Wurlitzerdromen


Dag vrienden,
Een grande dame die niet mag ontbreken in deze rubriek is Juliette Gréco. Zij werd geboren in Montpellier op 7 februari 1927 uit een Corsicaanse vader en een moeder die later actief zou worden in het verzet. Als Juliette zes jaar oud is, verhuist ze met haar familie naar Parijs waar ze zal blijven wonen. Als kind gaat ze naar de dansschool in l’Opéra de Paris, waar ze figureert in de voorstellingen. In haar tienerjaren – in volle oorlog - besluit Juliette haar moeder na te volgen en deel te nemen aan het verzet. Ze wordt gevangen genomen, maar in tegenstelling tot haar moeder en haar zus wordt ze niet gedeporteerd naar Ravensbrück omdat ze nog zo jong is. Tot 1942 wordt ze gevangen gezet in Fresnes. Terug moederziel alleen aangekomen in Parijs heeft Juliette geen geld en weinig contacten en ze klopt aan bij haar vroegere lerares Frans Hélène, die haar onderdak verleent. Haar moeder en zus zullen in 1946 naar Indochina emigreren.
Vlakbij is de buurt Saint-Germain-des-Prés en in 1945 komt Juliette er in contact met het links-intellectuele en artistieke milieu. Daar raakte ze bevriend met existentialisten als Sartre en met Simone De Beauvoir. Ze speelt er rolletjes in theaterstukken en wijdt zich aan haar radioprogramma over poëzie. In 1949 krijgt ze zelfs een rol in Jean Cocteaus film Orphée. Veel artiesten en schrijvers beschouwen Juliette in die tijd als hun muze. Met de jazzmuzikant Miles Davis beleeft ze een intense liefdesrelatie. In datzelfde jaar 1949 start ze haar zangcarrière: met haar hese stem vertolkt ze ingetogen liedjes, waarin ze teksten verwerkt van schrijvers als Sartre en Prévert. Si tu t’imagines is haar eerste populaire chanson. Vanaf 1952 begint Juliette de wereld te verkennen en ze treedt op in landen als de Verenigde Staten en Brazilië.
In 1954 zingt ze in de Olympia in Parijs en ontmoet haar aanstaande echtgenoot, de acteur Philippe Lemaire, bij de opnames van de film Quand tu liras cette lettre. Ze scheiden echter in 1956 na de geboorte van hun dochter Laurence-Marie. In dat jaar geeft ze concerten in Europa. Vervolgens vertrekt ze naar New York en haar vertolkingen van Franse liedjes roepen veel enthousiasme op. Ze ontmoet de producer Darryl F. Zanuck bij de opnames van de film “The sun also rises” van Henry King (1957). Ze worden geliefden en Juliette draait enkele van zijn producties.
Na enkele films legt ze zich vanaf 1959 volledig toe op haar chansons. Ze leert nieuwe talenten kennen, die ze helpt in hun zoektocht naar succes, bijvoorbeeld Jacques Brel, Léo Ferré en Serge Gainsbourg. Met hen zal ze ook vaak samenwerken in haar carrière, zoals bij haar hit La Javanaise met Gainsbourg. In de jaren ’60 beleeft Juliette het hoogtepunt van haar populariteit in Frankrijk en daarbuiten. In 1965 speelt ze een rol in een televisieserie en probeert zich enige tijd later van het leven te beroven. In 1967 ontmoet ze Michel Piccoli die haar tweede echtgenoot zal worden. Ook dit huwelijk is niet voor de eeuwigheid: ze scheiden in 1977.
Vanaf 1975 wordt de muziek van haar chansons geschreven door Gérard Jouannest, sinds 1968 haar pianist en begeleider. Ze trouwt met hem in 1989. Ze doet talrijke tournees in het buitenland, met name in Duitsland en Japan. Decennia blijft ze met succes platen maken, optreden en volle zalen trekken. In 1982 verschijnt haar autobiografie Jujube.
In 2009 is haar – voorlopig - laatste album uitgekomen: Je me souviens de tout. Samen met haar echtgenoot Gérard Jouannest, een pianist, gaf ze dat jaar nog vier concerten in het Théâtre des Champs-Élysées.
Mag ik jullie aandacht en welwillend applaus voor deze icoon van het Franse chanson, Juliette Gréco, die volgens Jean-Paul Sartre “duizend gedichten in haar stem” had, en het gekozen lied “Les feuilles mortes”, een opname uit 1967 in Berlijn. Een gedicht van Jacques Prévert en muziek door Joseph Kosma.
Kusjes
Lolita
















