Wurlitzerdromen - *ter ere* van 21 juli


Goede morgen Flaminganten,
Een passende begroeting voor de huidige liedjeskeuze. Geen herinneringen aan uw eerste lief, geen opzwepende dansmuziek.
Vandaag een lied speciaal gekozen voor de herdenking van de troonsbestijging van de eerste storyprins in de Lakense operettendynastie. Hugo Raspoet verwoordde het in: “Hoe durven ze?”
Hij werd geboren in Ganshoren op Allerzielen 1940. De uitvalsbasis van Raspoet was de K.U.Leuven, waar hij Romaanse talen studeerde. Hij vestigde de aandacht op zichzelf door mee te doen aan de Leuvense liedwedstrijd Zitternliedjenin. Nog in hetzelfde jaar, 1962, liet hij zich evenwel nog meer opmerken tijdens Ontdek de ster van de BRT. TV kijkend Vlaanderen smolt toen voor zijn lied Mijn koningskind. Een zachte stem, eenvoudige en niet opdringerige melodie, romantische tekst, rustig gitaarspel.
Zijn liedjes kenmerkten zich door een gevoel voor abstracte poëzie, begin jaren zestig eigen aan het studentenleven. Hij beantwoordde aan het typebeeld van de chansonnier: zwarte pullover, een baardje, een gitaar en als hij niet zong een pijp in de mond. Een intellectueel, die beredeneerd zijn zegje deed over de maatschappij. Hugo Raspoet heeft nooit geleefd van zijn muziek, want optreden heeft hij nooit graag gedaan. Hij had altijd een ander werk ernaast en was onder meer jarenlang vertaler van ondertitels bij de toenmalige BRT.
In 1969 zorgde hij voor ophef in het katholieke Vlaanderen met zijn “Evviva Il Papa”, een kritisch nummer over de paus en het vaticaan. Het werd zelfs van de tv verbannen. Tijdens een opvoering in Borgerhout werd hij manu militari door de politie van het podium gehaald. Wat een verschil met anno 2012. Hij zou daar nu met een rode loper, vergezeld van oerwoudkreten, binnen gehaald worden.
Het deed Raspoet niet bepaald kwaad en de meeste media kozen zijn kant in de controverse. Een jaar later verraste hij vriend en vijand toen hij in de Brusselse studio Leponce, onder leiding van duizendpoot/producer Roland Verlooven, zijn klassieke lied Helena opnam, als één van elf nummers die zijn enige – titelloze – lp zouden vullen. Dit was en is nog steeds zijn prijsnummer in de eregalerij van de Vlaamse kleinkunst. Helena is een fictieve naam. In dit nummer schrijft Hugo Raspoet eigenlijk zijn ervaringen neer die hij had met drie vaste liefjes. Een beetje het Mars/Venus-verhaal over een man en een vrouw die elkaar graag zien, maar in totaal verschillende werelden leven. Dit lied wordt door critici en luisteraars als een van de mooiste Vlaamse chansons ooit gezien, en het is al meerdere malen gecoverd, onder andere door Mama’s Jasje in een pop-arrangement en door Rocco Granata in een Italiaanse vertaling.
Maar dit succesnummer was ook het begin van het einde van zijn carrière. Hij keek ietwat verbaasd naar hetgeen hij ‘de inflatie van de kleinkunst’ noemde en naar de commercialisering van het genre. Hij kon moeilijk waarderen dat zijn publiek blijkbaar op de stoel zat te draaien tot hij eindelijk Helena zou zingen. Hij zag tot zijn verwondering zangers met elektrisch tuig op de podia verschijnen en hij vond van zichzelf dat hij ‘uitgepraat en uitgeschreven’ was. Ook het publiek zag hij niet meer zitten en hij besloot in juli 1973 definitief te stoppen met optreden. Ietwat bitter verwoordde hij het toen zo: “Toen ik begon, had je een studentenpubliek, nu zijn het bakvissen van 15, 16 jaar. Dat ik zelf een dag ouder word, heeft er geloof ik niets mee te maken. Maar ik kan me gewoon niet voorstellen dat kinderen van 16 jaar de rijpheid hebben die mensen van 20 vroeger hadden. En ik merk het ook: Helena beschouwen ze als een liefdesliedje. Als je ergens een toespeling op maakt, snappen ze het niet. Ik zag het allemaal niet zitten toen de eerste rockjongens op het kleinkunst-podium verschenen. Dat was helemaal mijn richting niet. Ik snapte niet wat die wilden bereiken en ik kon me moeilijk akkoord verklaren met de gang van zaken. Voor mij primeert hoe dan ook de tekst: dat is het belangrijkste bij een lied”.
Eind jaren zeventig kondigde een Antwerps theaterbureau totaal onverwacht een comeback aan van Hugo Raspoet. Op deze aankondiging reageerde de zanger zelf laconiek: “Wanneer ik inderdaad opnieuw ga zingen, dan hangt dat in hoofdzaak af van het repertoire dat ik zou opbouwen. Wanneer ik daar gelukkig mee ben én wanneer ik vind dat ik dat zelf moet vertolken én wanneer dat in uitstekende omstandigheden zou kunnen gebeuren, dan houd ik inderdaad rekening met een comeback naar het podium”.
Zover kwam het niet – tenzij hier in mijn Wurlitzerdromen. Naar aanleiding van de opname van Helena in de eregalerij van Radio 2 gaf hij in het begin van dit jaar nog een interview, wat hoogst uitzonderlijk is. Hij stelde daarin dat Helena een toevalstreffer was en dat hij het vreemd blijft vinden dat het nog steeds succes oogst. Hij heeft zich na zijn pensioen bezig gehouden met verbouwen, electriciteit en sanitair leggen, en nu heeft hij weer een gitaar gekocht. Niet om op te treden, maar gewoon, voor zichzelf, omdat zijn oude gitaar half vergaan op de zolder lag en niet meer te bespelen was. Hij heeft zijn oude gitaar na zijn afscheid van het podium nooit meer aangeraakt, zelfs nooit gemist, want, zo vertelt hij verder : slechts zijn kinderen hebben dat oude geval nog ter hand genomen.
Hij portretteerde zichzelf graag als het kleine broertje dat in het voorprogramma een paar liedjes mocht zingen. Een controversieel man, die Hugo Raspoet. Omwille van Helena zat hij in mijn Wurlitzerarchief, maar omwille van de nationale rouwdag morgen bied ik jullie een ander lied van hem aan: “Hoe durven ze?” De tekst zet ik er bij – er is niets, maar dan ook niets veranderd.
Ze zeggen dat België Frans is en rot,
en dat zij al zo lang door hun land zijn bedot.
Dat duurt nu al meer dan een eeuw,
dat zingen van die Vlaamse Leeuw
en die leuzen, betogingen, demagogie.
En nu eisen ze dat in een democratie
de meerderheid krijgt wat ze vraagt.
Hoe durven ze, de Flaminganten?
Hoe durven ze 't aan?
Ze zeggen dat België zoals het is
niet verder kan bestaan.
Ze zeggen: "De koning, dat is ouderwets,
en het hof is een hoop ouwewijvengeklets..
Ze zijn eeuwen en eeuwen te laat.
Wij willen een moderne staat."
Ze zeggen: "De prinsen die van ons geld leven:
ze verbrassen dat geld met nichten en neven
en ze spotten met onze taal."
Hoe durven ze, de Flaminganten?
Hoe durven ze 't aan?
Ze zeggen dat België zoals het is
niet verder kan bestaan.
Ze zeggen: "De bisschoppen zijn uit de tijd
met hun middeleeuwse mentaliteit.
Als dat Gods herders zijn,
wat moet God zelf dan zijn?
De nonnen, pastoors, de diakens, de dekens
bekommeren zich weinig om Vlaamse leken
en denken maar aan hun bank."
Hoe durven ze, de Flaminganten?
Hoe durven ze 't aan?
Ze zeggen dat België zoals het is
niet verder kan bestaan.
Ze zeggen: "Leuven, een Vlaamse stad,
en we zijn het wachten al meer dan zat."
Maar ze zingen een Engels lied,
een Nederlands vinden ze niet.
En ze stemmen nog altijd voor de partijen
die in België alles maar laten gedijen
en o zo gematigd zijn.
Hoe durven ze, de Flaminganten?
Hoe durven ze 't aan?
Ze zeggen dat België zoals het is
niet verder kan bestaan.
Ze zeggen: "Brussel is door en door Frans"
maar ze spreken afschuwelijk Nederlands.
En zelfs een rijksgebied
verandert Brussel niet.
Ze zouden beter aan Brussel verzaken
en van Antwerpen hun hoofdstad maken
en alles verhuizen naar daar.
Maar ze durven niet, de Flaminganten,
ze durven het niet aan.
Ze zeggen dat België zoals het is
niet verder kan bestaan.
Maar kom, het zal allemaal beter gaan
eens dat we op eigen benen staan.
Dat duurt nu al meer dan een eeuw
dat zingen van die Leeuw.
En we durven wel blaffen maar bijten niet
en d'anderen zingen hun zelfde lied
en trekken het zich niet aan.
Want we durven het, wij Flaminganten,
we durven betoverend slaan,
want België blijft zoals het is
voorlopig nog bestaan.
Flamingante groeten van jullie Lolita












