








O laat mij dwalen, laat mij dwalen, door akker, veld en dreef. Laat me onbekommerd ademhalen en voelen dat ik leef!
Laat mij de klare beek zien vloeien door dit vergeten dal, waar schoone bloemen eenzaam bloeien, en niets ze storen zal!
Nicolaas Beets




Liefde kwam tot mij zo zacht als Lentegeuren in Lentenacht
'k Voelde haar bloeien langs mij gaan, en alles in mij is bloeien gegaan
Alles in mij werdt Morgenblank, vogeltjes floten hunnen dank
Marie Boddaert


Smalle stille vogel gebogen aan de waterkant, de winter kaatst grijs uit je ogen
Eb en vloed schuiven fluisterend door eindeloze kreken
Een broze riethalm breekt
Vogel die half luisterend naar 't woelen van een verse vis
En half bevroren van gemis de snavel in de veren steekt


De zee breekt over de schuimende keien, de eeuwigheid luistert naar zijn lied...
Wanneer mijn liederen schreien, luistert de eeuwigheid niet
Jacob Israel de Haan




Kaarslicht streelt met overtuiging de schaduw van de donkere nacht
Het verwarmt de koude kamer houdt in stilte kalm de wacht


