In 2007 kondigde Peter H Diamandis - als figuur enigszins te vergelijken met Richard Branson - aan dat hij een space race zou organiseren. Hij vond dat de overheid te lang draalde met haar ruimteplannen. Zijn initiatief mondde uit in de Lunar X Prize. Dertig miljoen dollar zal toekomen aan de eerste die met privégeld een vehikel kan laten landen op de maan. Tussen haakjes: de robot (want dat is het vehikel in feite) moet ook nog kunnen rijden en haarscherpe foto's nemen. Het moet dus om een 'zachte landing' gaan.
Ondertussen zijn er al een paar tientallen deelnemers ingeschreven.
De vraag die zich opdringt: Is het dan zo makkelijk om een voertuig op de maan te laten landen? En dat voor een prijs van - alles is relatief - ocharme 30 miljoen dollar?
De argusogen van de overheid worden alsmaar groter. In die mate dat ze haar voorzorgen aan het nemen is. Zo heeft
Wie de moeite wil doen, moet eens klikken op de link hierboven en onderaan de blz de link naar het curriculum van Edgar Mitchell volgen.
En bedenken dat een advocaat terecht zou rekenen op de goede afloop van zijn zaak met zo'n getuige. Alleen wordt de getuige hier met onwaarschijnlijke nonchalance (en arrogantie) onder de mat geveegd. Begrijpe wie kan.
Virgin baas Richard Branson heeft concrete plannen voor ruimtehotels en toeristische ruimtereizen in een baan om de maan. Hij heeft daarvoor al investeerders en zelfs piloten aangetrokken. Volgens hem is het maar een kwestie van (korte) tijd meer. De bedragen die hij noemt zijn peanuts in vergelijking met wat NASA ons heeft doen geloven.
Heel wat believers kijken met spanning uit naar de eerste ongecensureerde foto's van het maanoppervlak. 'Eindelijk zullen wij met zekerheid weten wat de zogenaamde toren op de maan nu precies voorstelt.' Ze hoeven zich echter geen illusies te maken. Sir Richard zal wel bijdraaien. Hij zal nooit rond de maan vliegen. Ook al heeft hij daarvoor dan alle mogelijkheden.
Of het in het filmfragment (volg de link) werkelijk om Niburu gaat, is verre van zeker, maar het filmpje toont aan hoe de oude beschavingen op het idee kunnen zijn gekomen om Niburu af te beelden als de gevleugelde zon. Het stelsel van een bruine dwerg met zijn planeten kan uit zichzelf evenveel licht uitstralen als de hoeveelheid licht die Venus weerkaatst van de zon en zou met enige verbeelding af en toe op een adelaar kunnen lijken.
Zo (voor een beeld: klik op de link) zouden de lichten in de ruimte en boven het maanoppervlak er uitzien. Lichten als dit (met of zonder zwart punt in het midden) werden al te vaak beschreven en gezien - onder meer op dit NASA scherm -. De lichten zouden zowel in het luchtruim als op de maan voorkomen. Dat ze door sommige onderzoekers werden verward met de weerkaatsing van de zon in de kraters op de maan, dat ze soms simpelweg ijskristallen of stofdeeltjes waren die zich op de lens van de camera bevonden, of dat het soms ging om ruimteschroot: het klopt wellicht allemaal. Vergissingen of schromelijke overdrijvingen - te goeder of ter kwade trouw - werden echter zodanig in de verf gezet door complotjagers dat alle waarheden over de mysterieuze lichten nu ongeloofwaardig in de oren klinken. Spijtig, maar helaas.
UFO's zijn van alle tijden. De Bijbel verwijst ontelbare keren naar zonderlinge lichten aan de hemel. Zelfs de ster van Bethlehem behoort tot die merkwaardige verschijnselen. Ezekiël, Lukas, ... ze lijken vaak lichten te beschrijven die niet zouden misstaan tussen de UFO waarnemingen van vandaag. Een klein voorbeeldje uit het boek Handelingen (26:13): 'Op de middag zag ik een licht 'boven' het licht van de zon. Het scheen over mij en over diegenen die mij vergezelden'.
Honderden gedetailleerde beschrijvingen van vóór Christus tot pakweg 1900 maken melding van mysterieuze lichten. Christoffel Columbus zou in 1492 een UFO hebben gezien. Het was een licht dat uit zee leek te komen, nu eens donker was, dan weer helder. Hij legde een verband met een joods symbool en zou zich daarover later aan de inquisitie hebben moeten verantwoorden. Het verslag ervan zit echter opgeborgen in de archieven van het Vaticaan.
Beroemde astronomen hadden het over onverklaarbare lichten hoog aan de hemel, waarvan de karakteristieken verrassende overeenkomsten vertoonden met de UFO's van vandaag. Edmond Halley, Gottfried Kirch ... ze piekerden over lichten die ze niet konden thuisbrengen. Lichten die wellicht niets met kometen te maken hadden.
Van lichtgevende bollen tot lichtgevende schepen, overal ter wereld vindt men in de annalen van de geschiedenis dezelfde fenomenen terug.
Vandaag is het met de vele lichten aan de hemel makkelijk om een UFO af te doen als bijvoorbeeld afkomstig van een vliegtuig of een ballon. Als het écht moet, geven de Russen zelfs toe dat het om een fout afgevuurde raket gaat, zoals bij het incident op 9 december 2009 boven Noorwegen. Dat Noorwegen dit zonder meer over zich heen heeft laten gaan, stelt blijkbaar niemand in vraag. Noch dat zich ondertussen in China en Australië gelijkaardige evenementen hebben voorgedaan.
Het is echter een feit dat mysterieuze lichten heel wat oorzaken kunnen hebben. Maar dat is niet altijd zo geweest. We zouden ons dan ook, zoals zovelen, kunnen afvragen welke rol organisaties als de vrijmetselaars of de kerk hebben gespeeld in het verduisteren van UFO meldingen. Velen zijn ervan overtuigd dat als één of andere machinatie al sinds onheuglijke tijden geen tegengas had gegeven, de discussies over UFO's er nooit waren geweest.
Voor een afbeelding van een UFO: klik op de link bovenaan de pagina.
NASA stuurde in 1977 de Voyagers de ruimte in voor onderzoek van het zonnestelsel. Met de Voyagers gingen er berichten mee.
De Voyagers profiteerden in 1977 van het feit dat Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus zowat op één lijn stonden. Iets wat maar eens in de 176 jaar zou voorkomen (Voyager 1 zou uiteindelijk enkel Jupiter en Saturnus aandoen). De boodschappen waren maar bijzaak. Een belachelijke en kostelijke bijzaak volgens velen. 'Het geld van de belastingbetaler kon wel voor wat anders worden gebruikt.' Ze hebben de reputatie van de wetenschappers die eraan meewerkten geen goed gedaan. NASA liet het echter allemaal niet aan haar hart komen.
We moeten ons afvragen met welke bedoeling NASA een wegwijzer naar de aarde de ruimte heeft ingestuurd. Het duurt 10.000 jaar vooraleer de boodschappen de Oortwolk bereiken, 100.000 jaar vooraleer ze de afstand tot onze naaste buren (Alpha Centauri) hebben afgelegd. Niemand kan daar ooit beter van worden. Ongetwijfeld ook niet de generaties over 100.000 jaar - als er dan nog sprake is van mensen -. Dat de boodschappen een middel waren om de populariteit van de ruimtevaart te verhogen, mogen we niet serieus nemen. Het zou zelfs niet verbazen dat de berichten de populariteit eerder kwaad dan goed deden. NASA zendt echter niet zomaar berichten de ruimte in. Met andere woorden: NASA moet hebben geweten dat de mogelijkheid bestond dat de boodschappen al veel dichter bij huis konden worden opgepikt. Ze moet tevens een goede reden hebben gehad om ervan uit te gaan dat de vinder de berichten zou begrijpen. Én dat hij ons geen kwaad hart zou toedragen. Anders zou het misdadig zijn geweest om de toekomst van de mensheid zomaar - voor de grap - in gevaar te brengen.
Nazi's dweepten met The Coming Race van Edward Bulwer-Lytton. En hoe graag we hen ook als volgelingen van een fantast zouden catalogeren, we mogen de waarheid niet teveel geweld aandoen. Volgelingen waren ze allerminst. Ze keerden zich zelfs af van de filosofie van de novelle. Anders hadden ze hun vrouwen wel wat meer aanzien gegeven, of zouden ze wat minder machtswellust aan de dag hebben gelegd. Overigens was Bulwer-Lytton, ondanks zijn soms sprookjesachtige verhalen, geen pure fantast, maar een man met een onpeilbare dubbele bodem.
Wél zou men de indruk krijgen dat men in de tweede helft van de twintigste eeuw alles in het werk heeft gesteld om Bulwer-Lytton bij de pure fantasten onder te brengen. Zo is de openingszin van één van zijn novelles een eigen leven gaan leiden. 'Het was een donkere en stormachtige nacht ...' Een openingszin die al veel langer werd gebruikt en eigenlijk een beetje hoorde bij de mode van de tijd. Toch heeft Bulwer-Lytton de twijfelachtige eer gekregen, hem te hebben uitgevonden.
Vandaag weten we dat de Vril kan bestaan.
Van atomen tot sterrenstelsels: Ze hebben qua opbouw veel gemeen. En atomen mogen dan microscopisch klein zijn, ze bestaan, net als sterrenstelsels, zo goed als volledig uit lege ruimte. In die onbegrijpelijke 'andere dimensie' zou een wonderbaarlijke elektromagnetische kracht schuilgaan. Verbazend is dat Bulwer-Lytton suggereert dat de Vril inderdaad een elektromagnetisch fenomeen is dat ontstaat uit 'lege ruimte'. Er blijkt simpelweg 'iets' te zijn waar zelfs Einstein geen rekening heeft mee gehouden, en waardoor zijn relativiteitstheorie op losse schroeven is komen te staan. Energie zou namelijk vaak uit het 'niets' ontstaan, waardoor massa overbodig wordt.
De Vril zou ongekende mogelijkheden bieden. Ze zou zelfs gigantische bouwblokken even 'tot leven kunnen wekken'. Althans, dat is wat de auteur van The Coming Race ons wil doen geloven. Een Gy zegt het als volgt (vrij vertaald): 'Hoe roerloos dode materie ook lijkt, ze is constant in beweging, doordat de partikels waaruit ze bestaat, aan trilling onderhevig zijn. De Vril kan op een subtiele manier die partikels beïnvloeden, waardoor zelfs de grootste hoop metaal in beweging kan komen.'
Tot slot: Honderdvijftig jaar geleden was er wellicht niemand die had kunnen vermoeden dat de kennis over een superieure energiebron in de tweede helft van de twintigste eeuw in een gigantische stroomversnelling zou terechtkomen. Vandaag experimenteert men met elektromagnetische krachten die recht uit The Coming Race lijken te komen. Velen zijn ervan overtuigd dat de novelle een tip van de sluier oplicht over datgene wat geheime genootschappen al millennialang voor ons verborgen houden en dat tevens te maken heeft met een technologie die de mens opnieuw aan het uitvinden is. Het feit dat begrippen als duistere materie, duistere energie, kwantum en andere antimateries tegenwoordig niet meer uit de lucht zijn, zou ons tot nadenken moeten stemmen.
In The Coming Race (1871) heeft Bulwer-Lytton het over een superieur ras dat afstamt van een godenras dat vóór de zondvloed leefde. Hij geeft een gedetailleerde en surrealistische beschrijving van het superras, waarvan vooral de vrouwen met hun geest - en met behulp van een zenuw in de handpalm - een onwaarschijnlijke energie kunnen bedwingen: De Vril.
De Vril kan vele vormen aannemen. Het zou een 'lichtkracht' zijn. (Het Genootschap van de Vril zou dus niet voor niets het Genootschap van het Licht worden genoemd.) Al bij al blijkt de auteur echter zelf niet te weten wat de Vril precies is. Maar hij lijkt er wel van overtuigt dat ze uit het niets kan worden opgewekt. Zo heeft hij het over Lai, een subtiel en leven gevend medium.
Andere vermeldenswaardigheden:Het verhaal speelt zich af in een wereld onder de grond. Het hoofdpersonage (de jeugdige Amerikaan: Bulwer-Lytton) reist naar een land waarvan hij de naam bewust niet vermeldt, maar waar men een andere taal dan het Engels spreekt. Hij komt via een kloof terecht in een onderaards gangenstelsel waar de Gy en de Ana leven. Gy zijn de vrouwen. Ze zijn groot en hebben blond haar en blauwe ogen. De Ana zijn mannen. Ze zijn ondergeschikt in zowat alles aan de Gy. Wat opvalt, is dat de auteur opmerkt dat de Ana in prehistorische tijden veel 'hariger' waren. Hun taal lijkt enigszins op die van het Arische ras, maar heeft blijkbaar ook iets van het Sanskriet. Gy hebben echter duidelijk telepathische krachten. De beschaving van Gy en Ana, Vril-ya genaamd, heeft alles te danken aan de Vril. De wonderbare kracht is eigenlijk neutraal, en kan - afhankelijk van de geest die haar bestuurt - voor alles en nog wat worden aangewend. Ze houdt onder meer de Vril-ya gezond, drijft hun machines en robotten aan en kan als wapen worden gebruikt. De Vril-ya staat voor puurheid en gelijkheid, zorgt voor harmonie en respecteert alle leven. De Gy zijn zelfs zeer gehecht aan dieren. Weliswaar zouden ze ander leven vernietigen als zou blijken dat hun algemeen belang wordt bedreigt. Zowel de mannen als de vrouwen worden gemiddeld honderd tot honderdvijftig jaar oud. De dood schrikt hen niet af, omdat ze weten dat het hiernamaals echt bestaat. Angst voor de dood die aardse mensen - zoals het hoofdpersonage - voelen, komt doordat
Vaak lijkt het erop alsof de echte machthebbers - of zo u wilt: diegenen die na de megacatastrofen de geheime kennis aan elkaar zouden doorgeven - het niet konden laten om Isis in hun symboliek te betrekken. Isis was de godin van de 'dubbele wijsheid'. Ze was aards en tegelijk goddelijk. Op die dubbele wijsheid zou de naam Homo sapiens sapiens allusie maken. Jezus noemen ze in het Midden-Oosten vaak Isa, terwijl L'Isa in Europa Isis betekende. De eerste genootschap (deze van de slang), piramiden, vrijmetselaars, Mona Lisa, het Vrijheidsbeeld, tot zelfs het dollarteken ... ze lijken naar Isis te verwijzen. Niemand die het echter zwart op wit zal kunnen bewijzen. Toch niet zolang de echte machthebbers ons om één of andere reden liever in het ongewisse laten.
Nog enkele vragen en antwoorden: Wat zouden wij doen als we in de schoenen van onze buitenaardse bezoekers stonden en we - wanhopig op zoek naar een nieuwe thuisplaneet - de aarde zouden ontdekken?
Antwoord: Hoewel we mensachtige robotten zouden hebben, zouden we ongetwijfeld zelf in onze astronautenpakken een korte verkenningstocht maken op aarde, terug opstijgen, en een basis oprichten op de maan. Waarom? Omdat zoiets simpelweg een kwestie van gezond verstand zou zijn (argumenten kwamen al eerder aan bod). Of kort en bondig: De maan biedt met haar vele tunnels en grotten wellicht meer bescherming aan een buitenaardse levensvorm dan de aarde, waar pakweg het kleinste virus al dodelijk zou zijn.
Daarna zouden we ons bewustzijn - in de veronderstelling dat we dat technisch kunnen - overplanten in een wezen dat met de aardse beperkingen kan leven. En we zouden trachten om op aarde de draad weer op te nemen.
De kans is echter reëel dat we onze oude gewoonten niet zomaar zouden opgeven. Met andere woorden: Wat als we op onze thuisplaneet gewend waren om ondergronds te leven?
Het kan geen toeval zijn dat het overal ter wereld in de omgeving van de 'Huizen van de Goden' wemelt van de 'ondergrondse steden' en gangenstelsels. De Zonnepiramide - een naam die kant noch wal raakt - in Teotihuacan (Mexico) werd zelfs bovenop een lavatunnel gebouwd, een tunnel die door mensenhanden, of beter gezegd: godenhanden, werd uitgebouwd.
Hoe en waarom een ondergronds levend superras gigantische bouwwerken heeft opgericht, blijven onbeantwoorde vragen. Maar waarom wij vandaag klakkeloos deze constructies koppelen aan volken die eigenlijk op geen enkel vlak voldoen aan de voorwaarden, is voor velen ook een vraag die onbeantwoord blijft.
Al de bouwwerken van de goden zouden uiteindelijk worden overgenomen, afgebroken en heropgebouwd door de overlevenden van de megacatastrofen. Wat niet af te breken of na te bouwen was (de piramiden) wordt vandaag nog in een uitzichtloze discussie betrokken.
Na de ontdekking van Göbekli Tepe zullen wellicht nog weinigen raar opkijken als morgen zou blijken dat zelfs Stonehenge er al stond vóór de megacatastrofen. Het zou niet de eerste keer zijn dat wetenschappers moeten bekennen dat ze te vroeg hun conclusies hebben getrokken. Vandaag zijn het weliswaar nog uitzonderingen die beweren dat Stonehenge oorspronkelijk een maantempel was. Een citaat van een onderzoeker: 'Er zijn aanwijzingen dat men op een bepaald moment in de prehistorische geschiedenis de altaarsteen heeft verplaatst, waarna de zon een centrale rol ging spelen.' De redenering dat de megacatastrofen een breekpunt waren in het denken van de mens, wordt door Stonehenge dus niet noodzakelijk tegengesproken.
Eerst één van de belangrijkste wetten van de macht in herinnering brengen.
Zie je als machthebber een tegenstander opduiken of wil je verhinderen dat een verslagen tegenstander opnieuw macht krijgt? Zet hem in een hoekje. Noem hem pseudowetenschapper, kwakzalver of, zoals in dit geval, een volgeling van de voorloper van het sciencefiction genre. Succes verzekerd, want de mens als kuddedier wil niet afgezonderd raken door de theorie van een fantast aan te kleven. Het klinkt cynisch en dat ís het ook dit keer. Macht en cynisme gaan nu eenmaal prima samen.
Nazi's dweepten met Edward Bulwer-Lytton. En hoe graag we hen ook als volgelingen van een fantast zouden catalogeren, we mogen de waarheid niet teveel geweld aandoen. Hoewel Edward het een beetje zelf heeft gezocht. Zo is de openingszin van één van zijn novelles - niet de novelle die hier straks aan bod komt - een eigen leven gaan leiden.
Dat muziek mensen overal ter wereld een gemeenschappelijk gevoel kan geven, toont eens te meer aan dat de mens ooit tot een universeel bewustzijn kon toetreden. De zanger van dit tijdloze liedje is al sinds 1997 overleden. Hij woog 340 kilogram. Maar dat uiterlijk en ziel niet samengaan, wisten we al.
De ziel is onsterfelijk. Ooit belandt ze ergens voorbij de regenboog. Hoe melig dat voor sommigen ook moge klinken en hoe vaak dit in alle talen al eens werd gezongen, als puntje bij paaltje komt, zou het wel eens kunnen kloppen. Klik op de link als je het liedje wil horen.
Velen blijven beweren dat de Mona Lisa van Da vinci niets mysterieus te bieden heeft. 'Het werd simpelweg geschilderd naar de mode van de tijd.' Een uitspraak die steeds minder mensen geloven, ook al omdat recent werd ontdekt dat er in het zwart van de ogen van Mona Lisa letters en cijfers staan. Het zou onder meer gaan om de letters L en S. De L zou daarbij naar Leonardo verwijzen en de S naar Salai, zogezegd de voornaam van zijn minnaar. Maar voor dezelfde moeite verwijst de L naar Lisa en de S naar Isis. De hoofdletter S is namelijk het symbool voor Isis.
Hints genoeg dus om aan te nemen dat Leonardo ons ergens heeft willen op wijzen. Als wetenschapper en kunstenaar was hij zonder meer geniaal. En als onopgemerkt profeet was hij dat ook. Aangezien zijn boodschap na zowat vijfhonderd jaar nog niet werd ontcijferd. Hoewel het er toch stilaan de schijn van heeft dat een bepaalde groep mensen sommige zaken niet wíllen zien.
Hoe intelligent waren onze buitenaardse bezoekers?
Waarschijnlijk waren ze niet eens zoveel intelligenter dan onze genieën vandaag. Daarbij zijn deze laatste - zoals ieder mens - besmet met het egocentrisch opportunisme dat eigen is aan het aardse leven. Ze willen koste wat kost elkaar de loef afsteken. En dat heeft zo zijn voordelen. Voor de goede verstaander: Een kruising heeft soms opzienbarende eigenschappen.
Zo zit in de mens de drang om op een obsessieve manier te leren, niet alleen van zijn voorgangers en collega's, maar ook van datgene wat buitenaardse bezoekers hebben achtergelaten. Kortom, onze toppers zijn vandaag 'giant leaps' aan het nemen, waardoor er binnenkort van een achterstand geen sprake meer zal zijn, integendeel.
Of ze ondertussen het bewustzijn al kunnen overplanten in een kloon, of ze met ultralage elektromagnetische hersengolven paranormale resultaten boeken, of ze het mysterie van de dood aan het doorgronden zijn? ...
Laat ons aannemen van niet, maar lang zal het niet meer duren.
Leonard G Horowitz beschuldigt de echte machthebbers en de farmaceutische industrie ervan angst te cultiveren met het oog op zowel persoonlijk als economisch profijt. Medicijnen en vaccinaties zouden maar in een fractie van de gevallen nuttig zijn en vaak meer kwaad aanrichten dan goed.
Maar dat is echt wel zijn minst boude uitspraak.
Hij beweert immers dat de echte machthebbers - waaronder leiders van farmaceutische reuzen - onvoorstelbare methoden aankleven om de wereldwijde bevolkingsaangroei aan banden te leggen. Virussen en andere ziekteverwekkers zouden bewust door hen zijn verspreid. Zo moest aids de bevolkingsexplosies in Afrika tegengaan. Sommige genetisch gemanipuleerde gewassen zouden trouwens voor dezelfde reden worden gebruikt.
Het hoeft niet te verbazen dat na de megacatastrofen de genen van de Cro Magnon in de landen rond de Middellandse Zee sterker vertegenwoordigd waren dan in de rest van de wereld. Niet alleen de genen zelf, ook Pyreneeën en Alpen hadden immers een prima bescherming geboden. Die genen zouden opnieuw hun weg vinden naar heel wat uithoeken van de wereld, waarbij ze deze keer af en toe hun gelijke tegenkwamen. Uiteindelijk zou echter de georganiseerde macht voor het eerst op grote schaal de kop opsteken, niet toevallig in het Middellandse Zeegebied. De zwerftochten van individuele groepen liepen ten einde. De mens zou zich settelen.
Egyptenaren - de eerste farao's kwamen 'uit het noorden' -, Grieken en Romeinen zouden supermachten van hun tijd worden. Hun veroveringen liepen echter minder vlot en vreedzaam dan deze die zich tijdens de 20.000 jaar vóór de megacatastrofen hadden voltrokken. Meer nog, de veroveraars waren wreed. Hoewel de volken die werden veroverd, vaak nog wreder waren.
Om er nog even op door te gaan: Voélde de mens in prehistorische tijden ultralage elektromagnetische frequenties, net zoals hij vandaag geluidsfrequenties hoórt? Die frequenties overstijgen trouwens het aardse. Ze komen overal in het universum voor omdat planeten ze van nature uitzenden. We horen ze met onze ietwat onderontwikkelde ontvanger (onze oren) als een zoemgeluid, tenminste als we ze versterken.
Hoe vergezocht het ook lijkt: Achter dat gezoem zou wel eens de golflengte van de goden kunnen schuilgaan. Zo is er - naast andere feiten die er op wijzen dat de zogenaamde goden een gave hadden die wij vandaag als paranormaal zouden omschrijven - nog een merkwaardig en uiteraard omstreden fenomeen.
Leylijnen zijn denkbeeldige lijnen die oeroude heilige plaatsen met elkaar verbinden. Ondanks bergen, dalen en zeeën die deze plaatsen scheiden, zijn de lijnen wonderbaarlijk recht. Ze zouden de ultralage elektromagnetische golven hebben gevolgd die planeet Aarde vele duizenden jaren geleden uitzond. (Die golven volgden toen een andere weg dan nu het geval is.)
'Pseudowetenschap' roepen de echte geleerden in koor. 'Er zijn zoveel heilige plaatsen dat er altijd wel een rechte lijn te trekken valt tussen een aantal ervan.'
Er werden - al dan niet te goeder trouw - heel wat fantastische verhalen gesponnen rond de leylijnen, maar dat neemt niet weg dat wie de discussies over tientallen jaren uitvlooit, zich wel eens zou kunnen afvragen waarom de wetenschap het bestaan ervan zo hardnekkig blijft ontkennen.
Hoewel een eventuele erkenning dan weer het bewijs zou leveren van iets dat blijkbaar niet bewezen mag worden. Want als er ooit mensen op aarde waren die ultralage elektromagnetische frequenties konden voelen, dan komt het paranormale een stapje dichterbij. Ook ons brein (of is het ons DNA?) zendt immers die ultralage frequenties uit. Leylijnen zouden zelfs naar de oplossing van het piramidevraagstuk kunnen leiden. Kortom, ze zouden de eerste dominosteen uit evenwicht kunnen brengen, waardoor getuigen over buitenaards bezoek, Roswell en de maan misschien een duwtje in de rug krijgen. Een risico dat men ongetwijfeld liever niet wil lopen.
Voélde de mens in prehistorische tijden ultralage elektromagnetische frequenties, net zoals hij vandaag geluidsfrequenties hoórt? Die frequenties zijn overigens eigen aan het universum. Planeten zenden ze van nature uit. We horen ze met onze ietwat onderontwikkelde ontvanger (onze oren) als een zoemgeluid, tenminste als we ze versterken.
Hoe vergezocht het ook lijkt: Achter dat gezoem zou wel eens de golflengte kunnen schuilgaan waarop de goden communiceerden. Naast andere aanwijzingen dat de goden wellicht op een voor ons paranormale manier met elkaar contact hielden, zijn er immers de zogenaamde leylijnen. Dit zijn denkbeeldige lijnen die oeroude heilige plaatsen met elkaar verbinden. Ondanks bergen, dalen en zeeën die deze plaatsen scheiden, zijn de leylijnen - genoemd naar hun ontdekker - wonderbaarlijk recht. Ze zouden de ultralage elektromagnetische golven hebben gevolgd die planeet Aarde ten tijde van de goden uitzond. (Die golven volgden duizenden jaren geleden een andere weg dan nu het geval is.)
'Pseudowetenschap' roepen de echte geleerden in koor. Maar opnieuw lijken deze laatste de duimen te moeten leggen, voor wie kijkt met een open blik.