



















In mijn leveven worden de winters langer, de kleuren valer, de vrienden banger
De liefde verdwijnt uit mijn gezicht, ik berg mij op in mijn gedicht
Cees Noteboom




Al groter aandacht gaat naar het geringe, de onderkant van de gewoonste dingen
Die ik bekijk met scherp geslepen oog, dwars door een mistbank van herinneringen.
Anton van Wilderode




De stem die ik ternauwernood vernam, alsof ze uit een ander tijdperk kwam
Vervoerde miij weerloos naar een verleden
Waarin de wortel zit waaruit ik stam.
Anton van Wilderode




't Is avond, stille ... en, mij omtrent is iets, of ieamand onbekend
Die, zachtjes, mij beroerd, zegt:
t'Is avond en 't is rustens recht
Guido Gezelle






























Het menschlijk woord is zwaarder dan de bloei van de blauwe avondlucht
Dus :
Dat ik niet bewaren kan - in't lied wat door de avond zucht.












