: de diepe, mysterieuze contacten met onze instincten.

Is dit 'jonge' poëzie? Ach ik weet het niet. Deze verzen lijken niet op de korte hortende gedichten die met allerlei taaltrukjes en buitelingen en gehik en gehoest aaneenhangen, een stijl die doorgaat voor 'modern', want poëzie moet verdicht en dus voor de gewone mensen onleesbaar zijn en moet uitblinken in orakelachtige uitstoot.

Simone schrijft weids en uitnodigend en gul, zij is een rivier die ons meeneemt naar oeroude attitudes, naar de oorsprong van poëzie: de gezongen verhalen van ooit.

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Tokio mon amour

'Culturele initiatie leidt tot een metamorfose, en we kunnen geen vreemde waarden leren als we niet het risico willen lopen getransformeerd te worden door wat we leren.'

Simon Leys, The Hall of uselessness NYRB, New York, 2001

 

Zoals aangekondigd in mijn post over Japanse schrijfsters wil ik nu berichten over een fabuleus boek, door mijn dochter in de Halse bibliotheek gevonden. De titel: Tokio mon amour, de schrijver: Ian Buruma. Aangename kennismaking, Ian.

Ian Buruma, neef van de Britse cineast John Schlesinger, vertrok naar Japan in 1975 en verbleef er tot 1981. Hij kwam er terecht in de toen heerlijk decadente wereld van film en theater. Normaal zou ik niet direct geïnteresseerd zijn geweest in een auteur met een ‘verzilverde’ achtergrond als Ian, maar toevallig woonde ik ook in Tokio in dezelfde periode, nl in 1976 en 1977. Het knappe en nonchalant geschreven ‘reisverhaal’ van Buruma boeide me ogenblikkelijk. Ook ik ben jarenlang gefascineerd geweest door Japan: Japanse literatuur, Japanse keuken, maar ook door het theater: het statische No theater, het dynamische Kabuki (zie hiervoor de talrijke filmpjes op utube, zoals https://www.youtube.com/watch?v=uoK8oAGBWXk

en Butoh, ‘the dance of darkness’.

En deze belangstelling laat me blijkbaar niet los, zelfs al zou ik het willen. Geregeld word ik geconfronteerd met een wereld, die ik intens heb beleefd en noodgedwongen heb moeten loslaten. Niet alleen verwent mijn echtgenoot me nu met schattige Japanse romannetjes (met mooi glimmend kaftje, meestal uitgegeven bij Philippe Picquier, gekocht voor 1 euro per stuk in een tweedehandszaak in Brussel en zo goed als nieuw), ook mijn dochter schotelt mij plots een super interessant boekje voor, dat ik zowaar wil bestellen, want ik beschouw het als mijn persoonlijk cultboek.

Ian Buruma heeft het over het Japan in de jaren ’70, noemt plaatsnamen als Shinjuku, Shibuya en Ikebukuro, wijken waar ik ook heb rondgedwaald. Hij ervaart hoe het is een gaijin te zijn, een vreemdeling. Een statuut dat eerst bijzonder aanlokkelijk lijkt, want een gaijin werd met de nodige eerbied benaderd, maar finaal een lijn trekt tussen de Japanner en de vreemdeling.

Buruma komt in aanraking met de broeierige Japanse underground, waar artiesten zich mengen met travestieten, homo’s en leden van de Yakuza, de Japanse maffia, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Buruma was ook een tijdje acteur, speelde bij obscure gezelschappen, trok op met louche figuren, heeft relaties zowel met meisjes als met jongens en… beleeft de tijd van zijn leven!  Wat Buruma terecht opmerkt is de inderdaad bijna hedonistische maar compleet natuurlijke houding van de Japanner tegenover de seksualiteit, een naturel dat wij hier in het westen verloren zijn, hoogstwaarschijnlijk onder invloed van het christendom.


En ach, ik denk veel na over het citaat hier helemaal bovenaan deze post, de intro van het boek: omgaan met vreemde culturen is fantastisch, maar blijkbaar bestaat ook het gevaar dat men zichzelf verliest of attitudes aanneemt die dan botsen met de mainstream-houding in onze cultuur. En gaijin zijn en blijven: is dat nu zo erg? Ik heb mij ook altijd een beetje vreemd gevoeld in mijn eigen cultuur, dus is het maar natuurlijk dat het gevoel van vervreemding ook speelt bij contact met echte ‘vreemde’ culturen. Er bij horen is leuk, maar afstand bewaren is eigenlijk veel leuker.

Pierre Ryckmans, schrijverspseudoniem Simon Leys, (Brussel, 28 september 1935 – Sydney, 11 augustus 2014) was een Belgisch schrijver, essayist, vertaler, literatuurcriticus en eminent sinoloog. Zijn eruditie, humanisme en gevatheid werden alom erkend en door sommigen gevreesd. Hij wordt herinnerd als een van de eerste westerse intellectuelen die het gruwelijke karakter van de Culturele Revolutie in China heeft benoemd toen deze tragedie plaatsvond en het onder westerse (linkse) intellectuelen mode was om het maoïsme toe te juichen.

Ian Buruma (Den Haag, 28 december 1951) is een Nederlandse sinoloog, japanoloog, journalist en publicist. Hij heeft talloze boeken geschreven over de Aziatische cultuur, met name die van Japan in de 20e eeuw, maar ook over de crisis in de democratie, de achtergronden van het islamitisch fundamentalisme en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt geroemd om zijn eruditie en zijn beschouwende publicaties. Buruma ontving in 2008 de Erasmusprijs. In 2017 werd hij benoemd tot hoofdredacteur van de New York Review of Books

Kazuo Ohno was een Japans danser. Hij was één van de ontwikkelaars en inspirators van de dansvorm butoh, een expressieve dans met trage bewegingen. Ohno beïnvloedde vele internationale choreografen. Wikipedia
Geboren: 27 oktober 1906, Hakodate, Hokkaido, Japan
Overleden: 1 juni 2010, Yokohama, Kanagawa, Japan

De Butoh6 dabsstijk heeft veel invloed gehad op de westerse moderne dans, oa op het werk van Pina Bausch




2168080-00a840e9a346a25cfadc261f3ee73351.jpg

NO theater



2168080-96a5d2a22dde9b8391abf85be3fec782.jpg

Bijlagen
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten