Wij publiceren vandaag als voorlaatste in de rij, een interview van Jan “Tsjip” Maniewski, de oudste kleinzoon van Willem Elsschot. Vooraf in deze reeks verschenen er reeds gesprekken van de dochters Anna en Ida en de zonen Jan en Walter, alsook van Elsschots kleindochter Ida Dequeecker. Samen vormen zij een indringend portret van de unieke man die Alfons De Ridder was. Weldra 49 jaar na zijn dood zijn ze tegelijkertijd een onlosmakelijk onderdeel van een eerbetoon aan de onvolprezen schrijver Willem Elsschot.
.
Jan Maniewski (uiterst links), Elsschots kleinzoon "Tsjip"
WILLEM ELSSCHOT IS NIET MIJN GROOTVADER
“Mijn grootvader heet niet Willem Elsschot”, begint dokter Jan Maniewski, kleinzoon van Willem Elsschot, met een oneliner die kan tellen. “Mijn grootvader heet Alfons De Ridder. Een droom van een grootvader overigens. Ik bedoel: ik heb hem veel meer als grootvader gekend dan als schrijver…..Liefhebbend en zeer attent.”
“Er werd niet over literatuur gepraat, wel over alles wat een kind, later een scholier en nog later een student in de geneeskunde aanbelangt. Hij heeft me spijtig genoeg niet meer als arts in Antwerpen gekend. Daar zou hij als geboren Antwerpenaar ongetwijfeld erg opgezet mee zijn geweest. Elsschot was een fier man, zonder pretentie weliswaar.”
“Mijn grootvader viel niet op door zijn uiterlijk”, vervolgt Jan. “Hij was altijd gekleed met das, zwarte schoenen, hoed. Hij werkte zich niet in de belangstelling door protesterend op de straat te gaan. Als hij iets wou aanklagen, dan schreef hij het neer. Denk maar aan de gedichten over Borms en Van der Lubbe. Instinctmatig stond hij altijd aan de kant van de zwakkere.”
“Zijn beroep was de reclame”, zegt Jan. “Zijn oeuvre moest zijn weg vinden zonder publiciteit. Ik heb Elsschot ooit horen zeggen: “Een goed teken dat de jeugd mij leest, daar zal wel iets van overblijven.”
Jan Maniewski was de lievelingskleinzoon van De Ridder, al wil Maniewski dat niet echt horen.
“Ik was het reizende kind. Veel in Polen en Parijs gezeten. Op aanraden van mijn grootvader is moeder mij overigens bij mijn vader in Polen komen schaken. “Adèle, ga die kleine daar weghalen. Er zijn spanningen tussen Duitsland en Polen, daar komt oorlog van en dan zijt gij de kleine kwijt.” zei hij.
Het verhaal van “de ontvoering” is een boek op zich, sterk, net als de herinnering aan de grootvader die geregeld de kleine Jan van Bennek overnam in Keulen.
“We zaten een keer vlak naast de restauratiewagen en door een bepaalde koppeling maakte de locomotief een serieuze schok, waardoor nogal wat glas en goed sneuvelden. Tegelijk maakte mijn grootvader zo’n kabaal. “Pats, boem” en lachte hij hardop. Ik had de tijd niet om bang te zij. Een schitterende psychologische zet. Het werd “ons” verhaal, “samen” meegemaakt.”
In Brussel kwam grootvader elke donderdag op bezoek.
“En die donderdag is belangrijk, want ’s namiddags waren we vrij. Kwam pa mij ophalen van school. Elke keer als pa kwam, was het feest. ’s Zondags gingen wij naar Antwerpen.”
Een jaar of 15, 16 was de oudste kleinzoon van de schrijver toen hij de schok van zijn leven kreeg.
“Ge gaat verschieten”, had mijn moeder gezegd. Toen las ik het boek dat over mij ging, Tsjip. Ik was totaal verrast. “Is dat allemaal wel waar”? vroeg ik haar. “De grote lijnen toch”, knikte moeder.”
Nooit heeft Tsjip er met de schrijver over gepraat. Door alle vrienden van zijn grootvader werd Jan, Tsjip genoemd. De rest van de familie, Elsschot incluis, noemde hem Moena, omdat Moena dat als kind over zichzelf had gezegd. “ça, Moena, ça” en ook Elsschot had daar respect voor.
“Wat mijn moeder mij heeft verteld: op een zondag stond hij voor de deur bij ons in Parijs en ’s maandags vertrok hij weer. Zonder schijnbare aanleiding. Toen ze boodschappen moest doen, zei hij: “Doe maar, ik blijf wel bij de kleine.” Ik was toen drie of vier. Toen mijn moeder terugkwam en vroeg wat we hadden gedaan, zei hij: “We hebben gewandeld en steentjes in het poeltje gegooid. Mijn moeder schreef een brief naar haar moeder waarom hij zo op en neer was gekomen.
Enkele weken later kreeg ze het boek “Tsjip” in de bus. Hij had gewoon nog even alleen willen zijn met mij.”
We willen u niet op uw literaire honger laten en stelden te uwen behoeve een “The Best of Willem Elsschot”-zinnen samen waaruit we onder meer volgende pareltjes puurden.
Uit De Leeuwentemmer:
In haar angst draait zij om me heen als een verkleumde satelliet.
Uit Tsjip
Opeens staan mijn ouders aan mijn zijde en kijken mij aan. Ik neem mijn pijp uit de mond maar durf hen niet begroeten want ik heb indertijd mijn aandeel gehad in ’t breken van hun harten. Zij spreken mij toe. Samen hebben zij nog slechts één stem:“Zie je wel, jongen, dat er nog goede dagen komen. Laat ze allen trouwen. Laat ze alles medenemen. Als ze maar kinderen verwekken die je verkleumd hart zullen opwarmen.”
Nog uit Tsjip: (over dochter Adèle die liefdesverdriet heeft)
Zij zat stijf, als doodgebliksemd, haar armen opengespreid, de rechterhand op de sopraantoetsen, de linker- op de bassen, daar waar zij het laatste akkoord had aangeslagen. Eindelijk hoorde ik een geluid als van een orgelpijp dat haar uit de keel scheen te komen. En plotseling stond zij op en vluchtte het salon uit.
Nog over dochter Adèle aan haar piano: (het is terug aan met haar geliefde)
Ze speelt alles veel te vlug, want Allerseelen krijgt iets van een one-step.
Raymond
1 reactie op dit bericht
Het "Kunstige"....
En daarmee is het woord "kunst