De tijdregeling waarbij de klok in de zomer één of twee uur vooruitgezet wordt ten opzichte van de middelbare zonnetijd, wordt in de standaardtaal de zomertijd genoemd. In de standaardtaal in België wordt deze tijdregeling ook het zomeruur genoemd.
(1) De zomertijd begint tegenwoordig op de laatste zondag van maart en eindigt op de laatste zondag van oktober.
(2) In 1916 voerde Duitsland de zomertijd in, en de rest van de wereld volgde.
(3) In de nacht van zaterdag op zondag zijn we weer overgeschakeld op het zomeruur. Om 2 uur werd de klok 1 uur vooruitgezet. Dat betekent dus een uur minder slaap. [standaardtaal in België]
(4) Bent u voorstander van het zomeruur? [standaardtaal in België]
Hoewel de naslagwerken zomeruur niet als standaardtaal beschouwen en sommige het gebruik ervan expliciet afkeuren, is het woord in België in de praktijk erg gebruikelijk en wordt het over het algemeen ook geaccepteerd. Er is dan ook geen bezwaar tegen te maken.