Men zegge het voort (nr 895)
Wat de leden van onze laatste regeringen hebben uitgespookt, tart iedere verbeelding. Gedurende de laatste jaren gaat het van kwaad naar erger en kan men enkel jammerlijke vaststellingen doen.
1. De getallen waarmede deze mensen goochelen stijgen exponentieel. Ministers verbinden zich tot het uitgeven van steeds grotere sommen waarover ze niet beschikken.
2. Ze deinzen er zelfs niet meer voor terug om zaken te beloven voor steeds langere termijnen. Op deze wijze nemen ze reeds beslissingen voor hun opvolgers en de opvolgers van de opvolgers zoals in het geval van de groenestroomsubsidies die voor niet minder dan 20 jaar werden beloofd.
3. De meeste van deze nefaste beslissingen, zoals de miljardenhulp voor DEXIA, werden zonder lang nadenken genomen en dit voor bedragen die men niet meer als normaal kan beschouwen.
Door dit totaal gebrek aan ernst hebben de regeringen gedurende de voorbije jaren onze staatsschuld tot 368 miljard euro extra laten exploderen.
We zijn stomverbaasd dat Justitie nog niet heeft ingegrepen. Wanneer een zakenman tegenslag heeft en na het verlies van zijn kapitaal nog tekorten heeft en dus de boeken moet neerleggen gaat Justitie toeslaan. Hij kan zwaar gestraft worden; verbod krijgen om nog beheerder te zijn in een vennootschap; zelfs in sommige gevallen een beroepsverbod krijgen. Daarvoor hoeft hij zelfs nog niet een fractie aan fouten te maken zoals onze laatste regeringen om de haverklap doen. Indien ons land een vennootschap was zou men onmiddellijk de boeken moeten neerleggen; tot de vaststelling komen dat het een bedrieglijk faillissement was en de beheerders (regeringsleden) aanhouden en in den bak steken.
Wat zouden die regeringsleden en hun respectievelijke leiders bijvoorbeeld kunnen antwoorden op volgende beschouwingen van de aangestelde onderzoeksrechter :
1. Uit mijn onderzoek blijkt dat een zekere Van delanotte u heeft kunnen overtuigen om zonder nadenken en zonder dat u over die gelden beschikte niet minder dan 14 miljard Euro subsidieverplichtingen heeft aangegaan die nu door de belastingbetalers zullen moeten worden opgehoest. Men ging zelfs zover om verplichtingen aan te gaan die de looptijd van uw mandaat talrijke malen overschrijdt. Enkelen onder u gingen zelfs zover om schaamteloos vergoedingen voor uitgeoefende mandaten te ontvangen en dit voor mandaten bij diezelfde overgesubsidieerde ondernemingen die trouwens meestal werden opgericht om van die zinloze subsidies te kunnen profiteren. Heel dit dossier lijkt me steeds meer op een fraudedossier en een oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgelden die trouwens nog niet beschikbaar waren. Ik ga U allen vervolgen voor "bendevorming" en hoop dat U passend zal bestraft worden.
2. Uit mijn onderzoek blijkt dat een zekere Leterme u heeft kunnen overtuigen om zonder nadenken en zonder dat u over die gelden beschikte voor tientallen miljarden verplichtingen bent aangegaan ten voordele van banken die aan medewerkers die als speculanten onbegrijpelijke risico's namen nog fortuinen aan premies en bonussen uitbetaalden. Bovendien kon niemand van u tijdens mijn ondervragingen op enkele miljarden Euro na vertellen hoe groot de uiteindelijke afrekening zal zijn. Heel dit dossier lijkt me steeds meer en meer op een fraudedossier en een oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgelden die trouwens nog niet beschikbaar waren. Ik ga u allen vervolgen voor "bendevorming" en diefstal en hoop dat U passend zal bestraft worden.
Buiten deze twee voorbeelden liggen er reeds enkele andere en nieuwe dossiers op mijn tafel die er eveneens zeer bedenkelijk uitzien. Ik zal u daarvoor in de loop van de volgende weken ondervragen en u nu reeds verwittigen dat de rechtbanken zeer zwaar zullen tillen aan het zich steeds maar "herhalende" karakter van al uwe gedurende de laatste jaren, nefast genomen beslissingen waarvan nu reeds vaststaat dat ze al de door onze ouders en grootouders opgebouwde reserves hebben verbrast. Erger nog ... U hebt reeds fortuinen verbrast van niet beschikbare gelden en dus gigantische putten gegraven waarvan niemand nog weet wie ze zal kunnen of moeten vullen in de toekomst.
Mijne Heren en Mevrouwen, ik ben als onderzoeksrechter beschaamd over uw betoonde gedrag; ik ben beschaamd over al de sommen die u via talrijke mandaten schaamteloos hebt opgestreken als vergoeding voor niet bewezen diensten; ik ben verbolgen over het feit dat u geen berouw blijkt te betonen en nog de indruk wil laten dat u hard hebt gewerkt voor de gemeenschap. In afwachting van uw proces ga ik u nu reeds 30 dagen de kans geven om over alles rustig na te denken in eenzaamheid en afzondering.
Men zegge het voort,
Freddy van Gaever















