Rechter Walter de Smedt


Knack heeft zijn lezers de laatste weken gebombardeerd met juridische commentaren door Mijnheerke Leo Neels en juge-de-paix Nolf, die als paladijnen van het belgische regime de publieke opinie onwetendheid, rancune, wraakgevoelens en domme onredelijkheid toeschreven in de zaak van 3M (Monster Michelle Martin).
Van al het gepalaver, vooral van de vrederechter, droop de wijsneuzigheid en betweterij af. Best mogelijk, dat de juridische spitsvondigheden en de kritiek op de politici een grond van juistheid bezitten in functie van de belgische wetten, maar wij hebben al lang ons geloof in het bestaan van de rechtsstaat die dit land zou zijn, verloren. De schandelijke vermenging van politiek en justitie is een publiek feit, door iedereen gekend en geweten, wat moeten wij dan mee de komedie in stand houden, dat justitie een onafhankelijk en neutraal instituut zou zijn, dat wij moeten respecteren ? Of het nu justitie of politiek is, het is saus uit eenzelfde kommetje, want de osmose tussen beide is compleet. Justitie is een kippenren, een cluster vol conflicten, ambities, wringerijen en dat alles geruggensteund door partijpolitieke belangetjes, tradities, affaires en hoogmoed. Wie carrière wil maken (en dat zijn ze bijna allemaal) moet een partijlidkaart bezitten of gekend zijn als sympathisant van de traditionele machtsgroepen.
Zaterdag 18 augustus gaf Knack het woord aan rechter Walter de Smedt, die hulde verdient voor de wijze waarop hij als magistraat op een rustige en serene manier praat over mistoestanden binnen justitie en politiek. Een analyse die aantoont waarom wij, de gewone burgers, ons geloof in de rechtsstaat verloren hebben.
Michelle Martin: Een teken aan de wand
De vraag of Michelle Martin al of niet in vrijheid moet gesteld worden haalt alle krantenkoppen.Voor mij is dat niet de belangrijkste vraag. Waar ik reeds lang mee rondloop is de vraag hoe en waarom het zover kon komen.
Toen ik, veertig jaar geleden mijn loopbaan in de magistratuur begon was er, zoals wij dat noemen, rechtszekerheid. Een zaak werd behandeld in openbare zitting, in een debat waarop alle partijën en alle elementen aan bod kwamen, iedereen zijn zeg kon doen, de rechter een vonnis maakte dat voor de partijën en na de termijnen van beroep en cassatie voor iedereen kracht had en waarop niet meer kon teruggekomen worden. De rechter hoefde zich ook niet te bekommeren over wat er met zijn vonnis gebeurde, of dat al of niet werd uitgevoerd. Uitvoeren wat de rechter had beslist was immers de primaire opdracht van de uitvoerende macht, en indien de minister daar wat anders mee deed kon hij daarover in het huis der Natie worden geïnterpeleerd.
Het begon meerdere jaren terug toen korte straffen onder de zes maand niet meer werden uitgevoerd. Buiten enkele scheefliggers, zoals ik, stoorde niemand zich daaraan. Van zes maand werd het één jaar en tenslotte zijn wij aan drie jaar geraakt. Voor de straffen boven de drie jaar werd wat anders bedacht. De wetgever schoof de verantwoordelijkheid daarover door naar de rechtbank en maakte daarvoor een uitzonderlijke samenstelling van één rechter en twee gemandateerde ambtenaren. Er werd ook een nieuwe straf bedacht, de werkstraf. Hoewel werken voor de normale mens geen straf is werden voldoende parlementairen gevonden om dat er wél van te maken.
En omdat de huidige technologie niet kan ontkend worden kregen wij ook een elektronische enkelband. Waar ik mij nu om bekommer gaat niet alleen om wat er allemaal is bijgekomen maar vooral om wat er daardoor is weggevallen : weg rechtszekerheid,weg gezag en kracht van gewijsde (geldingskracht voor iedereen), weg ministeriële verantwoordelijkheid, weg grondwettelijke vereisten om rechter te worden (benoeming voor het leven en onverplaatsbaarheid), weg afschrikkend karakter van de straf, en ten slotte, weg de gehele finaliteit van het gerechtelijk optreden die er in bestaat om een conflict op definitieve wijze op te lossen en de door de rechter gegeven oplossing ook afdwingbaar te maken.
Het maken van een vonnis is ook niet alleen een technische aangelegenheid, een kruiswoordraadsel of een mathematische oefening, waarin enkel gezocht wordt alles volgens de regeltjes te laten overeenstemmen. Recht spreken moet ook trachten recht te doen, en dat kan je niet indien je het probleem uit zijn maatschappelijke context haalt. Oordelen over mensen en hun problemen kan je niet vanuit een ivoren toren en vereist dat je met beide voeten in de samenleving staat. Daarom is het niet verkeerd dat ook rechters een maatschappelijke belangstelling en overtuiging hebben. En ook daar is er wat veranderd.
Voorheen gebeurde een benoeming tot rechter op grond van de ministeriële verantwoordelijkheid. Nu is de justitieminister gebonden door het advies van de Hoge Raad voor de Justitie. Niemand is daar nu nog aanspreekbaar of verantwoordelijk voor. Daardoor werd getracht de politieke benoemingen te weren maar is het gevaar ontstaan dat rechters voornamelijk techniekers gaan worden die de band met het maatschappelijk gebeuren verliezen.
In de plaats van wat is verdwenen zien wij nu dat zelfs indien een zaak tot in cassatie werd behandeld, er ofwel geen of een willekeurig gevolg aan wordt gegeven,de uitvoeringsmodaliteiten meermaals voor de strafuitvoeringsrechtbank worden betwist, en zelfs wanneer er een enkelband voorradig is er geen personeel is om toe te zien op de gegeven signalen. Omdat ik het voorheen al had gezegd en geschreven viel het ook bij het maken van een vonnis over een veelpleger spontaan uit mijn pen : wat is de zin van een vonnis als men er niets mee doet,en worden nieuwe feiten door de niet-uitvoering dan niet uitgelokt?
Blijkbaar mag een rechter in dit land zich niet bezinnen over het nut en het gevolg van wat hij doet, want enkele uren na de uitspraak verklaarde de voor de uitvoering verantwoordelijke justitieminister dat ik zou vervolgd worden voor rechtsweigering. Dat is intussen ook gebeurd .En daardoor is er aan mijn lijst van wijzigingen een belangrijk gegeven bijgekomen. Voorheen was straf- en strafprocesrecht legaal recht,en kon enkel de wetgever beslissen wat strafbaar was en op welke wijze de vervolging moest gebeuren.Door aan het misdrijf van rechtsweigering een andere inhoud te geven dan deze die wettelijk is bepaald gingen zowel de justitieminister, de procureur-generaal als de eerste-voorzitter van het Hof van Beroep te Antwerpen buiten de wet en schoven zij het legaliteitsprincipe (enkel de wet kan bepalen wat een misdrijf is) opzij.
Omdat zowel het Hof van Beroep als het Hof van Cassatie daar niet naast kon kijken en ik vrijgesproken werd, maakte de huidige staatssecretaris voor institutionele hervormingen een voorstel tot oprichting van een College van Hoven en Rechtbanken. Dit college zou dan de bevoegdheid moeten krijgen om,langs de korpsoverste om, aan de rechter dwingende maatregelen op te leggen voor een betere algemene rechtspraak. Dwang op de rechter,dat kan zelfs het Hof van Cassatie niet en dat kan in een rechtsstaat niemand en geen enkele instelling!
Over de achterliggende gronden van al deze wijzigingen kan een boek geschreven worden.Intussen lijkt mij deze kleine evaluatie toch voldoende om de vraag te stellen of wij, zoals men dat zegt, het kind niet met het badwater hebben buitengegooid. Mijn vrijspraak heeft dan misschien toch een nuttig element bijgebracht : zich bezinnen over de oorzaken van de “zero confidence” van de burger en zelfs het schrijven hierover is niet strafbaar en wellicht erg nuttig. Alleen al het herhaalde leed van de nabestaanden is een goede reden om hierover na te denken.
Walter de Smedt

Wie is rechter Walter de Smedt ?
We copiëren onderstaand artikel uit GvA van 28 maart 2012 http://www.gva.be/regio-antwerpen-zuid/boom/rechter-de-smedt-deed-aan-rechtsweigering.aspx
Rechter Walter De Smedt (foto) heeft aan rechtsweigering gedaan door zichzelf te wraken in de zaak van Mustapha F. (38) uit Boom. Dat zegt het Antwerpse hof van beroep woensdag in zijn arrest nadat het de zaak naar zich toe had getrokken.
Rechter De Smedt wraakte zichzelf vorig jaar omdat hij het niet pikte dat rechtbankvoorzitter Jacques Mahieu een zitting van hem had overgenomen en de zaak van Mustapha F. - die De Smedt absoluut behandeld wilde zien omdat ze al 19 keer was uitgesteld - opnieuw naar een latere datum had verschoven. De Smedt gaf als reden voor zijn wraking dat hij "wilde beletten dat uiting zou gegeven worden aan opmerkingen die als niet sereen zouden kunnen worden beschouwd".
Vete
Het is een publiek geheim dat het tussen beide heren niet botert. De Smedt sprak in 2009 nog een gps-dief vrij omdat diens eerdere straf niet was uitgevoerd. Hij moest zich vervolgens verantwoorden voor "rechtsweigering" bij voorzitter Mahieu, maar werd vrijgesproken.
Volgens het hof maakte hij zich in deze zaak wél schuldig aan rechtsweigering. Nadat het openbaar ministerie beroep had aangetekend tegen de wraking, besliste het hof om de zaak naar zich toe te trekken. Het hof oordeelde dat De Smedt geen dwingende reden had om zich te wraken en dat het zijn plicht was om recht te spreken.
Het hof behandelde de zaak woensdag meteen zelf. Mustapha F. kreeg drie jaar cel met uitstel omdat hij zijn eigen woning in brand had gestoken na een familiale twist. Hij moet de verzekeringsmaatschappij, die al had uitbetaald, bijna 144.000 euro betalen, plus de gerechtelijke intresten.
Ray





















