Willem Elsschot, de zinnelijke mens


Georgette Hagedoorn
Literatuurliefhebbers zullen zich ongetwijfeld herinneren dat er ongeveer twee jaar geleden heel wat te doen was rond het feit dat ene Liane Bruylants zich meer dan vijftig jaar na de feiten kenbaar maakte als maîtresse van Willem Elsschot. Echt verwonderlijk was dat nochtans niet want Elsschot stond ervoor bekend een zeer zinnelijke man te zijn. Dat hij voor zijn twintigste al vader werd wijst daar misschien al op. In 1901 ontmoette hij op de kermis zijn latere echtgenote Fine en maakte haar zwanger. Maar in plaats van zich om haar lot te bekommeren maakte hij grote sier in studentenkringen. Na zijn studies week hij nog eens uit naar Parijs en beleefde ook daar de nodige avonturen. Pas nadat hij in 1908 weer een beetje op aarde was teruggekeerd, zocht hij opnieuw toenadering met Fine en hun zoontje Walter. Hij liet beiden naar Rotterdam komen alwaar het huwelijk werd afgesloten. Hij was heel lang puber gebleven, maar eindelijk nam hij dan toch zijn verantwoordelijkheid op. En aansluitend maakte hij misschien wel de gelukkigste tijd van zijn leven door. Elk jaar kwam er wel een kindje bij en in die periode was hij een perfecte echtgenoot. Maar dat liedje bleef niet duren. Vanaf 1932 – hij was toen 50 jaar – was langs zijn kant het echtelijke vuur gedoofd en ging hij weer de versiertoer op.
Willem Elsschot was een notoir aanbidder van vrouwelijk schoon, die het met de huwelijkstrouw inderdaad niet zo nauw nam. En hoewel hij met zijn 1,68 m voor 76 kg niet bijster een aantrekkelijke man was, viel hij wel in de smaak bij het andere geslacht. Blijkbaar werkte zijn status als topauteur erotiserend want aan aanbidsters was er echt geen gebrek. Eigenaardig genoeg zijn er hiervan weinig namen bekend. Alleen uit zijn mooie brieven aan Georgette Hagedoorn, de jonge weduwe van Martine Nijhoff, valt uit te maken dat er tussen die twee daadwerkelijk iets gebloeid heeft. Hij was zeer verkikkerd op haar en de affectie was wederzijds: ook van haar zijn er passionele brieven gevonden.
De geruchtenmolen wou ook dat hij iets zou gehad hebben met de al oudere Christina van der Tak, de “trouwe vriendin” aan wie hij “Villa des Roses” opdroeg, maar wat dit betreft is het bij veronderstellingen gebleven. Wellicht is het ooit bij een puur platonische verhouding gebleven?
Maar zoals gezegd waren er maîtresses bij de vleet. Hij had er dan ook zijn dagelijks leven op ingesteld. Hij had zijn bureau thuis en omstreeks vier uur ging hij zijn brieven posten. En dan duurde het tot ongeveer negen uur vooraleer zijn huisgenoten hem zagen thuis komen. Naar wat hij gedurende die vijf uren uitspookte had iedereen het raden naar, niemand van zijn huisgenoten heeft er evenmin ooit naar gevraagd. Bij zijn thuiskomst zei hij tegen Fine “Vrouw”, dat was alles, niet meteen de attitude van een echtgenoot die tuk is op het liefdesspel. En dat heeft zo jarenlang aangesleept.
Dat Fine dat met lede ogen aanzag is begrijpelijk vooral in aanmerking genomen dat hij haar en zijn zoontje Walter tenslotte ruim zeven jaar aan hun lot had overgelaten, gedurende dewelke zij in een naaiatelier bij haar ouders de kost had moeten verdienen.
Uiteindelijk is alles met het ouder worden toch nog in de juiste plooi gevallen en hebben zij samen nog ettelijke gelukkige jaren beleefd.
Merkwaardig is wel dat er in heel zijn oeuvre zo weinig terug te vinden is van zijn buitenechtelijke escapades. Ik heb het nagekeken: alleen in “Pensioen” is er een duidelijke verwijzing naar. Met name in zijn zoektocht naar geldelijke ondersteuning voor moeders van soldatenkinderen trekt hij op een bepaald moment naar het Comité voor Hulp en Voeding en komt er terecht bij zijn vroegere vriend Peeters, die aanvankelijk nogal moeilijk doet, wat bij Elsschot de bedenking ontlokt: “Denkt hij soms dat hij van mij een fooi losmaakt? Wie geeft er nu een fooi aan iemand met wie je meer dan eens bij de vrolijke meisjes gezeten hebt?” Al weet men natuurlijk nooit met zekerheid over wie het gaat: Elsschot zelf of zijn afsplitsing.
Om nog even terug te komen op Elsschots vroegere minnares Liane Bruylants: zij is geboren in 1921 en is dichteres, toneel- en scenarioschrijfster. Hun relatie duurde van 1946 tot 1951 en zij vond de “zijstapjes” van de schrijver minder vreemd. “Het was niet ongewoon”, zegt ze “toch niet in kringen van kunstenaars” en “onze ontmoetingen vonden altijd in de namiddag plaats”. Wat ruimschoots ruimte laat voor de tijdsbesteding van de uithuizige echtgenoot.
Men kan zich afvragen of men na al die jaren nog met dergelijke feiten moet uitpakken. Men kan privézaken evengoed met de mantel der liefde bedekken. Maar daar heeft natuurlijk iedereen zijn eigen mening over.
Raymond




















