Tunesië ontwaakt
Verleden week brachten wij u op de hoogte van de bezetting der faculteit Letteren aan de universiteit La Manouba in Tunis door een groep moslimfundamentalisten: de salafisten. Dit feit zou intussen quasi vergeten kunnen zijn, ware het niet dat dit geweld voor de vrijheidslievende Tunesiërs de spreekwoordelijke druppel werd.
Als protest tegen de rellen veroorzaakt door deze, als Afghanen verklede radicale moslims, werd er prompt op 1 december een staking georganiseerd door de docenten, universiteitsmedewerkers en vakbondsafgevaardigden aan alle universiteitscampussen in het land. Volgens docenten en personeel waren een aantal van de onruststokers niet ingeschreven als student, maar wel opgetrommelde ophitsers uit de arbeiderswijken vlakbij de Manouba campus.
Schat, mag ik eens achter het gordijn piepen ?
“Hierover ging de revolutie niet”, meenden de studenten. Het ministerie van onderwijs veroordeelde maandag de actie. De reglementen van de universiteiten zijn duidelijk: ieder student moet om veiligheidsredenen kunnen geïdentificeerd worden bij het betreden van de campus, wat inhoudt dat een niqab verboden is. Daar het postrevolutionaire Tunesië geen enkele wijziging aan de wetgeving omtrent het al dan niet toestaan van het dragen van verhullende kleding uitgevaardigd heeft, past de rector een beslissing uit het jaar 2005 toe, waarbij studenten moeten kunnen geïdentificeerd worden.
De studenten ergerden zich blauw over het stilzwijgen van de drie partijen die deel uitmaken van de constituante. Abdennebi Benbeya, lector Engels, verklaarde dat heel de heisa “belachelijk” is en dat niemand de betogers kent, dat ze gebruik maken van het politieke vacuüm dat er heerst sinds het verdwijnen van het oud regime in januari. Tunesische salafisten zijn assertiever geworden de laatste maanden: zichtbaar aanwezig in de straten van Tunis en andere grotere steden tekenen zij present met gewelddadige protesten. In Sousse bestormden een 200-tal islamieten in het begin van de maand november de campus nadat een studente, met een volledige gezichtsbedekking, bij de inschrijving geweigerd werd. In oktober werd een TV-zender aangevallen en in brand gestoken als protest tegen de film Persepolis, waarin Allah werd voorgesteld als een oude man met baard.

Als er één land is waar de Arabische lente een kans maakt ooit een democratische omwenteling genoemd te worden, dan is het wel Tunesië. Na een rotlente en –zomer, waarbij slechts de helft van het normaal aantal te verwachten toeristen het aandurfde hun vakantie in Tunesië door te brengen, keerde in de late zomer / begin herfst het vertrouwen terug. Club Med is eerder optimistisch. Ondanks negatieve cijfers voor een totaal van € 20 miljoen in de eerste zes maanden van het jaar in Marokko, Tunesië en Egypte samen, gelooft deze hotelketen in een goed winterseizoen. Ook officiële cijfers schijnen dit te bevestigen, voor Tunesië alvast.
Volgens het ministerie van toerisme kon Tunesië in september 2011 méér toeristen begroeten dan in september 2010. De hotels waren in september en oktober quasi volgeboekt door Europese toeristen die de herfst- en Allerheiligenvakantie in de zon wilden doorbrengen. Nochtans staat Club Med alleen met die positieve mening voor de winter: grote hotelketens hebben er de voorkeur aan gegeven gedurende de wintermaanden te sluiten. Een voor de hand liggende beslissing als er meer personeelsleden rondlopen dan er bedden bezet zijn.
Als de situatie in Egypte zich verder bevestigt richting politiek moslimfundamentalisme, als Griekenland verder de stakingstrom slaat, dan heeft Tunesië een gouden kans zich te herstellen als een zonzekere, toeristvriendelijke vakantiebestemming op minder dan drie uurtjes vliegen. De één zijn dood is de ander zijn brood – op voorwaarde dat het gezond verstand er weerkeert.

De Tunesische economie heeft het moeilijker. In april 2011 had het IMF nog met een groei van 1.3% gerekend – nu wordt dit cijfer op een realistische 0 % geschat. Voor volgend jaar gaan de verwachtingen weer omhoog: 3 tot 3.9%. Eigenlijk heeft Tunesië – ondanks de revolutiechaos – in het eerste halfjaar nog kunnen profiteren van een toename van de Europese vraag naar textiel en auto- en elektronicaonderdelen. Deze meevaller werd in de tweede jaarhelft door de crisis in Europa weer teniet gedaan.
De buitenlandse investeerders gingen meer op de rem staan dan in juni verwacht. In vergelijking met het vorige jaar werd het investeringsbedrag met 21.6% verminderd. Ondanks een merkbare verbetering van de situatie komen er nog steeds wilde stakingen en bedrijfsbezettingen voor – vooral dan in de fosfaat-, olie- en gasindustrie. De rest van de exportindustrie wordt minder door sociale protesten en randverschijnselen beïnvloed. In vergelijking met dezelfde periode 2010 kon men zelfs een stijging van de export met 18.4% noteren.
De landbouw profiteerde van het goede weder: daar viel een groei van 5% te noteren. En de toeristische sector lijkt zich sinds augustus-september te herpakken.
De Libische stammenoorlog was ook een streep door de economische rekening: Libië is een belangrijke handelspartner, investeerder en werkgever voor Tunesië. Als dit land zich stabiliseert, is er reden voor hoop. Tunesië heeft tijdens de Libische revolutie ca. 900.000 vluchtelingen onderdak verschaft en rekent erop dat het daarvoor bij de wederopbouw wel een graantje mag meepikken. Dit zou door de voorlopige Libische bewindvoerders bevestigd zijn. De Tunesische bedrijven en hun werknemers staan in de startblokken. Dat belet echter niet dat er tijdens de nacht van vrijdag op zaterdag aan de Tunesisch-Libische grens schoten gelost werden in de richting van een Tunesische grenscontrolepost vanuit Libische auto’s, die illegaal het land wilden binnenkomen. Ze werden verplicht terug te keren naar hun eigen zandbak. Aan een andere grenspost kwam het regelrecht tot een Libische aanval, die beantwoord werd vanuit Tunesië nadat een gerucht de ronde deed dat een Tunesisch jongetje omgekomen was bij een aanrijding door één van de twee auto’s, die later in brand gestoken werden.
Zonder snelle maatregelen om de werkloosheid te verminderen en de regionale verschillen af te zwakken moet men nog steeds met sociale conflicten rekenen, die het omwentelingsproces kunnen afremmen of onmogelijk maken. In het algemeen zien de economische ontwikkelingskansen voor het land er niet slecht uit. Zodra de rechtsstaat blijvend hersteld wordt, zal het snel aan aantrekkingskracht winnen en dat is ook dringend nodig met een werkloosheidscijfer van om en nabij de 18%. De vergelijkingswijze hoge industrialiseringsgraad en de altijd nog gunstige productievoorwaarden zijn zeker doorwegende pluspunten. Naast de toelevering van auto-onderdelen kan ook de elektronindustrie uitbreiden. Bovendien zijn er ca.1800 IT- en telecommunicatiebedrijven gevestigd die meer dan 17.500 mensen aan het werk zetten en geeft de dienstverlenende sector in 8 centra ondersteuning aan multinationals. Vakkrachten zijn er ruimschoots voorhanden. In het Global Competitive Report staat Tunesië wereldwijd op de 7de plaats met beschikbare ingenieurs. En ondanks een bevolking van slechts 10.5 miljoen inwoners heeft Tunesië een plaats van betekenis in de gezondheidsmarkt verworven: binnen een periode van 20 jaar steeg het aantal privé klinieken van 21 tot 117.
Volgens berekeningen van het Tunesisch Bureau voor de Statistiek zijn de uitgaven voor de huishoudens in oktober 2011 met 4.5%, in vergelijking met dezelfde maand 2010, gestegen. Dit betekent 1.1% meer dan in september 2011, de grootste stijging dit jaar. Verantwoordelijk zijn de gestegen prijzen voor voeding en tabak, voor textiel en onderwijs.
De constituante deed vrijdag een oproep om de wet te eerbiedigen en veroordeelt elk geweld. Ze bevestigt de vrijheden van het land te respecteren, vooral de vrijheid van meningsuiting en van vreedzame vergadering en - als antwoord op de universiteitsrellen – de integriteit van de onderwijsinstellingen.
We zullen zien, zei de blinde.
Floriaan Terbeke
Bronnen: La Presse.tn; Ansamed, Deutsch-Tun.Gesellschaft














