|
Neurodiversiteit
Aflevering 2: Helaas geen aprilgrap

Kris Lippeveld, De toren van leviticus (2026)
De 'neurodiversity movement' kwam op in de jaren 1990 en in 1997 sprak de New York Times in dat verband over 'neurological pluralism': in plaats van te spreken over te behandelen ziekten, (maar fundamenteel anders dan in de anti-psychiatrie), ging men alras inzien dat van de nood aan de erkenning van neurodiversiteit werk moest gemaakt worden zoals dat ook gebeurde met de erkenning van biodiversiteit en naast autisme kwamen in dat verband ook onder meer ADHD, bipolaire stoornis en borderline ter sprake, mede door het inzicht dat de oorzaak van die condities niet ligt bij de 'zieke': zij worden vaker uitgelokt door sociale omstandigheden en meer bepaald door persoonlijk sociaal, psychisch en fysiek leed veroorzaakt door onrecht.
Ter illustratie hiervan moge hier andermaal verwezen worden naar de 'kast' waarin homo's werden/worden opgesloten (in feite gaat het om een 'kist' waarin zij 'levend begraven' worden) op het ogenblik dat zij - meestal in de puberteit - hun 'probleem' kenbaar maken aan hun ouders of opvoeders die tot voor kort (en in bepaalde gevallen nog steeds) te rade gingen bij de huisarts en/of bij de pastoor. In opdracht van de katholieke macht droegen deze 'vertrouwenspersonen' aan de betrokkene op, zijn of haar 'schande brengende' geaardheid af te zweren, wat het kind in kwestie opzadelde met de overtuiging dat het van nature niet deugde. Het hoeft geen betoog dat de garantie van het eigen 'levensunwerten Leben' (uit Hitlers eugenetica, waar men niet alleen sprak over de 'Vernichtung lebensunwerten Lebens' maar waar die ook voltrokken werd) geleverd door geliefde vertrouwelingen, de ziel van het betrokken kind meestal voor immer vernielt, waarbij het wordt opgezadeld met dan aan het kind zelf toegeschreven 'psychische aandoeningen'. Waar in het latere leven alsnog verzet hiertegen rijst, zal de betrokkene uiteraard niemand meer kunnen vertrouwen.
Omdat politici opportunistische machtswellustelingen zijn, laat het hen koud wat zij moeten doen om die macht te verwerven en de hoger genoemde katholieke macht, resulterend uit de samenzwering van politiek en even corrupt geloof, reeds in de eerste eeuwen na Christus, maakt zich sterk met uitgelezen teksten waarvan zij het volk voorliegt dat zij de verzekering bezit dat die van goddelijke oorsprong zijn. Die opvattingen mogen dan al volledig achterhaald zijn: nog steeds leest men de levieten aan wie het aandurven om te rebelleren tegen deze vormen van repressie en oppressie welke leiden tot de legitimatie van onder meer discriminatie, racisme en slavernij. In die gevallen worden de slachtoffers van deze niet geringe misdaden die vaak leiden tot moord en tot genocide, supplementair gestraft waar zij op de koop toe voor hun 'afwijking' de schuld in de schoenen geschoven krijgen, zodat zij naast 'abnormaal' ook nog eens tegelijk als ziek en als zondig worden bestempeld: als zondig door de religie en als ziek door de verlichte religie of de wetenschap, in casu de medische wetenschap, aan wie helaas de hoger beschreven arrogantie van alwetendheidswaanzin moet toegeschreven worden.
In de marge van die afschuwelijke praktijken (die wij naar een voltooid verleden tijd wensen) die bekrachtigd worden middels religieuze teksten waarvan leiders van de betrokkenen religie garanderen dat hun auteur God zelf is, ontstaat geëngageerde kunst, getuige bijvoorbeeld De toren van leviticus (sic! 'leviticus' zonder kapitaal) van andermaal de kunstschilder Kris Lippeveld: de 'ivoren' toren van de farizeeën die een wet dicteren met beneden in de greppel de slachtoffers die zij aldus maken en die alsnog proberen om de onrechtplegers ter verantwoording te roepen. Echter, zoals inmiddels mocht blijken uit hun 'reacties' inzake kindermisbruik in de kerk, verkiezen de verantwoordelijken het om in hun toren te blijven totdat de storm over is om daarna prompt terug te keren en hun aloude posities in te nemen, alsof er geen vuiltje aan de lucht is.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 1 april 2026)
|