Wurlitzerdromen


Gelukkig Nieuwjaar lieve mensen !
Het is intussen wel al Driekoningen maar daar kan ik niets aan verhelpen. Mijn rubriek verschijnt nu eenmaal op vrijdag bij Angeltjes. Wat kan ik jullie méér wensen dan wat al vijf dagen lang herhaald werd ? Misschien... een dagelijkse knuffel, een gemeende “hoe is ‘t ?”, een onverwacht compliment, zomaar een attentie, een vleugje romantiek en vriendschap in overvloed…
We beginnen het jaar met een bruisend stukje muziek van Dámaso Pérez Prado, El Rey del Mambo (de koning van de mambo), klein van gestalte maar een reus in de na-oorlogse muziekwereld. Hij regeerde onaangevochten als één der meest invloedrijke orkestleiders in de vroege jaren ’50. Het was alsof de wereld na de donkere oorlogsjaren zat te wachten op de vrolijke klanken van de Cubaanse ritmes. Hij werd geboren op 11 december 1916 in Matanzas, Cuba. Zoals gebruikelijk droeg hij de namen van vader en moeder, gemakshalve ingekort vanaf 1955 tot Pérez Prado. Als kind kreeg hij klassieke pianolessen, als jonge man speelde hij piano en orgel in plaatselijke bioscopen en clubs. In 1942 verhuisde hij naar Havana en speelde bij verschillende orkesten en schreef arrangementen.
Prado’s interpretatie van de mambo kwam tot ontwikkeling in 1943: afro-cubaanse ritmes met een Amerikaanse swing, muzikaler en bruisender dan de rumba, een terugkeer naar de natuur, naar eenvoudige, uitzinnige blijdschap. Het woord “mambo” komt uit het Cubaans Ñañigo dialect – in de Bantoe taal van West-Afrika betekent mambo “gesprek met de goden” en in Haïti is een mambo een voodoopriesteres. De mambo zoals we die nu kennen is een ritme met een traag of snel tempo; bijna elke melodie kan op dit tempo uitgevoerd worden. Verschillende ritmes en dansen uit die periode kregen dezelfde naam, maar het staat als een paal boven water dat Prado met zijn orkest de grote hernieuwer was.
In 1947 verliet hij Cuba en trok naar Puerto Rico. De Southern Music Publishing Co met een marktmonopolie op de verspreiding van Cubaanse muziek, vond dat Prado deze vervuilde met de inbreng van jazz: kortom kwam het hierop neer dat hem het werken onmogelijk gemaakt werd. Uiteindelijk belandde hij bij een groep op tournee door Argentinië, Venezuela, Panama en Mexico en werd er snel hun grote attractie. Vanaf 1948 vestigde hij zich in Mexico City en richtte zijn eigen orkest op met voornamelijk Cubaanse emigranten. Vanaf toen trok Prado en zijn mambo als een lopend vuurtje door Zuid-Amerika. In Peru dreigde de kerk ermee absolutie te weigeren aan mambodansers, zonder veel effect.
Vanaf 1951 veroverde hij de VS – niet zonder moeilijkheden want telkens weer moest hij lokale muzikanten huren omdat zijn orkestleden geen visa kregen. Hij werd zelfs een keertje ontvoerd en naar Cuba gedeporteerd omdat zijn visum verstreken was. Hij keerde terug naar de VS in 1954 en begon er weer rond te toeren. De mambo was intussen een rage bij alle lagen der bevolking. Prado rook meer winst door het modelleren van zijn muziek voor de blanke muziekliefhebber. Begin 1955 resulteerde dit in een wereldwijde hit "Cherry Pink and Apple Blossom White," een bewerking van een Frans liedje, met een cha-cha-cha ritme. Het stond op nummer één in de VSA, Duitsland en Groot-Brittanië. In zijn vaderland Cuba had Castro zijn muziek op de zwarte lijst gezet.
Prado begon vanaf 1954 te experimenteren met nieuwe ritmes en dansen. Zo was er bv. “La Culeta”, een antwoord op de cha-cha-cha, en de “suby” en de “pau-pau”, maar het publiek vond het maar niets. Later flirtte hij met de rock ’n roll, voegde twistelementen bij zijn muziek, maar het overweldigend succes van zijn mambojaren werd niet herhaald. De rock ’n roll deed immers zijn intrede. Begin jaren ’70 keerde hij met zijn gezin terug naar Mexico City. Ondanks alles bleef hij een icoon in Zuid-Amerika. Midden jaren ’90 begon hij zijn zoon, Dámaso Pérez Salinas – beter bekend onder de naam Pérez Prado Jr. - , op te leiden om het orkest over te nemen. Hij gaf nog een uitverkocht afscheidsconcert in het Hollywood Palladium in 1987 en stierf twee jaar later aan de gevolgen van een beroerte. Zijn liedjes werden gebruikt in verschillende films.
Jullie worden vandaag echt wel verwend. Niet alleen krijgen jullie een lange muzikale bijdrage van Pérez Prado (voor de kenners: Patricia is een cha-cha-cha), maar bovendien een filmpje met schitterende beelden van de mambo er bovenop.
Op naar een volgend Wurlitzerjaar!
Dikke kussen van jullie Lolita.













