Roze en wit

Voor deze rots is het roze en wit geworden
Roze en wit
Voor deze rots is het roze en wit geworden
Ik sta ook in het nieuw
En wat zeg je van m'n nieuw kleedje? Mooi he ! Ik ben er fier op.
in het nieuw
Hier sta ik nu is werkelijk te pronken
Ik kom uit de bergen
Ik kom uit de bergen van het mooie Tirool,
Wat een mooi maantje hier
Das toch schoon als de maan opkomt en de zon gaat onder, ik heb ernaar moeten kijken, dat is ongeluvelijk.
Recht naar zee

Das hier toch mooi he die zee.
hier achter mij
leuk hotel hier he !
Wat heb ik hier m'n ogen moeten uitkijken
Amai wat je op een strand niet ziet of tegenkomt, vanalles hoor, dikbuikige, dunbuikige, platbuikige, kleinbuikige, bruine, witte, zwarte, rode, zonnekloppers, wandelaars, zwemmers, duikers, vissers, surfers, schamele bootjes, vuiligheid, kapotte strandstoelen, lege parasols, mooie landschappen, in de verte het eilandje Simy, en Turkije, je ziet er ook met pak en zak draven, asiel, en gelukszoekers, avonturiers, kinderen, schooiers, marktventers, ijsjesverkopers, strandstoelen, ligzetels, kleine strandwinkeltjes, showers, die toch zo mooi kunnen showen en heel voornaam doen, maar of ze voornaam zijn, tja dat is iets anders. GSM mannekes met een gratis show erbij, en ook van die computerheertjes, die denken dat ze nog zo hard werken op hun vakantie dat er de stukken vanaf vliegen. Maar meer rondkijken dan werken met hun ding. Enz....; enz.... veel te veel om op te noemen.
Verschillende stranden
Jajajaja, ik heb al op een paar stranden vertoeft goed he ! Het Belgische, het Nederlandse, het Gran Canarische, het Fuerteventurische, en hier op het Rhodosse strand, goed he !
aan het strand
Aan het strand, stil en verlaten| Aan het strand stil en verlaten | |
| Aan het strand stil en verlaten | |
| bij het scheem'ren van de maan | |
| zie ik daar een eenzaam paartje | |
| vol van weemoed aangedaan | |
| Liefste 'k moet je gaan verlaten | |
| morgen ga ik weer naar zee | |
| maar we trouwen als ik thuiskom | |
| hier op hollands dier'bre ree | |
| Maar zij sprak ach liefste mijner | |
| denk zo ver niet in 't verschiet | |
| want de zee ligt vol met mijnen | |
| en die dingen zie je niet. | |
Ik heb de zon zien zakken in de zee
Ik heb de zon zien zakken in de zee, jocheee
Verdomde vechtjassen
Amai die ridderkes die kunnen er wat van, ik had nooit gedacht dat het zo'n vechtjassen waren, vechten als die kunnen, je moest is weten !
Mooi hier he !
Hier is het mooi he om geheime rendez vous te maken, hahahahahaha. Wie zal het zeggen.
een prachtige ridderlaan
En hier was ik ook zo verliefd op, beneden had je een sponzenmarkt een soort zeediertje met vele gaatjes in dat een spons is ofzo, ik ben daar is ne keer gaan rondspoken hahahaha. Zouden de ridders ooit hier geheime ontmoetingen gehad hebben met de ene of andere schoonheid, wie zal het zeggen?
Wat sta ik hier ongeduldig te wachten
En hier sta ik maar heel ongeduldig te wachten op m'n ridderkes, en dacht je dat ze kwamen, nee hoor en ik maar wachte, en wachte.
de blauwvoet
Nu het lied der Vlaamse zonen;
M'n tempelierke
Hier is m'n tweede ridderke m'n tempelierke mooi gastje he !
TempeliersDe Orde van de Tempeliers of Tempelorde (Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo) (Latijn Pauperes commilitones Christi Templique Solomonici) was een katolieke monnikenorde die ten tijde van de kruistochten een heilige oorlog tegen de moslims voerde in het heilige land Ze waren gestructureerd als een ridderorde en erg militair ingesteld. De orde is waarschijnlijk ontstaan uit een aantal vrijbuitende kruisvaarders en vervolgens officieel erkend door de katolieke kerk omstreeks 1129 en bleef vervolgens bijna 200 jaar bestaan. De Tempeliers werden uiteindelijk zo machtig en rijk dat de Franse koning Filips de Schone er alles aan deed om van hen af te komen.
Deze 'Arme soldaten van Christus' bestonden aanvankelijk slechts uit een kleine groep ridders, die het plan hadden opgevat om de pelgrims naar het Heilige Land te beschermen. Deze werden namelijk onderweg vaak het slachtoffer van georganiseerde bendes. Hugo van Payns was een van hen. Hij was een veteraan uit de eerste kruistocht en legde zich samen met een andere ridder in een hinderlaag om de bandieten te verrassen. Na de eerste successen groeide bij hen het idee om zich te organiseren tot een groep die het wereldse ridderschap zou verzaken om zich te wijden aan hun zelfopgelegde taak.
Het johannieterke
Waar ik zo verliefd op ben.
de johannieters van RhodosDe Orde van de Ridders van Sint Jan, de Johannieters, was ontstaan uit vriendschappelijke broederschap in Jeruzalem door kooplieden uit Amalfi in Italië, die hun permanente woonplaats in de Heilige Stad hadden. Later, en speciaal na 1099, toen de kruisvaarders Jeruzalem in beslag namen, verwierf de Orde meer macht en werd meer een militaire organisatie onder gezag van de kerk.
Na de verovering van Jeruzalem door Saladin in 1187 verlegden de ridders hun hoofdkwartier naar Akkon in Noord-Palestina. Maar de uiteindelijke totale mislukking van de kruisvaarders dreef hen allen tezamen uit de omgeving en bracht hen als vluchtelingen naar Cyprus, waar Koning Henry II hen Limassol toebedeelde. Ze bleven maar 18 jaar op Cyprus en kwamen toen naar Rhodos.
De jaren dat de ridders op Rhodos verbleven was de mooiste tijd uit hun geschiedenis. Meteen na de oprichting van hun heerschap over het eiland veroverden de Johannieters van Jeruzalem, die toen Ridders van Rhodos genoemd werden, de omliggende eilanden en voor een tijdje ook Smyrna. De kruisridders lieten diepe sporen op Rhodos achter en geven het eiland een karakter wat we ook vandaag nog in de muren, torens, kerken en ziekenhuizen, herbergen en paleizen kunnen herkennen. Ze bleven 213 jaar op Rhodos, tot 1522, toen op 29 December, de laatste Groot-meester, Villiers de l’ Isle Adam, gedwongen werd de stad over te geven aan Sultan Suleiman de Grote. De overgave was een gevolg van een zes maanden durende belegering bij welke de kruisridders met ondersteuning van de Griekse eilandbewoners tegenstand hadden geboden.