Neen de “crisis” is niet de oorzaak van het succes van Bart De Wever (1)

De wil naar onafhankelijkheid vanwege Catalonië, Schotland, Vlaanderen (of Wallonië) lijkt misschien een dwaasheid voor veel Europeanen. Maar dat maakt deel uit van de vrijheid van meningsuiting. Partijen die, op een democratische wijze, voor deze onafhankelijkheid ijveren zijn daarom niet noodzakelijk extreemrechtse partijen. Ze gelijk stellen met xenofobe partijen, extreemrechtse partijen, populisten, is een amalgaam maken wat fout is op intellectueel vlak en gevaarlijk op politiek vlak. Dat is nochtans wat sommige Europese leiders, waaronder Elio Di Rupo, deden na de top vorige week in Brussel. En het toppunt van simplisme is het feit dat zij het groeiende succes van verschillende van deze radicale partijen toeschrijven aan “de economische crisis”. Dat is spijtig want deze verschillende fenomenen noodzaken veel meer genuanceerde analyses.
Met betrekking tot het succes van de N-VA van de Bart De Wever in de recente gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen, had een aantal Europese vrienden me gevraagd hoe ik dat kon verklaren. Ik heb geprobeerd om hen zo eerlijk mogelijk te antwoorden, door hen uit te leggen welke percepties en gevoelens er leven in Vlaanderen. Percepties en gevoelens die ik niet noodzakelijk deel maar die je moet kennen en proberen te begrijpen om er nadien een antwoord op te kunnen geven. Ziehier mijn “lijst” die niet beweert volledig te zijn.
1.
Bart De Wever blijft oogsten wat de Franstalige politieke partijen hebben gezaaid na de verkiezingen van 2007 door te weigeren om ernstig te onderhandelen met Yves Leterme en de Vlaamse traditionele partijen. Op dat moment was de N-VA slechts de vijfde partij in Vlaanderen! Ze hebben niet willen inzien dat het aanvaarden van bepaalde oude Vlaamse eisen, zoals de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, een conditio sine qua non was om de communautaire relaties te bekoelen.
Resultaat van de bittere tegenslag van formateur en Eerste Minister Yves Leterme: Vlaamse woede, teleurstelling van de kiezers tegenover de CD&V en de andere 'zachte' partijen, en een stemmenverschuiving naar de N-VA in de opeenvolgende verkiezingen, met de overwinning van de N-VA tijdens de verkiezingen van 2010. Na de langdurige crisis en onder impuls van Elio di Rupo die zich uiteindelijk bewust werd van de geestesgesteldheid in het noorden van het land, werden de koppig vastgehouden blokkades opgeheven. Maar de Vlaamse kiezers hebben het de Vlaamse partijen in de regering niet vergeven. Velen hebben er een andere les uit getrokken: het is dank zij Bart De Wever dat de andere Vlaamse partijen deze keer voet bij stuk hebben gehouden en een einde hebben gemaakt aan de Franstalige onverzettelijkheid. Dus om Vlaanderen te doen respecteren, moet de N-VA worden versterkt.
2.
Zelfs als Elio Di Rupo wordt beschouwd als een aardige man in Vlaanderen, mag niet worden voorbijgegaan aan het onbegrip of de irritatie van vele Vlamingen dat zo’n intelligente en gecultiveerde man, die bovendien nationale ambities heeft, slechts erbarmelijke noties heeft van het Nederlands. De taal van de meerderheid van de Belgen. Zij zien het als het zoveelste teken van minachting vanwege vele Walen voor hun taal en gemeenschap. En ze zijn van oordeel dat men niet kan beweren voorstander te zijn van het voortbestaan van het federale België en tegelijkertijd de taal van de meerderheid van de Belgen niet te kennen.
3.
Wat wordt beschouwd als een gebrek aan respect voor de taal en de Vlaamse cultuur wekt nog meer onbegrip en woede op door de massieve budgettaire transfers sedert jaren van Vlaanderen naar Wallonië. Vandaar het gevoel: we zijn enkel goed om te betalen, maar voor het overige worden wij veracht.
4.
Zo komen wij bij de economische situatie van Wallonië en de transfers. De meeste Vlamingen vinden het normaal dat er een solidariteit is tussen de verschillende landsdelen. Wat hen echter verontrust en irriteert is dat de transfers naar Wallonië lijken te verdwijnen in een bodemloze put. De perceptie blijft bestaan dat, behalve in de Waals-Brabant, men geen dynamisch beleid ziet dat gericht is op de modernisering van de politieke, syndicale en sociale gewoonten en dat een dynamische omgeving schept voor werkgelegenheidscreatie. De indruk blijft bestaan dat de PS de transfers gebruikt voor zeer genereuze sociale uitkeringen die de mensen plaatst in een 'cultuur' van werkloosheid en van afhankelijkheid, waardoor de Waalse economie nog meer verlamt. Er heerst dan het gevoel in Vlaanderen dat men wel wil betalen om Wallonië terug recht te helpen maar niet om een oude politiek verder te zetten die duidelijk niet werkt en die in feite meer lijkt op een politiek van cliëntelisme van de PS. Vandaar het wervend argument van De Wever (en niet alleen van hem) dat, indien Wallonië een fundamenteel verschillend economisch en sociaal beleid wil volgen dan dat van Vlaanderen, het de verantwoordelijkheden en de kosten moet dragen. Solidariteit kan niet enkel van een kant komen.



















