De verboden interpellatie van Marie-Rose Morel


Deze vrije tribune was aanvankelijk bedoeld om eerder deze week te verschijnen in De Standaard, naar aanleiding van mijn geweigerde vraag door de voorzitter van het Vlaams Parlement. Maar door "plaatsgebrek" is het er niet van gekomen.
Het stond vorige week paginagroot uitgesmeerd in een krant die zich de grootste van het land mag noemen: “Toplui met partner naar China op kosten van de overheid”. De Vlaamse variant van de schandaalreis van Happart.
Dit keer ging het om een als 'congrestour' verpakte luxereis van een handvol toplui van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW) ter waarde van een slordige 40.000 euro belastinggeld.
Als een dergelijk voorval in een pre-electorale periode in de pers komt bovendrijven wordt dat maar wat graag als 'populistisch', 'opportunisitisch', 'rancuneus' en zelfs onverdraagzaam afgeschilderd.
Zeker als zulke feiten via de vakbondscel van het Vlaams Belang opborrelen.
Bovendien ergeren sommigen zich aan het feit dat schandalen als deze al te gretig aan de pers worden doorgegeven, in plaats van ze te behandelen op de plaats waar het politieke debat en de democratische controle bij uitstek moeten plaatsgrijpen, namelijk in het (Vlaams) parlement.
In dit geval had ik mij voorgenomen het dossier zelf aan te kaarten bij de bevoegde minister, Hilde Crevits (CD&V), maar de voorzitter van het Vlaams Parlement, Marleen Vanderpoorten (Open VLD) besliste daar anders over en schrapte eigengereid de vraag wegens 'niet actueel'.
De feiten dateren van 2006, maar komen nu pas aan het licht.
Een motivatie zo slap als kraantjeswater dus, en zodra de pers het schandaal oppikte, bleek het plotseling brandend actueel.
Minister Crevits beloofde onmiddellijk het dossier alsnog te laten onderzoeken.
En ook al maak ik me geen illusies over de afloop van het onderzoek; wat 'ontbrekende actualiteitswaarde' betreft, kon deze reactie alvast tellen.
Anderzijds hoeft de omfloerste en weinig elegante poging tot de doofpotoperatie van de Vlaamse parlementsvoorzitter niet te verbazen.
Mocht de voorzitter de controletaak van het Vlaams Parlement over zulke zaken immers ernstig nemen, dan is het hek van de dam.
De raden van bestuur zitten immers volgestouwd met politiek verdeelde mandaten, postjes en potten die mekaar netjes afdekken.
De stilzwijgende afspraak om elkaar daarbij zoveel ongemoeid te laten, maakt immers dat de traditionele partijen in alle gemoedsrust kunnen genieten van de dikwijls moeilijk te verantwoorden voordelen die er aan dit mandatencircus vastkleven.
Als partij die niet vertegenwoordigd is in de talloze raden van bestuur (en daar voor alle duidelijkheid ook geen vragende partij voor is) is het Vlaams Belang in de praktijk dan ook de enige partij die dergelijke misstanden kan aankaarten, want zelfs nieuwe politieke formaties zetelen momenteel al - via overlopers - in diverse raden van bestuur.
In dat opzicht doet het cordon dus het werk waarvoor het in het leven werd geroepen: macht en mandaten onderling verdelen.
Een politieke zelfbeschermingsreflex waarbij kritische geluiden a priori kunnen worden afgedaan als zure regen die hoofdzakelijk vanuit één hoek van de tribune op het parlement neerdaalt en dus - zoals hier - uit hoofde van de meerderheid genegeerd of geclasseerd mag worden.
De stilzwijgende consensus over het niet al te letterlijk nemen van tot zelfs het ronduit verzaken aan een gedegen parlementaire controle op het regeringswerk wordt op deze manier nagenoeg een pose inzake politieke correctheid.
Het is in in die context weinig fraai om vast te stellen hoe de parlementsvoorzitter zich tot gewillige en ruggegraatloze spelverdeler laat herleiden om de Vlaamse regering zoveel mogelijk te behoeden voor netelige kwesties.
Niet alleen is het fnuiken van de controletaak van parlementsleden nefast voor de transparantie en dynamiek die het Vlaams parlement hoogdringend nodig heeft - de ramen van het “glazen huis” zijn ondertussen van melkglas geworden- ,dit voorval is het zoveelste bewijs van het bureaucratische en voorgeprogrammeerde verloop van het parlementaire debat.
Informeel overleg, formalisme, ministers die hun vragen bij parlementairen influisteren en zo hopen te scoren met voorgekauwde antwoorden.
Praktijken die het kritisch aan de tand voelen van de uitvoerende macht niet echt stimuleren.
En het is niet door 'een festival van de politiek' te organiseren en de buitengevel van het parlementsgebouw op de vrolijken met een feestelijk kunstwerk van Arne Quinze dat het Vlaams Parlement haar bureaucratische imago van zich af zal gooien.
De steriele sfeer die de parlementarie werking uitstraalt is geen kwestie van falende externe public relations, maar een gevolg van haar interne politieke krampachtigheid en voorspelbaarheid.
Iedereen wordt verwacht voor de regering te rijden. En zo institutionaliseer je een parlementaire cultuur van knikgrage waterdragers.
Eerder dan onhandig een relevante parlementaire vraag aan een minister in de kiem te smoren, zou het geloofwaardiger zijn geweest indien de parlementsvoorzitter de oppositie de volle ruimte had gegeven.
Niet enkel om de vinger op de wonde te leggen maar misschien zelfs om met kennis van zaken mee aan wondzorg te doen.
Ik hou me in elk geval aanbevolen bij de betrokken Minister, om mijn knowhow over bepaalde mistoestanden met haar te delen en samen te werken aan het kordaat uitroeien ervan.
Ook al zal dit misschien sommige van haar partij- en coalitiegenoten onrustige nachten bezorgen.
Ondertussen blijft het wachten op een pompheldere uitleg van Minister Crevits. Al weet ik dat er in dit dossier enkel troebel water zal geschonken worden. En bovenal blijft het een weinig fraaie gedachte dat zonder de mediaheisa dit dossier onopgemerkt was afgedreven met de stroom. Wellicht dat de watermaatschappij in kwestie daar ook op had gerekend.
Als het Vlaams parlement bijdrage wil leveren om het aangetaste vertrouwen in de politiek te herstellen, dan moet zij dringend een dam opwerpen tegen de waterdragers in het Vlaams Parlement.
Ook een parlementsvoorzitter kan en moet daarin een stimulerende rol spelen.
Marie-Rose Morel,
uittredend Vlaams parlementslid.









Win je daar stemmen mee?"
Met dikke tetten, sexy benen en een goed gevormd gat, daar haalde stemmen mee; bij de kiekens toch! Met gesticuleren, roepen, tieren en luide scheten laten daar haalde stemmen mee; bij de boerenknuppels toch! Aanwezigheid en show, daar haalde ook stemmen mee; bij de ‘nekskens’ toch! Werken in dienst van het volk, zoals het hoort voor een politieker, daar haalde meestal geen kloten door … Nog een beetje moeite streep, en met wat geluk geraakte toch nog aan uw ‘plouchke’ … dan zijde weeral gerust voor een tijdje … Of ’t zou moeten zijn dat er (stillekensaan) toch nadenkende Vlamingen wakker worden; dan kunde, samen met alle andere correcten, gaan witten … of samen met uwen dikke gaan swaffelen, kwestie van met uw eigen pitje eens te spelen in plaats met dat van ons!