
Het was lang wachten eer iemand de euvele moed had een kat een kat te noemen, of beter lawaai, lawaai te noemen. Waardoor het veroorzaakt wordt, maakt het niet minder luidruchtig en storend. Daarom is het artikel in DS “Kinderlawaai is niet zo onschuldig” van Dr. Marc Goethals een welkome noot in het unisono kindersprookje.
Alsof kinderliefde staat of valt met een acceptabele geluidsgrens. In de industrie, in de horeca, op festivals e.d.: overal wordt het geaccepteerd dat lawaai, uitgedrukt in decibels, storend en fysisch-schadelijk is, wordt het met wetten en reglementen aan banden gelegd. Slechts als kinderen het lawaai veroorzaken, treedt heel de politiek-correcte meute in actie. Verontwaardiging alom: kinderen maken geen lawaai, kinderen spelen. Kinderen kunnen geen lawaai maken, zij brengen hun fantasie door hun spel tot leven. Kinderen hebben dat recht, of niet?
Hoe kort kan men door de bocht gaan? Ik herinner me dat er ergens een groepje gepensioneerden, dat dagelijks bij mekaar kwam op een bankje, weggejaagd werd wegens… geluidsoverlast. Zij riepen niet, zij jengelden niet, zij renden niet, zij gebruikten geen brommende of trommelende speeltuigen. Zij zaten te keuvelen.
Met de filmbeelden van het huis in Brugge met bijhorende tuin in duidelijke herinnering, is het niet toelaatbaar 90 kinderen in zo’n kleine ruimte onder te brengen. Als die, zelfs in kleinere groepjes, in de relatief kleine tuin gaan spelen, dan zal dit niet kunnen gebeuren zonder de omwonenden te storen. Lawaai is lawaai.
Ik woon op het platteland waar de tuinen groter zijn, waar het geluid minder weerkaatst wordt door opgetrokken muren. En ja, zelfs daar kunnen spelende kinderen voor ergernis en burenruzies zorgen. Stel u voor: vier buurkinderen in de huizen links en rechts van mijn woning, dus in totaal 8 kinderen tussen 5 en 12 jaar. Piepende schommels, electrische auto’s met een irritante zoemmotor, die bij herhaling tegen de huisgevel gereden wordt, trommelaars en trompetters, schreeuwers en jengelaars, botsende ballen tegen de garage, gillen en wenen, ruzies die luidruchtig uitgevochten worden… En dat zou geen lawaai mogen genoemd worden? De zondagrust wordt gegarandeerd door het politiereglement, waarbij het gebruik van gras- en bosmaaiers, electrische heggescharen, houtzagen, frezen en enig ander materiaal met een motor tijdens die dag verboden wordt. Als de muziekinstallatie even te luid staat, komt de politie een verwittiging uitreiken, maar kinderen… die krijgen carte blanche.
Dat de ouders de ware “schuldigen” zijn voor de overlast, ligt voor de hand. De kinderen weten niet beter vermits ze nooit – of pas als een kind gekwetst is – terecht gewezen worden. En het is opvallend dat het juist deze kinderen zijn, die noch bij een jeugdvereniging, noch bij een sportclub aangesloten zijn, noch enig ander sociaal contact hebben, die spelen tot een bron van voortdurende ergernis maken. Overprotectie of gemakzucht van de ouders?
Als decibels gemeten worden volgens de leeftijd, dan moeten we evenzeer durven spreken over andere criteria. Dat we niet meer mogen zeggen, wat we denken wisten we al, maar dat we niet meer mogen horen, da’s nieuw.
Floriaan Terbeke
2 reacties op dit bericht
Kleine opschudding!
Kan gebeuren, niet íedere geit aanvaardt dit zomaar...
Iets meer dan een rilling.
Aan bijgaande foto te zien was het nauwelijks voelbare aardse "gehoelahoep" wel iets meer dan een ordinaire geitenscheet.
of waren het misschien Allahzonen op doortocht naar hun moskee die naar aanleiding van de "rataplan" hun profeet eer en trouw wilden betuigen. met vreugde taferelen
mvg