Justitie faalt door Misleiding : De Drie Machten (2)

De eerste van de drie voornoemde pijlers of staatsmachten was in de eerste plaats de wetgevende macht bestaande uit de vertegenwoordigers van het “soevereine” en dus onafhankelijke volk. De algemeen geldende regels die chaos en anarchie moeten voorkomen, zouden door twee kamers van vertegenwoordigers van het volk worden goedgekeurd met een meerderheid van stemmen.
De monarchie overkoepelde de drie staatsmachten omwille van de symboolwaarde van een staatshoofd dat protocollair op dezelfde voet zou staan als de in Europa nog overblijvende gekroonde hoofden. Want dat was nog de regel. De nieuwe Belgen hadden niet de visie noch het lef om in het midden van een niet republikeins Europa “cavalier seul” te spelen. Vandaag is over de opportuniteit daarvan alleen speculatief te oordelen.
Hoe dan ook leek het arrogant en ook enigszins gevaarlijk om de eigen beslissingen niet te laten bekrachtigen door een derde zoals het al de eeuwen voordien de geplogenheid was geweest. De monarch had dus een evidente en nuttige taak. Hij zou de nieuwe wetten weliswaar niet meer moeten goedkeuren maar bekrachtigen, wat er meteen een officieel en protocollair tintje aan gaf en een afkoelingsperiode inbouwde om in voorkomend geval eventuele misbaksels te kunnen terugsturen naar afzender voor recyclage of afwerking.
De nieuwe samenleving van de nieuwbakken natie zou dus regels krijgen op basis van beslissingen die door iedereen moesten geëerbiedigd worden. Regels die niet gerespecteerd worden zijn zinloos. Daarom kreeg de nieuwe staat een tweede poot, een nieuwe macht naast de wetgevende met name de uitvoerende macht. Deze zou de sterke hand zijn die de regels van de wetgevende macht zou handhaven, doen respecteren en doen uitvoeren in de praktijk.
Volledigheidshalve en helemaal in de democratische geest van de westerse beschaving werd om de stabiliteit van de staatsstructuur te waarborgen een derde pijler naast de twee voornoemde staatmachten geschapen: de rechterlijke macht. Bij conflicten moest een onafhankelijke staatsmacht als scheidsrechter kunnen optreden.

Niet alleen tussen de twee andere staatsmachten maar ook tussen alle burgers van de nieuwe staat om hun onderlinge meningsverschillen en belangenconflicten te beslechten, maar ook om vast te stellen dat de gemeenschappelijke rechtsregels niet gerespecteerd zouden zijn en in voorkomend geval een sanctie voor dat gebrek aan respect te bepalen.
Hier ligt de finaliteit, het doel van de rechterlijke macht die onafhankelijk hoort te zijn van de twee andere staatsmachten. Deze staatsmacht voert niet uit, schept geen wetgeving maar spreekt alleen recht en niets anders. Wetgeving alsmede, handhaving en uitvoering ervan behoren niet rechtstreeks tot haar taak. In het uiterste geval kan de rechterlijke macht onduidelijkheden en contradicties door interpretaties omwille van de billijkheid en een gemeenschappelijk rechtvaardigheidsgevoel uit de wereld helpen, maar meer niet.
De Belgische grondwet van 1830 voorzag dus stabiliteit als draagvlak voor de samenleving door drie staatsmachten. Als het ware een driepikkel die altijd stabiliteit biedt voor het gedragen vlak dat zich hoogstens tijdelijk in een hellende toestand zou bevinden maar nooit of nimmer in een toestand van labiel evenwicht tussen vier poten. Aldus was er een rechtsstaat geboren en gegrondvest op deze drie machten die geacht werden elkaar voortdurend in stabiel evenwicht te houden.
Gaius
Morgen aflevering drie: “De vaststellingen.”




















