Suiker & Cholesterol
De bloedsuikerspiegel
Bij suikerziekte (diabetes) bestaat er een chronische stoornis van de glucosestofwisseling waardoor de bloedsuikerspiegel voortdurend verhoogd is. Het is belangrijk de bloedsuikerwaarden binnen bepaalde grenzen te houden om verwikkelingen ter hoogte van diverse organen te voorkomen: jeuk, slechtgenezende wonden, hart- en vaatziekten, nierbeschadiging, beschadiging van het netvlies, zenuwstoornissen,...
Bij de bepaling van de bloedsuikerwaarde op een bloedstaal dat nuchter genomen werd, moet deze waarde ideaal beneden de 80 mg/dl liggen. Omdat de bloedsuikerwaarde schommelingen vertoont in de loop van de dag, wordt bij een verhoogde waarde vaak een bloedsuiker-dagprofiel bepaald. Hierbij wordt de bloedsuikerwaarde meerdere keren in de loop van de dag gemeten. De gemiddelde waarde moet onder de 120 mg/dl liggen.
Zakt de bloedsuikerspiegel beneden de 50 mg/dl dan spreken we van hypoglycemie (een te lage bloedsuikerwaarde). Dit gaat gepaard met beven, zweten en een gevoel van zwakte. Een suikerklontje volstaat om de bloedsuikerspiegel weer omhoog te krijgen.
De cholesterol
Ook om de hoeveelheid cholesterol in het bloed te meten zal de arts een bloedafname doen. Deze gebeurt bij voorkeur in een periode waarin u uw normale voedingsgewoonten hebt aangehouden en uw gewicht stabiel is. Een meting laten uitvoeren net na de feestdagen is dus geen goed idee.
Om de totale cholesterol, de LDL- én de HDL-cholesterol, in het bloed te bepalen hoeft u niet noodzakelijk nuchter te zijn voor de bloedafname. Indien de arts echter ook de triglyceriden in het bloed wil laten meten, mag u 12 uur voor de bloedafname niet eten of drinken.
Omdat er heel wat factoren zijn die het cholesterolgehalte tijdelijk kunnen beïnvloeden, zal een arts nooit de diagnose van een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed stellen op basis van één meting. Wordt een hypercholesterolemie vastgesteld dan zal na 8 tot 12 weken een tweede meting gebeuren.
De huidige aanbevelingen luiden: totale cholesterol < 190 mg/dl, LDL < 115 mg/dl. Bij vier groepen mensen moet evenwel gestreefd worden naar lagere waarden, namelijk een totale cholesterol < 175 mg/dl en LDL < 100 mg/dl:
1. Patiënten met een bewezen hart- en vaatziekte (hartinfarct, angor of drukkende pijn in de borstkas, beroerte,...)
2. Patiënten zonder bewezen hart- en vaatziekte maar met diabetes met microalbuminurie (aanwezigheid van het eiwit albumine in de urine, wat wijst op een aantasting van de nieren)
3. Patiënten zonder bewezen hart- en vaatziekte maar met een sterk verhoogde bloeddruk ( 180/110 mm Hg)
4. Patiënten zonder bewezen hart- en vaatziekte maar met een hoog totaalrisico.
Voor de HDL- en de triglyceridenwaarden bestaan geen specifieke streefwaarden maar men gaat ervan uit dat er een hoger risico bestaat indien de HDL-waarde bij mannen beneden de 40 mg/dl ligt of bij vrouwen beneden de 46 mg/dl, of wanneer de triglyceridenwaarden hoger is dan 150 mg/dl.






