Archief
dinsdag 12 februari
woensdag 13 februari
donderdag 14 februari
Het beloofd een mooie dag te worden, enkel de zon staat aan de hemel en ondanks een strakke wind is de temperatuur al ’s morgens aangenaam. We zijn al van 10u op weg voor een tocht door het Taurus gebergte. Ons doel is Uzuncaburç, gelegen op zo’n 30 km van de kust. Van zodra we de hoofdweg verlaten wanen we ons in een andere wereld. De appartementsgebouwen hebben plaatsgemaakt voor een ruw landschap met veel rotsblokken en laag struikgewas. Hier en daar vinden we een bouwsel, soms volledig van hout, takken en plastiek, soms ook gedeeltelijk van steen. Het zijn de woningen van de schapen- en geitenherders, half nomaden die afkomstig zijn uit Oost-Anatolië.
Ook hier zijn er overal resten van oude bouwwerken te vinden. We zoeken de “Roman reliefs” in Adamkayalar maar moeten terugkeren omdat het pad niet te bewandelen (eerder te beklimmen) is met ons schoeisel.
Tegen de middag komen we aan in Uzuncaburç waar we de resten van de Romeinse stad Dioceasarea bezoeken. Aan de ingang (niets is afgesloten) komt een vriendelijke man naar ons toe met tickets (3 Turkse Lira per persoon = 1.30 euro) We worden tegelijk uitgenodigd om eerst een cay (thee) te drinken in een plastieken kamertje dat tegen een muur aangebouwd is. We zijn hier op 1200 m. hoogte en het is maar 12° en door de wind voelt het nog wat kouder aan, dus nemen we de uitnodiging graag aan. Binnenin zit een vrouw börek te maken en worden wij ook gevraagd om aan te schuiven om te eten. Wij zijn hier terug de enige buitenlanders tussen een groep Turkse bezoekers maar, het is er gezellig en lekker.
Op de terugweg bezoeken we nog Cennet-Cehennem (Hemel en
Hel). Dit zijn 2 natuurlijke kraters in de bodem; de grootste heet put van de Hemel
en de andere put van de Hel.
In de Hemel kan je afdalen (450 treden - 70 m diep), daar staat een kapel uit de
5de eeuw en kom je in een grote open grot aan de achterwand is er
terug een grot die nog eens 150 treden lager toegang geeft op een onderaardse
rivier (de Hel). In vroegere tijden was het geheel een heiligdom ter ere van Hades,
de god van de onderwereld.
Christiane ziet al die trappen niet zitten maar ik moet het toch eens proberen.
Wanneer ik echter de 450 treden afgehotst heb en aan de kapel gekomen ben heb
ik de indruk dat dit meer hel dan hemel is. In de grot drupt er overal water naar
beneden zodat de treden zeer glad zijn en ik maar de weg terug neem.
Aan zee is het nog steeds stormachtig maar wel aangenaam warm(uit de wind).
vrijdag 15 februari
zaterdag 16 februari
zondag 17 februari
Vandaag weer een mooie dag achter de rug. Deze morgen zijn we wat gaan window shoppen in Silifke. Silifke ligt op 32 km van Larissa en telt zo’n 55000 inwoners. We hadden niet verwacht dat er zoveel winkels zouden gesloten zijn (zondag is in Turkije niet synoniem sluitdag). Na een uurtje waren we rond en zijn dan terug de bergen ingetrokken.
We werden terug geconfronteerd met het feit dat hier heel weinig wegwijzers staan en dat er ook geen gedetailleerde wegenkaarten voorhanden zijn. We kwamen terecht op de weg naar Mut, gezien ook deze bestemming nog op ons verlanglijstje stond zijn we dus die kant op gereden. Het werd een prachtige rit; de eerste 30 km reden we door de kloof die de Göksu rivier uitgesleten heeft. En, hij heeft zijn best gedaan, de canyon kan gerust de vergelijking doorstaan met de canyon van de Verdon in Zuid-Frankrijk. Wanneer we de kloof verlaten blijft de weg maar stijgen, we komen in de echte bergen terecht met mooie vergezichten, veel olijf- en fruitbomen en af en toe een gehucht of dorp.
We willen, iets verder dan Mut het Alahanklooster bezoeken. Maar, ook daar vinden we geen wegwijzer die daarnaar toe wijst, wij denken dat de borden nog niet teruggeplaatst zijn na de vernieuwing van het wegdek??? Het landschap maakt echter ook dat gemis goed en wanneer we op ongeveer 2000 m hoogte komen maken we rechtsomkeer.(we zijn dan ook al 100 km van de kust)
In Mut nemen we een late lunch. In het restaurant hebben ze geen kaart maar we mogen kiezen uit de potten (ook omdat we niet kunnen zeggen wat we willen). Maar, het was terug lekker.
Op de terugweg, langs de kust zijn we nog even gestopt in Narlikuyu . Hier komt een onderaardse rivier uit in een mooie baai die rondom volgebouwd is met visrestaurantjes. De rivier is dezelfde die stroomt onderin de grot van de Hemel (zie 14 februari). In Narlikuyu ligt ook een piepklein museum- men heeft er maar één museumstuk- een mozaïek uit een Romeins badhuis. Al van in de 4de eeuw ligt daar de afbeelding van de 3 Gratiën (Godinnen van de vruchtbaarheid).

