
Tunesië is op zoek naar zichzelf. Wie er nu als toerist heen gaat, wordt met open armen ontvangen. Ieder die werkt in de toeristische sector, doet zijn uiterste best om het naar je zin te maken. Zij weten, beter dan wie ook, dat hun broodwinning ervan afhangt.
Een jaar geleden was er nog een vorm van chaos: ieder deed zowat zijn zin. Het leek wel of de politie op de vlucht geslagen was. Ook nu ziet men in Djerba weinig of geen politie en militairen : de toestand lijkt genormaliseerd. De stranden worden ’s morgens weer met tractoren vrij gemaakt van het aangespoelde neptunusgras (plantengroei die bij veel wind en golven op het strand aanspoelt), de kamelen- en paardenmest wordt weggeschraapt, het strand weer geharkt. Alles netjes en proper – daar waar de hotels gevestigd zijn. Het lijdt geen twijfel dat de hoteliers ervoor zorg dragen. Wie verder kijkt, ziet dat er door de overheid niets ondernomen wordt. Onkruid groeit tussen de aangelegde mozaÏekpaden van de met palmbomen omzoomde nieuwe straten. De Blue Lagoon, een lagune met een geringe diepte vooral populair en uiterst geschikt om te leren kitesurfen, wordt omgeven door tonnen huisvuil. In de hoofdstad Houmt Souk gaan de kinderen van de katholieke school, duidelijk herkenbaar in hun uniformpjes, ongehinderd naar school. Men ziet er in twee weken minder gesluierde vrouwen dan in één uur in Antwerpen.
Djerba ligt ver van Tunis en van de crisishaarden in het zuiden. Het schiereiland wil duidelijk niets met de amokmakers te maken hebben. Ze willen gewoon dat de toeristen weerkeren, dat de rust blijvend is en dat ze als vanouds weer allemaal een baan hebben in de toeristische sector en aanverwante economie. Ze willen vooral dat de toeristen inzien dat Tunesië au fond niet veranderd is, dat de zon er onverminderd schijnt, dat de bevolking vriendelijk is, dat ze er niet over peinzen zichzelf de das om te doen door het moslimextremisme toe te laten. Waarschijnlijk zouden ze graag de klok terugdraaien.

Tunesië heeft het moeilijk. Moeilijk met de keuzes die ze gemaakt hebben in het stemhokje, moeilijk om hun droom waar te maken. Zoals in de post-koloniale tijd van menig Afrikaans land dachten ze dat na omwenteling van het regime en de vlucht van Ben Ali en de Trabelsiclan de gebraden kippen vanzelf in hun open monden zouden vliegen. Niets bleek minder waar. Er zijn meer werklozen, de prijzen stijgen, er is zelfs voedselschaarste, wat vroeger ondenkbaar was.
De Libiërs zijn nu nog minder geliefd dan voorheen. Behalve dan door handelaars want ze betalen woekerprijzen voor gewone basisproducten. Ze trekken tot in Tunis om het land leeg te kopen. Olie maakt lui en wie geld heeft kan gewoon alles kopen. En de Tunesiërs hebben nog niet geleerd in te spelen op de verhoogde vraag naar voeding. Ze produceren niet meer dan vroeger; daarom is er een schaarste. De man in de straat is twee keer het slachtoffer. Enerzijds is de werkloosheid enorm gestegen, hebben de gezinnen minder inkomens, en anderzijds moeten ze meer geld op tafel leggen voor gewone basisproducten. Ook de hotels hebben problemen om aan voeding te geraken. In een land waar tomaten, augurken, komkommers, uien, paprika’s, courgetten e.d. quasi wekelijks geoogst kunnen worden, is er nu een tekort.
De tekorten worden in de hand gewerkt door de maatregel van de overheid dat 80% van de gebruikte producten uit eigen land afkomstig moet zijn. Import wordt via de overheid geregeld. Men heeft blijkbaar voor een sterk protectionisme gekozen. Bij het aanbod van de rijkelijke buffetten merkt men het verschil met vroeger. Er is gewoon minder verscheidenheid. Niet dat dit dramatisch is – integendeel – qua kwaliteit is het zelfs erop verbeterd want de producten komen recht van het veld.
Men merkt ook een verschil bij het personeel. Waar de poetsdienst vroeger uit vrouwen bestond, duiken nu poetsmannen op. Een baan wordt eerst aan een man aangeboden, want traditioneel is de man de kostwinner. De lagere en hogere kaders daarentegen werden niet vervangen door mannen.
En men merkt een verschil bij de voorgeschreven gedragscode, die van de gasten in de hotels verwacht wordt. In de welkombrochure in de kamers, op berichtenborden aan het strand en aan het zwembad wordt duidelijk gemaakt dat monokini niet toegelaten is. Enkele hardnekkige zonneaanbidsters worden er drie dagen lang aan herinnerd dat het écht niet kan en mag, tot de hoteldirecteur hen persoonlijk aanspreekt en hen voor de keuze plaatst hun borsten te bedekken of het hotel te verlaten. Vroeger mocht het wel, stellen ze, tja… vroeger.
In West-Europa verneemt men niet veel meer over Tunesië. Het lijkt wel alsof de zomer de rust in het land gebracht heeft. Onderhuids of onopgemerkt blijft de ontevredenheid groeien. In oktober moest er beslist worden over de nieuwe grondwet, waarvan men niet veel verneemt, behalve dan wanneer de principes van vrijheid en gelijkheid in het gedrang komen. Zo zou godslastering strafbaar gemaakt worden en wordt de gelijkheid van de geslachten uitgehold. Maandagavond – op vrouwendag - hebben duizenden mensen geprotesteerd tégen de zgn. gematigde Ennahdapartij en vóór vrouwenrechten. Zij eisten dat de gelijkheid van man en vrouw in de nieuwe grondwet komt in plaats van man en vrouw dienen elkaar aan te vullen. Hun slogans liegen er niet om: er wordt ronduit een tweede revolutie geëist.
Die nieuwe grondwet is er nog lang niet. Zodra de grondwetscommissie haar taak beëindigd heeft, gaat het ontwerp naar de overgangsparlement waar er tijdens twee stemrondes een 2/3 meerderheid moet bereikt worden. Indien dit niet bereikt wordt, gaat het ontwerp naar de bevolking voor een referendum. Er werd geen plan B voorzien mochten de kiezers de nieuwe grondwet afwijzen. Intussen zou een datum circuleren die nà de parlementsverkiezingen van 21 maart (ook een half jaar later dan gepland) ligt, nl. einde april 2013. Strategie om de rekening niet gepresenteerd te kunnen krijgen bij de parlementsverkiezingen – zoveel is duidelijk. De vraag is of de bevolking dit zal accepteren.

Ennahda heeft het niet gemakkelijk. Er zitten wel degelijk fundamentalistische islamieten in hun rangen en dan is het moeilijk een gematigd discours te houden. Zo heeft de overgangsregering de oprichting van de partij der salafisten toegestaan. Geen slechte zet: naar buitenuit kunnen ze ongehinderd hun gematigd profiel aanhouden, want ze kunnen immers aantonen dat de extremen bij de salafistenpartij zitten. Eigenlijk zijn er zelfs niet veel salafisten in Tunesië: naar schatting 10.000 op een bevolking van ca. 10 miljoen. Die salafisten zijn voornamelijk afkomstig uit de gevangenissen en uit importterroristen uit extremistische moslimlanden. Maar zij krijgen wel mediabelangstelling door hun strategie van rel schoppen en intimideren. Het lijkt wel of het plaatsje Sidi Bouzid, waar de “martelaar” de lont in het kruitvat aanstak, het monopolie heeft om telkens opnieuw met geweld en demonstraties aandacht te krijgen van de pers. Nu eisten ze niets minder dan een nationale staking omdat er – niet ongewoon in augustus, de heetste maand van het jaar – een watertekort was. Het leger was verplicht in te grijpen en de minister van binnenlandse zaken gaf hen opdracht met rubberen kogels te schieten.
De EU heeft beslist 12 miljoen uit te trekken om het zuid-oosten van Tunesië met 4 miljoen inwoners toegang te verlenen tot elementaire medische zorg. Zo zouden er ziekenwagens aangekocht worden en opleidingen voor medische assistentie gegeven worden. Wie in Tunesië op eigen houtje in de woestijn wil ronddwalen, weze gewaarschuwd dat Al Qaeda via de grensovergangen naar Libië en Algerije gewapende groepen laat infiltreren om westerse gijzelaars buit te maken – niet om hen te doden, maar om losgeld te kunnen eisen. Tevens wordt er aangemaand voorzichtig te zijn op straat en markten voor gouwdieven. Gedraag u dus zoals u het in Antwerpen gewoon bent.
Tot zover een blik op de toestand in het land van jasmijn.
Floriaan Terbeke
Bron: eigen berichtgeving aangevuld met diverse mediabronnen