Naar de inhoud

Godsbeelden

de mens als beeldhouwer van god
akke.beakke.be

Archief

vakantie, de tweede week

Op de laatste dag van de eerste week vakantie pakten ze hun kampeeruitrusting in,namen afscheid van de beheerder na de rekening te hebben voldaan, stapten in de auto en gingen op weg naar Zwitserland. Het reisdoel was het meer van Neuchatel met een heel mooi achterland.
In Zwitserland reden ze door de bergen, door leuke dorpjes en genoten van het uitzicht.
Op een van de bergen begon de motor wat te sputteren en kwam er rook vanonder de motorkap. Bij nadere inspectie bleek het koelwater op kookpunt te staan en bleek ook dat er iets niet goed functioneerde.
Langzaam daalden ze de berg af en kwamen practisch voor een garage tot stilstand. Dat was boffen en ze prezen de Heer...
Een van de monteurs was bereid eens onder de kap te kijken en te zien wat er stond te gebeuren. Een van de slangen was lek geraakt en moest worden gerepareerd of vervangen,dat wist hij nog niet precies.
Over een uur konden ze de auto weer ophalen. Dus gingen ze de plaats, een kleine stad, nader verkennen. Leuke huizen en vooral chalets trokken de aandacht en in een straat aangekomen waar weinig verkeer reed, zagen ze in de verte een paar priesterpakken hen tegemoet komen. Dichterbij bleken het tot stomme verwondering collegae te zijn uit hetzelfde bisdom. Nog sterker, ze hadden samen op het seminarie gezeten alleen waren de priesterpakken enige jaren ouder.
Ook bij hen verbazing, vooral om de late herkenning vanwege de vakantiekleding. Ze besloten samen een terras uit te zoeken om vakantie-ervaringen uit te wisselen. De priesterpakken waren al wat langer in Zwitserland en hielpen een pastoor met zijn werkzaamheden. Vandaar de pakken. Maar morgen vertrokken ze voor een week naar een kampeergelegenheid in de buurt van Luzern.
Allen brachten een dronk uit op de rest van de vakantie, wensten elkaar fijne dagen en namen toen afscheid met een "tot ziens in Nederland".
Ze haalden de auto op, die al klaar stond, betaalden de reparatiekosten die gelukkig meevielen en gingen op weg naar het meer van Neuchatel.
Daar aangekomen pakten ze vlug de tent uit, zetten hun ligbedden voor de tent, pakten het kookgerei en zetten een pot flinke koffie.
Het was warm en heel zonnig weer en dus was een duik in het meer gauw genomen. Het bleek dat het meer tamelijk ondiep was en je er een aardig eind  doorheen kon lopen.
Het terrein werd afgeschermd door een soort matten schutting en ze begrepen niet goed waarom zo iets lelijks het terrein afbakende.
Wel hoorden ze achter de schutting lachen en praten. Dus daar moest ook een soort camping zijn met vakantiepret.
Een van hen probeerde door de matten te gluren om zodoende te zien wat er achter gebeurde. Maar de matten maakten dit niet mogelijk.
Wel kon je van het terrein af, er om heen lopen en mogelijk via de ingang aan de andere kant iets zien.
Gedrieën gingen ze op onderzoek uit. Bij de ingang van het andere terrein gekomen, liepen ze door een lange laan en kwamen bij een soort receptie.
Tot hun grote verbazing zagen ze daar dat mannen zowel als vrouwen en kinderen totaal niets om het lijf hadden. Het was een nudisten-camping. Snel keerden ze om want ze wilden niet als verspieders te kijk staan.
Maar het hield hen wel even bezig, ook in hun gesprek met elkaar.
Wat was nu het nut van zoiets? Of was het  gewoon het plezier van blootlopen en zwemmen? Hun filosofie er over leverde alleen op dat het een flink stuk bepakking bespaarde.
Na een week zat de vakantie er op en werd de terugreis aanvaard.
Via Antwerpen zouden ze rijden, daar in een hotelletje overnachten en de andere dag weer thuis zijn.
In Antwerpen kozen ze op goed geluk een goedkoop onderkomen, sober maar netjes. In de nacht hoorden ze lawaai van stemmen en andere menselijke geluiden in de kamer naast hen. 
Later bleek dat het een hotel was waar bepaalde dames hun afspraken in geld omzetten.
Genoeg stof om thuis op de pastorie hun vakantie-verhalen al of niet aangedikt te vertellen. En zo geschiedde!!!!!     
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jeremias om 14:51 Reageer op dit bericht

Een verliefde kleuterleidster.

Sinds enkele weken kreeg de kapelaan, een paar dagen in de week, bezoek in zijn biechtstoel van de kleuterleidster van de bij-parochie waar hij min of meer pastoor  van was.
De zonden die zij biechttte waren de zogenaamde pekelzonden, die iedereen wel deed en vaak meerdere malen per dag. Geen reden om dat te biechten. Wie gebruikte niet eens een krachtterm? Wie maakte nooit eens ruzie om kleinigheden? Wie vergat er nooit eens een verjaardag?
Om dergelijke kleine vergrijpen ging het, heel menselijk en onschuldig.
De kapelaan wist niet wat hiervan de denken maar vroeg wel aan de biechteling om dit soort dingen niet meer te komen biechten. De kleuterleidster vond het wel jammer want zo zei ze:"ik streef een zeker heiligheid na". De kapelaan begreep dit allemaal wel maar zag haar voorlopig liever niet meer in de biechtstoel. Als er een probleem was dan moest ze maar een afspraak met hem maken.
Een paar dagen later, de kapelaan was op school voor de katechismusles, sprak de kleuterleidster hem aan. Zij had een groot probleem en wilde de kapelaan daarover nadrukkelijk spreken. Graag zou ze zien dat de kapelaan bij haar thuis kwam om samen het probleem te bespreken. Een afspraak was snel gemaakt en de datum werd vastgelegd.
Enigszins nieuwsgierig ging de kapelaan op weg naar zijn afspraak met de kleuterjuf. Toen ze de deur opende zag hij een uiterst zorgvuldig en opgemaakte juf, die hem enthousiast begroette. Zo kende hij haar niet.
Meestal had ze een eenvoudige jurk aan.
Ze zag dat hij naar haar keek en legde zijn verwondering uit als bewondering voor haar. Ze vroeg of hij wat wilde drinken; koffie? Thee misschien of zelfs al een glaasje wijn?
Hij koos thee en nam plaats op de bank. Een stoel zag hij niet, alleen enkele bij de eettafel. Nadat ze thee had ingeschonken, nam ze naast hem plaats. Het viel hem op dat ze kort naast hem kwam zitten inplaats van in de andere hoek van de bank.
Ze plaatste haar hand op zijn been en begon te spreken.
"Ik heb een groot probleem en dat wil ik met je delen" De kapelaan die de hand op zijn been voelde rusten, voelde zich ongemakkelijk en hoorde ook het woordje "je" inplaats van "u".
Toen hoorde hij haar zeggen, meer fluisteren eigenlijk,"ik ben verliefd op je en dat is mijn probleem". En ze voegde er aan toe: "ik was ook verliefd op de vroegere kapelaan, ik heb iets met priesters".
Hij hoorde zichzelf zeggen dat verliefd zijn niet erg is, dat hij dat zelf ook wel eens was maar dat de omgang met dergelijke gevoelens niet zo makkelijk is. Op priesters verliefd worden en nu dus op hem vond hij wel wat raadselachtig. Zij legde uit dat dit kwam door de zachte geaardheid van de priester en dat zij zich daartoe aangetrokken voelde. Hij probeerde haar te begrijpen en zei haar dit ook maar legde ook uit dat een zacht karakter niet direct een eigenschap was van het priester-zijn, veeleer van de persoon zelf. Hij zei haar bovendien allesbehalve verliefd te zijn op haar, haar wel heel aardig vond en heel goed als kleuterjuf. Een uur lang probeerde hij haar te overtuigen van een voorbijgaande verliefdheid en dat de juiste persoon vast nog wel in haar leven zou komen. Ze was jong en aantrekkelijk, daar zou het niet aan liggen.
Ze bedankte hem voor het gesprek, was ook opgelucht en vond dat hij heel goed had gereageerd. Hijzelf vond dat er een zekere intimiteit tussen hen was ontstaan doordat ze zo openlijk haar hart had laten spreken. 
Enkele weken na hun gesprek belde ze hem op om te zeggen dat ze niet meer verliefd was op hem maar hem wel wilde zien als een goede vriend. Hij antwoordde dat hem dit goed deed en vriendschap zeer op prijs stelde.
Opgelucht haalde hij adem. 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 14:23 Reageer op dit bericht

Over de kop

Het was enkele dagen na kerstmis dat de kapelaan bij zijn ouders op bezoek ging. Na een gezellige en ontspannen dag reed hij laat in de avond weer naar de pastorie.
Op de weg aangekomen, het was een tweebaansweg, zag hij een "Lelijke Eend" voor hem rijden.  In de auto zat een jong stelletje, dat geen haast had om thuis te komen. Buiten was het guur en koud maar het het was een heldere nacht met een mooie ronde maan.
De kapelaan reed achter het stelletje en niet veel harder dan 40 km per uur. Dus tijd om eens in te halen. Gas geven en er langs gaan, tegenliggers waren er niet want het was erg stil op de weg.
Hij was net de  "Eend" gepasseerd, of het gebeurde. De auto raakte in een gemene slip, gleed langs twee grote bomen en kwam onderste- boven in een greppel tot stilstand. Omgekeerd lag de auto in een laag verharde sneeuw.
Tijd om na te denken tijdens de slip had de kapelaan niet, hij probeerde te remmen en het stuur onder controle te krijgen maar zonder succes. Tewijl de auto over de kop vloog, vloog de kapelaan uit zijn bestuurdersstoel en kwam op de achterbank terecht. Hij had al gauw in de gaten dat hij niets mankeerde en dus niet in de hemel was.
Zijn tijd was nog niet aangebroken.
Gelukkig ging het portier open en kroop hij naar buiten. De lichten van de auto brandde nog en ook de radio gaf geen krimp. Speelde luid en duidelijk een lied van de Beatels.
Inmiddels was de "Lelijke Eend" gestopt en stapte het stelletje uit.
"Alles goed?", vroeg het meisje. De jongen vertelde dat zij juist heel zacht reden vanwege de ijzel en maar niet begreep waarom de kapelaan er de spurt in wilde zetten.
Die zei, dat in de stad zelf daar niets van de merken was en hij derhalve geen kennis had van wat er op de weg gaande was .
Nu begreep hij de voorzichtigheid van de bestuurder.
Zij vroegen hem in te stappen, dan zouden ze hem wel naar de pastorie rijden want dat was niet al te ver van waar zij woonden.
De volgende morgen ging de kapelaan naar de garage en vroeg om hulp. Zijn auto moest tenslotte uit de greppel getrokken worden.
De hulp werd snel geboden.In een sleepauto met een soort hijskraantje ging de kapelaan samen met een monteur op weg naar zijn gestrande auto. Daar stond een politie-auto met twee agenten te wachten, die de schade al hadden genoteerd.
Ze vroegen of er geen personelijke ongelukken waren gebeurd. 
De kapelaan zei dat hij zich prima voelde en niet in de gaten had gehad dat het glad op de weg was.
De auto werd uit de greppel gehesen en het bleek dat er uit het dak wel soep gegeten kon worden, zo ingedeukt was het.
De politie agenten hielden het verkeer even tegen en de auto werd op sleep genomen. De kapelaan bedankte de agenten, stapte in bij de monteur en ging weer op weg naar de garage. Daar kreeg hij een auto te leen, die hij enkele dagen later zou kopen als vervanging van de vernielde auto.
Toen hij een week later weer bij zijn ouders op bezoek ging, vroeg zijn moeder of hij een andere auto had. Zij had in de krant gelezen wat hem was overkomen maar ook begrepen dat hij niets mankeerde.
"Je bewaarengel heeft je beschermd", zei ze tegen hem.
Wat de kapelaan er wel aan over hield was dat hij gedurende de winter, de eerste weken na zijn ongeluk de weg regelmatig controleerde op gladheid. Je moest tenslotte je bewaarengel niet tarten...........  
   
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 16:09 Reageer op dit bericht

Een lijk over de stoel

Het was in de avond dat de kapelaan met spoed werd opgeroepen naar een adres te komen, waar een oude vrouw van 95 jaren woonde.
Het bleek dat zij was overleden. De deur van het huis werd opengedaan door iemand van de verpleging. Die vertelde dat de arts net was vertrokken. Hij had de dood vastgesteld en verklaarde dat de oorzaak een hartstilstand was. Zij had een mooie leeftijd bereikt en was, totdat de dood haar overviel, een zeer vitale vrouw.
Boodschappen en haar huis schoonhouden deed ze allemaal zelf.
De verpleegster vroeg of de kapelaan haar het sacrament van de stervenden nog kon toedienen. Hij zei dat dit eigenlijk niet meer nodig was maar deed toch enkele sacramentele gebeden.
Daarna vroeg de verpleegster of hij haar wilde helpen het lijk af te leggen want hulp had ze niet.
De kapelaan schrok daar wel even van en vroeg wat dit precies inhield.
"Nou, ik kleed haar uit en was haar lichaam en kleed haar daarna weer aan in een soort doodskleed"
"En ik moet daarbij helpen?"
"Als U dat zou willen doen, dan zou ik erg geholpen zijn", sprak ze.
"Aan het werk dan maar", zei de kapelaan.
"Eerst het bed netjes maken, daarna komt zij aan de beurt.
We tillen haar samen op en leggen haar even over die stoel daar"
De kapelaan had wel het een en ander al meegemaakt maar een lijk even over een stoel hangen hoorde niet thuis in zijn ethiek.
De verpleegster zag dat hij daar moeite mee had en zei dat het nu een dood lichaam was en wel tegen een stootje kon. Het bed moest schoon en er was nergens anders plek om het dode lichaam neer te leggen.
Samen tilden ze het lijk op en legden het over de hoge leuning van de stoel, waar het met het hoofd naar beneden bleef hangen. 
Daarna werd het bed verschoond en opgemaakt en legden ze het lichaam op het bed.
De kapelaan vond dat hij wel genoeg hulp had geboden en stond niet te popelen om ook nog te helpen bij het uitkleden en verschonen van de dode vrouw. Dus zei hij tegen de nurse dat ze het nu verder alleen moest doen."Dat lukt wel, denk ik", zei ze.
De kapelaan nam afscheid en deed de deur achter zich dicht.
Op de pastorie gekomen nam hij een flinke neut en hoopte in de nacht niet te dromen van lijken die over stoelen werden gehangen.... 
 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 14:10 Reageer op dit bericht

In het Nederlandse ski-team.

De kapelaan was behalve een fanatiek voetballer ook een verslaafd ski-fanaat. Elk jaar ging hij minstens tweemaal naar de bergen om daar zijn geliefde sport te bedrijven. Meestal in Zwitserland. Hij deed ook mee aan de plaatselijk georganiseerde wedstrijden en ging er vaak met de eerste prijs van door. Hij was een specialist in de slalom, hoewel hij ook een steile en lange afdaling met gemak aan kon. 
De bergbewoners begonnen hem al te kennen en te waarderen.
Ook in Nederland werd hij op dat gebied bekend want zijn naam had meerdere malen de voorpagina van de grote Zwitserse dagbladen gehaald, te meer omdat hij een R.K. geestelijke was.
Van de Nederlandse skibond had hij nu een uitnodiging gekregen om deel te nemen aan het ski-team  en enkele training-sessies mee te maken. Hij moest daarvoor wel enkele weken vacantie opnemen. Maar dat was geen punt. Zijn collegae waren trots op hem en ook bereid zijn werkzaamheden tijdens zijn afwezigheid waar te nemen.
In december meldde hij zich bij het Nederlandse Ski-team in Lech, Oostenrijk, waar het team werd getraind door een Oostenrijkse trainer.
Een wereld bekende skiër en meermaals kampioen van Europa geweest.
In het Nederlandse team, dat uit heren en dames bestond, zat ook een prinses van een van europa's koningshuizen. De kapelaan had al spoedig een goed contact met haar, te meer omdat zij zeer gelovig was. Samen namen ze deel aan de training en steunden elkaar bij de wedstrijden. Na de wedstrijden verpoosden ze dan samen in een restaurant, aten met elkaar en spraken veel over geloof en filosofie.
Ook werd hij aan het hof uitgenodigd en was bij bepaalde gelegenheid haar gast. Hij had wel moeten beloven niet uit het"Hof te klappen", maar dat sprak vanzelf vond hij.
De prinses was verloofd met een heel aardige prins van buiten haar eigen koninkrijk en toen zij aangaven te willen trouwen, vroegen zij de kapelaan of hij hun huwelijk wilde  inzegenen.
De kapelaan maakte enkele jaren deel uit van het Nederlandse ski-team, won enkele slalom-wedstrijden en soms ging hij voor in een kerkdienst in het dorp waar werd getraind.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 00:00 Reageer op dit bericht

Dominee en kapelaan

De kapelaan had in zijn nieuwe parochie al spoedig kennis gemaakt met de dominee van de Ned.Herv.Kerk. Een nog jonge man en iets ouder dan de kapelaan. Hij was getrouwd met de dochter van een oud-minister van buitenlandse zaken en had twee kinderen.
Omdat hij een overtuigd pacifist was en zeer sociaal, was hij een vooraanstaand lid van de Pacifistisch Socialistische Partij ( PSP ).
In die dagen een wat omstreden partij. Daarom had hij in zijn gemeente veel gelovigen die het met zijn keuze niet eens waren.
De dominee was een terdege bijbelkundige en gepromoveerd op een of andere bijbeltekst. Wat de kapelaan in de dominee aantrok was zijn oecumenische betrokkenheid. Samen kwamen ze tot de overtuiging dat het goed zou zijn gezamenlijk een bijbelgespreksgroep op te richten, waaraan iedereen mee kon doen. Bovendien vonden ze het een goed idee om bij elkaar op de preekstoel te staan in een soort gemeenschappelijke woorddienst.
Eenmaal per maand en om de beurt in elkaars kerk samen een woorddienst houden, waarbij de kapelaan in de kerk van de dominee zou preken en de dominee in de kerk van de kapelaan.
Het plan werd voorgelegd aan beide kerkbesturen en die gaven hun fiat.
In de plaatselijke krant en in de kerkbladen werd hier melding van gemaakt, evenals van de eerste bijeenkomst in de Hervormde Kerk.
En we schrijven dan 1966. Een unieke gebeurtenis in de provincie.
Op de dag van de eerste woorddienst zat de kerk vol ook met mensen van buiten de stad.
Het werd een succes en de woorddiensten werden al gauw bekend in de omgeving maar ook bij de bisschop, die de kapelaan een aanstelling gaf tot bisschoppelijk gedelegeerde oecumenische zaken in de provincie.
Het bestuur van de provincie vroeg de kapelaan zitting te nemen in een commissie "Tot Streekverbetering van de Provincie".
Dominee en kapelaan werden samen ook veelvuldig uitgenodigd om gespreksbijeenkomsten te leiden en te vertellen over hun onderlinge samenwerking.
Zolang de kapelaan in de parochie werkzaam bleef, werkte hij samen met de dominee.  Veel later zou de dominee een aanstelling krijgen als hoogleraar bijbelkunde aan de universiteit van Amsterdam. Tot groot genoegen van de kapelaan. 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 15:06 Reageer op dit bericht

Wachten op de kapelaan........

Met de katechismus in de hand betrad de kapelaan het leslokaal van de eerste klas van de lagere school. De juffrouw begroette hem met,"daar is de kapelaan en jullie moeten heel braaf zijn".
Het was vlak na de grote vacantie en de kinderen kwamen voor het eerst in de klas voor hun katechismusles.
De kapelaan stelde zich voor als "ik ben jullie kapelaan en ik kom jullie iets vertellen over Jezus en Zijn boodschap". Vol verwachting keken de kinderen hem aan. De kapelaan voelde zich bijna afkomstig van een andere planeet en dacht aan de katechismuslessen van de kapelaan toen hij nog op de lagere school zat. Veel genoegen had hij daar niet aan beleefd, dacht hij nu.
Maar hij zou het anders doen, geen saaie lessen met vragen en antwoorden doch leuke verhalen en hier en daar met grapjes er tussen.
Dus begon hij met een leuke anekdote.
"Toen ik zo oud als jullie was en les kreeg van een kapelaan, vertelde die heel veel over het kindje Jezus. Elke les maar weer. Op een gegeven moment dachten wij dat Jezus alles deed en alles ook te maken had met Jezus. Niets was zonder Jezus.
De kapelaan vertelde over de schepping en het ontstaan van de aarde.
Over de de zon, maan en sterren en over het ontstaan van de eerste mensen. Ook over de dieren die er kwamen. Over de grote en kleine dieren, over de vissen en de vogels. En hij wilde van ons kinderen wel eens weten hoe het vogeltje heette met een rood borstje.
Wij dachten diep na en toen stak een meisje haar vinger op.
En, vroeg de kapelaan ? Nou, zei het meisje, normaal gesproken is het een roodborstje maar bij U zal het wel weer het kindje Jezus zijn".
De kinderen begonnen te lachen en de kapelaan wist dat hij de aandacht van de kinderen had. 
Plotseling werd er luid op de deur geklopt en ging de deur open. De concierge kwam de klas binnen en riep tegen de kapelaan dat hij direct naar de kerk moest gaan want daar stond een bruidspaar op hem te wachten. De kapelaan schrok geweldig, keek vlug in zijn agenda en zag dat hij op dit moment het huwelijk van een bruidspaar moest inzegenen. Helemaal vergeten in zijn agenda te kijken.
In haast nam hij afscheid van de kinderen, riep nog "tot volgende week"en was toen vertrokken.
Bij de kerk aangekomen stond de koster op hem te wachten, hielp hem in zijn liturgische gewaden en ging hem en de misdienaars voor naar het altaar waar bruid en bruidegom al waren neergeknield op de bidstoelen.
De kapelaan verontschuldigde zich bij het paar en begon met de dienst.
Na de plechtigheden ging hij op receptie bij het bruidspaar, feliciteerde  bruid en bruidegom en zei: "jullie moeten maar denken, beter laat dan nooit............"  

 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jeremias om 12:40 Reageer op dit bericht

Ouderen Gymnastiek

De kapelaan was in de parochie geestelijk adviseur van diverse verenigingen, bonden en instellingen. Zo ook van de instelling die de zorg had over de oudere mens. In die tijd bejaardenhuis geheten.
Elke week ging hij daar op bezoek, soms met een individueel gesprek, soms met enkele ouderen aan de koffietafel en heel soms met een paar mannen aan de biljarttafel. De mensen wisten dit zeer te waarderen en schonken de kapelaan al snel hun vertrouwen.
Het tehuis had een directrice aan het hoofd en een groot aantal verzorgers voor de dagelijkse bezigheden. De directrice was twee jaren aan het bewind en zo voelden de ouderen dit ook. Zelf noemdem ze het een soort schrikbewind. Zij was ook bij het personeel niet erg geliefd en trad vaak corrigerend op wanneer iets niet direct naar haar zin ging.
Tweemaal per week was er een verplichte gymnastiekuur voor de ouderen, op zich goed voor de reeds stramme botten en vastgeroeste spieren maar de manier waarop de directrice te werk ging wekte enorme weerstand bij de ouderen. Hun leeftijd lag tussen de 75 en 93 jaren. De directrice was net in de veertig.  Zij zelf leidde het gymnastiekuur.
De ouderen moesten op een stoel gezeten een groot aantal oefeningen doen die de directrice voordeed. En het lukte vaak niet dat iedereen de oefeningen goed kon nadoen. Dan schreeuwde de "baas" dat er beter naar haar gekeken en geluisterd moest worden en wee degene die het dan nog niet goed deed,die kreeg dan een soort strafoefening.
De kapelaan luisterde naar de klachten en beloofde een keer de oefeningen bij te wonen.
De directrice hoorde hiervan en verbood min of meer de kapelaan de toegang tot de oefeningen. Dit was voor de kapelaan een reden om nu zelf eens op zijn strepen te gaan staan en hij maakte de directrice duidelijk dat hij het verbod zou negeren.
En was hij dus aanwezig tijdens een van de gymnastiekuren.
Toen merkte hij dat de ouderen onder een tereurbewind leefden en dat was reden genoeg voor hem om in contact te treden met het bestuur van het bejaardenhuis. Die riep de directrice op het matje en deelde haar haar ontslag mede. Onvrede bij het personeel, afkeer bij de ouderen en onjuist handelen jegens de geestelijk adviseur hadden tot ontslag geleid, werd haar gezegd. En zo vertrok zij met stille trom.
Sindsdien sliepen een groot aantal ouderen rustiger en op de gymnastiekuren leidde de kapelaan de oefeningen.
 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door jeremias om 15:02 Reageer op dit bericht

Sociale - en politieke ethiek

De kapelaan was de brief van de bisschop aan het lezen, die hij zojuist had ontvangen. Hij werd op het bisdom uitgenodigd om te komen praten over een verdere studie in het belang van het bisdom en het industrie-pastoraat.
Hij werd door de secretaris van de bisschop ontvangen en doorgeleid naar de kamer van de bisschop, die hem vriendelijk welkom heette.
Na het serveren van de koffie nam de bisschop het woord.
"Ik vind het nodig om enkele jonge priesters verder te laten studeren, naast hun gewone pastorale bezigheden, en te laten opleiden tot industrie-pastor. Er zijn op dit moment te weinig jonge industrie-pastors die de ouderen kunnen opvolgen. Wat denk je ervan?"
De kapelaan vond het een uitstekende gedachte en vroeg of hij daarvoor ook in aanmerking kwam. "Natuurlijk, anders had ik je niet uitgenodigd",was het antwoord.
"De opleiding is in Rotterdam en wordt gegeven aan het UIVB, dat is het universitair instituut voor het bedrijfsleven. Eenmaal per week moet je daar dan heen en krijg je les van diverse professoren. Ook dominees studeren daar, samen met jou en nog enkele priesters van het bisdom. De studie krijgt de naam Theologie met Industriële Verhoudingen.  Sociale-en politieke ethiek zijn de hoofdvakken.
Na een jaar studie, volgt een stage van drie maanden in een grote onderneming. Daar moet je dan je scriptie opschrijven en als studie en scriptie in orde zijn ben je klaar. Lijkt  het je wat?"
"Ik neem aan dat de kosten voor het bisdom zijn?
"Vanzelfsprekend, zei de bisschop"
Hierna gaf hij de kapelaan de namen door van vier collegae, die ook aan de studie zouden deelnemen. De kapelaan kende hen goed, twee ervan had hij wel eens opgesteld in het voetbalelftal van het seminarie.
Ook kende hij enkel jonge dominees die mee deden.
In september zou de studie beginnen, het was nu april.
Met de pastoor overlegde hij welke taken hij kon overdoen aan zijn collega. Immers een dag in de week zou hij elders vertoeven .
De pastoor, die zelf lange tijd industrie-pastor was geweest maar nooit een dergelijke opleiding daartoe had genoten, vond het een hele eer voor de kapelaan dat hij door de bisschop was uitgekozen. En hij bood onmiddellijk aan op het practische vlak te helpen waar het nodig was. Hij had veel ervaring op dit gebied.
Met enig ongeduld keek de kapelaan uit naar het begin van de studie in september. Hij had er zin in, het was weer iets anders. Een uitdaging voor een nieuwe periode in zijn leven. 
Wordt vervolgd.............  
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jeremias om 16:04 Reageer op dit bericht

Meer van Godsbeelden

↑ Terug naar de berichten