
Gerard Walschap, overbuurman van Elsschot in de Lemméstraat
Willem Elsschot stond er niet bepaald om bekend een mededeelzaam man te zijn. Zelfs in zijn naaste kennissenkring was hij eerder de koele observator dan de spontane prater. Het baart dan ook geen verbazing dat het tussen het gezin De Ridder en het gezin Walschap, die tientallen jaren in de Lemméstraat buren geweest waren, zelden of nooit tot een contact die naam waardig kwam. Als Elsschot en Gerard Walschap elkaar tegenkwamen vergenoegden zij er zich mee de hand op te steken en elkaar bij de voornaam te noemen, meer ook niet. Het was in de eerste plaats Elsschot die zich weigerachtig opstelde tegenover een diepere toenadering. Hij zag in Walschap een enge, benepen katholiek die deel uitmaakte van het viertal dat bij de publicatie van Tjip in "Forum" een ironische passage over de maagdelijkheid van Maria wilde doen schrappen. En dat lag hem blijkbaar zwaar op de maag.
Een andere literaire grootheid, Marnix Gijsen, vond dit tekort aan communicatie tussen de twee grote Vlaamse schrijvers maar niets en regelde een ontmoeting die vlot verliep, maar tot een verlengstuk kwam het niet.
Elsschot is ook altijd weggebleven uit het literaire wereldje. Hij was zich wel bewust van zijn waarde als auteur, doch door katholiek Vlaanderen voelde hij zich niet erkend. Dat verklaart ook dat hij nooit lid was geworden van de Academie en toen het eindelijk zo ver was dat hij voorgedragen werd, was hij van mening dat het te laat was. Veel vroeger was hij evenwel lid geworden van de Leidse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde. Toen gaven ze daar nog een diploma voor en dat hing, keurig ingelijst, tegen de muur in zijn werkkamer. Het mooiste bewijs dat hij wel belang hechtte aan erkenning. Wat ook niet meer dan logisch was.
Maar hoe afstandelijk Willem Elsschot zich ook opstelde tegenover het gezin Walschap, des te meer stelde hij zich open voor Lieven, de zoon van Gerard. Vooral de laatste twee jaar voor zijn dood stond hij er op dat Lieven hem dagelijks een bezoek bracht tijdens hetwelk dan de dagelijkse gebeurtenissen besproken werden.
Uit een interview van Lieven Walschap (vermoedelijk) verschenen in Humo onder de titel "De laatste dagen van Willem Elsschot" valt te noteren:
Elsschot was totaal anders dan de mensen met wie ik tot dan toe te maken had. Hij was zo ondogmatisch. Niet tegen het geloof, maar gewoon ongelovig. Hij was totaal vrij, die man. En ook zijn maatstaven van goed en kwaad waren bij hem heel anders. Hij vertrok van een geheel ander standpunt. Ik vertelde hem altijd alles en hij reageerde dan wel, maar gaf nooit een oordeel. Dat hij heel Vlaamsgezind was kon hij niet wegsteken, maar het ging hem vooral over het sociale aspect van de taalstrijd, de algemene politiek van uitbuiting terwijl het geld in handen was van de Franstalige baronnen. Hij was heel maatschappijkritisch ingesteld en trok altijd partij voor de verliezer, de verdrukte, de underdog, de sukkelaar.
Over de verkiezing van Eisenhower zei hij dat hij had horen zeggen, maar ik geloof dat hij dat zelf uitgevonden had: "I like Ike zijn laik in het slaik." En in de koude oorlog was hij sterk pro de Russen, zodanig anti-Amerikaans was hij, hij heeft de Amerikanen nooit vertrouwd
Tevens was hij voorstander van de revolutie tegen de op kapitalisme geschoeide samenleving, die was de vijand, de grote boeman. Maar vandaar tot beweren dat hij een partijman was, een partijsocialist, was duidelijk een brug te ver; in dat opzicht voelde hij geen enkele affiniteit.
Hij hield ervan over kunst te praten en sprak altijd heel enthousiast over dingen die hij mooi vond. Tegenover abstracte kunst stond hij eerder sceptisch, hij hield echter wel veel van Permeke, Jespers, Ensor en de Brakeleer.
Bovendien had hij ook een goed gestoffeerde discotheek, veel platen van Bach, Vivaldi en liederen van Schubert. Soms zong hij wel mee, na een goed glas wijn, met hese stem en dan gebeurde het niet zelden dat de tranen hem van de kaken rolden. Hij was heel emotioneel, wat niet belette dat hij ook verschrikkelijk nuchter kon zijn. Op die ogenblikken onderging hij precies een gedaanteverwisseling. Je stond altijd voor verrassingen door zijn gezegdes, een totale non-conformist. Voor 95 percent vond ik hem Laarmans, er zat ook wel Boorman in, maar ik heb hem gekend als een buitengewoon, lieve romantische man.
Hij had een groot begrip voor de kleinheid van de mensen, het zielige, het onvolmaakte. En hij kon niet dulden dat iemand in gezelschap uitgelachen of gekwetst werd. Zelf was hij heel licht geraakt, wat niet belette dat hij het zeker en vast nooit liet merken.
De bijbel vond hij een prachtig boek. Dat verhaal van Job, de verplettering op zijn mesthoop, greep hem geweldig aan. Hij heeft het heel dikwijls aangehaald. De dingen die hem getroffen hadden, daar leefde hij mee, die kende hij van buiten. En als de tong wat los kwam na het nuttigen van een alcoholisch drankje, droeg hij hele brokken voor uit Reinaart de Vos. Hij legde verbanden tussen de woorden in het oude Vlaams en het hedendaagse Vlaamse dialect. Hij muntte daarin uit en hij beweerde dat dit hem geholpen had. De gedichten van Villon kende hij helemaal uit het hoofd. Hele stukken citeerde hij en bracht ze dikwijls in de conversatie te pas. "De onzichtbare man" van Wells, "The portrait of Dorian Gray" van Oscar Wilde waren boeken die hij dikwijls aanhaalde. Over zijn eigen werk sprak hij alleen als ik erover begon.
Ik heb nooit zo iemand ontmoet.
Het klopt dat Elsschot het Vlaams gedachtegoed zeer genegen was. Het bracht hem er zelfs toe een huldebetoon aan Cyriel Verschaeve te schrijven zulks op vraag van Karel Dillen. Al moeten we daar volledigheidshalve aan toevoegen dat hij op dit ogenblik niet kon bevroeden dat Karel Dillen in een later stadium het Vlaams Blok zou oprichten. En hij zag wel iets in een oude, eigenwijze dichter als Verschaeve, die dwars door alles heen de Vlaamse zaak diende. Hij vond van zichzelf dat hij dat te weinig gedaan had.
Elsschot was een humanist pur sang, hij respecteerde ieders geloofsovertuiging. Iemand die katholiek dacht en daar oprecht voor uitkwam was prima, zoals ook een communistische vrijdenker zijn gang mocht gaan, zoals zelfs notoir foute mensen recht hadden op hun opvatting. Hij respecteerde gewoon ieders overtuiging, gesteld dat die niet leidde tot bloed aan de vingers.
Meer over deze boeiende persoonlijkheid in een volgend artikel.
Raymond.
1 reactie op dit bericht
Mag-da ?
Met alle respect en ondanks zijn indruwekkende carrière hield ik niet zo van zijn acteerprestaties maar dat zal wel aan mij liggen zekers: te weinig culturele bagage meegekregen.
Misschien omdat zijn ontoegankelijkheid van hem afstraalde ?
Sorry, als ik iemand kwets.