ONS LICHAAM IN CIJFERS
De Body Mass Index
Een belangrijke waarde om de invloed van het lichaamsgewicht op onze gezondheid te bepalen is de Body Mass Index (BMI). Die geeft de verhouding weer tussen het lichaamsgewicht en de lengte. Hij wordt berekend door het lichaamsgewicht (in kilo) te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (in meter).
Bijvoorbeeld: iemand weegt 70 kg en is 1,80 meter groot, dan:
BMI = 70: (1,80 x 1,80) = 21,6.
BMI Categorie Gezondheidsrisico
<18,5 Ondergewicht Kans op specifieke problemen
18,5-24,9 Normaal gewicht Geen
25-29,9 Overgewicht Licht verhoogd risico
30-34,9 Zwaarlijvigheid Matig verhoogd risico
35-39,9 Ernstige zwaarlijvigheid Ernstig verhoogd risico
>40 Levensbedreigende zwaarlijvigheid Zeer ernstig verhoogd risico
Op basis van deze Body Mass Index heeft de Wereldgezondheidsorganisatie de kans op gezondheidsproblemen proberen te schatten. Het resultaat ziet u in de tabel hierboven. Telkens wordt het BMI in verband gebracht met de categorie en het gezondheidsrisico.
De gezondheidsrisico's waarmee zwaarlijvigheid (obesitas) gepaard gaat zijn: diabetes, hoge bloeddruk, te hoge bloedvetten, hart- en vaatziekten, bepaalde kankersoorten, galstenen, slokdarmontstekingen, long- en ademhalingsproblemen, gewrichtsslijtage, jicht, stoornissen in de geslachtshormonen en vruchtbaarheid, psychosociale problemen.
Beter dan uzelf dagelijks te wegen en u op die waarde vast te pinnen, berekent u bij welk gewicht uw BMI gelijk is aan 20 en bij welk gewicht aan 25. Als u uw lichaamsgewicht tussen deze twee waarden houdt, is er geen vuiltje aan de lucht.
De middelomtrek
Toch zegt de BMI nog niet alles over het mogelijke gezondheidsrisico dat verband houdt met het lichaamsgewicht. Dit risico wordt namelijk mede bepaald door de vetverdeling. Hoe meer buikvet, hoe hoger het risico.
De middelomtrek is een maat voor de hoeveelheid vet in de buikholte. Deze waarde wordt gemeten met een gewoon meetlint op het smalste deel van het middel, tussen de onderste rib en de bovenkant van het heupbeen. Mannen hebben over het algemeen meer buikvet (het zogenaamde appeltype), terwijl vrouwen eerder te makeen krijgen met heupvet (het peertype). Bij een dieet zal buikvet sneller verdwijnen dan heupvet.
Bij mannen schat men de kans op ziekte matig verhoogd bij een middelomtrek groter dan 94 cm en ernstig verhoogd wanneer deze waarde meer dan 102 cm bedraagt. Bij vrouwen zijn deze cijfers res-pectievelijk 80 cm en 88 cm.
Veel buikvet is een belangrijke risico-factor voor diabetes type II, voor hart- en vaatziekten en voor het metabool syndroom (een combinatie van minstens drie van volgende vijf factoren: overgewicht, hoge bloeddruk, verhoogde cholesterol, verhoogde triglyceriden, insulineresistentie). Hoe wordt dit verklaard? Buikvet blijkt fysiologisch veel actiever te zijn dan vet elders in het lichaam. Vet in de buikholte telt meer cellen per eenheid en is beter doorbloed. Het verhoogt de insuline-resistentie, de bloeddruk en het cholesterolgehalte.
De bloeddruk
De bloeddruk wordt bepaald door de kracht waarmee het hart het bloed doorheen de bloedvaten pompt. Het is normaal dat de bloeddruk gedurende een etmaal schommelt en dat ook een eventuele inspanning een invloed uitoefent. Daarom is het belangrijk dat de bloeddruk steeds ongeveer op hetzelfde moment van de dag en in rust gemeten wordt. Dan worden steeds twee waarden genoteerd: de bovendruk komt overeen met de kracht waarmee het hart het bloed in de bloedvaten pompt, de onderdruk is een maat voor de druk in de bloedvaten op het moment dat het hart zich ontspant en zich weer met bloed vult. Zowel de verhoging van beide drukwaarden als van één van beide waarden kan tot verwikkelingen leiden.
Pas wanneer de bloeddruk bij meerdere opeenvolgende metingen verhoogd of verlaagd is, spreken we respectievelijk van van hypertensie en hypotensie (zie kader onderaan). De bloeddrukwaarde wordt uitgedrukt in millimeter kwik (mm Hg).
Hypotensie < 110 <60
Optimaal 110 - 120 60 - 80
Normaal 120 - 129 81 - 84
Hoog normaal 130 - 139 85 - 89
Milde hypertensie 140 - 159 90 - 99
Matige hypertensie 160 - 180 100 - 110
Ernstige hypertensie > 180 > 110
http://plusmagazine.rnews.be/nl/gezondheid