Liever lui dan moe. Dit is het allerlaatste wat Willem Elsschot kan aangewreven worden. Met het werven van reclame en het schrijven van literatuur had hij al meer dan zijn handen vol. Die twee activiteiten gingen overigens perfect hand in hand. Het eerste ervan spijsde zijn inkomsten en de tweede bezorgde hem erkenning. Tussen de twee bedrijven door zette hij dan nog eens het petje van journalist op en in die hoedanigheid pleegde hij verschillende merkwaardige stukjes waarop hij zijn eigen stempel drukte. Een ervan droeg de titel "De toestand der Vlamingen" waarin hij de achteruitstelling over de hekel haalt van het Nederlands ten voordele van het zogenaamde chiquere Frans.
We zijn in de jaren twintig van de vorige eeuw, de taalstrijd was voor de modale Vlaming nog een ver begrip en zowel bij vele kleinere ondernemingen als in de wereld van de grote bedrijven vierde het Frans hoogtij. Vooral in de maritieme sector en aanverwante handelszaken was het fenomeen diep ingekankerd.
In "De toestand der Vlamingen" legt Willem Elsschot al een beetje de vinger op die etterende wonde. Alleen hij kan dat op die manier: heel subtiel en trefzeker, met veel humor en weinig woorden.
DE TOESTAND DER VLAMINGEN.
Sinds de Belgen hun pot weer koken is de toestand der Vlamingen er niet beter op geworden. Voor de oorlog was de Vlaming slechts een sukkelaar zonder meer, omdat hij geen Frans kende, of een gek omdat hij 't wel kende en toch van die kennis in 't publiek geen gebruik maakte. Je kwam dan in een nette winkel, bij Antwerpse mensen, om een hemd te kopen of zo. Als je in 't Vlaams vroeg om een paar van die dingen te zien, dan spraken de Vlaamse winkeljuffrouwen onder elkaar Frans, waar je bij stond, en gaven je daarna in 't Vlaams een beknopt overzicht van wat zij besproken hadden.
-Maman, il veut une chemise grise numéro 42!
En moeder riep dan van boven, of van uit de keuken:
-Nous n'en avons plus, Maria! Montre-lui une rose, c'est tout ce qui nous reste.
-Mijnheer, vertaalde de dochter dan alsof je niets gehoord had, wij hebben die grijze niet meer.
Als Vlaming mocht je waarachtig al tevreden zijn dat ze je niet met een nummer 41 naar huis zonden. Ieder ogenblik moest je jezelf afvragen: "Zou ik die mijnheer in 't Vlaams durven aanspreken?"
En de toegesprokene voelde zich beledigd als je 't wel deed. Als je er zelf enigszins mijnheerachtig uitzag, dan begreep hij dat je de Franse taal machtig was en wanneer je hem dan toch in 't Vlaams enterde, dan ging hij veronderstellen dat je hem inwendig, gewikt, gewogen en voor 't mooie Frans te licht bevonden had. Hij antwoordde dan ook in 't Frans of helemaal niet. In een café een triple-sec of een fles champagne in 't Vlaams bestellen, dat was eenvoudig monsterachig en de kelners keken dan de centen uit je zak voor ze zo'n dure consumptie uit handen gaven aan een vent die geen Frans kende. Want kelners kunnen zich niet verbeelden dat iemand, die wel Frans spreken kan, niet direct laat blijken dat hij met die gave Gods bedeeld is. Het was een ware marteling.
De meeste mensen speelden dan ook slechts voor ezel zolang zij student waren, omdat zo'n jongens wel eens gaarne voor een ideaal gemarteld worden en troost vinden in hun ontzaglijke overmoed, doch legden zich later bij 't onvermijdelijke neer en spraken Frans "pour avoir la paix." Nu echter ben je niet alleen nog slechts een ezel, zoals voorheen, maar bovendien verdacht. Je bent nog wel geen mof, maar er is nu toch beslist een luchtje aan een Vlaming en wie niet wil misprezen worden moet Frans of Engels praten.
Het leven is hier dan ook voor een Vlaming op 't ogenblik alles behalve aangenaam. Je moet jezelf voortdurend schamen, je moet doen alsof het je voor zijn minst vreselijk spijt dat je van Vlaamsen bloede bent, en als het ware beloven dat je dat euvel ten spoedigste zult goedmaken. "Je suis encore un peu Flamand, monsieur, c'est vrai, mais j'arrangerai cela." Wie nu nog zijn kinderen in 't Vlaams durft op te voeden, bedrijft een misdaad. Ik erken dan ook gaarne dat ik met mijn zes erfgenamen vreselijk in nesten zit, want de vijf jongsten kennen nog geen gebenedijd woord Frans. Al dat kleine grut loopt in 't Vlaams te schreeuwen en ruzie te maken dat je het op straat horen kan. 't Is schande. Als er een bezoeker komt, die er netjes uitziet, dan tracht mijn vrouw dat zootje het zwijgen op te leggen tot de man weg is. Maar hoe kan je zo'n kinderen stilhouden! Dat gaat immers niet. En terwijl ikzelf in een kamer zo parijsachtig mogelijk Frans zit te praten, dient me van uit een aangrenzend vertrek dat vervloekte Antwerps van mijn Vlaamse kinderen door. Gelukkig heb ik een piano en mijn dochtertje zal voortaan in de veranda de Brabançonne en de Marseillaise spelen, zolang ik in het salon in 't Frans zit op te snijden, om 't Vlaams van mijn wassende spruiten te overstelpen. Dat mijn vrouw zo gebrekkig Frans spreekt is ook hinderlijk, want telkens denken de mensen dat ze met de meid te doen hebben en verzoeken haar mevrouw te gaan roepen. En dan mijn moeder. Die kent helemaal geen Frans, het goeie mens. Als ik met haar de stad word ingezonden, dan moeten wij wel Vlaams spreken. In de volksbuurten kan dat geen kwaad, daar hoor je niets anders, maar in het centrum is het erg. Ik spreek daar dan ook zoveel mogelijk met gebaren.
Een mens voelt zich pas Belg in 't café, onder zijn vrienden, als die ‘t in het Frans over de Vlaamse beweging hebben. Dan gaat het van "mon cher", "mon brave", "sacré farceur" en "sales activistes." De kelner is vriendelijk, de andere mensen stellen belang in de conversatie en je krijgt dat aangename gevoel van een brave trekhond als hij onder zijn wagen gespannen wordt. Dan word je gewaar dat je je plicht doet en niemand hindert. Dan doe je tenminste mee met kardinaal Mercier, die ook Frans spreekt en met het Gemeentebestuur van Gent dat een smeekschrift aan de Regering heeft gezonden opdat men toch vooral de Gentse universiteit in Godsnaam niet zou vervlaamsen...
Raymond
6 reacties op dit bericht
Senior
'Wat is de huidskleur van de bestuurder????'
De vraag "Hoeveel simpele mensen hebben het leven verloren?' komt niet bij ze op.
Stel dat het een donkere huidskleur 'zou' geweest zijn, de angst sloeg ze om het hart, G Wilders zou eens kunnen scoren.
Dat ze zich ook in Nederland maar geen zorgen maken, G Wilders ZAL scoren, steeds meer nederlanders zijn die oranje komedie en folklore ook spuugzat.
Het wordt hoogtijd dat die decadente, niets voorstellende, zonder toegevoegde waarde hebbende wansmakelijke komedie héél snel wordt afgevoerd richting 'Land van (N)ooit'.
De snertsoep is niet meer te vreten.
We weten het, zoiets kan niet op één dag, het kan op één uur, een beetje correcte politieke moed is nodig, zeker nu in crisissituatie dan moet men besparen op nutteloze/waardeloze instellingen én personen en NOOIT overgaan naar belastingsverhogingen, integendeel.
Bei uns in Belgien ...
Wat doet een normaal mens bij het aanschouwen van zoveel onnozelheid? Hij onderdrukt de neiging om met zijn winkelkarretje tegen het koninklijk derrière te rijden en gaat hoofdschuddend naar huis. Moest zot zijn zeer doen, dan lag de vloer van dat warenhuis gisteren bezaaid met van de pijn kronkelende lichamen...
WAS NOG IETS .........
snelle informatie!
Het was nog zo geen klein beetje 'opvallend' dat de poco pers er sneller als de kippen bij was om te vermelden dat de bestuurder van de wagen een 'autochtone Nederlander' was.................................
Nou moe,hartstikke bedankt voor die mededeling zeg...want met al die Antillianen,Marokkanen,Indonesiêrs,Pakistanen,Turken,Afghanen,Iraniêrs,
Irakezen,Afrikanen,Ethiopiêrs,illegalen en nog van dat zootje in het land van Trix en Max zijn de echte 'kaaskoppen'
mvg
P.S.Ik keur de 'daad' van de dader volledig af!Onschuldigen hebben zijn
afkeer voor het koninklijk circus met de dood moeten bekopen of zullen de rest van hun leven gebroken blijven.Wat hij dan beter had gedaan om zijn ongenoegen jegens die 'leefloners' te uiten laat ik aan de verbeelding van de lezers over.
HOE ERG HET OOK IS ........
Het is te hopen dat ze daar dan ook de nodige lessen uit gaan trekken, en zich in de toekomst een beetje minder wereldvreemd gaan opstellen.
Los van de feiten: Nederland heeft de reputatie een heel vrij en tolerant land te zijn, we denken dan aan hun jarenlang gedoogbeleid, hun toegeving aan de insteek van vreemde culturen etc, dat alles kan wel eens de trigger zijn geweest van de overigens gestoorde dader om tot actie over te gaan.
Echt jammer voor de slachtoffers die mee zijn gesleurd in deze hel, en dat houdt mij nu meer bezig dan de geveinsde zielepijn van TRIX
Blijkbaar is het gedrag...
...van dat oranje volkje de man teveel geworden, zelf zich blauw betalen aan belastingen endat oranje gedoezien parasiteren en lol hebben op kosten van de burger is pijnlijk, zeer pijnlijk, waar hebben we het nog meegemaakt en maken we het nog mee?
Overgaan tot geweld mag nooit de bedoeling zijn, dat volkje wegjagen via referendum is de juiste methode, pijnloos en goedkoop.
Dat mensen langs de straat gaan staan om te kijken naar iets totaal nutteloos, iets zonder toegevoegde waarde voor de bevolking, dat gaat er bij mij niet in. Mocht voor mijn woning dergelijke folklore voorbij komen dan zou ik rustig het gras blijven afrijden zonder een blik naar de straat te richten.
De folklore is middeleeuws, anti-democratisch en verschrikkelijk duur, dus, een reden gezien de economische toestand, om zoiets héél snel af te dumpen.
Ik leef mee met de families van de slachtoffers, niemand vraagt er om zo aan zijn einde te komen, wat dat folkloristisch circus er van vind interesseert me geen bal.
Geweld gebruiken is NOOIT goed te praten, helaas heeft het politiek zootje daar een andere mening over, zij knuffelen en subsidiëren het ‘ingevoerd’ geweld in ons land om zodoende toch wat stemmetjes binnen te halen want de postjes en de mandaten “daar draait alles om”.
Niet het welzijn en de welvaart van de burger/belastingsbetaler is belangrijk, ben je gek, het eigen belang, het eigen profitariaat, het eigen graaien, dat is belangrijk in die ziekelijke hoofden.
En zoiets verwacht ...... respect???? In nog geen 1000 jaren.