Martin « Leven met Dutroux was voor mij een soort hersenspoeling. In die context werd ik in 1985 zijn medeplichtige bij de ontvoeringen en het misbruik. Hij dwong me gewoon om mee te doen. Het is juist dat ik tijdens het onderzoek destijds en voor de rechtbank zeven keer van versie ben veranderd. Ik schaamde mij voor wat mij werd verweten.»
In brieven aan haar moeder in 1986 zweert ze dat ze geen dag langer bij Dutroux wil blijven. 'Ik voel me als een stuk speelgoed in de handen van iedereen, ik verstik en ik zou eruit willen en terug komen schuilen onder je vleugel...' (Brief van 8 april 1986)
De psychiaters die Michelle Martin in 1997 onderzoeken, merken op dat er vaak een groot verschil is tussen wat ze zegt en wat ze doet. Dat leiden ze onder meer af uit de rorschachtest die ze van Martin afnemen. 'Hieruit blijkt dat mevrouw Martin voortdurend heen en weer slingert tussen twee aspecten van haar persoonlijkheid. Aan de ene kant voelt zij zich zeer kwetsbaar en fragiel, waardoor ze zich compleet overgeeft aan een ander, als een slaaf. De samensmelting gaat zo ver dat zij zich uiteindelijk verstikt gaat voelen en bang is voor het verlies van haar eigen persoonlijkheid. Als reactie zal zij zich van de ander losscheuren vanuit een narcistisch zelfbeeld, en de ander verwerpen. Door de afstand die daardoor ontstaat, komen gevoelens van eenzaamheid en onmacht weer opzetten, zodat zij weer toenadering zal zoeken tot de ander.'(2)
En dus, nadat Dutroux haar vanuit de bajes enkele 'zeer mooie liefdesbrieven' heeft geschreven, zal Michelle Martin twee jaar later, op 16 december 1988, met hem in het huwelijk treden. 'Ondanks de opgelegde scheiding tijdens Dutroux' gevangenschap, heeft ze de band met hem niet doorgeknipt,' aldus nog het psychiatrisch rapport. 'Als argument voert ze aan dat ze niet kon vluchten, omdat hij haar om het even waar had teruggevonden.'
Martin « Toen Dutroux in 1992 vrijkwam, is hij weer bij mij komen wonen. Hij maakte allerlei toekomstplannen, vooral voor zijn huizen. Zijn notaris had hem gezegd dat als je eigenaar bent van 54 huizen, je volgens de Belgische wetgeving recht had op de titel van baron. Hij was daar erg in geïnteresseerd.» (Verhoor Michelle Martin, 26 augustus 1996, pv 25.381)
Het duurt niet lang of de routine van weleer keert terug.
Michelle Martin krijgt een tweede zoontje, incasseert de klappen van haar man, en blijft hem graag zien. Dutroux troeft zijn kinderen af, breekt haar tweemaal de neus, spuwt haar in het gezicht, steekt één keer zelfs een vork in haar nek. Hij brengt zijn maîtresses mee naar huis; ze delen zelfs het bed met het koppel Dutroux-Martin. Eén van zijn maîtresses, Monique W., wordt later zelfs één van de beste vriendinnen van Martin, ook lang nadat haar relatie met Dutroux was afgebroken.
Slechts op één vlak biedt Michelle Martin enige weerstand: zij en haar moeder hebben zich aangesloten bij de getuigen van Jehova, tot ergernis van Dutroux. Die wordt woest als het tijdschrijft De Wachttoren in zijn huis rondslingert - hij leest alleen Science et Vie. 'Hij werd dan zo razend dat het schuim hem op de lippen kwam,' herinnert een buurman zich.
Een buurman « Het was een raar koppel, Dutroux en Martin. Het ene moment zag ik hen samen lachen en het volgende ogenblik sloeg hij haar in het gezicht.»
De gruwelkelder
HUMO-DOSSIERS Dinsdag 10 mei 2011 - 10u45
Een buurvrouw « In 1994 is Dutroux met verbouwingswerken begonnen in zijn huis in Marcinelle. Zijn vrouw hielp hem. Het rolluik op de benedenverdieping was altijd dicht. Ook de voordeur ging zelden open. Het gebeurde zelfs dat ze hun touwen en kabels gewoon door de brievenbus staken.»
Op 24 juni 1995 worden Julie Lejeune en Mélissa Russo in Grâce-Hollogne ontvoerd. Dutroux richt samen met Bernard Weinstein en Michelle Martin de geheime bergplaats in de kelder in. Julie en Mélissa liggen verdoofd op de eerste verdieping, naast de kamer waar hun zoontje Frédéric vaak op de computer gaat spelen. Tijdens een verhoor zegt Frédéric dat hij thuis nooit een meisje heeft gezien.
Frederic Dutroux « Als ik in Marcinelle was, ging ik bijna altijd boven op de computer spelen, die in de kamer van mijn ouders stond. Soms verbood mijn papa mij om naar boven te gaan. Hij zei dan dat er te veel stof was. Mijn mama mocht er wel binnen.» (Verhoor Frédéric Dutroux, 6 september 1996, pv 100219/96)
Ook de geheime bergplaats in de kelder heeft de jongen niet gezien.
Frederic « Ik ging soms een beetje pisang in de kelder drinken. Ik wist dat er een aparte ruimte met een watertank in de kelder was, die vroeger diende om hout in op te slaan. Tot mijn vader een muur heeft gebouwd om die ruimte af te sluiten. Hij vertelde mij later dat hij de toegang ernaar met een wandrek had afgesloten. Ik had op de grond wel twee rails gezien (voor het schuifmechanisme van de toegang tot de geheime bergplaats, red.), maar verder niks.»
Michelle Martin zegt dat ze niks te maken wou hebben met de gijzeling van de kinderen, maar dat ze wel pogingen ondernam om hen het leven wat aangenamer te maken, en uiteindelijk voor 'surrogaat-moeder' ging spelen.
Martin « Als ik voor mijn kinderen kookte, maakte ik altijd wat meer voor Julie en Mélissa. Ik wist dat ze anders alleen slechte keuken van Dutroux zouden krijgen.»
Vreemd genoeg verdwijnt die bezorgdheid van Martin wanneer Dutroux van december 1995 tot maart 1996 in de gevangenis wordt opgesloten. Zowel Dutroux als Martin beweren dat Julie en Mélissa al die tijd in de kelder zijn gebleven. Martin moet voor hen zorgen. Waarom probeert ze de kinderen niet te bevrijden? Waarom belt ze niet naar de politie? Waarom brengt ze de kinderen zelfs geen eten? Michelle Martin put zich tegenover de speurders uit in excuses.
Martin « Voor mij was die kelder een brandende hel.< > Ik stelde me voor dat er geen kinderen in zaten, maar een leeuw, of wilde beesten die me hadden kunnen aanvallen.»