Veertigdagentijd
De veertigdagentijd begint op Aswoensdag, dit jaar was dat woensdag 21 februari, en duurt tot de Paasnacht, de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 april. Het is de liturgische tijd die voorbereidt op het hoogfeest van Pasen. Voor de christenen betekent het een tijd van inkeer en herbronning: een terugkeer naar de bron, naar het zuivere leven zoals het evangelie het de volgelingen van Jezus voorhoudt. De tijd bij uitstek ook om zich vrij te maken van onwaarden als hebzucht, eerzucht en heerszucht; om de ballast los te laten die zich in het dagelijkse leven opdringt; om, meer dan anders, tijd te maken voor gebed, bezinning en vasten.
Aswoensdag
De veertigdagentijd start op Aswoensdag. In de eucharistie- of boeteviering tekent de priester een ‘askruisje’ op het voorhoofd van de gelovigen. Daarmee worden ze herinnerd aan hun roeping te leven in navolging van Jezus Christus. In de veertig dagen voor Pasen betekent dat meegaan in de lijdensweg van Jezus, solidair zijn met de armen en verdrukten in deze wereld. Ook daarvan is de vasten een uitdrukking.
De as is gemaakt van de gezegende palmtakken van Palmzondag van het jaar daarvoor, die vóór de Aswoensdagviering verbrand worden. De takken van jubel en vreugde moeten eerst worden verbrand om zo tot teken te worden van het kruis, de dood en de verrijzenis.
Asse is een bijbels symbool van menselijke onvolmaaktheid en sterfelijkheid. Als de priester het askruisje oplegt, doet hij dat met de woorden: “Gedenk mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren”. Dat stof verwijst naar het tweede scheppingsverhaal (Gen 2), dat de mens eraan herinnert dat het leven kostbaar is, want het komt uit Gods hand, maar tegelijk ook broos en vergankelijk als stof.
Diezelfde as is ook een teken van nieuw leven. Vroeger werd zelfs met as gewassen. As heeft dus ook een reinigende kracht. Het afbranden van de stoppels op de akkers maakte de grond opnieuw vruchtbaar. As die op het voorhoofd van de zondaar werd gestrooid, reinigt en geeft kracht tot nieuw leven.

Vastentijd’, onderdeel van de ‘Icoon van de Seizoenen’,
van William Schickel
Vasten
Oorspronkelijk werd in de voorbereidingstijd voor Pasen alleen op Goede Vrijdag gevast. Ter herinnering aan de sterfdag van Jezus werd dan geen vlees gegeten of een maaltijd overgeslagen. Later werd het vasten op Goede Vrijdag uitgebreid tot een periode van veertig dagen. De mate waarin dan werd gevast, kon sterk verschillen.
Het min of meer verplichte vasten in de veertigdagentijd werd in 1967 door de katholieke Kerk afgeschaft. Sindsdien gelden alleen Aswoensdag en Goede Vrijdag als officiële en verplichte vastendagen. Wie op de andere dagen wil vasten, mag dat uiteraard doen. Hoe hij of zij dat concreet invult, is een persoonlijke keuze, want er staat nergens voorgeschreven wat wel en niet mag. De gelovigen worden wel opgeroepen om tijdens de vasten meer dan anders de eucharistie bij te wonen en om rond Pasen het sacrament van de verzoening te ontvangen.
Vasten is niet typisch christelijk of katholiek. Het komt in een of
andere vorm in alle religies voor: de ramadan in de islam, Jom
Kippoer in het jodendom en ook het hindoeïsme kent vastendagen
in de aanloop naar belangrijke feesten of in tijden van rouw.
Voor christenen betekent vasten zowel zich iets ontzeggen als iets meer doen dan gewoonlijk. Het eerste, de ‘versterving’ zoals het vroeger werd genoemd, wil zeggen zich een tijdlang bewust voedsel (vlees bv. of vis), drank (alcohol bv.), een extraatje of luxe onthouden. En dat niet om af te vallen – ook al kan het een effect ervan zijn – maar als een manier om zich zo lijfelijk te confronteren met de ongelijke en onrechtmatige verdeling van rijdkom en armoede in de wereld.
Anderzijds biedt vasten ook de gelegenheid om daadwerkelijk iets extra te doen voor de mensen die het echt nodig hebben. Er is immers geen sprake van een authentieke bekering zonder een eerlijke bekommernis voor de medemens, zonder een verhoogd engagement en een sterkere solidariteit met de zwakste onder ons. Uitgerekend in de veertigdagentijd roept Broederlijk Delen ( voor meer info: zie www.broederlijkdelen.be ) alle mensen van goede wil dan ook op om zusterlijk te delen met iedereen zonder onderscheid.
Vasten en veertig in de Bijbel
In de Bijbel wordt wel vaker naar vasten verwezen. Een vasten-periode wordt in het Oude Testament afgekondigd in tijden van nood (1 S 7,6; Jl 1,14; Neh 1,4), als boetedoening (Jon 3,5) of als teken van rouw (2 S 1,12; Re 20,26, Zach 8,19.). In het Matteüsevangelie staat te lezen dat Jezus veertig dagen en nachten lang vastte in de woestijn om zich voor te bereiden op zijn openbare leven (Mt 4,2). Vasten in de Bijbelse betekenis heeft te maken met (zelf)discipline: vasten maakt een mens weerbaarder en helpt hem te weerstaan aan allerlei dingen die hij eigenlijk niet nodig heeft. Vasten helpt ook om de dingen helderder te denken en scherper te zien. Het is voor gelovigen een manier om dichter bij zichzelf en vooral bij God te komen. En wie vast, ondervindt aan den lijve wat het betekent om honger te hebben. Vasten nodigt daarom uit tot solidariteit en delen met de ander.
‘Veertig’ is een belangrijk symbolisch getal in de Bijbel. Het staat voor een leven of een generatie lang. Het is ook het getal van verwachting en voorbereiding, maar ook van boete en vasten.
De zondvloed duurde 40 dagen en nachten; veertig jaar trokken de Israëlieten door de woestijn voorleer ze het Beloofde Land bereikten; Jona preekte 40 dagen lang in Nineve om de inwoners aan te zetten tot bekering. Ook Jezus vastte na zijn doopsel 40 dagen en nachten in de woestijn. En veertig dagen lang verscheen Hij na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen.
1 reactie op dit bericht
Liefde
Je teksten hebben mij geraakt, vooral je verwijzing naar de symboliek van het getal 40.
In het Hebreeuws is de getalwaarde van de letter Mem eveneens veertig en verwijst daarenboven naar water (het leven is een onderdompeling in de tijd tot je beseft wat je eindbestemming is).
Hartelijke groeten
Gil-bert