De eeste bediening...

De kapelaan liep wat zenuwachtig naar het altaar om daar uit het tabernakel de ciborie met hosties te pakken en er een uit te nemen. Hij deed de hostie in een speciaal doosje. Zo'n doosje werd dan meegenomen op bezoek van de zieken , die dan thuis de communie konden krijgen. Nu was hij niet zenuwachtig om bij zieken op bezoek te gaan want dat had hij al meedere malen gedaan sinds de drie weken dat hij in de parochie was. Nee, hij had een telefoontje gehad om naar een boederij te komen, waar een man op sterven lag. Een vader van drie jonge kinderen, die een ernstige longaandoening had.De kapelaan moest daar het sacrament van de stervenden toedienen, zo heette dat sacrament toen nog. Hij nam het boekje mee waarin de gebeden stonden voor dit sacrament en ook voor ander sacramenten zoals , het huwelijk en het vormsel.
Alle gebeden nog in het degelijke latijn. Zoals toen ook de H.Mis in het latijn werd gedaan. HetTweede Vaticaans Concilie had al wel een aantal besluiten genomen maar die moesten nog uitgewerkt worden. Een van de besluiten was de H.Mis in de volkstaal te doen en dat de priester dan niet meer met de rug naar het volk zou staan maar met zijn gezicht naar het volk de dienst zou doen. Er zou dan tevens een andere benadering van de H.Mis zijn. De term Misoffer werd vervangen door Eucharistieviering. Meer nadruk op het samen maaltijd vieren met de Heer dan op samen met Christus Zijn offer beleven.
De kapelaan was hiervan een groot voorstander maar voor de pastoor was het een hele overgang.
Maar nu ging de kapelaan op weg naar de stervende man en was hij behoorlijk zenuwachtig. Vooral om hoe de familieleden te benaderen en hen te troosten. Dat had hij in zijn opleiding niet geleerd.
Toen hij binnen kwam met de groet "vrede zij aan dit huis", was het antwoord van de anderen:" en aan hen die binnentreden".
De familieleden stonden allen rond het bed in afwachting van de komst van de kapelaan. Hij gaf ieder een hand en probeerde wat troostends te zeggen.
Hij pakte zijn boekje, de olie om te zalven en het doosje met de hostie. De stervende was echter niet in staat om te communie te gaan. De kapelaan, nog steeds niet op zijn gemak, begon met de gebeden nadat hij eerst moeizaam naar de bladzijden had gezocht van de bediening van het sacrament. Hij was zo haastig vertrokken, dat hij thuis geen tijd had om zich voor tebereiden.
Midden in een latijnse tekst merkte hij dat er iets niet klopte.
In plaats van het H.Oliesel toe te dienen, was hij bezig met het H.Vormsel. Daar werd ook wel aan zalving gedaan maar door de bisschop aan jonge kinderen van twaalf jaren. Een heel wat vrolijker sacrament trouwens.
Hij probeerde ongemerkt de goede pagina's in het boekje te vinden en ging daarna vlug verder. Niemand had iets gemerkt en dat was dan weer het voordeel van het gebruik van latijn.
Een week later werd hij opgebeld door de vrouw van de boer die hij had bediend. Met de man ging het een stuk beter, hij zat al weer de krant te lezen en wilde de kapelaan bedanken voor de zorgen die hij aan hem had besteed. De zalving had geholpen, zo dacht hij.
Een combinatie van Oliesel en Vormsel had wonderen verricht....



















