Naar de inhoud

een lief okerkleurig scharminkel

akke.beakke.be
literatuur, cultuur, small talk

Categorie: literatuur

Carnavalsconcertje, 2 maart

Olala dat carnavalsconcertje! Zoals altijd had ik me in mijn enthousiasme vergist van tijdstip: het concertje begon om 19.30u, maar ik had heel de tijd gelezen: 14.30u. Hwahawah! Om 14u stonden we daar al, N. en ik met mijn blauw fardeke. N. moest foto's maken.

Wij dus prompt op café. We hadden honger en bestelden een superlekkere croque bij Duo. Mmmm.... maar ik was al omgeven door een blauwe gloed, zo ongeduldig was ik om mijn blauwe gedichten voor te dragen.


1884997-a4db6834d39a8dbbd2e074d0b2bc990b.jpg

Ik had eerst een zot idee: een rode carnavalsneus opzetten, of mijn lippen blauw schilderen, die rode pruik van jaren geleden terug opdiepen enz... Maar ach, ik dacht bij mezelf: dametje, je bent bijna 70, doe niet zo mal. Maar het was carnaval.


1884997-7529c06597d489f48f41d2aedba49f86.jpg

Het licht kwam van boven. Op mijn wit kopje een effect van jewelste. Wazige fotookes. Zei tegen N. dat ze mij van bovenaf moest fotograferen of in profiel. 'Moet ik dan aan het plafond hangen?' zei ze giechelend. We hadden pret.

Het concertje was superleuk. Zo vertederend, die eerste pogingen om een melodietje te spelen op de gitaar, van de eerstejaars. Het mooist klonk het samenspel, met Marie en Ward.

Ik moest 2 x voorlezen. Eerste sessie: mijn blauwe lentegedichtjes. 's Morgens was de lucht blauw en scheen het zonnetje, maar 's avonds was het bar koud en regende en waaide het. Maar ik blauwde en blauwde. Het laatste woordje van 'café bluenote' was 'ultramarijn'. Ultramarijn is een blauw pigment, dat gewonnen wordt uit lapis lazuli, een kostbare halfedelsteen. De mooiste zijn afkomstig uit Afghanistan. Ultramarijn betekent 'van over de zee', omdat het pigment in de middeleeuwen in Europa binnenkwam langs Venetië.

blauw
blauw zijn de pakjes
van de voorbijrijdende renners
met hier en daar
flitsen van gele en paarse
en witte en rode vlekjes

voorbodes
van de winterdood
van de zich ontstapelende lente


blauw
blauw zijn de blauwgekielde boerkes
met rood & wit genopte neusdoeken
geelkoperen snottebellen
obsederend ritme van dansende gilles
op de grote markt in halle

lente, carnaval


café bluenote

spaarzaam sprenkelden we woorden
over het mosgroene kleed
bij een lekker glaasje wijn
en een knabbeltje verbeelding
noemde ik je mijn lief, mijn lief
van ultrmariijn



1884997-8c5cb7e4ed98b6a5b18a3ab90b6aea27.jpg

Mijn tweede voorleessessie: tanka en kyoka. Omtrent carnaval. Het ging over vreemd geklede reizigers, make-uppen in de trein, de onbedaarlijk blauwe jurk en de knalrood gestifte lippen van een jongeman, de okerkleurige tekens op een lichaam, de kobaltblauwe mond en de rode neus van een clown.

N. zei dat het goed was en ik geloofde haar.

winterstation
op het doorregend perron
verschijnen plotseling
van overal, van nergens
vreemd geklede reizigers

vandaag carnaval
vrolijk opent het meisje
haar doosje make-up.
oogschaduw, poeder, lipstick-
de reizigers kijken steels

ochtend, carnaval
hij verft zijn lippen knalrood
en stapt in een japon
van onbedaarlijk blauw
zo treedt hij uit het duister

ik tooi mijn lichaam
met tekens van gele oker
kobaltblauw mijn mond
en hagelwit mijn handen
rood de neus van een clown

there's something
in the air! in het café
zoent een dame
haar twee roze poedels
en ook elke klant



1884997-f55f52aa004294036c6ee0fd8fb5a736.jpg

Johan vertelde, dat het geluid van 'onze' gitaar niet te vergelijken is met de ongeevenaarde klanken op de flamenco-gitaar.

1884997-aa78ac1891fb06213349b9acca3a4dee.jpg

Leerling was een beetje zenuwachtig. Leraar Johan verklapte een geheim: eet een banaan vooraf, dan word je rustig.

1884997-98d404f34f41336cfc0024f01336c262.jpg

Samenspel: Marie, Johan, Ward. Het mooiste plaatje.


1884997-648dc736cf25924a32c6ee84c98aa861.jpg

Achteraf nog een kriek (ik verkoos een rood wijntje: Mouton Cadet) in het Parlement, de leukste kroeg van Halle

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen (3)

Fragiliteit en vluchtigheid

In haar gedichten bereikt Lieve Thiebaut een fragiliteit en een vluchtigheid die ik associeer met oude Japanse dichtvormen, de tanka in het bijzonder. Inhoudelijk is het belangrijkste thema van deze dichtvormen de immanente melancholie van de natuur. Mono no aware is de Japanse term hiervoor, met zijn gelukkige associatie naar het Engelse homofoon aware = bewustzijn of bewustwording.

De immanente melancholie van de natuur is trouwens in de westerse letterkunde niet onbekend. De Romeinse dichter Vergilius* schreef reeds: Sunt lacrimae rerum - de dingen dragen tranen. De dichter merkt hoe de nevel condenseert aan het eindpunt van een boomtak of -blad en er als een traan afdruipt … dan weent de boom en dat beeld beantwoordt aan het gevoel van de mens in diverse situaties.


Lieve Thiebaut schrijft vrije verzen, zonder hoofdletters of rijmen en zonder leestekens, de hierboven genoemde tranen noemt zij sluiers, maar het resultaat is verwant:


zal ik dan opnieuw ervaren
de nevel ’s morgens
en de avond
die in sluiers uit de velden trekt
de kilte
die mij wapent
en de rayonnante pijn
die uitvalt met het doven
van lantarens
mij in volkomen duister bergt


Ook voor het volgende gedicht vraag ik de lezer terug te gaan in de (literaire) geschiedenis van Japan en de verzen te vergelijken met een tanka van ... Ono no Komachi (c. 825 – c. 900), een van de beroemdste tanka-dichteressen uit het middeleeuwse Japan:

als een koorddanser
en ietwat roekeloos
heb ik de sprong gewaagd
de ijlte rond mij
en het broze van een draad
liet mij uiteindelijk ademloos
en tot zoveel bereid

(LT)


Door passie verteerd
stapte ik in het frivool
wiebelend bootje
En geen dag ging voorbij
of ik werd ondergedompeld

(ONK)


kokoro kara
ukita fune ni
norisomete
hito hi mo nami ni
nurenu hi no naki

(Japanse versie)

Het aantal lettergrepen in Lieve Thiebauts gedicht klopt niet (voor een tanka moeten er plus of min 31 zijn). Inhoudelijk hebben deze gedichten echter eenzelfde uitgangspunt: beide dames wagen zich aan het leven. Lieve Thiebaut nog naïef en verwachtingsvol, Ono no Komachi is al ondergedompeld. Maar weer is de globale indruk erg oosters en associeer ik dit gedicht met de wonderlijke wereld van wabi-sabi, het Japanse schoonheidsideaal van eenvoud, terughoudendheid en elegantie. Ik wil hierbij een experimentje wagen: door een paar regels te schrappen gaat dit gedicht wel heel erg op een tanka lijken:


als een koorddanser
en ietwat roekeloos
heb ik de sprong gewaagd
de ijlte rond mij
liet mij uiteindelijk ademloos

Oeps! Hier heb ik heiligschennis gepleegd, want aan gedichten mag je niks veranderen zonder de expliciete toestemming van de auteur! Maar dat Lieve Thiebaut het tanka-gevoel in mij wakker maakt, is overduidelijk!

In volgende gedichten beschrijven Lieve Thiebaut en Ono no Komachi beiden het vergaan van de herfstkleuren. Dit proces wekt een zekere melancholie op. Lieve Thiebaut voegt echter het verlangen toe aan de wanhoop, daarom eindigt haar gedicht niet zo in-droevig.
Met een paar kunstgrepen maak ik van Lieve Thiebauts gedicht een of twee tanka’s, maar dat ga ik zeker niet doen. De witruimte tussen beide strofen duiden niet op een breuk, een nieuw gedicht, maar laat de lezer ruim de tijd om het verband tussen verandering en verlangen naar samensmelting zelf in te vullen.

Aan de lezer om te oordelen en te vergelijken:
 

alles verandert mettertijd
kleuren vergaan aan hun gevoelen
en vormen
wanneer zij afgebroken zijn
het mengsel
waarin zij meer ontroeren
dan toen
in hun verscheidenheid

er is iets deelzaams
iets verlangends
zoals zij mateloos overgaan
nog in zichzelf
vaag in het ander
geleidelijk in hun samengaan

(LT)

De bloementinten
zijn nu volledig vergaan
In deze wereld
is mijn leven puur verlies
als in een langdurige regenbui

(OnK)

Hana no iro wa
utsurinikeri na
itazura ni
waga mi yo ni furu
nagame seshi ma ni

(Japanse versie)


Tenslotte


In dit essay wilde ik een korte analyse maken van Lieve Thiebauts bundel Nazca en de literaire schakel ontdekken met het Verre Oosten. In Nazca liggen de kiemen van Lieve Thiebauts dichterschap. Zij wil de zin van het leven doorgronden, zoekt naar innerlijke en uiterlijke verruiming, is zich duidelijk bewust van het voortschrijden van de tijd. Ondanks haar melancholie verwoordt zij het verlangen naar inzicht in het menselijk bestaan. Zij verlangt naar een band met de andere, naar contact met lotgenoten.

Lieve Thiebauts poëzie is fijnbesnaard en bezit een gracieuze terughoudendheid die doet denken aan de klassieke oosterse poëzie. Zij schrijft haar verzen bij voorkeur ’s nachts. Als ze aan haar gedichten werkt, gaat ze door tot in de vroege uurtjes. Zij leest haar poëzie voor met zachte stem. Zo klinken haar woorden nog verrukkelijker, ijl, diepgaand en elegant tegelijk. Ik geloof niet in het toeval: dat Lieve Thiebaut een soort virtuele liefdesrelatie zou krijgen met het Verre Oosten, stond in de sterren geschreven.


1864013-5a2cd6be530c07a7b09e71fc22c9c5ae.jpg

Portrait of Ono-no-Komachi

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen (1)

Ergens heb ik gelezen dat mensen die niks posten op facebook, de interessantste levens hebben. Misschien is dat wel waar. Eigenlijk moeten facebookers gewoon veel tijd hebben en zich heel erg vervelen, om zo de hele tijd door met hun slimme phone te kunnen prutsen. Afgelopen jaar heb ik als experiment even meegeliked. Het resultaat was niet alleen ontluisterend, maar vooral ontgoochelend. De overdaad aan onnozele posts (tja, je laat een scheet en plaatst dit event op facebook) irriteerde me bovenmatig, Als er dan iets interessants gepubliceerd werd, hield ik me de hele tijd bezig met op het schermpje van mijn smartphone te tikken en te wrijven, want ik moest liken en nog eens liken. Besluit: wat een tijdverlies!

In 2015 heb ik desondanks toch heel wat 'posts' bijeengeschreven, niet op facebook, maar wel in tijdschriften, verzamelbundels, op mijn blogs... Ik schreef een 10-tal recensies (goed voor 5000 woorden), de inleiding bij een verzamelbundel over Gerrit Achterberg en een essay over de dichteres Lieve Thiebaut uit Sint-Pieters-Leeuw, dat uiteindelijk in december in WEL, tijdschrift van de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven, werd gepubliceerd.

De aanleiding voor dit essay was niet alleen mijn waardering voor dit kleine, pittige vrouwrje, dat 's nachts, in het geniep, haar gedichten schrijft, zonder daarmee naar buiten te komen - wat anders dan de gilletjes en schrikkelmoves die dichters tegenwoordig produceren!

In haar jeugdjaren had Lieve al een en ander gepubliceerd, oa een dichtbundel met de intrigerende titel NAZCA. De lijnen van Nazca zijn geogliefen, tekeningen in het zand van de pampa's van Jumana en Nazca in Peru. De tientallen figuren van dieren, honderden geometrische vormen en duizenden lijnen en lijnenspellen zijn in het woestijnzand van de hoogvlakte van Peru lang bewaard gebleven. De hoogvlakte is een van de droogste gebieden op aarde met een gemiddelde jaartemperatuur van 25 graden Celsius. Het is er bijna altijd windstil en er valt vrijwel geen regen, zodat de lijnen duizenden jaren bewaard bleven.

Maar de gedichten in NAZCA gaan niet alleen over geogiefen, integendeel: het zijn fragiele aantekeningen over...

Als u naar beneden scrolt, beste lezer, wordt uw nieuwsgieriheid bevredigd. Let wel: mijn essay zal ik verdelen over enkel posts op deze blog, want het is een lang werkstuk, het aantal woorden kan ik me nu niet onmiddelllijk herinneren.



1863806-7d1891dc8ce5f54dcf00a6c8d6e45012.jpg

Van eenzame vogels en mysterieuze geogliefen
Essay over de poëzie van Lieve Thiebaut


Inleiding

Sommige dichters doen er alles aan om in de belangstelling te blijven en voortdurend op de voorpagina van literaire tijdschriften te worden vermeld. Andere auteurs werken jaren in stilte verder, alhoewel de kwaliteit van hun werk steeds beter wordt. Zo iemand is Lieve Thiebaut uit Sint-Pieters-Leeuw.
Zij debuteerde in 1978 met de bundel Allene vogels, uitgegeven bij Panther Paperback. In Kalender 81 publiceerde zij gedichten samen met Anna Malibran en Hildo Leroy. In 1979 kreeg zij de prijs van het tijdschrift Schuim; in 1982 kreeg zij een vermelding voor een cyclus van tien gedichten uit de bundel Nazca (eerste tweejaarlijkse prijs van De Bladen van de Poëzie), in datzelfde jaar uitgegeven bij de Leuvense Schrijversaktie, in de reeks Leuvense Cahiers. In 1992 kwam uiteindelijk De Steen van Rosette op de markt, haar meest gestroomlijnde uitgave. Een vierde bundel is ongeveer klaar, na twintig jaar zwijgen, of beter: na twintig jaar geen tijd te hebben gehad om met uitgeven bezig te zijn, want het gezin, het werk, het leven gingen voor.
Lieve Thiebaut bewondert Li Po en Du Fu, de klassieke Chinese dichters uit de Tang-dynastie (618 tot 908)*. In dit essay trek ik echter resoluut de lijn door naar het meesterwerk van de Japanse haiku-dichter Matsuo Bashō, Oku no Hosomichi 奥の細道, of おくのほそ道, vertaald in het Engels als The Narrow Road to the Deep North, in het Nederlands De smalle weg naar het verre noorden*. Matsuo Bashō werd beïnvloed door ….. jawel, de klassieke Chinese dichter Du Fu, die ook veel reisde en daaromtrent onsterfelijke poëzie schreef. Ik bespreek eerst de bundel Nazca*, daarna zoek ik naar Lieve Thiebauts verwantschap met het Verre Oosten.

De kosmos bestuderen en de wandeling van de maan in de pampa

Nazca is een bundel met sobere kaft en 40 fragiele, licht-melancholische gedichten over eenzaamheid, liefde en vergankelijkheid, met als belangrijkste kenmerken: eenvoudige formulering en intelligente woordgevoeligheid. Intrigerend toch, de titel van de bundel: Nazca. Na enige research kwam ik tot de ontdekking dat de lijnen van Nazca geogliefen zijn, tekeningen van dieren, geometrische vormen en duizenden lijnen en lijnenspellen, tussen 200 vóór en 600 na Chr. vervaardigd door de Nazca- en Paraca-indianen in het woestijnzand van de pampa's van Jumana en Nazca …. in Peru!
In de jaren ‘30 van de 20ste eeuw formuleerden wiskundigen Maria Reiche en Paul Kosok de hypothese als zouden de lijnen en figuren een gigantische astronomische kalender zijn. Maria Reiche schreef: wij kunnen op elke lijn iets ontdekken: het pad van de zon in het verleden, of het voorbijgaan van een verre ster, het verschijnen van een of andere constellatie of simpelweg de wandeling van de maan in de pampa. Ongeveer tweeduizend jaar geleden hebben de oude bewoners van Nasca hier een ruimtestation gemaakt om de kosmos te bestuderen. Help, wat had dichteres Lieve Thiebaut in ‘s hemelsnaam te maken met Peru? En met astronomie? Ik wou hier toch zoeken naar aanwijzingen betreffende een delicate oosterse verwantschap? Maar hoe meer ik me verdiepte in de mysteries van Nacza, hoe meer ik ontdekte dat levenshoudingen, godsdiensten, mythen en filosofieën in oude culturen op verschillende continenten meer verwantschap met elkaar vertoonden dan men op het eerste zicht zou denken. Dit essay is niet de geschikte plek om op dit item dieper in te gaan, daarvoor ontbreekt de ruimte en de tijd. Ook vraagt zo’n project wellicht jarenlange studie in domeinen die niet rechtstreeks met poëzie te maken hebben.




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Vertumnus

1. In deze bange tijden


is poëzie lezen een grote troost. De verzen van Jozeph Brodsky (1940-1996) zijn verslavend, en de verzamelbundel Strohalmen voor de lezer, een keuze uit de gedichten, uitgegeven door de Bezige Bij (een turf van meer dan 1000 pagina's) ligt naast mijn bed op de vloer; soms stop ik Brodsky onder mijn hoofdkussen, in de hoop dat zijn gevleugelde woorden in mijn dromen zullen dwalen.


Ik kende reeds zijn Romeinse elegieën (zie bericht van 24-03-2011), maar ontdekte in deze verzamelbundel ook tal van andere gedichten geïnspireerd door de klassieke mythologie. Bijna per toeval, bladerend in dit volumineuze boek, bleef ik lezen p. 592. Het gedicht Vertumnus, 16 strofen lang en gedrukt over 9 pagina's en opgedragen aan zijn Italiaanse vertaler Gianni Battafava, intrigeerde mij ogenblikkelijk. Deze naam alleen al!


1842356-4f799603630def3cddde90e407fabc18.jpg

Jozeph Brodsky en zijn Italiaanse vertaler.

2. De openingszin van strofe I was het startsein van een lectuur waar ik nu al dagen en dagen aan verknocht ben. Ik lees en lees en gniffel en ben 'gepakt'.

Ik ontmoette je voor het eerst op breedtegraden die jou vreemd waren.
Je had die grond nog niet betreden, wel was je faam tot die contreien
doorgedrongen waar fruit doorgaans vervaardigd wordt van klei.
Tot aan je knieën in de sneeuw rees je daar op, wit,
spiernaakt bovendien, in het gezelschap van eenbenige,
evenals naakte bomen, in een hoedanigheid van expert
op het gebied van lage temperaturen. 'Romeinse godheid'
luidde het nogal verbleekte naamplaatje.



1842356-6a13502e61ccf51f7df9769c724460dc.jpg

Vertumnus and Pomona (1717) by Francesco Penso, in an allée of the Summer Garden, St. Petersburg

3. Haha, wie was toch die VERTUMNUS?

Vertumnus was een god van de herfst, die vooral de boomgaarden bewaakte en een rijke overvloed van vruchten schonk. Hoewel zijn Latijnse naam hem aanduidt als een echte Romeinse god, verhaalde de mythe dat hij uit Etrurië naar Rome was overgekomen en daar op een van de drukste gedeelten van de stad een woonplaats had uitgekozen.

Hij werd meestal voorgesteld als een krachtig man met een krans van dennentakken op het hoofd. In zijn rechterhand houdt hij een krom tuinmes, in de linker een herdersstaf, terwijl hij in een dierenvel, dat om zijn schouders hangt, alle goede gaven die hij uitdeelt met zich meedraagt. Zijn voornaamste eigenschap is dat hij willekeurig van gedaante kan veranderen.

Brodsky vertelt over een ontmoeting met een standbeeld van VERTUMNUS. Wonderlijk genoeg ondergaat dit standbeeld een metamorfose en verandert in een levend wezen, een wezen dat verschillende gedaantes aanneemt, oa ook de gedaante van Battafava.

In strofe II en strofe VII evoceert Brodsky deze gedaantwisselingen:


1842356-b8aea8095008bbea96104eeb427417cf.jpg

Volgens de aantekeningen achteraan in de bundel verandert Vertumnus hier misschien in Gianni Battisfava!

Zie de schoenen vna Balenciaga...



1842356-3abdc5da87cc36a02d29643797089560.jpg

In strofe V zegt Vertumnus het duidelijk:

Wees niet verbaasd. Mijn specialiteit is de metamorfose.

Al wie ik aankijk wordt onmiddellijk mij.

4. Op het einde van dit verhaal laat de dichter zich 'in een smakeloos gemeubileerde kamer' op zijn handen en voeten zakken, krabt met zijn nagels over het parket, alsof Vertumnus daaronder ligt verborgen (omdat de vloer warmte uitstraalt). Terwijl in de aanpalende kamer rokken ruisen, vaatwerk rInkelt en het naar vorst ruikt, fluistert hij, zijn wangen tegen de natte vloer gedrukt: 'Vertumnus, kom terug'.

In Vertumnus gaat het dus duidelijk over meer. Brodsky laat Vertumnus filosoferen over het temporaire van het geluksgevoel, een gevoel dat goden niet kunnen ervaren, omdat zij eeuwig zijn. Stervelingen kunnen wel gelukkig zijn, omdat zij maar voor een tijdje op aarde verblijven. In strofe 7 ervaart de dichter zo'n geluksgevoel:


Nowadays I sense that behind my back also stretches
a street overgrown with colonnades, that at its far end
also shimmer the turquoise crescents
of the Adriatic. Their total is, clearly,
your present, Vertumnus -small change, if you will; some loose
silver with which, occasionally, rich infinity
showers the temporary. Partly out of superstition,
partly, perhaps, because it alone--
the temporary -is capable of sensation, of happiness. 

Besluit: laten we dus van ons geluk genieten, al is het maar tijdelijk!

5. Maar het leukst is misschien nog wel het liefdesverhaal van Vertumnus en Pomona - gevonden al surfend op google:

1842356-05f7a2b24921797dd7d72826d6735bd1.jpg

Vertumnus and Pomona (1630, Paulus Moreelse)

'Men wist te verhalen van zijn liefde voor Pomona, die ook een godin was van de tuinen en altijd bezig was met enten, snoeien en gieten, kortom met alles, wat het verzorgen van de tuinen betreft. Zij was met zoveel ijver daarvoor bezield, dat zij niets wilde weten van de liefde, waarmee de Faunen en Saters en ook Silvanus haar vervolgden, zij verborg zich voor hen in haar goedgesloten tuin. Ook Vertumnus kwam en dong naar de hand van Pomona, tevergeefs. Steeds nam hij nieuwe gestalten aan, om haar toch te kunnen zien en zo mogelijk haar liefde te winnen, maar zijn pogingen bleven ijdel. Eindelijk nam hij de gedaante aan van een hoogbejaarde oude vrouw, en leunende op een stokje strompelde hij de tuin binnen, bezag daar alles, bewonderde veel en kuste de godin. Daar stond nu een olmboom, waarom wijnranken vol heerlijke druiventrossen zich slingerden. Het oudje wees op die boom als op het zinnebeeld van de echt, wanneer man en vrouw elkaar weerkerig steunen en helpen. Zij sprak daarop veel van de eerlijke, trouwe liefde van Vertumnus en ried Pomona aan zijn aanzoek niet af te slaan. Zij verhaalde daarbij van een nimf, die door Venus wegens haar hardvochtigheid en preutsheid in een steen was veranderd en drong er nogmaals ten sterkste op aan, dat de godin eindelijk de wensen en gebeden van Vertumnus verhoren zou. Dit gezegd hebbende ontdeed de god zich plotseling van zijn aangenomen gedaante, liet al wat er ouds en vrouwelijks aan hem was varen en vertoonde zich in zijn jeugdige kracht en schoonheid. Zo Pomona hem nu geen gehoor gaf, had hij besloten geweld te gebruiken, maar geweld was niet meer nodig. Ook de godin voelde de zoete smart van de liefde en staarde met verrukking op de schone gestalte van de god. Voortaan waren Vertumnus en Pomona, ook in den eredienst, onafscheidelijk verbonden.'

Joseph Brodsky, Kees Verheul (samenst.)
Strohalmen voor de lezer
een ruime keuze uit de gedichten

Uitgeverij De Bezige Bij, juni 2015
gebonden met leeslint, 1152 pagina’s

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door nicole2 om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Bericht in mijn mailbox

Een paar dagen geleden kreeg ik dit bericht in mijn mailbox:

Beste stadsdichter,

Lang geleden dat we elkaar nog eens gehoord/ontmoet hebben. Maar daarom hebben we niet minder stil gezeten.

Enkele jaren geleden heb jij je medewerking verleend aan het literair parcours ‘Dichter bij Vroeger’ in Halle. En opnieuw zou ik een beroep op jou willen doen. Ik leg het even uit.

De panelen van ‘Dichter bij Vroeger’ staan 3 jaar later nog steeds in het straatbeeld en ook de wandeling doet het nog steeds vrij goed bij Toerisme Halle. We willen de poëzie en ook de info op de borden naar de toekomst ontsluiten voor blinden en slechtzienden. Daarom gaan we de borden voorzien van een QR-code. Wandelaars die met een ‘QR Code Reader’ op hun gsm/tablet/of weet ik veel welk apparaat/ de QR-code scannen krijgen dan het gedicht/info te horen. Met deze verrijking richten we ons trouwens niet alleen tot de blinden en slechtzienden maar tot iedereen. Een gedicht ‘horen’ geeft immers een andere beleving dan een gedicht ‘lezen’.

Daarom hadden we graag gebruik gemaakt van jouw stem. De bedoeling is dus dat je in de studio je eigen gedicht(en) even komt inlezen. Indien je thuis over de nodige opnameapparatuur beschikt mag je de file ook doorsturen.

In het andere geval zou ik je willen uitnodigen in de studio. Ik zou deze opnames willen concentreren op 2 voormiddagen. Ofwel nu zaterdag 12/09 (11u-12u) ofwel zaterdag 26/09 (11u-12u)

Graag een seintje of je je op één van deze 2 momenten kan vrijmaken. De opnames zouden plaats vinden in Halle (in de studio’s van Stadsradio Halle, Brgensesteenweg 94 (vlakbij rotonde Zwarte Kat)


Sympathieke groet,

Geert Vanhassel

Wij dus verleden zaterdag naar de Steenweg op Bergen

Een eerste groep Halse dichters (3) breiden een vervolg aan het project Dichter bij vroeger. In de opnamestudio van Stadsradio Halle moesten we onze gedichten inlezen, met een koptelefoon op. Dan kun je jezelf horen lezen. Een superleuke ervaring!

(Met dank aan Geert Vanhassel).



1813653-72a9f5cad76e24e81a31256d1f6fdc3a.jpg

MOLENBORRE

trompe l’oeil of vreemdgaan van ogen
niet de zwarte madonna blikt meedogend
over dit galactisch wit. aan de lunkerkant
gloeit een lantaarn, alsof deze muren
licht verlangen, alsof dit wit zijn
niet genoeg heeft aan sneeuw.

de oude huizen kijken koud en slaperig
naar niets. als reuzen van sneeuw leunen
zij zacht tegen elkaar, tijdeloos en teder,
zij knuffelen en zoenen zich scheef.
temidden van dit koele knetterwit,
het frisse grijs van ijs. een muur

staat haaks op dit sprookje
van blauw. daar waar eens de rivier
zich verloor tussen modder en goor, dekt
smetteloze sneeuw de opening, de bron.



1813653-c155f34627cf73dcb6e5709b13738378.jpg

Dit is de dichter Etienne Devisch. Het gedicht dat hij voorlas, kon ik niet horen. De deuren van de opnamestudio waren potdicht!

1813653-dc4d938893f2c8b888c5f451f9a79016.jpg

En dit is de dichter Pieter Deelen.

1813653-ca17dbcde923f3aca95630a8a87f8def.JPG

Mijn gedicht, aan het kanaal...

1813653-889438b2115ecb818465401a43eb3b0f.jpg

DAMPDECOR


op de brug over het kanaal zie ik
eindelijk de mist. spelende ijle spokenkinderen
over donkergroen water. een koude horizon,
met vuilbruine okers. achter schaduwen
laten bruisende oevers zich vermoeden.
boomtoppen bedekt met rokerige chocolademousse.
de moorkoppen van turner, bedenk ik,
en gloednieuw schuimig schilderij.
hoe ben ik in dit dampdecor nu het dodelijkst?
ordenen, zegt hij, ordenen. erg belangrijk.

naar alle afspraken gaan. elke dag
één appeltje eten. en last hebben
van het verleden, de heks die ik was.
naar de zonnekant lopen, ondanks de zon.
de baan oversteken, ondanks de voorbijrijdende
wagens. ondanks het vogellijkje voor me
op de weg. een glazen deur die ik niet
openkrijg. blauwe vingertoppen onder
schitterend bahama rood. duwen, zegt hij,
duwen. zie je wel, dat je moet duwen?

EN HiERONDER NOG ENKELE KIEKJES VAN DE LITERAIRE WANDELING,  ANNO 2013



1813653-58f2a3ce478f88202888a63e161b6d79.jpg

1813653-9dfa3fd5e50f9da6b66cfc67fd3e1a62.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

The Book of Tea by Kakuzo Okakura (5)

Flower stories are endless. We shall recount but one more. In the sixteenth century the morning-glory was as yet a rare plant with us. Rikiu had an entire garden planted with it, which he cultivated with assiduous care. The fame of his convulvuli reached the ear of the Taiko, and he expressed a desire to see them, in consequence of which Rikiu invited him to a morning tea at his house. On the appointed day Taiko walked through the garden, but nowhere could he see any vestige of the convulvus. The ground had been leveled and strewn with fine pebbles and sand. With sullen anger the despot entered the tea-room, but a sight waited him there which completely restored his humour. On the tokonoma, in a rare bronze of Sung workmanship, lay a single morning-glory--the queen of the whole garden

1797582-1b13a5100e7ed7fa48d16e82329c0876.jpg

In such instances we see the full significance of the Flower Sacrifice. Perhaps the flowers appreciate the full significance of it. They are not cowards, like men. Some flowers glory in death--certainly the Japanese cherry blossoms do, as they freely surrender themselves to the winds. Anyone who has stood before the fragrant avalanche at Yoshino or Arashiyama must have realized this. For a moment they hover like bejewelled clouds and dance above the crystal streams; then, as they sail away on the laughing waters, they seem to say: "Farewell, O Spring! We are on to eternity."

1797582-43328a34aa8b853ea274322ec8f9d8e0.JPG

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 07:43 Reageer op dit bericht Stuur door

The Book of Tea by Kakuzo Okakura (4)


1797581-ac5df737cc8e1d2924bf15ec19e5a91b.JPG

Said Laotse: "Heaven and earth are pitiless." Said Kobodaishi: "Flow, flow, flow, flow, the current of life is ever onward. Die, die, die, die, death comes to all." Destruction faces us wherever we turn. Destruction below and above, destruction behind and before. Change is the only Eternal,--why not as welcome Death as Life? They are but counterparts one of the other,--The Night and Day of Brahma. Through the disintegration of the old, re-creation becomes possible. We have worshipped Death, the relentless goddess of mercy, under many different names. It was the shadow of the All-devouring that the Gheburs greeted in the fire. It is the icy purism of the sword-soul before which Shinto-Japan prostrates herself even to-day. The mystic fire consumes our weakness, the sacred sword cleaves the bondage of desire. From our ashes springs the phoenix of celestial hope, out of the freedom comes a higher realisation of manhood.


Why not destroy flowers if thereby we can evolve new forms ennobling the world idea? We only ask them to join in our sacrifice to the beautiful. We shall atone for the deed by consecrating ourselves to Purity and Simplicity. Thus reasoned the tea-masters when they established the Cult of Flowers.

1797581-e839d3c1c3f175ed7c52f2f73e707aa6.jpg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 07:36 Reageer op dit bericht Stuur door

The Book of Tea by Kakuzo Okakura (3)

When a tea-master has arranged a flower to his satisfaction he will place it on the tokonoma, the place of honour in a Japanese room. Nothing else will be placed near it which might interfere with its effect, not even a painting, unless there be some special aesthetic reason for the combination. It rests there like an enthroned prince, and the guests or disciples on entering the room will salute it with a profound bow before making their addresses to the host. Drawings from masterpieces are made and published for the edification of amateurs. The amount of literature on the subject is quite voluminous. When the flower fades, the master tenderly consigns it to the river or carefully buries it in the ground. Monuments are sometimes erected to their memory.

1797570-dca2d26a8f5f6f1e02e35485999d3a01.jpg


The birth of the Art of Flower Arrangement seems to be simultaneous with that of Teaism in the fifteenth century. Our legends ascribe the first flower arrangement to those early Buddhist saints who gathered the flowers strewn by the storm and, in their infinite solicitude for all living things, placed them in vessels of water. It is said that Soami, the great painter and connoisseur of the court of Ashikaga- Yoshimasa, was one of the earliest adepts at it. Juko, the tea-master, was one of his pupils, as was also Senno, the founder of the house of Ikenobo, a family as illustrious in the annals of flowers as was that of the Kanos in painting. With the perfecting of the tea-ritual under Rikiu, in the latter part of the sixteenth century, flower arrangement also attains its full growth. Rikiu and his successors, the celebrated Ota- wuraka, Furuka-Oribe, Koyetsu, Kobori-Enshiu, Katagiri- Sekishiu, vied with each other in forming new combinations. We must remember, however, that the flower-worship of the tea-masters formed only a part of their aesthetic ritual, and was not a distinct religion by itself. A flower arrangement, like the other works of art in the tea-room, was subordinated to the total scheme of decoration. Thus Sekishiu ordained that white plum blossoms should not be made use of when snow lay in the garden. "Noisy" flowers were relentlessly banished from the tea-room. A flower arrangement by a tea-master loses its significance if removed from the place for which it was originally intended, for its lines and proportions have been specially worked out with a view to its surroundings.


1797570-fd484e47c8e7ef405b819b9f204942ba.JPG

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door nicole2 om 07:12 Reageer op dit bericht Stuur door

The Book of Tea by Kakuzo Okakuran (2)

1797564-118408733d1688eb66af311502b8ca23.jpg

Tell me, gentle flowers, teardrops of the stars, standing in the garden, nodding your heads to the bees as they sing of the dews and the sunbeams, are you aware of the fearful doom that awaits you? Dream on, sway and frolic while you may in the gentle breezes of summer. To-morrow a ruthless hand will close around your throats. You will be wrenched, torn asunder limb by limb, and borne away from your quiet homes. The wretch, she may be passing fair. She may say how lovely you are while her fingers are still moist with your blood. Tell me, will this be kindness? It may be your fate to be imprisoned in the hair of one whom you know to be heartless or to be thrust into the buttonhole of one who would not dare to look you in the face were you a man. It may even be your lot to be confined in some narrow vessel with only stagnant water to quench the maddening thirst that warns of ebbing life.



1797564-6cc59d13c802292141b9c32d4542d307.JPG

Flowers, if you were in the land of the Mikado, you might some time meet a dread personage armed with scissors and a tiny saw. He would call himself a Master of Flowers. He would claim the rights of a doctor and you would instinctively hate him, for you know a doctor always seeks to prolong the troubles of his victims. He would cut, bend, and twist you into those impossible positions which he thinks it proper that you should assume. He would contort your muscles and dislocate your bones like any osteopath. He would burn you with red-hot coals to stop your bleeding, and thrust wires into you to assist your circulation. He would diet you with salt, vinegar, alum, and sometimes, vitriol. Boiling water would be poured on your feet when you seemed ready to faint. It would be his boast that he could keep life within you for two or more weeks longer than would have been possible without his treatment. Would you not have preferred to have been killed at once when you were first captured? What were the crimes you must have committed during your past incarnation to warrant such punishment in this?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 07:05 Reageer op dit bericht Stuur door

The Book of Tea by Kakuzo Okakura (1)

Al een tijd lang lees ik en herlees ik een schattig boekje, The Book of Tea by Kakuzo Okaku. Uit het verrukkelijke hoofdstuk Flowers wil ik toch deze passages presenteren, want zoals alle ladies ben ik dol op bloemen.


1797560-2530e3c02aec458e4db647dec4c54b71.JPG

In the trembling grey of a spring dawn, when the birds were whispering in mysterious cadence among the trees, have you not felt that they were talking to their mates about the flowers? Surely with mankind the appreciation of flowers must have been coeval with the poetry of love. Where better than in a flower, sweet in its unconsciousness, fragrant because of its silence, can we image the unfolding of a virgin soul? The primeval man in offering the first garland to his maiden thereby transcended the brute. He became human in thus rising above the crude necessities of nature. He entered the realm of art when he perceived the subtle use of the useless.


In joy or sadness, flowers are our constant friends. We eat, drink, sing, dance, and flirt with them. We wed and christen with flowers. We dare not die without them. We have worshipped with the lily, we have meditated with the lotus, we have charged in battle array with the rose and the chrysanthemum. We have even attempted to speak in the language of flowers. How could we live without them? It frightens on to conceive of a world bereft of their presence. What solace do they not bring to the bedside of the sick, what a light of bliss to the darkness of weary spirits? Their serene tenderness restores to us our waning confidence in the universe even as the intent gaze of a beautiful child recalls our lost hopes. When we are laid low in the dust it is they who linger in sorrow over our graves.


1797560-db71588114340504bf2952230d19de1d.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door nicole2 om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van een lief okerkleurig scharminkel

↑ Terug naar de berichten