‘Er wordt te veel aandacht besteed aan zij die niet kunnen volgen, ten koste van de goede leerlingen.'
‘Sommige leerlingen kunnen zelfs de oppervlakte van een vierkant niet meer berekenen.'
‘Mindere leerlingen worden naar minder moeilijke richtingen geloodst om de slaagcijfers op te smukken.'
De reacties op onze enquête bij ruim 5.000 leraars liegen er niet om: het Vlaams onderwijs heeft een probleem. Amper 10 procent van alle leraars vindt dat het niveau de afgelopen jaren is gestegen. Het probleem is minder urgent in het kleuteronderwijs, maar in het secundair onderwijs lijkt de situatie schrijnend. Meer dan driekwart van alle leraars, vooral mannen met veel anciënniteit, ziet met lede ogen hoe de secundaire scholen er niet in slagen het niveau op peil te houden.
Opvallend: vooral het lerarenkorps zelf ziet het dalende niveau als een probleem. Daarentegen vindt ruim de helft van de bevolking het onderwijs prima.
Voorbijgestoken door Azië
‘Het is een aanvoelen, maar als twee op de drie leerkrachten denken dat het niveau daalt, dan vind ik dat te veel', zegt Inge De Meyer van de Universiteit Gent. Zij begeleidt de Vlaamse deelname aan de driejaarlijkse PISA-test. Daarmee wordt –op een praktijkgerichte manier– gepeild naar het niveau van het onderwijs. ‘De resultaten van 2009 gaven aan dat het niveau daalt. Zo was Vlaanderen acht jaar geleden de top in wiskunde, nu zijn we voorbijgestoken door verschillende Aziatische landen. Toch is de toestand niet dramatisch, want de niveaudaling in Vlaanderen is niet meer uitgesproken dan in toplanden zoals Finland.'
Toch vindt Jos Van Der Hoeven van onderwijsvakbond COC dat de bevraging de sfeer op de werkvloer weergeeft. ‘Het onderwijs is niet altijd in de goede zin veranderd. Zo stappen ouders van niet-geslaagde leerlingen sneller naar de rechtbank en moeten leerkrachten met een goed onderbouwde verantwoording komen om een leerling een onvoldoende te geven. Maar erger nog is dat nog te veel leerlingen in een richting starten die te hoog gegrepen is. Zo halen zij het algemene niveau van hun klas omlaag.
Was het vroeger beter?
Ann Van Driessche van het gemeenschapsonderwijs ziet in de beoordeling van het onderwijsniveau een vroeger-was-alles-beter-reflex. ‘Veel leerkrachten houden meer van de manier van lesgeven die ze zelf hebben gekregen. Maar vandaag staat het onderwijs voor interactiviteit en mondigheid. De tijd van het pure kennis reproduceren is voorbij. Vandaag komt het erop aan die kennis toe te passen.'
Voor Mieke Van Hecke, de directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO), staat het onderwijs voor de uitdaging een evenwicht te zoeken tussen weten en kunnen. ‘Als ik hoor dat verhandelingen bol staan van taalfouten en dat leerlingen bij 1302 niet meer aan de Guldensporenslag denken, vrees ik dat het evenwicht zoek is.'
Hugo Deckers van de socialistische onderwijsvakbond houdt rekening met een evolutie in de richting van het Nederlandse onderwijs. ‘Daar hoor je dat leerlingen en leerkrachten opnieuw leren schrijven en rekenen. Natuurlijk is het goed dat de jeugd mondig wordt en in groep leert werken, maar ze moet ook op intellectueel vlak voldoende uitgedaagd worden', zegt hij. ‘De wereld vergaat niet na een taalfout, maar het mag niet de bedoeling zijn leerlingen af te leveren die zich gewoon goed kunnen beredderen. Ons kennisonderwijs moet goed bewaakt worden.'
Kampioen in gelijke kansen
Kortom: niet noodzakelijk een dramatische situatie, wel druk op de ketel. Ook omdat later dit jaar de Vlaamse resultaten van de internationale TIMMS-test worden verwacht. Die test peilt naar de kennis van wiskunde zoals die in de handboeken staat. ‘En in 2013 volgen de resultaten van het nieuwe PISA-onderzoek. Dat wordt een echte waardemeter. Het is de eerste peiling na de eerste plaats voor wiskunde van Vlaanderen in 2003', zegt De Meyer. ‘Toenmalig minister Frank Vandenbroucke (SP.A) zei toen dat Vlaanderen na kampioen in wiskunde, ook kampioen in de gelijke kansen moest worden. Misschien ging sindsdien te veel aandacht naar zwakkere leerlingen, terwijl de goede leerlingen, die zorgen voor het hoge niveau van ons onderwijs, aan hun lot zijn overgelaten.'
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=3H3EJ0KR
Woestijnvis en VRT
Er is een kink in de kabel van het mooie Woestijnvisverhaal gekomen. De auditeur van de Raad van Mededinging heeft bezwaren tegen de overname van VT4 en VIJFtv door Woestijnvis. Normaal werd verwacht dat dit maar een formaliteit zou zijn, maar volgens De Tijd zou de auditeur van de Raad van Mededinging eisen dat alle banden met de VRT doorgeknipt worden. Nogal vaak volgt de raad het advies van de auditeur.
De auditeur vreest dat VT4 en VIJFtv inzage zullen kunnen krijgen in de programmatie van VRT, als ze nog langer blijven samenwerken met de openbare omroep. Zo zou SBS een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van de VMMa (vtm, 2BE), want SBS zou er zijn programmatie kunnen op afstellen. VT4 zou bijvoorbeeld zwak kunnen programmeren als er Woestijnvisprogramma's worden uitgezonden op de VRT en sterk programmeren als ze op voorhand weten dat VRT maar zwakke programma's gepland heeft.
Daarom eist de auditeur dus dat de banden tussen VRT en Woestijnvis na midden 2012 volledig worden doorgeknipt. Indien de raad het advies van de auditeur volgt, dan volgt een diepgaander onderzoek, waardoor de goedkeuring wordt uitgesteld. In het beste geval volgt er al begin september een uitspraak.
Bron: De Tijd
Woestijnvis zal hier wel een gehaaide mouw aan breien : de oprichting van een nieuwe entiteit die zich legaal autonoom opstelt om de sukkels van de VRT aan programma's te helpen. En daarmede zijn de bezwaren van de Raad van Mededinging omzeild.
Niemand heeft echter de euvele moed er op te wijzen dat de VRT met zijn 3000 medewerkers en zijn 300 miljoen staatssubsidies geen enkele reden heeft om televisie-programma's te bestellen bij productiehuizen. Deze instelling beschikt over àlle middelen en mensen om productie in eigen huis te houden. Na verloop van tijd legt echter de openbare opinie zich alijd neer bij schandelijke toestanden in de overtuiging dat het niet anders kan. Als een openbare omroep niet bij machte is zelfstandig zijn opdrachten te vervullen voor de gemeenschap, dan moeten er wijzigingen doorgevoerd worden. Hetzij aan de betoelaging, aan de opdracht zelf, aan de wildgroei van het personeelsbestand of aan het bestaan van de instelling op zich.
Ook al blijven wij roependen in de woestijn, de huidige VRT is een Onvlaamse Overbodige Openbare Omroep, geleid door een stelletje linxe syndicalisten en agitatoren die leven op de kap van de gemeenschap om het regime te ondersteunen. Véél personeel, veel intriges, veel onkunde, veel partijpolitiek maar weinig eigen productie. Wie vindt dit normaal ?
Savat

















