|
13 maart 21.11 - Pater Daniel
1. Meditatie: “Zalig de armen…”
Over de betrouwbaarheid van de Evangelies werden onder onze rubriek “Apologie” al enkele goede artikels geschreven. We willen nu onze aandacht richten op de weergave van de zaligsprekingen. Hiermee hebben de evangelisten niet alleen trouw Jezus’ leer weergegeven, maar ons bovendien de geestelijke rijkdom en diepte van zijn Blijde Boodschap geopenbaard.
Hoe konden de evangelisten trouw weergeven wat Jezus leerde en deed, terwijl de zij niet beschikten, zoals wij nu, over de mogelijkheid van nauwkeurige audio- en beeldopnamen?
Omdat zij de waarheid van wat Jezus zei en deed zonder persoonlijke bijbedoelingen zo trouw mogelijk wilden weergeven. Ze schreven op wat ze zelf hadden gezien en gehoord of wat ze van betrouwbare ooggetuigen hadden vernomen. Zo deden ook Griekse geschiedschrijvers, zoals Thucydides (+ rond 400 v. Chr.).
In Mattheus 5, 1-12 vinden we acht zaligsprekingen: zalig/gelukkig de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, gelukkig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, gelukkig de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredestichters en de vervolgden. In Lucas 6, 17-26 lezen we slechts vier zaligsprekingen: gelukkig die arm zijt, hongerlijdt, nu weent, gehaat zijt omwille van de Mensenzoon. Hij voegt er vier wee-roepen aan toe: wee de rijken, die verzadigd zijt, die nu lachen, die nu geprezen zijn.
Inderdaad, men kan zich afvragen: wat heeft Jezus nu eigenlijk gezegd? Sprak Hij acht zaligsprekingen uit of slechts vier? Gaf Hij ook wee-roepen? Heeft Hij gezegd: “Zalig de armen” of “zalig de armen van geest?” Het is mogelijk dat Jezus meerdere malen hetzelfde onderricht heeft gegeven. Met een beeld- en klankopname hadden we alles gehoord en gezien tot en met de gelaatsuitdrukkingen van Jezus. Van dat alles hebben we nu niets. De evangelisten hadden onze moderne mogelijkheden niet.
Toch geven de Evangelies ons een goed beeld van Jezus’ leer. We willen hier geen uitgebreide commentaar geven over de afzonderlijke zaligspreken die uiteindelijk allen hun vervulling vinden in Jezus. We wijzen slechts op de kernboodschap die Jezus verkondigde en die de evangelisten op hun wijze weergaven.
“Zalig/Gelukkig zij” is een sleutelwoord in de Schrift. Het Griekse “makarioi” is de weergave van het Hebreeuwse ”asjre”, de taal van Mattheus en van de eerste joodse toehoorders. Dit woord bevat al een heel programma. Het Hebreeuws verschilt van het Grieks en het Latijn. Het Grieks is geschikt om abstracte begrippen uit te drukken en het Latijn om nauwkeurige juridische omschrijvingen te geven. Het Hebreeuws is eerder een taal van concrete beelden. De woorden hebben drie wortels die telkens een beeld oproepen. “Asjre” verwijst naar vooruitgaan, stappen, lukken. Het drukt een staat van geluk, zaligheid of zegen uit, verbonden met iemands relatie met God en rechtvaardig gedrag. Met dit woord eindigt de Wet van Mozes en begint de eerste psalm. En zo begint Jezus ook zijn Zaligsprekingen.
Het is belangrijk op te merken dat de Torah uit vijf boeken, ofwel de Pentateuch, bestaat. Het eindigt met het woord “asjre”: we lezen in het laatste van de vijf boeken van Mozes: Hoe gelukkig (asjre) bent u, Israël! Wie is er zoals u, een volk dat door de Heer gered is?“ (Deuteronomium 33, 29). De Psalmen zijn ook verdeeld in vijf boeken en beginnen met het woord ‘asjre’, waarmee de eerste psalm opent. Mattheüs beschrijft in zijn Evangelie vijf preken van Jezus, waarvan de eerste de Bergrede is. Deze preek bevat zeven ‘asjre’s’, die we de Zaligsprekingen noemen.
Daarmee toont Jezus, als een nieuwe Mozes, ons definitief de nieuwe weg die Hij voor ons heeft uitgestippeld. ‘Zalig…’: Deze uitdrukking verwijst naar de levenswijze van de profeten, de wijzen en de vrome mannen van het Oude Testament, evenals Maria en Jozef, en allen die leefden volgens de Geest van God. Het is bovenal de spiritualiteit en levenswijze van Jezus zelf. Hij is de armste der armen, vanaf zijn geboorte, gedurende zijn verborgen leven, tot aan zijn lijden en dood aan het kruis. Hij leefde niet voor de genoegens, de eer en rijkdom van deze wereld. Elke Zaligspreking is op Hem van toepassing. Door zijn armoede en onthechting… heeft Hij de volheid van de opstanding en het eeuwige leven bereikt.
Dit onthult uiteindelijk wat ieder mens diep in zijn hart draagt. Hoewel we veel verlangens hebben – macht, eer, bezittingen, seksualiteit – vormen deze niet onze diepste aspiratie. In wezen verlangt ieder mens naar volmaakt geluk. En onze dagelijkse ervaring leert ons dat we dat hier op aarde nooit volledig kunnen bereiken. Zelfs wanneer we onze wildste droom hebben verwezenlijkt, verlangen we onmiddellijk daarna naar iets anders. We hebben niet zomaar verlangens, we zijn een stroom van (hier op aarde) onverzadigbare verlangens.
Wij kunnen alleen maar volmaakt gelukkig zijn in en met God. Waarom? Omdat Hij ons zo geschapen heeft, namelijk naar zijn beeld. Of wij dit nu geloven of niet verandert niets aan deze diepe werkelijkheid.
Ons levensdoel ligt immers niet hier. We zijn geroepen om na deze aardse weg doorheen tijd, ruimte en dood, eeuwig gelukkig te zijn in God. Zeker, we moeten alles doen om gezond te zijn en onze medemensen in gezondheid en leven te helpen. We mogen ons echter niet hechten aan dit aardse leven alsof het ons hoogste geluk en einddoel zou zijn. Zalig zij die onthecht leven en dit onverzadigbaar verlangen naar volmaakt geluk in God blijven koesteren.
De evangelisten hebben zeer goed begrepen wat Jezus wilde zeggen en dit op hun eigen wijze willen weergeven. Hun onderlinge verschillen zijn geen tegenstrijdigheden maar juist wederzijdse aanvullingen die de juiste weg wijzen door dit aardse vergankelijke leven naar het volmaakte geluk in God. Wie onbevooroordeeld en met een open geest leest wat de evangelisten schreven, kan zich een goed beeld vormen van wat Jezus werkelijk deed en leerde. Dit sluit bovendien goed aan bij de geest van de vastentijd waarin we nu leven.
P. Daniel
2. Apologie: Hoe spreek je met een atheïst over Jezus Historische betrouwbaarheid van de Verrijzenis (I)
Introductie
Hoe kan men aan een atheïst of een agnost aantonen dat Jezus werkelijk de Weg, de Waarheid en het Leven is? Om die vraag te benaderen moeten we in de eerste plaats de taal van de wetenschap gebruiken — een taal die ook voor een niet-gelovige begrijpelijk en aanvaardbaar is.
Dat is het doel van deze studie. In de voorbije weken hebben we eerst geprobeerd aan te tonen dat het bestaan van God empirisch verdedigbaar is. Vervolgens hebben we ons gebogen over de datering van de Evangeliën. Wanneer deze teksten dicht genoeg bij de gebeurtenissen rond de verrijzenis van Christus zijn geschreven, kunnen zij als historisch betrouwbare bronnen worden beschouwd. Indien zij daarentegen pas vele decennia later zouden zijn ontstaan, zou hun historische waarde aanzienlijk verminderen. De beschikbare gegevens wijzen er echter op dat de Evangeliën zeer waarschijnlijk vóór de jaren zestig van de eerste eeuw zijn geschreven. Ten slotte hebben we onderzocht hoe het mogelijk was dat de leerlingen van Jezus zijn woorden en daden zo nauwkeurig konden herinneren, zelfs vele jaren na de gebeurtenissen.
Vandaag richten we ons op een nieuwe vraag:
De historische betrouwbaarheid van de Verrijzenis van Jezus Christus
De waarheid van het christendom staat immers of valt met de lichamelijke verrijzenis van Jezus. Zoals Paulus schrijft: “Als Christus niet is opgewekt, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zinloos”. Deze uitspraak geeft een objectief criterium om het christelijke wereldbeeld te beoordelen. Indien Christus niet uit de dood is opgestaan, dan is het christendom onwaar. Als Hij daarentegen werkelijk is verrezen, dan worden zijn leven en zijn leer bevestigd. In die zin is het christendom verifieerbaar: het berust op een historisch gebeuren dat onderzocht kan worden.
Jezus wees zelf op zijn opstanding als het beslissende teken dat zijn woorden en zending bevestigt:
“Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen ander teken krijgen dan het teken van de profeet Jona. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.”
De verrijzenis werd daarom de centrale boodschap van de vroege Kerk, zoals duidelijk blijkt uit het boek Handelingen. Daarom moet elke objectieve studie van het christendom zich richten op dit centrale historische gebeuren: de verrijzenis van Jezus.
De “minimal facts”-benadering
De Verrijzenis wordt vaak bestudeerd via de “minimal facts approach”. Deze methode beschouwt alleen die feiten die zo sterk historisch onderbouwd zijn dat ze door bijna alle onderzoekers worden aanvaard, ook door sceptische geleerden. Daarbij wordt niet uitgegaan van de goddelijke inspiratie of onfeilbaarheid van het Nieuwe Testament; de teksten worden eenvoudig behandeld als historische documenten uit de eerste eeuw.
Hoewel sommige onderzoekers tot twaalf minimale feiten rond de dood en verrijzenis van Jezus onderscheiden, beperken we ons hier tot vier:
1. de dood van Jezus door kruisiging
2. het lege graf
3. de verschijningen na de verrijzenis
4. het ontstaan van het christelijk geloof
Deze week bespreken we de eerste twee.
Een historische kwestie
Voordat we de feiten zelf onderzoeken, moeten we eerst verduidelijken welke criteria historici gebruiken om historische gebeurtenissen te beoordelen. Gary Habermas en Michael Licona noemen verschillende principes die de betrouwbaarheid van historische claims versterken.
Historische beweringen zijn sterker wanneer zij worden bevestigd
1. Door meerdere onafhankelijke bronnen.
2. Vijandige of onwelwillende getuigen verhogen de geloofwaardigheid van een gebeurtenis, omdat zij weinig reden hebben om haar te verzinnen.
3. Verslagen die beschamende details bevatten zijn vaak authentieker, omdat zulke elementen doorgaans niet worden uitgevonden
4. Ooggetuigengetuigenis en vroege tradities vergroten eveneens de historische betrouwbaarheid.
Feit 1: De dood van Jezus door kruisiging
Een van de best bevestigde feiten uit het leven van Jezus is zijn dood door kruisiging. Deze gebeurtenis wordt vermeld in alle vier de Evangeliën, maar wordt ook bevestigd door verschillende niet-christelijke bronnen, zoals de Joodse historicus Josephus, de Romeinse historicus Tacitus, de Griekse schrijver Lucianus van Samosata en verwijzingen in de Joodse Talmoed.
Josephus schrijft bijvoorbeeld dat Pilatus, op aandringen van de Joodse leiders, Jezus tot de kruisiging veroordeelde. Omdat deze gebeurtenis wordt bevestigd door meerdere onafhankelijke bronnen — waaronder vijandige — voldoet zij aan verschillende belangrijke historische criteria. Zelfs kritische onderzoekers erkennen dit. Zo concludeert de sceptische historicus John Dominic Crossan: “Dat hij gekruisigd werd is zo zeker als iets historisch maar kan zijn” .
Feit 2: Het lege graf
Een tweede belangrijk historisch gegeven is het lege graf. Opmerkelijk is dat de vroegste tegenstanders van het christendom het lege graf niet ontkenden; zij probeerden het te verklaren door te beweren dat de leerlingen het lichaam hadden gestolen (zie verder). Deze beschuldiging bevestigt indirect dat het graf inderdaad leeg werd aangetroffen.
p het einde van de eerste eeuw had Justinus de Martelaar dit te zeggen over de Joden die deze mythe hadden verspreid:
[Ze hebben] “mannen over de hele wereld gestuurd om te verkondigen dat er een goddeloze en wetteloze dwaalleer is voortgekomen uit een zekere Jezus, een Galilese bedrieger, die wij hebben gekruisigd. Maar zijn discipelen hebben Hem ’s nachts uit het graf gestolen, waar Hij was neergelegd nadat Hij van het kruis was afgenomen, en nu misleiden zij de mensen door te beweren dat Hij uit de doden is opgestaan en ten hemel is gevaren”.
Jozef van Arimathea die Jezus begraven heeft, wordt voorgesteld als lid van het Sanhedrin, een groep die in de Evangeliën meestal vijandig staat tegenover Jezus. Zoals James D. G. Dunn opmerkt, zou het merkwaardig zijn als men juist een lid van deze raad had uitgevonden om Jezus eervol te begraven. Zelfs de atheïstische filosoof Jeffrey Lowder erkent dat deze begrafenis historisch zeer waarschijnlijk is.
Vervolgens wordt het lege graf volgens de Evangeliën ontdekt door vrouwen. In de Joodse en Romeinse wereld had de getuigenis van vrouwen weinig juridische waarde. Als het verhaal verzonnen was om sceptici te overtuigen, zouden waarschijnlijk mannelijke discipelen als eerste getuigen zijn genoemd. Dat dit niet het geval is, wijst eerder op authenticiteit.
Ten slotte bestaat er geen alternatieve begrafenistraditie. Historicus Michael Grant erkent dan ook dat de historische gegevens sterk genoeg zijn om te concluderen dat het graf werkelijk leeg werd aangetroffen .
Tegenwerping: de leerlingen hebben het lichaam gestolen
Volgens deze hypothese zouden de leerlingen het lichaam van Jezus hebben gestolen en vervolgens het verhaal van de verrijzenis hebben verzonnen.
Deze theorie kent echter ernstige problemen. Ten eerste verklaart zij niet waarom de Evangeliën vrouwen als eerste getuigen vermelden. Ten tweede zou het vreemd zijn dat de leerlingen zich zelf beschuldigen (Matt. 28, 11-15).
Ten derde verklaart deze hypothese niet de radicale verandering van de leerlingen. Volgens de vroege christelijke bronnen veranderden zij van bange en ontmoedigde volgelingen in moedige verkondigers van de verrijzenis, bereid om vervolging en zelfs de dood te ondergaan. Zoals J. N. D. Anderson opmerkt, staat een dergelijk scenario haaks op alles wat wij weten over hun karakter en overtuiging.
Bovendien verklaart deze theorie niet de bekering van voormalige sceptici zoals Paulus, die eveneens verklaarde de verrezen Christus te hebben ontmoet en vervolgens bereid was lijden en vervolging te dragen om dit geloof te verkondigen.
Conclusie De historische gegevens leiden tot twee moeilijk te betwisten feiten: Jezus is werkelijk gestorven door kruisiging en zijn graf werd daarna leeg aangetroffen. Deze gebeurtenissen worden bevestigd door meerdere bronnen en passen binnen de gebruikelijke criteria van historisch onderzoek. Tegelijk blijken alternatieve verklaringen, zoals de hypothese dat de leerlingen het lichaam zouden hebben gestolen, onvoldoende om alle gegevens te verklaren.
Volgende week bespreken we twee andere belangrijke elementen in deze “minimal approach” : de verschijningen van de verrezen Christus en het ontstaan van het christelijk geloof.
P. Jean
3. Kerk en wereld:
De erfenis van het christelijk geloof dat we ontvingen, moeten we laten vruchten dragen, niet trachten opnieuw uit te vinden! Dit is de mening van de 80-jarige Guinese kardinaal Robert Sarah in zijn nieuw boek: 2050. Het Franse weekblad La Croix gaf op dit boek enige kritiek door te stellen dat het te weinig aandacht schenkt aan actuele problemen zoals klimaat, migratie, inclusie. De kardinaal geeft hierop een deskundig verweer.
Hij bevestigt dat genoemde thema’s werkelijk ernstige problemen zijn, maar zij ontsporen wanneer ze de centrale plaats van God verdringen en als tijdelijk, politiek programma behandeld worden. “De arme is niet alleen een sociaal geval: hij is het gelaat van Christus. De vreemdeling is niet eerst een politiek dossier: hij is de broer die God aan onze liefde toevertrouwt. De schepping is geen groen idool: zij is een gave, toevertrouwd aan de mens opdat hij er dankbaar zorg voor zou dragen”. En de Kerk mag hierbij niet tot een soort agentschap gereduceerd worden.
Zo is ook de complementariteit van man en vrouw geen culturele constructie: zij is ingeschreven in de schepping zelf… De eerbied voor het leven vanaf de ontvangenis tot aan de natuurlijke dood is geen opvatting maar de erkenning dat het leven een gave is.”
Hij wijst tenslotte op het verschil tussen het westen en Afrika. In het westen, dat meent God niet nodig te hebben, werden het geloof en de traditie vervangen door wantrouwen en in plaats van gezagsuitoefening komt er voortdurende contestatie. Het westen wil met het geloof onderhandelen. Afrika ontvangt het geloof als kostbare erfenis.
***
Satanische kinderoffers waren tot heden waanzinnige fantasieën die een welopgevoed mens zelfs niet in zijn gedachten toeliet. De onthullingen rond Epstein tonen nu echter dat het de duivelse wereld is van een zeer groot deel van de machtigste wereldleiders. En deze werkelijkheid wordt met de dag gruwelijker. We kunnen en mogen niet meer vroom wegkijken.
Dit is een door God gegeven moment van waarheid en oproep tot radicale bekering. We moeten onze houding tegenover deze wereld grondig herzien. Het zijn wereldleiders die langs de gewone media de openbare opinie bepalen, daarom moeten we ons definitief ontdoen van alle mainstreammedia. We moeten ons afwenden van de heersende opvattingen zoals men zich afwendt van een giftige wolk. We dienen ons te wenden tot betrouwbare en bij voorkeur christelijke berichtgeving.
Het is een geestelijke strijd die we met de wapenrusting Gods dienen te voeren, steunend op het geloof in Jezus en zijn Woord, met gebed en vertrouwen.
***
Er zijn vele video’s te vinden over spectaculaire bekeringen, ook van vooraanstaande moslimleiders in de Arabische wereld: in Iran (reeds van voor de huidige agressie), Saoedi-Arabië, Afghanistan, Jemen… We kunnen deze video’s niet controleren op hun authenticiteit maar de inhoud van deze bekeringverhalen lijkt werkelijk en echt te zijn: moslims raken verward over de inhoud van de koran en de islam, ontdekken de innerlijke rust van christenen, lezen het Evangelie, ontdekken de persoonlijke liefde van God en krijgen een kracht om te getuigen dat Jezus de Heer is, ondanks de zeer grote gevaren die hen bedreigen. Laten we bidden opdat uit deze nieuwe verwoestende brand in het Midden Oosten een massale terugkeer mag ontstaan naar het geloof in Jezus Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven voor alle mensen.
4. Nieuws uit de gemeenschap
In de byzantijnse liturgie zijn er twee dagen in het jaar gewijd aan de verering van het Heilig Kruis: 14 september, de Kruisverheffing en de derde zondag van de vasten. Daarvoor hielden we zondag na de Eucharistie ook een kleine processie met Kruisverering.
|