Wat hebben we nog gemeen?
Eric Donckier
@ Het Belang van Limburg - 27 mei 2008
Heeft dit land nog een toekomst? Eerlijk gezegd, met de dag geloven we er minder in. Nu is zelfs ons buitenlands beleid inzet van communautaire ruzies.
Brussel-Halle-Vilvoorde, het jeugdsanctierecht, de benoeming van Franstalige burgemeesters, goedkope huisartsen versus dure specialisten, de numerus clausus voor geneeskunde-studenten, de Vlaamse wooncode, de zin en onzin van flitspalen, de verdeling van de financiële middelen uit het verkeersboetefonds, de onderwijsinspectie in de Franstalige scholen in de Vlaamse rand, het asielbeleid, de regularisering van mensen zonder papieren, het tewerkstellingsbeleid, de activering van werklozen, de investeringen bij de spoorwegen, de geluidsnormen... En nu ook het buitenlands beleid. Is er nog iets waar we geen ruzie over maken?
Waar de ruzie over gaat, dat weet u. Karel De Gucht vindt dat de Congolese president Kabila onzorgvuldig omgaat met het vele geld dat ze van België krijgen en vindt het zijn morele plicht om dat aan te klagen. De Franstaligen en vooral PS-voorzitter Elio Di Rupo vinden dit ongepast en hebben het over neo-kolonialisme, paternalisme en arrogant gedrag van Karel De Gucht.
Vroeger kon men met een aftandse kever heel Congo afreizen, nu lukt het nog amper met een dikke jeep. Congo moet zowat het enige land zijn waar het van jaar tot jaar slechter gaat. Het ene corrupte regime volgt het andere op. Ook Kabila en kompanen denken eerst aan zichzelf, wat overblijft is voor de andere 62 miljoen Congolezen. En wanneer Karel De Gucht dit aanklaagt - op zijn De Guchts en dus cassant maar inhoudelijk wel juist - dan vinden de Franstaligen en in het bijzonder Elio Di Rupo dit niet kunnen. Hoe is het mogelijk? We zouden Di Rupo en kompanen willen aanraden om de uitzending van Ter Zake van gisterenavond op te vragen bij de VRT. Dan kunnen ze zelf zien dat de Congolezen in Brussel wél begrip hebben voor Karel De Gucht.
De ruzie tussen Vlamingen en Franstaligen over Congo is zowat het ultieme bewijs dat Vlamingen en Franstaligen op een totaal andere manier naar de wereld kijken. Samenwerken wordt steeds moeilijker. Dit land heeft geen toekomst. Elio Di Rupo beseft dit als geen ander. Daarom dat hij het steeds vaker over de federatie Wallo-Brux heeft, het voorgeborchte van een onafhankelijk Wallonië met Brussel als hoofdstad. De Vlaamse regering zou er goed aan doen om op haar beurt de toekomst voor te bereiden.
De toekomst van een onafhankelijk Vlaanderen.
Wat hebben we nog gemeen?
Paul Geudens
@ Gazet van Antwerpen - 27 mei 2008
Moet Yves Leterme in de onderhandelingen over de tweede fase van de staatshervorming, die tegen 15 juli afgerond moet zijn, ook de splitsing van Buitenlandse Zaken ter sprake brengen? Afgaande op de discussie van de jongste dagen wél. Blijkbaar ontsnapt geen enkel thema nog aan de communautaire opdeling van het land. Noem een onderwerp, en Nederlandstalig en Franstalig België denken er verschillend over.
Dat Vlamingen en francofonen redetwisten over Brussel en zijn Vlaamse Rand, over de faciliteiten, over de solidariteit en de geldtransfers tussen de beide landsdelen, over de arbeidsmarkt en gezondheidszorg, dat zijn we ondertussen al decennia gewoon. Later zijn daar ook thema's bijgekomen als het koningshuis, justitie, (verkeers)veiligheid, asiel en migratie.
Vandaag zijn we in een fase aanbeland waarin letterlijk over niets nog hetzelfde wordt gedacht. Zelfs Buitenlandse Zaken en Defensie ontsnappen niet meer aan de Belgisch gangreen. Getuige het voortdurend gecontesteerd optreden van gewezen defensieminister André Flahaut. En nu dus de Vlaams-Waalse ruzie over de Belgische Congopolitiek.
Alle Franstalige politieke partijen menen dat Karel De Gucht zijn boekje te buiten is gegaan tegenover de Congolese president Kabila. "Beleefd blijven" is de boodschap die Elio Di Rupo en consorten geven. In Vlaanderen kan De Gucht op veelmeer instemming rekenen voor zijn ongezouten kritiek op de corrupte Afrikaanse leiders.
Alleen Bert Anciaux schaart zich achter het Franstalige standpunt. Zou hij zich realiseren dat hij daarmee in het kamp zit van politici die alle mogelijke internationale instanties naar hier halen om de Franstalige minderheid rond Brussel te helpen beschermen, maar die nu vragen om vooral stil te wezen over de genocide en de corruptie in Congo? Over miljoenen doden moet gezwegen worden, terwijl drie burgemeesters die niet benoemd geraken, wereldnieuws moeten zijn. Begrijpe wie begrijpen kan.
Ik alvast niet.
Het is niet de eerste keer dat Buitenlandse Zaken een communautaire splijtzwam in de Wetstraat is. Herinner u hoe ene Louis Michel ons wilde verbieden om in Oostenrijk te gaan skiën, of hoe André Flahaut in z'n eentje de oorlog verklaarde aan de Verenigde Staten van Amerika. Ook in de sector van de ontwikkelingssamenwerking waren er in het verleden al fricties.
We hebben vaak kritiek op de Europese Unie omdat er geen buitenlands beleid is, omdat we bijna nooit een eenduidig Europees standpunt horen, laat staan een gezamenlijk optreden mogen meemaken bij conflicten. Maar heeft België nog een buitenlands beleid? Er is niet alleen de ruzie over Congo, er zijn ook de constante strubbelingen tussen de Belgische ambassades en de regionale vertegenwoordigers in het buitenland.
Waarmee we opnieuw bij ons uitgangspunt zijn: hebben Vlaanderen, Wallonië en Brussel nog iets gemeenschappelijks buiten een paspoort, een voetbalploeg en een koning? Weinig. Of je nu unitarist, (con)federalist of separatist bent, niemand kan buiten die realiteit. Iedereen moet die aanvaarden.
Het lost niets op om de ogen en oren te sluiten voor de sociale, economische en politieke werkelijkheid. Het komt er integendeel op aan daar verstandig mee om te gaan. Niet willen praten over een verdere regionalisering hoort daar niet bij. De Franstaligen moeten kiezen.
Ofwel onderhandelen ze nu met redelijke mensen over wat we nog gemeenschappelijk houden, ofwel praten ze weldra over een totale splitsing.
.
1 reactie op dit bericht
proberen doet mee!