In de wereld van de vrijwilligers hoor je constant praten over drempels die moeten verlaagd worden, en kloven die moeten gedicht worden. En naar aanleiding van de BHV-crisis hoor je opnieuw hoe de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen weer eens breder (of is het nu dieper ?) is geworden.
Ik vraag me dan af of je zo een kloof eigenlijk moet dichten, of je ze misschien niet beter kan overbruggen. Een kloof dichten wordt namelijk gemakkelijk en vaak gedaan door ze vol te storten met allerlei afval. Achteraf blijkt die aanvulgrond dan niet voldoende stabiel te zijn, en het moet al erg meevallen als je geen milieuproblemen krijgt. Als je de kloof overbrugt, dan is de kloof niet weg, maar blijkt dat er best mee te leven valt.
Tussen Vlamingen en Franstaligen zijn er inderdaad verschillen, die dikwijls verder gaan dan de taal alleen. Het heeft geen zin die te ontkennen. Maar er in berusten dat er een kloof bestaat, is ook geen oplossing. Dus moeten we werken aan een brug. En daarvoor moeten we eerst beginnen met fundamenten. Dat betekent dat we moeten proberen de anderen te begrijpen en dat zou wel eens het moeilijkste deel van de oefening kunnen zijn.
Franstaligen zouden moeten proberen te begrijpen waarom de Vlamingen en dan in de eerste plaats de Vlamingen uit de Brusselse rand - zo aandringen op die splitsing. En Vlamingen zouden moeten begrijpen waarom de Franstaligen zo aandringen op het behoud van het ene kiesarrondissement, op het eeuwigdurende karakter van de faciliteiten.
Mij lijkt het nu dat van geen van beide zijden geprobeerd wordt om die redenen te verklaren. Als Vlamingen zeggen dat het gewoon om een toepassing van de grondwet gaat, dan is dat geen reden, dan is dat een technische kwestie. Als ze zouden toegeven dat ze zich bedreigd voelen door een Franstalige kolonisatie, dan zou dat wel een reden zijn. En dan zouden de Franstaligen moeten bereid zijn na te gaan of die Vlamingen uit de rand geen reden hebben om zich bedreigd te voelen, en of die faciliteiten waarop ze zich beroepen om zich niet te integreren niet moeten gezien worden als een voorrecht, een privilege, eerder dan als een recht.
Dit stukje zal de kwestie niet oplossen, en ik kan ook niet voorspellen of BHV gewoon uit de belangstelling zal wegdeemsteren, dan wel een steeds pijnlijker kwestie zal worden. De bedoeling was trouwens dat ik het niet alleen over kloven zou hebben, maar ook over drempels.
Ik ben als vrijwilliger actief in een initiatief dat Buurtweb heet, en waar we volgens de gebruikelijke terminologie op drempelverlagende manier willen bijdragen tot het dichten van de digitale kloof. Zelf probeer ik die woorden een beetje te vermijden; en hoe we in de praktijk te werk gaan kan je best bekijken op onze website www.buurtwebaalst.be.
Als je zo een tijdje bezig bent, leer je wel dat je niet alle drempels kan verlagen, of alle kloven kan dichten. Soms moet je de drempel laten voor wat ze is, en er de mensen gewoon even çoverheen helpen.
Dikwijls bestaan er allerlei regeltjes om je te beletten die drempel door een zachte helling te vervangen. Soms zijn die regels best zinvol : het aantal mensen dat gehinderd en zelfs in gevaar gebracht wordt door zo een helling is vaak hoger dan het aantal mensen dat er door geholpen wordt.
Zelfs mensen uit de gehandicaptenzorg zullen weten dat het niet alleen om fysieke drempels gaat. Je krijgt te maken met verborgen agendas, met territoriumgedrag, met belangenvermengingen, met situaties waarbij een vrijwilliger moet keuzes maken tussen een aantal organisaties, omdat hij of zij zichzelf niet onbeperkt kan opdelen,
Maar de keren dat je merkt dat je wel iemand over de drempel hebt geholpen, dat je wel een kloofje hebt overbrugd, maken het allemaal wel waard.
|