Vlaams-nationalisten volgen zeer van nabij de bankperikelen. De situatie wijzigt nog van uur tot uur. Toch kunnen wij nu reeds een aantal belangrijke hoofdlijnen onderscheiden. Fortis, de tot voor kort grootste Belgische bank, werd in één week tijd volledig op de knieën gewrongen. Ondertussen zijn de levensvatbare componenten ervan netjes verdeeld onder de Nederlandse staat en een Franse grootbank. De kleine aandeelhouder blijft verweesd achter met een portefeuille rommelkredieten. Ook Dexia, nochtans stevig verankerd in het Belgisch-Frans financieel systeem, dreigde te kapseizen in de zware turbulenties op de beurs. Een forse kapitaalverhoging van de referentie-aandeelhouders leek de bank op de been te houden, maar nieuwe schokken in de bankwereld dreven Dexia opnieuw naar de afgrond.
De Franse overheid zag haar kans schoon om haar greep op de bankgroep gevoelig te versterken. Dexia is echter nog steeds niet uit het oog van de storm. Zo bracht het nakende faillissement van de Duitse Hypo Real Estate bank Dexia terug op de rand van het ravijn. Enkel de nipte tussenkomst van de Duitse regering kon erger vermijden. Parijs staat inmiddels klaar om Dexia zonodig verder te kapitaliseren en in te palmen. Met Jean-Luc Dehaene aan het hoofd van Dexia heeft het aan België verknochte financiële establishment een trouwe paladijn op post, waarvan niet moet worden verwacht dat hij de belangen van de kleine Vlaamse spaarder tegen de ambities van de Franse president Sarkozy zal verdedigen.
De Belgische financiële instellingen hebben sterk te lijden onder de moeilijke internationale omstandigheden. Maar de val van de grootbanken Fortis en Dexia kwam niet onverwacht. Fortis werd genekt door de eigen hoogmoed, arrogantie en struisvogelpolitiek. De veel te dure overname van ABN Amro, nota bene zonder heldere cijfers, zonder de financiering rond te hebben, en met een significante blootstelling aan risicoproducten brachten de bank in ademnood. De onmogelijkheid om nog aan liquiditeiten te geraken, bleek catastrofaal. Vervolgens ging ook Dexia voor de bijl en werd het vertrouwen aan diggelen geslagen door de aanhoudende problemen bij FSA en bij de portefeuille “Gestructureerde Producten”. De PS-figuur Guy Quaden (zogezegd gouverneur van de Nationale Bank maar die - sinds hij deze week met een aantal naar ons oordeel doelbewuste uitspraken virtueel de moeilijkheden van zijn politieke vrienden en hun politieke banken heeft proberen te exporteren naar KBC en ING – veeleer de aangebrande reputatie van een financiële pyromaan heeft) had in één ding naar ons gevoel wel gelijk: in België is de zwaarste crisis sinds de crash van 1929 een feit.
De Belgische overheid moest optreden om een crash van het financieel systeem en zware economische problemen te vermijden. De maatregelen van Leterme en C° lijken echter sterk op paniekvoetbal. De Nederlandse staat is er in geslaagd de Nederlandse activiteiten van Fortis, inclusief ABN Amro, aan soldeerprijzen op te kopen. De rendabele Belgische activiteiten zijn verpatst aan de Franse bank BNP-Paribas. De Fortis-aandeelhouder blijft zitten met een hoop rommelproducten en een paar internationale bank- en verzekeringsactiviteiten. Ook in het dossier Dexia heeft de regering zijn onmacht laten blijken door de Franse staat toe te laten een blokkeringsminderheid in de bank op te bouwen.
De Europese gedachte is momenteel ver weg. Terwijl andere Europese lidstaten terugvallen op hun eigen staatstructuur om de financiële problemen in hun land op te lossen, kijkt Leterme naar Parijs. ‘Eigen volk eerst’ blijkt in de meeste lidstaten geen vies begrip als het over de belangen van de eigen spaarders gaat. België daarentegen blijkt niet in staat zelf voor een oplossing zorgen, maar zoekt in een struisvogelreflex bescherming bij zijn grote Franse buur.
Het is immers frappant dat in beide dossiers de Franse belangen als grote overwinnaars uit de bus komen. Het blijft dan ook een open vraag of andere opties serieus onderzocht zijn. Waren er dan echt geen andere instellingen geïnteresseerd in een uitgebreid kantorennet en miljoenen Belgische klanten? In 1992 slaagde Zweden er in een soortgelijke crisis te bezweren door een tijdelijke nationalisering van banken. Waarom werd een dergelijk scenario, weliswaar onder strenge voorwaarden over de duur en het management, niet overwogen? Werden er eerlijke mogelijkheden opengehouden voor andere kandidaten dan BNP? Allemaal vragen zonder antwoord en tegen de achtergrond van de weinig geruststellende veronderstelling dat de belangen van kleine beleggers en spaarders duidelijk ondergeschikt bleken te zijn aan de grote halfpolitieke symboolwaarde van Fortis voor de aftandse Belgische francofiele en financieel-economische elite.
De Vlaamse kleine belegger, de onderdaan van een staat die de zijne niet is, blijft ondertussen in de kou. Degene die jarenlang als goede huisvader belegde in kwaliteitsaandelen zoals Fortis en Dexia, mag al tevreden zijn àls hij nog iets recupereert van zijn investering. Ook de belastingbetaler dreigt op te draaien voor het gelag, aangezien de Vlaamse overheid rechtstreeks een forse participatie in Dexia heeft genomen. Franskiljons België negeert de kleine aandeelhouder en brave belastingbetaler door zich aan te schurken bij zijn Franse broodheren.
Het onafhankelijke Vlaanderen van de toekomst, zonder de invloed van de belgicistische haute finance, zal alleszins beter het hoofd kunnen bieden aan buitenlandse druk. Vlaamse soevereiniteit is dan ook een betere waarborg voor Vlaams spaargeld dan de loze beloften van een op Frankrijk gerichte Belgische regering, die er niet beter op vindt dan financieel-economische sleutelposities te bestaffen met mensen als Etienne Davignon en, tot op heden, Maurice Lippens. Van hen is geweten dat zij rechtstreeks aan het Hof rapporteren. Hun francofiele vooringenomenheid houdt bij ernstige financiële stormen reddende alternatieven uit beeld, wanneer die te Nederlands, Duits of Angelsaksisch getint zijn. De casussen Fortis en Dexia leggen hier eens te meer getuigenis van af. ING bleef netjes uit beeld. BNP-Paribas verscheen als redder in nood, maar het Fortis-schip was toen al verder lek geslagen en de financiële verliezen explosief toegenomen.
De verantwoordelijkheid van topfiguren als Lippens, Votron, Miller en C° is dan ook zonder meer verpletterend. Hun grootheidswaanzin grensde aan het ongelofelijke: na de overname in 1997 van het Nederlandse MeesPierson, volgde in 1998 de Generale Bank, in 2005 het Turkse Disbank en in 2007 richtte Fortis zijn pijlen op ABN Amro. Een brug te ver, zo blijkt. Of: hoogmoed komt voor de val?
In elk geval trachtten de Belgen de Nederlandse grootbank over te nemen zonder kennis van relevante cijfers of de mogelijkheden de financiering rond te krijgen. Dit wordt in Nederland nu terecht als kritiek tegen Lippens en anderen ingebracht. De Nederlandse Minister van Financiën Bos verklankt enkel wat in feite gans politiek en financieel Nederland weet, helaas met bevestiging van aloude clichés over hun zuiderburen. De Vlaming Fred Chaffart, vroegere topman van de Generale Bank, ziet het helder in en verwijt de top van Fortis het onmogelijke te hebben willen presteren - de ABN Amro-overname - terwijl een gigantische financiële storm kwam aanzetten. Met hem zijn er niettemin nog vele andere Vlamingen, gedupeerd of niet, die rekenschap eisen.
Een parlementaire onderzoekscommissie is absoluut noodzakelijk om de fouten, eventueel het bedrog, de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van de dagelijkse leiding en hun brede al dan niet politieke entourage (tot aan de rol van de monarchie en de Nederlandse en Franse overheden toe) bloot te leggen. Slechts indien de verantwoordelijken voor deze debacles vastgelegd zijn, kan eventueel het vertrouwen in het bancaire systeem enigszins hersteld worden. Daarbij mag de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen niet buiten beeld blijven. Vooral de politisering van deze belangrijke instelling zet aan tot nadenken. Figuren als voorzitter van de Raad van Toezicht Eddy Wymeersch, van SP.a-signatuur, spelen een sleutelrol in het verzekeren van de loyaliteit van de bankcontrole aan de Belgische financiële elite. Iemand die zijn verantwoordelijkheid in het verleden wél wilde opnemen, en de regels strikt en voor de gepolitiseerde financiële wereld tè strikt en met te weinig onderdanigheid toepaste, zoals Jean-Louis Duplat - tot 2001 voorzitter van de Bankcommissie - kreeg zijn ontslag en werd vervangen door Servais, kabinetschef van de financiële en fiscale schertsfiguur Didier Reynders. Heel wat vragen dus. Nietszeggende replieken van een zelfgenoegzame kaste kunnen deze keer niet volstaan.
Gerolf Annemans
***
Wij copiëren met veel genoegen het artikel van Gerolf Annemans bij Angeltjes, omdat het op zijn eigen webstek erg moeilijk te lezen valt. Wat jammer is, want de visie van een van de intelligentste volksvertegenwoordigers uit de federale kamer verdient beter. Het weze gezegd met respect en vriendschap.
1 reactie op dit bericht
zoontje van ... gelukkig niet verongelukt !
wat een onbeschofte bende toch die 00000! die 5de 0 staat voor Onbeschoft !