Het verdriet van Vlaanderen


Voor een aantal dagen woedde er in de brievenbus van Angeltjes een hoffelijke maar niet mis te verstane woordenstrijd over het zwaarste beroep ter wereld. Het oudste dat kennen we allemaal en daar is geen discussie over. Maar het zwaarste, daar werd over geargumenteerd met welluidende volzinnen in keurig Nederlands. De loodsen, die slechts met zijn driehonderd zijn en die niet tot onze lezersschare schijnen te behoren, moesten de duimen leggen vanop hun zwalpende motorbootjes tegen de juffrouwen en de mijnheren uit het onderwijs. Die bleken het zwaarste beroep uit te oefenen. Tja, de saaie boekhouders hebben zich koest gehouden en de stratenmakers kregen hun gekromde ruggen niet tijdig recht om "ik, ikke" te roepen.
En toch is er één beroep zwaarder, moeilijker, inspannender, ondankbaarder dat wordt uitgeoefend door enkele honderdduizenden Honorés Gepluimd : het beroep van Vlaming. Misprezen, veracht, niet onderbetaald maar onbetaald en met nauwelijks kans op succes. Met ploegbazen en een management waarvan velen niet te vertrouwen zijn. Het beroep van Vlaming zijn is tevens een van generatie tot generatie overgeleverd vak, waarvoor velen die voorgegaan zijn een zware tol hebben betaald. Tot met hun leven toe. Altijd werken, nooit beloond worden. Mochten er in dit land vakbonden bestaan, (die op de bres zouden springen voor de uitgeslotenen, in plaats van dezen zelf uit te stoten) er zouden vele paletten moeten verbrand worden voor het afsluiten van een fatsoenlijke CAO die de onrechtvaardigheden uit het beroep Vlaming zouden opheffen.
In de stukken die vandaag verschijnen bij Angeltjes, leest u de bedenkingen van Stradi die net teruggekeerd is uit zijn geliefde Midden-Amerika, onder de titel "Zijn de Vlamingen murw geslagen ?". Gelukkig is er nog wat ruimte gelaten voor tegenargumenten, dankzij het vraagteken. Vrolijk word je niet van dergelijke lectuur. En wij zijn trots u vandaag een zoals steeds weldoordacht en sierlijk geschrevent artikel van Luc van Balberghe te mogen aanbieden met de weinig veelbelovende titel "Het fatsoen is uit de Wetstraat". Voor Luc hoeft er zelfs geen vraagteken bij . Onze collega Guido van Alphen van Guvaal, heeft het elke dag in zijn beschouwingen over de talrijke onrechtvaardigheden die het sadistische land B pleegt op Vlaanderen. Een sado-masochistische relatie die een normaal denkend mens niet kan bevatten, dat is het samenzijn van het land B en Vlaanderen. En het biedt tevens een antwoord op Stradi's vraag : ja, de Vlamingen zijn murw geslagen en het doet deugd. En in een SM-verhouding, beste Luc van Balberghe, ontwaren wij inderdaad geen fatsoen.
De onaantastbare voorzitter van de grootste belgische en Vlaamse partij, de heer De Wever, loste vorige week een schot voor de boeg, dat Hij de pijp aan Maarten zal geven als Hij in 2014 geen vooruitgang zal boeken. Electorale vooruitgang, bedoelt hij en hij zal alsdan ronduit gaan voor het onverdachte confederalisme. Voilà. Dat deed hij ook al in 2009 maar de Vlamingen hebben een kort geheugen en zwijmelen telkens De Wever de mond opent : "Ha, ha, hij heeft het goed gezegd". Ook als dit krèk hetzelfde is van gisteren of het tegenovergestelde van eergisteren. Vlamingen zijn ontzettend gevoelig voor woordkunstenaars, dat komt omdat zo weinigen met hun taal omgaan als met een minnaar of een minnares. En de enkeling die het wel doet, wekt bewondering. Een belangrijk deel van de Vlaamse publieke opinie loopt niet gebukt onder de gevolgen van het zware beroep van Vlaming te zijn en jogt gezwind mede van de inmiddels bankroete frituur "Het Draakske" naar de diëetwinkel waar droge brokken en vogelzaad verkocht worden als exquise spijzen tegen exquise prijzen.
Gelukkig is er één N-vA-er die het hoofd koel houdt : de berekende rat uit Gent, de verklede loge-flamingant en VRT-intrigant met de voornaam uit een Wagneropera en een familienaam die duidt op een slechte spijsvertering. Die figuur zag haar kansen schoon om publiek te doen wat in de N-vA niet doenbaar is, de voorzitter afvallen (excuseer voor de bijna-woordspeling, ik laat ze voor anderen). "De Wever moet zwijgen over zijn politieke toekomst". Ik had bijna ontzag voor de heer Bracke toen ik het stuk las. Ettelijke N-vA-ers die al jaren de nukken, de grillen, de snauwen en sneren van De Wever moeten ondergaan, lazen met een stralende glimlach de stoute-schoenen-uitleg van de Gentse rat. "Eindelijk ..." werd in talrijke livings, keukens, slaapkamers van Vlaanderen gezucht, eindelijk iemand die het woordgezwets van Bart durft te trotseren.
Op zich laten de intriges bij de N-vA ons koud, los van het feit, dat we er natuurlijk graag over lezen, al was het maar om de menselijke dimensie die ook in deze partij floreert nooit uit het oog te verliezen. Wees ervan overtuigd, Bracke is geen opa, zoals hij zichzelf olijk betitelt, die zijn kleinzoon vermanend toespreekt. De man is en blijft een intrigant die in een steeds wisselend decor zichzelf blijft, als de sluwe praatvader die niet kan tevreden zijn met een ondergeschikte positie. Nu de rol op zich nemen van de wijze opa is een strategische stap naar de top van de partij als De Wever er de brui aan geeft. U mag mijn woorden onthouden. Behalve als De Wever blijft zitten op zijn presidentiële zetel.
Maar nogmaals daar gaat het allemaal niet om. Wat schrijnend is, dat zijn deze vlugge woorden van de voorzitter van een bescheiden Vlaams-nationale partij : de handschoen in de ring gooien, als hij in 2014 zijn zin niet krijgt. Een Vlaamse leider die na 180 jaar belgische bezetting binnen de 5 jaar zijn strategisch plan wil doorgevoerd krijgen en als het niet lukt, dan stopt hij er mee. Wat een trieste uitspraak en wat een arrogante houding. Het eigen programma verloochenen, dat wisten we al, hoogmoedig met de verkeerde tegenpartij onderhandelen en het deksel op de neus krijgen niettegenstaande vele toegevingen, ook dat is ons bekend, Maar binnen de 5 jaar verzaken aan de politieke droom (hoe die verder ook was) dat is niet enkel bevreemdend, het is beschamend. En tegelijk veelzeggend.
Dat Bart de Wever eens een voorbeeld neemt aan zijn collega-politici uit het door hem verfoeide Vlaams Belang. Die staan reeds tientallen jaren op de barrikaden, zij worden geminacht, uitgesloten, bespot en bespuwd, maar zij geven geen kik. Abstractie gemaakt van enkele arrivisten die onder de vleugels van de N-vA zijn gekropen. Gespleten tongen, slappe ruggengraten en negationisten die zich verschuilen achter "ich habe es nicht gewusst, dat ik meegeschreven heb aan het 70-puntenplan."
Het moeilijkste beroep is dat van Vlaming zijn. Er zijn geen uren, er is geen arbeidsreglement, er is geen loon en de meesten van de managers zijn blaaskaken. Als wij, het werkvolk niet voortdoen en ons vasthouden aan de wil van onze overtuiging, dan komt er niets in huis van onze Vlaamse Republiek. Laat ze maar doen, de slaphangers die achter de belgische vod aandraven. Aan het verdriet van Vlaanderen komt ooit een einde.
Ray
Foto : Marcel Steeman














