Naar aanleiding van de aanslagen in Mumbai kwam de Indische gemeenschap van Antwerpen ook even in de kijker. Van de 170 nationaliteiten die verblijven in de stad van Allah, zijn de Indiërs ongetwijfeld de meest welvarende. Nog meer uitgesproken dan bij andere vreemdelingen, bestaat bij hen niet de geringste behoefte zich in onze gemeenschap in te schakelen. Absoluut niet. Geen denken aan. Geen integratie, maar ook geen vijandigheid. Veeleer onverschilligheid. Laat het ons zo stellen : zij verdienen hier de kost, dragen belastingen af, doen vermoedelijk geen enkel beroep op sociale hulp en leven in splendid isolation hun leven. Weelderige apartheid.
Het precieze aantal Indiërs is moeilijk te achterhalen ; zelf schatten zij het op 1000 tot 2000 personen. Hun aanwezigheid is louter economisch geïnspireerd : hier oefenen zij hun beroep uit als handelaars, producenten van sierdiamanten en industriestenen. De meesten verblijven hier met hun ganse gezin en een staf voor de huishouding en de handenarbeid. Dit huispersoneel behoort grotendeels tot de lagere Hindoekaste en we zullen daar maar niet verder op ingaan, want alle officiële beweringen ten spijte dat de kastes afgeschaft zijn, leven ze onaangetast verder in de Indische maatschappij.
De Indo-Antwerpsegemeenschap leeft geconcentreerd in de omgeving van het residentiële Nachtegalenpark, waar de inwoners hun wijk betitelen als Little Bombay. Na de tragedie van voorbije week klinkt de oude naam van Mumbai heel wat charmanter. De oude stadsvilla's die hier jaren de boventoon voerden, zijn massaal opgekocht, onherkenbaar gerenoveerd of gewoon afgebroken en vervangen door kleine paleisjes met veel marmer, exclusieve bouwmaterialen en getuigend van een door niets weerhouden architecturale exotische creativiteit. Elk woonpand is bovendien beveiligd als Fort Knox. De angst op beroving maar vooral ontvoering is immens.
Het opmerkelijke aan deze Indische mensen is dat zij allen behoren (behalve het personeel) tot de minder gekende godsdienst van het Jaïnisme, dat over heel de wereld een tien miljoen aanhangers kent. Deze religie is niet bepaald een aantrekkelijk gebeuren en hopelijk zal u nooit uitgenodigd worden voor een hapje of een drankje, want het is armoede-troef. Hier zijn geen rijke tafelen niettegenstaande de mensen zwemmen in het geld. "Wij vinden dat wij alleen al door te praten bacteriën aan het doden zijn. We knippen ook zo weinig mogelijk het licht aan, omdat je ook daarmee bacteriën doodt. Op het gras lopen we zo min mogelijk, om geen insecten te vertrappelen." Jaïns eten geen vlees, geen vis, geen eieren en amper groenten die onder de grond groeien. Want een aardappel heeft meer levensvormen dan sla. Ze drinken geen alcohol, roken niet, bidden dagelijks en vinden zelfmoord de ergste doodzonde. "Nu, de perfecte jaïn bestaat niet. We kunnen alleen proberen te streven naar het perfecte. Maar wij zijn wel elke dag jaïn, jullie zijn alleen met Pasen katholiek." Tot zover een Indische mevrouw, hier met de familie op de foto in hun tuintje voor hun huisje.

Niettegenstaande hun rijkdom zijn het vaak lastige klanten in de winkels waar zij zich bevoorraden (je vraagt je af, wat
ze nog kunnen kopen, want veel komt er niet op tafel). Om toch enige smaak aan het voedsel te geven, wordt er zeer veel gefriteerd. Wat ook lekker gezond is, zoals Moe Vogels u graag zal bevestigen, als multiculturele diëtiste. De Bombay-wijk lijkt bij Indische Feesten soms op een luxueuze uitvoering van de Sinksenfoor, met de fletse geur van smoutebollen, wafels en lacquemans. En veel gekleurde lampions. Maar olala, bij de kruidenier wordt er afgedongen, want dat behoort nu eenmaal tot de gebruiken in het moederland. Als de stumpies van de VRT en de Morgen dat vernemen, zullen zij de winkeliers onmiddellijk afschilderen als racisten als zij niet ingaan op de gevraagde kortingen. Voor alle koeltoeren moet respect betoond worden, op die van ons mag gescheten worden, als u mij deze onbeschofte taal voor een keer wil vergeven.
De grote en verregaande bekommernis en respect voor leven, wekt heel wat sympahie op voor deze mensen. Het is echter bevreemdend vast te stellen, dat men nauwelijks het gras durft te betreden uit angst de wormen te verstoren, maar dat anderzijds het personeel behandeld wordt zoals de boer het deed met zijn hond aan de ketting.
Momenteel wordt er in Wilrijk gewerkt aan een reusachtige tempel met een bijhorend cultureel centrum voor de jains. Het zal een complex worden van meer dan duizend vierkante meter. De afwerking zal zeer luxueus zijn en volledig in de stijl van India. De witte granietsteen wordt bijvoorbeeld in Indische ateliers gebeeldhouwd en per boot overgebracht naar de haven van Antwerpen. Het is de bedoeling de tempel open te stellen voor iedereen, mits de bezoekers de gebruiken van de jains respecteren. Dit houdt onder andere in dat men de tempel niet mag betreden met schoenen en dat lederwaren verboden zijn. Spuwen op de grond kan i secten kwetsen, maar op de aanwezige paria's kan u zich rustig uitleven.
Indische ambachtslieden zijn druk in de weer met de buitengevel van de tempel in Wilrijk
Detail in de gevel
*
***
*
Hier zeggen we maar niets bij, want anders staan de suffies van de VRT met hun captatiewagen voor de deur : het is de vlag van de Jaïnisten. Apart, niet ?
Ray
5 reacties op dit bericht
Voor Ludo : Maria van Bahia. Aub
. Franse versie met Ray Ventura en Henri Salvador (even wachten tot na de inleiding)Na de oorlog...
Hoe het komt weet ik niet maar dat waren de platen die we hadden en die werden bij wijze van spreken stukgedraaid. "Gold und Silver" was één van die toppers. Een radio hadden we toen nog niet. Later kwamen pas Bobbejaan Schoepen met zijn duivekot, Jan Verbraeken met zijn vertaling van het Friesenlied (Lichtjes van de Schelde?) en wij leerden die liederen van de andere kinderen. Ik herinner mij het lied "Aiaiaiai Maria, Maria van Bahia... alle jonge harten kloppen alleen maar voor Maria". Ik zong dat met volle overgave op de speelplaats van de Lagere school en kreeg straf van de meester wegens een slecht lied. En ik dacht dat het een Marialied was...
Mijn mémé
Mijn ‘mémé was van februari 1899. De muziek die hier op Angeltjes de revue is gepasseerd daar hield ze zo van. Zoals reeds eender gezegd, ik kom daar pas de laatste maanden achter. Vreemd.
Het fragment dat U plaatste Heer Ray: Core ‘Ngrato was beslist óók haar lievelingslied.
Al verstonden ze van tekst geen jota, het was de muziek die het hem deed.
Bij 'tu nun’nce pienze a stu dolore mio'… en… 'core, core ‘ngrato'….gingen de sluizen open…
Haar dochter, mijn tante die mij mee heeft opgevoed (ruggegraat en ‘grote meisjes wenen niet, maar pakken problemen frontaal aan'…) kon nooit goed overweg met de tranen van haar moeder en bij 'Sto’ a struffi'… gaf ze een gekke opvoering, alsof ze op de bühne stond, zodat mémé terug begon te glimlachen…
Niet alleen...
Op muzikaal gebied zijn we tegenwoordig nog enkel "arme luizen" die hun troost moeten zoeken in fragmenten op het internet.
Oeps, 't schiet me nog een te binnen: Dennis King.
Benjamino Gigli...