Lief hertje

Hertje o zo klein,waar zal je nu weer zijn.
Heb jou eens ontmoet,
en met veel liefde begroet.
In het bos dronk je uit een ven,
daar bij die grote dikke den.
We keken met liefde naar elkaar,
dat was een mooi gebaar.
Jij draagt eenzaamheid,
en wil zoveel vrijheid.
Je liep verder in het bos,
over het zachte mos.
Weg van mij vandaan,
ieder met een traan.
Heb je nogmaals ontmoet,
we gaven elkaar een groet.
Wist nu hoe ikzelf eruit zag,
met wat voor een gedrag.
Stil en eenzaam,
iemand die zich schaam.
Wij raakten aan elkaar gehecht,
en begonnen samen een gevecht.
Gevecht naar de vrijheid,
dat is een hele strijd.
Op vakantie was je niet alleen,
voor je het bos in verdween.
Heb je nu in het echt ontmoet,
dat deed mij ontzettend goed.
Je zag er heel vredig uit,
en ik zie je nog als ik mijn ogen sluit.
Ben blij dat ik jou nu ken,
want nu weet ik wie ik ben.

















