
De stad van A heeft een logo. Dit is niet nieuw, het bestaat al enkele jaren. De verloedering van de stad begon te zichtbaar te worden en het imago van Antwerpen moest opgepoetst worden. Antwerpenaars moesten aangespoord worden om terug van hun stad te genieten.
De man, “des burgers’ vader”, aan het hoofd van de stad besloot gewiekst dat er iets moest gebeuren om het tij te keren. Steunend op zijn ervaring in het beroepsleven vond hij dat men meer moest “communiceren” met de mensen en het middel om zo vlug mogelijk zoveel mogelijk mensen te bereiken en te beïnvloeden is reclame. Met deze beslissing dacht hij waarschijnlijk ook aan zijn vroegere werkgever in deze tijd van laagconjunctuur.
Een logo werd ontworpen. Een logo is “in” want met één enkel icoon is de boodschap duidelijk herkenbaar en een beeld is duizend woorden waard nietwaar. Het is een feit dat iedereen een icoon begrijpt terwijl een tekst, tja daar moet je eerst de taal voor begrijpen. Het was waarschijnlijk niet goedkoop en heeft de belastingbetaler een aardig duitje gekost, vooral met de daarbij horende citymarketing, reclame campagnes, filmpjes, brochures, vlaggen en andere parafernalia maar de rood/groene overheid laat het geld graag rollen, vooral als het niet dat van hen is. Tenslotte kan de beroepswereld hier ook een graantje meepikken.
Het logo bestaat uit een maagdelijk witte hoofdletter A omgeven door oranje stralen op een rood veld. De boodschap is er duidelijk één van verleiding: Kijk toch hoe prachtig ik ben, hoe stijlvol, kijk naar mijn schoonheid zo zuiver en puur, zie toch hoe ik schitter als een zon overdag en als een ster in de nacht. Kom toch naar me kijken, ik heb zoveel te bieden, ik ben toch van jou, toe, kom bij me en verlies jezelf in mijn straten….Ze lokt zoals de zang van een Sirene.
Ik spreek hier enkel voor mezelf maar de lokroep beroert me niet en duizend logo’s kunnen dat niet veranderen. Ik ga niet meer naar de stad van A. Ik voel er mij niet meer thuis. Ze is niet langer van mij want ze heeft me verlaten zoals een lief dat een ander gevonden heeft. Ik voel mij als een vreemde eend in de bijt.
De lucht rondom mij wordt verkracht door rauwe klanken die, uitgestoten door agressieve kelen, mijn oren martelen.
Minachtende ogen kijken mij vijandig en schaamteloos aan. Met een brutale lichaamstaal wordt mijn weg belemmerd en moet ik plaats maken en voorrang verlenen zoals een slaaf aan zijn meester. Met angst in het hart en neergeslagen ogen vervolg ik dan vlug mijn weg.
Mijn vrijheid wordt beledigd door groepjes identiek omhulde wezens die doen denken aan religieuzen en die enkel van elkaar verschillen in grootte en omvang. Het is zoals de uniseks mode, hetzelfde voor hem als voor haar, hoewel ik vermoed dat het hier enkel om vrouwen gaat en ik niet kan nalaten mij af te vragen wat zo nodig verborgen moet blijven.
Mijn trotse gevoelens van weleer voor de stad waar ik geboren ben en die ik lief had, zijn vervangen door gevoelens van teleurstelling, moedeloosheid, weemoed, verlies, onbehaaglijkheid en ook woede voor het verraad. Het is dan ook beter voor mijn gemoedstoestand om er weg te blijven.
De burgemeester heeft een boek geschreven:”Het beste moet nog komen” ik heb het nog niet gelezen, want de titel verontrust mij.
Foxy
5 reacties op dit bericht
In de taal van Goethe
Hello Kruisvaarder
om te onthouden
Nu hoort ge het nog eens van een ander ....
"De islam, absurde ideologie van een immorele bedoeïen is zoals een rot lijk dat ons aller leven constant verpest" (Atatürk 1881-1938)
So what,