Toen Karl Marx eind 1847 in Brussel het Communistisch Manifest schreef, had hij nooit kunnen vermoeden hoe België het beste voorbeeld zou worden van zijn politieke theorie – de socio-economische onderbouw determineert de politiek-culturele bovenbouw. In België stelde de ‘bovenbouw’ zich moeiteloos in op de veranderende ‘onderbouw’. Wallonië was ooit rijk, maar werd arm. Vlaanderen was arm, maar werd rijk. Brussel is de hoofdstad van vergane glorie. Toch is er een transformatieproces waarop België mogelijk stukbreekt: Vlaamse natievorming.
Het Belgische establishment staat oog in oog met Bart De Wever, leider van de Vlaamse nationalisten, die het Vlaams autonomiestreven verpersoonlijkt. Het establishment, met aan het hoofd de koning, zijn entourage en de heersende elite, is altijd geslaagd in het beheersen van transformaties, door zijn exponenten een belang te geven in België. Waalse socialisten, ooit staatsgevaarlijk, werden trouwe landgenoten dankzij de gulle subsidiekassen van de Belgische staat. Links Vlaanderen, socialisten en groenen, werden bondgenoten. Ze wonen liever in een links België dan in een rechts Vlaanderen. De Vlaamse culturele elite werd ingepalmd door een België dat zich afficheerde als multicultureel. Dat was stijlvoller dan kneuterige Vlaamse dorpstrots met pensenkermissen rondom parochiezalen.
De Wever is een probleem. Hoe kan het Belgische establishment een politicus incorporeren die geen voorstander is van België? De Wever noemt zelfs het koningshuis een „poppenkast”. De meeste Vlaamse politici koesteren ontzag voor het gezag en zijn gemakkelijk te paaien met audiënties, eretitels en erebanen. België heeft circa vijftig ministers van staat. Succesvolle Vlamingen, van charmezanger tot zakenman, maken kans op een adellijke titel – baronnen bij de vleet. Het Belgische establishment kon zo voorkomen dat zich een politiek-cultureel zelfbewuste Vlaamse bovenlaag ontwikkelde.
Het establishment heeft het autonomiestreven in Vlaanderen, de ‘onderbouw’, onderschat. Jarenlang werd het Vlaamse nationalisme, samen met het Vlaams Blok, veilig verbannen achter een cordon sanitaire – de uitsluiting van de macht. Het werd geblokt, met etiketten als ‘fascisme’ en ‘racisme’. Vlaamse, traditionele partijen hadden een eigen recept om het autonomiegevoel electoraal op te vangen. Voor de verkiezingen voerden ze een luidruchtige ‘pro-Vlaamse campagne’, om de dag na de verkiezingen te verstommen. Het establishment vond het prima. De Vlaming die Belgisch premier werd, verloochende toch alles wat hij zei. De liberale premier Guy Verhofstadt (1999-2008) deed dat met verve.
In die periode ging het mis. De christen-democratische CD&V, de natuurlijke regeringspartij, kwam in de oppositie en volgde een ‘pro-Vlaamse koers’. Dat deed zij in kartel met een Vlaams nationalistische partij (N-VA). CD&V-partijleider Yves Leterme sloeg, onder luid applaus van zijn junior kartelgenoot De Wever, op de Vlaamse trommel. België moest confederaal worden. De christen-democraten boorden zo de bron van het Vlaams nationalisme aan. Het werd een eclatant succes. In 2007 zegevierde het koppel Leterme-De Wever. Leterme kwam voor de keus te staan: Vlaams minister-president blijven of Belgisch premier worden. Hij koos voor het laatste en verloochende zijn ‘Vlaamse beloften’. Het kartel ontplofte.
De christen-democraten hadden wel het Vlaamse autonomiestreven gelegitimeerd. De N-VA begon te groeien. Het CD&V zakte weg. De Vlamingen zijn trots. Ze zien in De Wever een man die pal staat voor de Vlaamse autonomie en die het ‘durft te zeggen’. De Vlaamse partijen die het Belgische establishment altijd hielpen, liggen intussen in puin.
Wat kan het establishment nog doen? Interne correctiemiddelen – afkopen, inkopen, omkopen – werken niet bij De Wever. Wat resteert, is externe druk, bangmakerij. Het establishment kent de psyche van de Vlaming – moedig aan de toog, maar minder strijdvaardig naarmate het gevaar dichterbij komt. Daarom verschijnen in de media verhalen over speculanten die het als aasgieren hebben voorzien op België. De schuldige is bekend: De Wever. Hij kan „geen compromissen sluiten”. Oproepen voor een „noodregering” volgen, zonder N-VA. Ook Europa wordt erbij gesleept. Europees Commissievoorzitter Barroso zegt dat België snel een regering moet hebben. De Europaus heeft gesproken.
De vraag is hoe koel De Wever blijft in het politieke schaakspel met het establishment. Marx zou dit waarschijnlijk zien als de klassieke spanningen die onvermijdelijk een einde maken aan het regerend systeem. Zijn historische wetmatigheid zegt dat de politiek-culturele bovenbouw niet ontsnapt aan de wurggreep van de socio-economische onderbouw. De tijd speelt in De Wevers voordeel. De Belgische staat verkeert in politieke en financiële ademnood. Wallonië en Brussel zitten structureel krap bij kas. Van nieuwe verkiezingen is het gevolg dat zowel Vlaanderen als Wallonië radicaliseert. De Wever haalt 40 procent in Vlaanderen. Socialistenleider Di Rupo haalt 40 procent in Wallonië. De twee kunnen om tafel zitten om de koek te verdelen. Wallonië wil geld, Vlaanderen zijn eigen ‘bovenbouw’. Marx wees erop dat de instemming van het establishment niet is vereist voor een politieke omwenteling, integendeel.
Geen establishment is gezelliger en minzamer dan het Belgische, dat de beste champagne schenkt, maar de geschiedenis kent geen genade met wie zich de leerrijke lessen van het Marxisme niet eigen maakt.
Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Dinsdag 18 januari 2011, pagina 9
2 reacties op dit bericht
@ Drs Johan
Ik ben het volmondig met u eens, wat Stijn Streuvels betreft. Er werd in het artikel niet gezegd dat Timmermans de grootste was : "Was Lierenaar Felix Timmermans de beste schrijver die Vlaanderen ooit gekend heeft ? Wij zouden het niet durven beweren maar hij behoort onbetwistbaar tot de groten in de Nederlandse literatuur. "
U weet ongetwijfeld ook, dat begrippen als "de grootste" of "de kampioen" zeer persoonlijk zijn en meer nog : vooral tijdgeboden. Ik ben al blij te kunnen zeggen : onze Nederlandse literatuur (Noord en Zuid) telt heel wat getalenteerde auteurs. En daar hoort volgens mij Timmermans bij, maar dat is een erg persoonlijke opvatting. Ik had daar onlangs nog een vriendelijke woordenwisseling over met een goede kennis toen ik Jet Jorssen noemde als een belangrijke Vlaams-nationale auteur die mij met haar trilogie "Och, Siemeniskinderen" diep geraakt heeft, ook al ben ik de eerste om te zeggen dat zij literair te kort schiet ...
Bedankt voor uw enthousiast pleidooi voor Streuvels, dat doet mij plezier.
Het spijt me
In oktober 1966 schrijft hij aan Joos Florquin: "Het boek waar ik het meeste van houw (!) is Langs de Wegen". De roman vertelt het verhaal van een eenvoudige boever (boerenknecht die voornamelijk instaat voor het verzorgen van en het werken met de paarden) die uit zijn vertrouwde omgeving wordt gerukt, omdat hij in een verre stad (enkele kilometers verderop...) zijn erfenis moet gaan opeisen. De ondergang van dit personage wordt op een verpletterende wijze beschreven.
Sorry, ik wilde geen afbreuk doen aan het werk van Felix Timmermans, maar ik kon het niet laten op te komen voor een van de grote schrijvers die mij leerden lezen.
KLIK
Met vriendelijke groeten,
De Drs.