Naar de inhoud

André Demedtsjaar 2006

Over veelzijdige persoonlijkheid van André Demedts
seniorennet.beseniorennet.be
We willen hier een archief aanleggen over André Demedts. Uw bijdrage en/of informatie over de veelzijdige activiteiten van André Demedts is hierbij van harte welkom...

Berichten van 1 november 2019 tot 30 november 2019

Afscheid aan Gaston Durnez

Vrijdag 22 november 2019 overleed te Lier Gaston Durnez, een gelauwerd schrijver en dichter en oud-journalist van De Standaard. Hij werd 91 jaar oud. We kunnen Gaston Durnez een geestesgenoot en vriend noemen van André Demedts. In 1986 ontving hij de Demedtsprijs. In dit blog n.a.v. het André Demedtsjaar in 2006 zijn trouwens ook een paar bijdragen van hem verschenen. 

2284127-4856c5fb84c6fc3a8ca550b81c79a7c4.jpg

Hun pad vertoont wel enkele gelijkenissen. Gaston Durnez was als zevende zoon in een arm arbeidersgezin voorbestemd voor de fabriek, in het beste geval een ambacht. Demedts was als oudste zoon van oud langbouwgeslacht voorbestemd voor het landbouwwerk. Maar in de bittere oorlogsjaren van hun jeugd was er die vreemde drang om te schrijven en te dichten. 

Durnez won opstelwedstrijden, kon een opleiding tot stenotypist volgen en raakte op 16-jarige leeftijd als loopjongen binnen bij De Nieuwe Standaard. Het begin van een carrière van meer dan zeventig jaar, waarvan een halve eeuw bij de krant. Demedts volgde de literatuur en publiceerde gedichten. Een schoolhoofd haalde hem uit zijn hard boerenleven om leraar te worden aan het college te Waregem. Later werd hij geroepen naar de gewestelijke radio-omroep te Kortrijk. 

Durnez en Demedts putten kracht en inspiratie uit de sociale actie van de kajotters, de katholieke arbeidersjeugd en haar charismatische voorman, de latere kardinaal Jozef Cardijn. Die prentte arbeiderskinderen in dat ze zich vooral niet minderwaardig moesten voelen, dat ze net zoveel waard waren als om het even wie. Beiden hebben altijd dat inzicht, die roeping van kajotters blijven uitdragen en nooit vergeten dat zij een leidende rol hadden te spelen. 

Beiden werden zeer bedrijvige literatoren in diverse literaire genres. Niet minder omvangrijk was het werk, die ze voor en achter de schermen van de culturele wereld presteerden, niet het minst in de sociale sector. Regelmatig kruiste hun pad bij publicaties, literaire bijeenkomsten, voordrachten. Beiden waren ook vriend van ondermeer L.P. Boon. 

In een bijdrage voor dit blog noemde Gaston Durnez Demedts ‘de biechtvader van velen’ : “Ik lees nog vaak in zijn verzenboeken vol mannelijke melancholie en christelijke levensaanvaarding-ondanks-alles. Toch, als ik aan hem denk, zie ik hem altijd eerst als de ‘biechtvader’ van velen. Wie raad of troost nodig had, kon bij hem terecht. Hij luisterde en gaf bedachtzaam in enkele zinnen zijn mening. Zo was hij ook als inspirator voor menig initiatief.” 

“In de loop der jaren kreeg hij enkele mooie literaire onderscheidingen en werd hij tot lid van de Academie gekozen. Toen hij al 84 was en ziek, ontving hij zijn belangrijkste lauwerkrans: de staatsprijs voor een schrijverscarrière. Het is niet niks, maar alleen al als voorman en inspirator uit de tijd van voor de Vlaamse culturele zelfstandigheid had Demedts meer verdiend. Ik kan mij er nog altijd in opwinden dat Leuven zijn invloedrijke houding in de strijd om de splitsing van de universiteit is vergeten. Onder meer daarom had hij later, bij de eindelijk Vlaamse universiteit, als een van de eersten in aanmerking moeten komen voor een eredoctoraat. Jammer dat dit niet kan worden hersteld. Of is het mogelijk iemand postuum doctor honoris causa te maken?” 

“Een van mijn ontroerendste herinneringen aan die vaderlijke man heeft te maken met onze samenwerking. Op een mooie dag, in de sterke jaren van De (oude) Standaard, mocht ik hem vragen, of hij kronieken wilde schrijven voor De Standaard der Letteren. Hij aanvaardde onvoorwaardelijk, zonder naar een honorarium te informeren. Er was geen trouwer en stipter medewerker dan hij. Precies op de afgesproken datum lag ’s morgens zijn keurig getikte bijdrage op de redactietafel. Over zijn inzicht en oordeel kon natuurlijk worden gediscussieerd, maar altijd toonde hij eerbied voor het gepresteerde werk en liet hij de besproken kunstenaar in zijn waarde. Later, in de grote crisis van de dagbladonderneming, in 1976, trad hij zonder aarzelen toe tot de kring van beschermheren die de principes van een christelijke, democratische, Vlaamsgezinde krant wilden helpen waarborgen. Zij hebben de evolutie niet kunnen tegenhouden, maar dat heeft de zieke Demedts niet meer echt gezien.”

In 1953 maakte Durnez de overstap van De Nieuwe Gids naar De Standaard/Het Nieuwsblad, waar hij tot zijn pensioen in 1992 zou blijven, toen als cultuurredacteur. Even had hij de krant verlaten, in de late jaren zestig, toen hij voor Nederlandse katholieke bladen en Het Volk werkte, adviseur was bij de Lierse uitgeverij Van In en even ook hoofdredacteur van Knack, al zou het weekblad nooit onder zijn leiding verschijnen.

2284127-21e557885749b134d03a8678ff9d1ece.jpg

Durnez won in 1957 de eerste Vlaamse Persprijs met de reeks ‘Mannen met zwarte gezichten’ over de mijnwerkers in Marcinelle, die het jaar voordien werd gepubliceerd. Hij daalde mee af in de mijnen en legde er de miserabele toestand bloot. Hij schreef ook tientallen boeken, waaronder gedichtenbundels en kinderboeken. Hij ontving tientallen culturele prijzen voor filmscenario (Antwerpen 1960), chanson (Wemmel 1962), persprijs Frans Thielen (Davidsfonds 1964), filmcommentaar (Antwerpen 1968), prijs provincie Antwerpen 1969 (dichtenbundel Sire), Prijs Humoristisch gedicht (Heist 1969), Orde Vlaamse Leeuw (1974 initiatiefnemer Encyclopedie Vlaamse Beweging), Ridder vanOranje-Nassau 1985, Prijs provincie Antwerpen (Standaard, Het levensverhaal van een Vlaamse krant van 1948 tot de VUM”, Lannoo, 1993), Frans Drijversprijs (2002 als “Verdienstelijk werker voor Vlaanderen”), Prijs provincie West-Vlaanderen 2002 voor essay en monografie (“Felix Timmermans. Een biografie”, Lannoo, 2000), … Zijn laatste boek “Een mens is maar een wandelaar”, met 29 portretten van opmerkelijke mensen zoals André Demedts die zijn pad hebben gekruist, verscheen in 2018. Datzelfde jaar werd Durnez ook op voordracht van toenmalig minister-president Geert Bourgeois onderscheiden met het Ereteken van de Vlaamse gemeenschap.

Gaston Durnez bleef columnist bij De Standaard tot 1999, nadien nog van de weekbladen De Bond en Tertio. Hij was buitendien bedrijvig als tekstschrijver voor radiocabaret, als tv-medewerker (panellid voor taalspelletjes, literair interviewer) en filmscenarist  (“De Witte van Sichem”). Hij was tevens stichter en redacteur van De Bladen voor de Grafiek (1969) die een vijftiental jaar hebben bestaan. Van 1965 tot 2000 was hij redacteur van het algemeen culturele tijdschrift Ons Erfdeel en zijn Franstalige zusterblad Septentrion. Hij was één van de stichters van het Felix Timmermans-Genootschap (1972).

Durnez was ook een spitse, betrokken en immer geestige observator van het menselijke bestaan. Hij schreef humoristische, vaak op gevatte woordspelingen drijvende absurde poëzie en gaf mee gestalte aan de traditie van het cursiefje. Dat alles, letterlijk, tot op zijn sterfbed.

Gaston Durnez laat een echtgenote en acht kinderen na. Plus, zei de familieman in hem in een bekend interview, “al die kleinkinderen en achterkleinkinderen’, die mee op zijn begrafenisprentje moeten. ‘Dat zal het dikste gedachtenisprentje zijn dat je ooit hebt gezien!”

https://blog.seniorennet.be/adjaar/archief.php?ID=53

Geschreven door bernard om 15:31 Reageer op dit bericht

45e Demedtsprijs voor Dirk Vyncke

Op 21 november werd in het Kortrijkse stadhuis voor de 45ste keer de André Demedtsprijs uitgereikt door de Marnixringen Kortrijk Broel en Kleikop. Deze prijs wordt sedert 1970 eerst jaarlijks en sedert 2009 tweejaarlijks uitgereikt aan een persoon of vereniging omwille van zijn verdienste voor Vlaanderen, in de voetsporen van André Demedts

André Demedts was een belangrijk Vlaams schrijver-dichter, cultuurpromotor en inspirator voor flink wat Vlaams-Nederlandse literatuurorganisaties. Met de tweejaarlijkse André Demedtsprijs gaan de Kortrijkse Marnixkringen verder en wordt de prijs uitgereikt aan een Vlaming die bijgedragen heeft tot de uitstraling van Vlaanderen in het algemeen.

De afgelopen jaren werd deze prijs toegekend aan Jan Verheyen (2011), Karel Van Eetveld (2013), Etienne Vermeersch (2015) en Dirk Brossé (2017).  Dit jaar wordt gaan ze voor het ondernemerschap van een overtuigde Vlaming uit eigen streek: de uit Harelbeke afkomstige Dirk Vyncke van het gelijkaardige bedrijf Vyncke.

Ooit begon het bedrijf Vyncke als een smidse gespecialiseerd in het bouwen van stoomketels voor de vlasindustrie rond de Golden River Leie en inmiddels geëvolueerd tot een wereldspeler op vlak van de productie van energie op basis van de verbranding van afval.

Met het doorzettingsvermogen van de Vlaamse ondernemer “pur sang” heeft hij menige crisissen overwonnen. Denken we maar aan de oliecrisis begin jaren ’70 van de vorige eeuw, voor Dirk het sein om, bij wijze van spreken, wereldwijd het vuur aan te jagen, via alternatieve hernieuwbare energiebronnen. Vanuit Harelbeke, zocht en vond hij opportuniteiten in Europa, Azië en Zuid Amerika.

Onder het motto “Jeunen en tsjoolen” (kan het Zuid West-Vlaamser ?) en de Chinese spreuken Sheng Yi, wat staat voor “dromen waarmaken” en Wei Ji _“in crisis staat een mens in zijn volle kracht” vond en vindt Dirk zijn energie om de bedrijfswaarden dagdagelijks na te streven.

http://www.andredemedts.be/nl/andre-demedtsprijs-56.htm

Geschreven door bernard om 14:49 Reageer op dit bericht

Uit Het Kerkhof van André Demedts

Op 1 november moedigt vzw Reveil sedert enkele jaren artiesten en verhalenvertellers overal in Vlaanderen aan een warme gloed brengen op de kille begraafplaatsen. Dit jaar streek het initiatief al neer op 115 begraafplaatsen, verspreid over de vijf Vlaamse provincies. Een daarvan was de begraafplaats Olm in Waregem in organisatie van de plaatselijke Statievrienden met steun van de Muziekacademie. Reveil werd de vorige jaren trouwens ook gehouden op het kerkhof in Sint-Baafs-Vijve, waar André Demedts zijn laatste rustplaats heeft.

Naast plaatselijke verhalen en stemmige klarinetklanken, klonken ook de troostende woorden uit de  poëzie van André Demedts. Uit zijn bundel Schemeravond met mijmerende reflecties over leven en dood, kozen de Statievrienden het gedicht met de toepasselijke titel Het Kerkhof. Hun meest kunstzinnige bestuurslid Mya Verleye bracht hieruit de 3e, 6e en 7e strofe.

Daar slapen zij, nooit uitgedroomd

Meer en vermengd met de grond,

Zoals zij in mij verenigd zijn.

Niemand en niets kan ons nog scheiden,

Als alles en allen uiteen zouden gaan,

Blijven wij één, als het meel in het graan,

Zo ondeelbaar te zamen, als de druif in de wijn.

 

Wat is ervan terecht gekomen?

Een gemeenzaam bezit was het leven,

Maar de dood heeft ieder alleen doorstaan,

Jong of oud, recht of krom, al om ’t even,

En wat sterven is, gestorven zijn,

Begraven, verzwonden, van zichzelf ontdaan,

Als dat het geluk is, moet het ieder alleen

Voor zichzelf ondergaan.

 

Bloemen leiden ons af,

Een kerkhof moest anders niet zijn

Dan een steppe, met wiegelend gras

En, onder die deken,

Een graf naast een graf.

Wat heeft het geluk nog meer nodig

Dan de stilte die, vóór het bestaan

Al, er ook was?

Geschreven door bernard om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van André Demedtsjaar 2006

↑ Terug naar de berichten