|
OLVrouw van Lipa
Maria, de Middelares van alle Genade
Ook bekend als OLVrouw van Lipa, is een Mariaverschijning die in 1948 plaatsvond in het Karmelietenklooster van Lipa, Batangas, Filipijnen. De gebeurtenis vond plaats aan een voormalige Karmelietenpostulante, Teresita Castillo. Het originele beeld dat met de verschijning in verband wordt gebracht, is momenteel in het klooster te vinden.
De verschijningen werden als niet-bovennatuurlijk bestempeld na een onderzoek door zes Filipijnse bisschoppen onder leiding van de voormalige aartsbisschop van Manilla, kardinaal Rufino Santos, op 11/4/1951. Paus Pius XII verklaarde echter de verschijningen in 1951 als frauduleus wegens de politieke toestand in die jaren. De zaak werd in 1991 heropend door de lokale bisschop.
Op 12/9/ 2015 verklaarde de aartsbisschop van Lipa, Ramon Arguelles, tegen uitdrukkelijke instructies van de Heilige Stoel en de Katholieke Bisschoppenconferentie van de Filipijnen, formeel zijn goedkeuring van de verschijningen, en noemde ze "bovennatuurlijk en geloofwaardig".
De H. Maagd Maria wordt vereerd onder de titel Middelares van alle genaden. Voor de Mariaverschijningen Teresita Castillo had ze manifestaties van de duivel. Ze beschreef vieze geuren, fysieke aanvallen en een angstaanjagende stem die roetvlekken in haar cel achterliet. Dit gebeurde verschillende weken voor de eerste verschijning.
Op 18/8/1948 merkte Castillo, toen nog postulante in het klooster, een Hemelse geur op. Bij het betreden van haar kamer zag ze een prachtige dame in het wit die tot haar sprak: "Wees niet bang, mijn dochter. Hij die boven alles liefheeft, heeft mij gezonden. Ik kom met een boodschap..."
Volgens het verhaal bevond Castillo zich op 12/9/1948 in de kloostertuin en zag ze een wijnrank bewegen zonder dat er wind waaide. Ze hoorde toen een vrouwenstem die haar opdroeg de grond te kussen en de tuin 15 dagen achter elkaar te bezoeken. De volgende dag, 13 september, kwam Castillo om 17.00 uur naar de plaats, knielde neer en wilde het Weesgegroet bidden. Midden in het gebed stak er een wind op, de wijnrank bewoog en er verscheen een prachtige dame. Castillo beschreef de dame als iemand met haar handen gevouwen in gebed en een gouden rozenkrans in haar rechterhand. OLVrouw deed een oproep in haar boodschappen tot gebed, vooral voor priesters en religieuzen, boete en toewijding.
Op 14/9 begonnen rozenblaadjes te regenen in het klooster. Sommige rozenblaadjes droegen afbeeldingen van Jezus, Maria en Heiligen. Getuigen beschreven hoe de bloemblaadjes verticaal naar beneden vielen ondanks wind en regen, en hoe de geur van rozen aan elke bui voorafging. Bisschop Alfredo Verzosa, aanvankelijk sceptisch, zou zelf een bloemblaadjesregen hebben gezien en stond openbare verering van het standbeeld toe
Het nieuws over de gebeurtenissen verspreidde zich snel. Pelgrims kwamen van heinde en verre, en de menigte op het kloosterterrein liep op tot wel 30.000 mensen. Er werden dagelijks missen gehouden en velen hoopten de bloemblaadjesregen te zien of er een als spiritueel aandenken te ontvangen.
Op 11/4/1951 verklaarden ze dat de gebeurtenissen niet van bovennatuurlijke oorsprong waren.
Op 12/11/1948 zei Castillo dat de verschijning haar had verteld dat ze "Maria, Middelares van alle Genade" was.
Op 17/10/1949 zou de verschijning een "invasie" door China van de Filipijnen en de wereld hebben voorspeld, waarbij geld het instrument zou zijn "om de volkeren van de wereld naar de ondergang te leiden". De verschijning vond ongeveer drie weken na de communistische machtsovername in China plaats. Volgens kardinaal Ricardo Vidal, in zijn brief uit 2014 aan de Katholieke Bisschoppenconferentie van de Filipijnen, was het een van de "geheimen" van de verschijning die aan Castillo werden onthuld.
Beschrijving van de verschijning
Volgens Teresita Castillo was de H. Maagd Maria licht gebogen en gekleed in wit, met een smalle stoffen riem om haar middel. Haar gezicht straalde en op haar beelden is vaak te zien dat haar donkere haar onder een witte sluier over haar rug valt. Haar handen zijn gevouwen op haar borst en een gouden rozenkrans hangt aan haar rechterhand. Ze wordt blootsvoets afgebeeld op wolken, ongeveer zestig centimeter boven de grond.




|