
In Groot-Nederland wordt de confituur alleszins goedkoper (*)
Om de tonnen subsidiegeld voor het wetenschappelijk onderzoek publiek te rechtvaardigen willen academici wel eens gaan voor het kleine verhaal. Zo gaat de legende dat Willem van Oranje, alias Willem de Zwijger en leider van de opstand der Nederlanden tegen het Spaanse gezag in de 16de eeuw, in zijn laatste ogenblik memorabele woorden zou hebben gesproken: « Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ce pauvre peuple ». Schoon gezegd, maar pure fantasie, zo blijkt uit recente lectuur van het lijkschouwingsrapport. De man werd namelijk van dichtbij door drie kogels in het hart getroffen, en kon dus geen sterfscène meer spelen. Volgens bronnen uit die tijd was Willem overigens op dat moment te dronken om wat dan ook gezegd te hebben, of misschien reutelde hij wel iets in de aard van “Miljaarde dju, fils de pute!”, want de Vader des Vaderlands sprak graag een woordje Frans.

Goed dus dat de Zwijger op het allerlaatste gezwegen heeft. Maar het brengt ons wel op het Loch Ness monster van de Groot-Nederlandse gedachte, zoals dat ook weer opduikt n.a.v. het symposium “De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa” te Antwerpen, 12 mei e.k. Veel sjiek volk wordt daar verwacht, zoals de onvermijdelijke Kris Peeters en de Nederlandse minister-president Mark Rutte. Maar hoe realistisch en wenselijk is dat perspectief van de Vlaams-Nederlandse eenmaking ?
Regionaal knuffeldier
Het zit eraan te komen dat de Europese Unie politiek en economisch zal uiteenvallen. In de verwarring die daar ongetwijfeld mee zal gepaard gaan, zullen allerlei kwesties de kop opsteken: wie gaat verder met wie? Vormen de sterke, Noorderse landen een nieuwe economisch alliantie? Kunnen de Catalaanse, Baskische, Schotse en Vlaamse autonomisten op dat moment hun kans schoon zien en de onafhankelijkheid uitroepen? En wat met Vlaanderen en Nederland, die twee-eiïge tweeling vol liefde-haat-sentiment ?
Historisch gezien was de eenheid alleszins van korte duur en dan nog ingegeven door geostrategische overwegingen van heersers en grootmachten, niet zozeer door de volkswil. In 1384 werd het Graafschap Vlaanderen bij de Bourgondische Nederlanden gevoegd, dus onder Franse voogdij. In 1549 werden de Zeventien Provinciën onder de Spaanse Habsburger Karel V een feit, die er zijn persoonlijke speeltuin en machtscentrum van maakte. In 1581 verklaarden de Provincies, onder leiding van hoger vermelde Willem, zich echter onafhankelijk. De herovering door de Spaanse troepen van de Zuidelijke Nederlanden, en de Val van Antwerpen in 1585, maakte definitief een einde aan de Unie, afgezien van het intermezzo tussen 1815 (de nederlaag van Napoleon en het Congres van Wenen) en 1830, de fameuze “Belgische Revolutie”.
De Zuidelijke Nederlanden,- Vlaanderen dus,- zijn al vijf eeuwen de speelbal van de internationale diplomatie en krijgerij. En dat is ons echt trauma. Het is wellicht een brug te ver om te stellen dat Vlaanderen en Nederland historisch voorbestemd zijn om met elkaar te trouwen, wat niet wegneemt dat er opportuniteiten voor een cohabitatie zijn.
De werkgroep Leo Belgicus, een initiatief van de Vlaming Sven Vanwing en de Nederlander Ernst Paul Niessen, leverde in dat opzicht een boeiend document af om de eenmaking te bepleiten. Maar ongewild stelt het ook de kloof tussen droom en daad scherp. In alle details wordt de blauwdruk van toekomstig Groot-Nederland getekend. De vlag zou het oranje-blanje-bleu blijven en de regering zou in Den Haag zetelen. Wij zouden dan onze leeuw moeten inslikken of herformatteren tot een regionaal knuffeldier. Ga dat eens uitleggen aan radicale flaminganten …
Borsten en billen
De auteurs zetten zich sterk af tegen multiculturele staten zoals België en het voormalige Joegoslavië, maar de vraag is hoe homogeen-identitair Holland wel is. De rancune tegen de “dikke nekken” van Amsterdam en Den Haag is méér dan folklore. Geert Wilders en zijn PVV moet men beschouwen als een provinciaal-Veluwse opstand tegen de multiraciale en grootstedelijke Randstad. De Friezen hebben zelfs beperkte autonomie afgedwongen en hebben van het Fries de officiële voertaal gemaakt. De Vlamingen daarentegen (in de blauwdruk behorend tot drie provincies: Vlaanderen, Zuid-Brabant en Limburg) hebben volgens de auteurs géén recht op het Vlaams, want dat is maar een “regiolect” (samentrekking van regio en dialect).
Kortom: voor de orangisten van Leo Belgicus moet de Vlaamse cultuur opgaan in de Hollandse. Zeg nooit meer “een tas koffie”, laat je enkel nog een kopje inschenken.
Ter compensatie zouden we wel het volkslied mogen leveren, namelijk het Gebed voor het Vaderland, geschreven door Remi Piryns: volgens de auteurs in 1922, toen was Remi twee jaar oud. In werkelijkheid schreef hij het in 1946, als repressie-slachtoffer in de gevangenis. Beetje slordig huiswerk toch wel. Overigens is dat Gebed een slechte keuze: het is een droefgeestige zucht van een geketende, en gaat niet uit van de scheiding tussen kerk en staat die hopelijk in de nieuwe grondwet wordt verankerd.
Voor de rest hanteren we wel degelijk verschillende mythologieën. Nederland is een waterland met Piet Hein als icoon, een straatboef die het tot admiraal bracht mits veel vechtlust maar ook enig schuinmarcheren en intriges. Ons element is het slijk van de Groeninghebeek (zie stukje van vorige week, waar de Hollandse zeurpiet Benno Barnard naar Mokum wordt teruggestuurd), waarin kleine zelfstandigen zoals Jan Breydel aan verzuipende ridders de genadeslag toedienen met een zelfgemaakte knots. Wij hebben de weelderige borsten en billen van Rubens, zij de miezerige uitgaande kaars van Rembrandt. Onderschat deze verschillen niet: ze zijn historisch authentieker en zitten cultureel dieper dan wat bepaalde elites zich voorstellen.
Wat met Beatrix?
De taalkundige en culturele eenmaking schatten Vanwing en Niessen dus nogal optimistisch in, en zelfs een beetje Hollands-neerbuigend tegenover Vlaanderen.
De economische aspecten dan. Zeker en vast zijn daar goede kanten aan. In alle producten, ook telefonie, internet, energie e.d. zijn we schandalig duur en valt van de open Nederlandse markt veel te verwachten. De kleinhandelsprijzen liggen in Nederland steevast minstens 10% lager dan in Vlaanderen. Laat dus maar komen die Albert Heijn met zijn goedkope confituur, al blijft het opletten geblazen dat we niet versodemieterd worden (Noord-Nederlandse uitdrukking, om u al wat te oefenen) met nepgelei, afkomstig van ingedikte en aangesuikerde Heineken.
Infrastructureel en macro-economisch is het een ander paar mouwen. Euforisch spreken ze in Leo Belgicus over de as Antwerpen-Rotterdam, maar er is natuurlijk slechts plaats voor één wereldhaven. Antwerpen wordt dus in het document “de tweede haven van het land genoemd”, en krijgt als troostprijs de aanleg van de IJzeren Rijn,- een project dat er nooit zal komen als het van het Noorden afhangt, zogezegd om “ecologische” redenen.
Ook economisch zal Vlaanderen wellicht de tweede viool spelen in de Unie en worden we misschien wel het Wallonië van Groot-Nederland. Ik stel het zwart-wit, om even het debat aan te zwengelen. We spreken dan nog niet over het heikele politieke punt van de staatsvorm. De Vlaamse separatisten gaan resoluut voor de republiek en een verkozen president als staatshoofd, terwijl in Nederland de monarchie niet ter discussie staat,- ook niet bij Geert Wilders, die zich nochtans een paar keer positief uitliet omtrent een Vlaams-Nederlandse eenmaking.
Leo Belgicus houdt hier de kerk dan ook schroomvallig in het midden. Maar voor Vlaams-republikeinen zoals ondergetekende is de oprichting van een nieuwe, democratische burgernatie, los van de Belgische staat, onverbrekelijk verbonden met de afschaffing van een 18de eeuws instituut zoals het koningschap: geen inruiling van Albert voor Beatrix, zelfs niet in een zogenaamde protocollaire vorm.
Er zal dus nog wel wat water door de Schelde vloeien. Het lijkt dan ook zinniger en realistischer om onze energie te bundelen voor een Vlaamse republiek, verbonden aan de eis dat de N-VA haar onzinnig veto tegen het Vlaams Belang laat varen. Ondertussen is een toenaderingsscenario tussen Vlaanderen en Nederland zeker aan de orde, maar dat zal dan eerder van onderuit moeten gebeuren, dan via verdragen en bureaucratische cenakels zoals de Taalunie.
Op dus naar die broodjes frikandel uit de muur. En zeker die wegentaks heffen voor Hollanders die tóch nog met hun caravan naar de Ardennen tjaffen zonder hier iets op te doen.
Johan Sanctorum
(*) Of moeten we dan zeggen “jam”?