Het probleem van de vijandigheid tegenover de Duitsers in de Duitse scholen is helemaal niet nieuw, maar wordt nu, naar aanleiding van het Sarrazinboek, opengebroken en “plotseling’ ontdekt. Het positieve daarbij is dat er nu ten minste openlijk over gediscuteerd kan worden, terwijl het vroeger geïgnoreerd of zelfs ontkend werd. Hierbij enkele opmerkingen uit eigen ervaring:
Van 1973 tot mijn pensionering in 2009 was ik aanvankelijk leraar en nadien schooldirecteur in Duisburg-noord (daar waar sedert 2 jaar de grootste moskee van Europa staat). In de zeventiger en tachtiger jaren waren de Turkse leerlingen en hun ouders volledig geïntegreerd: de leerlingen vlijtig en leergierig, de meisjes en de moeders zonder hoofddoek. Dat veranderde op het einde van de tachtiger jaren toen er langzaamaan een Turkse infrastructuur en een gestuurde gettovorming in dat stadsdeel ontstond met als resultaat een parallelgemeenschap met eigen waarden en normen.
Toen er in1988 meer dan 50% Turkse leerlingen bij ons les volgden kwamen de eerste eisen: vanaf dan moesten de Duitsers zich aanpassen. Turkse leerlingen in het 10de leerjaar (bij ons 4de M.O.) verklaarden doodleuk dat ze in de les geschiedenis de betekenis van het woord democratie geleerd hadden, nl. “de heerschappij van de meerderheid van het volk”, en dat de Duitsers zich aan hen moesten aanpassen vermits zij de meerderheid van de bevolking in dat stadsdeel uitmaakten. Dus moest Turks een evenwaardige positie innemen naast het Duits. Bij de overheidsinstellingen en bij de banken lagen inderdaad Turkse formulieren en werden er in het openbaar tweetalige borden geplaatst. Men wou absoluut “vreemdenvriendelijk” naar buiten treden; bijgevolg vonden de vreemdelingen het niet meer nodig Duits te leren. Bij vergaderingen moest ook alles ineens vertaald worden. Natuurlijk was de toegenomen aanvoer van Turkse importbruiden vanaf het einde van de tachtiger, begin negentiger jaren, hier niet vreemd aan: (in tegenstelling tot de hier opgegroeide Turkse meisjes waren zij nog niet “bedorven” door de Westerse cultuur…) zij leerden geen Duits omdat zij door hun mannen geïsoleerd werden. Zelfs ouders, die als kind bij ons school gelopen hadden en nu hun eigen kinderen bij ons les lieten volgen, stonden erop alles door tolken te laten vertalen. Als ik dan verbaasd vroeg waarom ze dit deden – ze hadden immers een Duits diploma behaald – dan kreeg ik dikwijls als antwoord, in geradbraakt Duits, dat ze alles vergeten hadden…
Al gauw droegen de meeste Turkse meisjes en vrouwen hoofddoeken – uiteraard “vrijwillig” – wie weigerde werd regelmatig van de hodja (imam of muezzin) de oren gewassen: het was niet alleen “onislamitisch” maar bovendien kon men als “naakt rondlopende vrouw” niet op een plaatsje in het paradijs rekenen… De ouders waren in menig geval ruimdenkender dan hun kinderen, die ’s namiddags in de talrijk voor handen zijnde koranscholen hun religiositeit bijspijkerden.
De Turkse leraars, die vanaf 1980 de moedertaal onderwezen, meestal afkomstig uit West-Turkije en modern-Europees opgeleid, werden juist door hun achtergebleven Anatolische landgenoten niet aanvaard, integendeel, zelfs afgewezen, waardoor meer en meer ouders hun kinderen bij de lessen moedertaal (!) afmeldden. Een Turkse leraar, afkomstig uit de regio Izmir, werd door enkele leerlingen bij mij “zwart gemaakt” want hij zou toch maar “een halve Griek” zijn en om die reden niet ernst te nemen. Een Turkse vrouwelijke collega werd door de ouders zodanig onder druk gezet omdat ze geen hoofddoek droeg, dat ze zich met veel spijt naar een andere school liet overplaatsen.
In de negentiger jaren begonnen de eerste anti-Duitse acties. Het waren niet zozeer fysische bedreigingen als wel scheldpartijen aan het adres van Duitse leerlingen en leraressen, wegens hun “onislamitische levenswijze”, met lieve woordjes als “varkensvreter”, “slet” (vooral gericht aan meisjes die een vriendje hadden), “ongelovige” of “nazi”. Als ik dit bij conferenties van de inrichtende macht of bij de jeugdverantwoordelijken van het stadsbestuur aankloeg, dan werd ik onmiddellijk tot zwijgen gemaand of zelfs beticht van vreemdelingenhaat. Maximaal één of twee schooldirecteuren steunden mij daarbij – de rest hulde zich in stilte.
Tijdens een nacht in 2002 werd de muur van onze turnhal besmeurd met “Duitsers buiten! Duitsland aan de Turken!” Wij verwittigden de politie die wel even kwam poolshoogte nemen, maar verder geen onderzoek wou opstarten omdat het niet om een strafbaar feit zou gaan – bijgevolg werd er ook niet gezocht naar de daders. Toen ik mijn onbegrip kenbaar maakte, kreeg ik te horen dat het voorval omgekeerd had moeten lopen: indien de tekst op de muur “Vreemdelingen buiten! Duitsland aan de Duitsers”, dan zou er wel degelijk bescherming van de staat geactiveerd geworden zijn.
Sinds 2003 begon men in Nordrhein-Westfalen een experimenteel vak „islamitische lesgeving” (vanaf 2006 “islamkunde”), een Duitstalig geloofsonderwijs “islam”, waaraan onze school ook deel nam. We vonden dit niet alleen zinvol, maar we hoopten hiermee ook het gras onder de voeten van de talrijke koranscholen in de omgeving weg te maaien. In het begin was het nieuwsgierigheid, die vele (niet de meeste!) islamitische leerlingen daarheen “dreef”. Maar al na twee jaar verzwakte de belangstelling: oudere leerlingen – en vooral de ouders – beklaagden zich omdat de (moderne) leraar “niet de echte islam” onderwees.
Alhoewel ik elk jaar een verslag over dit experiment én zijn succes schreef (niet-successen werden niet voorzien!…), mijn conclusies duidelijk naar voren bracht, werd er door de overheid niet gereageerd. Het aantal koranscholen neemt onverminderd toe in dit stadsdeel en wat daar “gepredikt” wordt is voldoende bekend.
Het aangesneden debat over dit taboethema is dringend nodig en mag in geen geval zonder resultaatsverbintenis besproken worden. Vijandschap tegenover de Duitsers moet eindelijk op tafel liggen voor wat het is, namelijk een discriminerende en criminele handelswijze van vooral moslimmacho’s en –rambo’s, die menen (en dat ook verkondigen!) dat er in Duitsland geen wetten zijn omdat een democratie een vrije staat is waar men alles ongestraft kan doen of laten. Deze gedachtengang moet absoluut én dringend afgeblokt worden.
Wolfgang Reith
Wolfgang Reith was vanaf 1973 tot 2009 leraar en directeur van een middelbare school in Duisburg-noord, een sociale brandhaard. Hij mocht een onderscheiding ontvangen van het Preußeninstitut en is bovendien voorzitter van de v Afrika Fördergesellschaft e.V.
Bron: PI, Preußische Allgemeine Zeitung
10 reacties op dit bericht
klopt niet helemaal
Ik ben afkomstig uit de streek
vermassen
Zoals al zo dikwijls vermeld...
Betreffende de mooi weer verkondiger Vermassen: Men oogst wat men zaait.
Hopelijk gaat er nog een lichtje branden bij hem, hopelijk ziet hij eens eindelijk in dat de bevolking zijn theater niet meer lust, het is degoutant geworden.
Betreffende de uitspraak, hij kan lullen wat hij wilt het zijn nog altijd die twaalf die beslissen, die nuchter zijn in denken en handelen of zich laten vangen.
Dat het de bevolking allemaal teveel wordt is een gevolg van het prachtige beleid in dit absurd land, hier wordt liegen en bedriegen dik betaald en gelauwerd, kijk maar naar de leugenpaleizen Kamer én Senaat.
Bye the way, hoe komt het dat het totaal overbodige totaal nutteloze kot, ook wel Senaat genoemd, nog steeds niet gesloten is? Er moet toch drastisch bespaard worden of niet? Wel, hier liggen miljoenen zo om op te rapen want hetgeen daar bij mekaar zit is echt niets om fier over te zijn, integendeel.
Ontoelaatbaar
@ Ray
Dàt schrijf ik toch al jàààààren.
Vermassen is een advocaat die met zorg de spraakmakende rechtszaken uitkiest om zijn publiciteit te verzorgen Want hij kiest meestal de veilige positie van de Burgerlijke Partij omdat hij daar ten 1ste naast de procureur zijn eisen kan stellen en hij ,ten 2de als OM feitelijk weinig te verlezen heeft ;Als hij dan toch eens en dader(es) verdedigt in een o fandere moordzaak dan moet hij bijne de quasie zekerheid hebben dat er een vrijspraak volg of dat de openbare opinie reeds in die zin haar mening heeft geuit; Vermassen is een s(linkse?) oppotunist die dankbaar gebruik maakt van het forum dat de VRT hem biedt.
Advocaten en hun motieven
T'is natuurlijk ook zo dat Jefke nog zaken moet gaan bepleiten, en ik vrees dat Jefke zijn laatste toneelstuk heeft gehad.
Misschien moeten we Jefke wel dankbaar zijn, want hij heeft het manke'systheem' klaar en duidelijk gemaakt aan het gros van de bevolking.
Ongemakkelijk
Nuance
Doodsbedreigingen hoeft niemand te pikken. Aanzetten tot haat is een interpretatie van het begrip meningsuiting. Een afgelikte en populistische advocaat moet daar dus mee wegkomen.
Ik weet niet over welke bedreigingen Vermassen het heeft. Ik lees wel de mening des volks en vindt ze vaak onterecht, vaak onbetamelijk geformuleerd. Maar dat is dan ook maar mijn mening.
Wat me vooral opvalt, is dat één bepaalde krant vandaag precies dat nieuws uitbrengt en Vermassen op de radio beweert dat hij dit liever niet niet zou hebben. Zo toont hij zich voorstander van gemanipuleerde informatie, maar dat wisten we al.
Het was ook die krant die n, toen na de moord op Guido De Moor de Marokkanenadvocaat op zijn arrogantie gewezen werd en gewaarschuwd werd voor eventuele onbeheerste reacties van moegetergde burgers (hij had toen uit eigen beweging al bewakingscamera's aan zijn kantoor laten hangen, zodat de waarschuwing absoluut geen bedreiging kon zijn), een dubbele pagina interview verleende aan die advocaat om zijn communiezieltje op te poetsen. De andere partijen werden niet gehoord, maar wel geridiculeerd. Niet te verwonderen: er is een overeenkomst tussen die advocaat en journalisten van die krant, een overeenkomst die regelmatig met dure etentjes bezegeld wordt, dat alleen de overwinningen van de advocaat in die krant uitvoerig worden in de verf gezet en elke verloren zaak doodgezwegen, in ruil voor primeurs uit het gerechtelijke wereldje.